15 januari 2009

Een dagje naar… Pekalongan (I)

tukang gigi
Om half negen 's ochtends stapte ik in een taksi van Kosti richting terminal bis Tirtonadi te Solo. Daar aangekomen had ik om te beginnen een kleine woordenwisseling aan het loket, want de functionerende ambtenaar vroeg 1500 Rp, voor het gebruik van de terminal

terwijl in het verleden de toegang slechts 200 Rp bedroeg. Er bleek een opslag voor het parkeren van de taxi van mij geëist te worden, totaal 1500 Rp. Ik moest lachen en zei “Nee!”. De ambtenaar zei dat de regels zo waren. “Kan wel maar de taxi heeft niet geparkeerd, slechts even stilgehouden om mij af te zetten, de motor draaide nog en de chauffeur is niet van zijn plek geweest, dus was dat geen parkeren, maar eventjes stoppen.” Ik legde 200 Rp neer en de ambtenaar scheurde een kaartje af. Al gauw werd ik door iemand, in een uniform, die mij gevraagd had waar ik naar toe wilde, waarop ik “Pekalongan” had geantwoord naar een gereedstaande bus geleid. Hij schreef daar een onduidelijk kaartje uit waarop iets gekrabbeld stonden en daarbij PKL voor Pekalongon en zei “Limapuluhlima ribu Mister” toen ik 50.000 Rp neerlag begon hij zich druk te maken over de 5000 Rp die ik nog moest opzoeken. “Rustig maar, ga nou niet over geld zitten stressen wordt je alleen maar snel oud van”, zei ik en legde 5000 Rp neer. Ik liep naar de bus die hij aanwees. Bij de bus werd mijn kaartje voor een ander onduidelijk kaartje ingeruild, ik ging de bus in en zocht een plekje achterin. De bus vertrok snel, maar was vrijwel leeg. Bij de uitgang van de terminal bleef hij lang staan, reed daarna weer een stukje verder naar buiten de terminal, weer stoppen op passagiers wachten, enzovoorts enzovoorts. Mijn kaartje werd inmiddels weer omgeruild voor een ander kaartje. Ik begon me af te vragen hoeveel deze bis bumel werkelijk zou kosten en ook hoe lang het zou duren voordat deze in PKL aan zou komen. Om 11 uur passeerde de bus de stadsgrens van Solo en had ik in 2,5 uur een afstand afgelegd die normaal gesproken 30 minuten kost.


pekalongan
Dit is het soort bus dat overdag v.a. Solo naar o.a. Pekalongan rijdt, dat heet een "bis bumel".


De bus zat ineens vol, ik zat op een tweepersoonsbankje achterin, naast mij mijn bagage. Ik zou tot PKL niet lastig gevallen worden, en bleek achteraf dat die 55.000 Rp voor 2 zitplaatsen niet al te duur was. Nou zat ik daar tijdens de rit met een blik in de ogen alsof ik recht op die twee plaatsen had, maar ik heb niemand tijdens de rit zien staan. Die rit ging steeds sneller. Kartosuro – Boyolali – Ampel, bij deze plaats moet ik altijd aan die Dezentje denken die dit hele dorp van de Sunan van Solo had gepacht en er een paleis had neergezet, en daar met vrouw en vele kinderen als een vorst leefde – dan het riviertje Tuntang bij Rawapening - Salatiga – Unggaran – Banyumas – de tolweg en naar links de jalan Pantura op. Op de tolweg aangekomen ging de chauffeur steeds sneller rijden, af en toe wel onverantwoord snel, op de zeer slechte jalan Pantura haalde hij diverse cowboystunts uit om de vele gaten in het wegdek te ontwijken. Ik zit uit voorzorg altijd links achterin net voor de achteruitgang, maar voel me toch niet echt lekker bij de handelingen van zo een bestuurder die zich van niets en niemand iets aantrekt. Daarbij zat ik me serieus af te vragen wat de technische staat van de bus zou wezen, als remmen en banden er net zo als het interieur zouden uitzien moest voor het ergste worden gevreesd. Maar toch kwam ik heelhuids in Pekalongan aan, Alhamdullilah. Voor de terminal moest ik uitstappen. Toen ik vaste grond onder de voeten had kwam er natuurlijk meteen de kreet “beca, beca” op mij af en werd gevraagd waar ik naar toe moest. “Hotel Hayam Wuruk, kota”, zei ik. “20.000 Rp.” Dat vond ik een hoop geld voor een beca, nog nooit van mijn leven had ik meer dan 10.000 betaald, maar tijden veranderen, liever gezegd, worden slechter in dit land. Ik zei 10.000 de tukan keek heel zuur dus liep ik maar weg, hij kwam achter me aan om 15.000 te proberen maar ik liep door, het vaste ritueel, maar de deal was gemaakt en ik nam in de zeer hoge beca plaats. De afstand was inderdaad ver, maar 10.000 Rp is een goede prijs, 5 van die klanten per dag en een tukan beca heeft een goed leven. Ze hebben echter liever 1 heel goede klant en gaan na afloop van zo een rit eten en in hun beca slapen om te leggen dromen over hun volgende gelukje. Stel je voor dat ik dagelijks twee keer…. Dat heet jezelf rijk rekenen, kijk maar een naar een willekeurige stad op Java en tel eens hoeveel tukan beca er liggen te slapen. Ik kwam bij hotel “Hayam Wuruk” aan, daar kreeg ik te horen dat ze “penuh” (vol) waren, ze hadden alleen nog maar een “paviljun” ad 350.000 Rp per nacht ter beschikking, ik bedankte en ging naar de buren, hotel Pekalongan, ook die hadden geen gewone kamers met AC ter beschikking alleen eentje met fan. Ik weigerde en dacht wat is er aan de hand hier. Pekalongan is een arme stad, die bekend staat als textielstad, eeuwenlang is hier batik gemaakt, daar zijn ze groot, maar niet rijk mee geworden. Ik werd opgevangen door een tukan beca die mij wel effies naar een hotel zou brengen dat vast nog wel kamers had, daar moest ik wel 10.000 Rp voor gaan betalen, ik weigerde en zei 5000 Rp, dat was goed. Bij het hotel aangekomen kreeg ik als antwoord dat ze “full” waren omdat presiden SBY de stad die avond zou gaan bezoeken en meteen overnachten voor festiviteiten die de volgende dag zouden gaan plaats vinden. Toen begreep ik dat ik een probleem had. Ik vroeg aan de tukan beca of hij mij naar het station kon brengen, ik wist van vorige bezoeken, dat hier een aantal hotels waren. 10000 zei hij en ik moest wel akkoord gaan. Hij bracht me naar een groot modern hotel, van de buitenwereld afgesloten door zogenaamde Rayban beglazing, zonnebrilramen, ik liep de immense toegangshal in naar de receptie, daar verteld men dat men zou gaan kijken of er nog kamers waren, Ik wachtte, wachtte en wachtte, toen mij dat teveel werd zei de jongeman achter de balie dat men de “Junior Suite” voor 500.000 Rp per nacht zonder bijkomende belastingen klaar aan het maken was. Ik zei dat dit niet hoefde en ging naar buiten waar de tukan beca wachtte, op weg naar het volgende hotel. Dat bleek ‘full’ te zijn. Ik ging nog even bij “Gajah Mada” kijken, hier had ik verbleven tijdens mijn eerste bezoeken aan de stad. Men had nog een kamertje vrij, zoiets als een cel met twee kinderbedjes. Ik keek naar het hoge luikje en dacht aan hordes zoemende muggen gevuld met malaria en zwartwaterkoorts en zei “terima kasih”. Ik vervloekte de president, ik vind het al geen sympathieke man, eerder een zeer slome duikelaar. Ik vroeg te tukan beca mij terug te brengen naar de plek waar hij mij had opgepikt, want daar was nog een kamer met fan vrij. Hij bracht me echter, dwars tegen het verkeer in, naar een andere plek, hotel “Teratai”, daar hadden ze voldoende kamers, ik kon er kiezen uit drie. Twee hadden kinderbedjes, in een derde stond een ruim bed en een klein ventilatortje. Voor 80.000 Rp zei ik Ya. Ik gaf de tukan beca 10.000, dat leidde tot allerlei protesten, ik dacht echter krijg de koelere maar, je hebt al 15.000 binnen. Ik was ervan overtuigd dat hij wist dat SBY zou komen en dat de hotels vol zouden zijn en hij in mij een naïef slachtoffer zag. Ik weigerde ook toen hij een huilerig en zielig toontje ging opzetten, ik ken dat geluid maar al te goed van de kinderen hier en dat vreselijke geluid maakt mij nog standvastiger in mijn weigering. Ik ging terug naar de kamer en deed die achter mij op slot. Na een korte rust en een bad ging ik op pad om te kijken hoe Pekalongan ervoor stond. Ik was hier in de loop der jaren diverse malen geweest, maar had altijd iets te doen, meestal op het gebied van textiel. Ik was nu gekomen om wat foto’s te maken en speciaal iets wat ik in een gerucht had gehoord en zou gaan onderzoeken of dit waar was. Ik had een klein kaartje van Pekalongan gezien, maar niet meegenomen, dus moest ik in allerlei richtingen zoeken. Ik herinnerde mij dat PKL een oude havenstad was geweest, dus keek ik in de richting van de ondergaande zon en wandelde naar het noorden. De stad was vergeven van de politieagenten en legeronderdelen met het oog op het bezoek van de president, deze zou die avond om half tien aankomen en vervolgens in PKL overnachten. Ik liep door het oude Pekalongan en vond wat ik wilde vinden. Dat gaf mij een tevreden gevoel. Ik besloot ergens te gaan eten, want ik had sinds die ochtend niets gehad. Ik vond een klein restaurantje en bestelde daar bandeng, met twee soorten groenten en een es teh manis. Toen ik afrekende kostte dat 5500 Rp, eten was dus spotgoedkoop hier, dat maakte de prijzen die de tukan beca vroegen nog ongeloofwaardiger. Ik liep rustig terug naar mijn hotel, kocht onderweg nog een kilootje duku en keek goed om me heen, eigenlijk was Pekalongan niet zo veranderd in de loop der jaren, afgezonderd van een immense “Matahari” die op de alun-alun was gebouwd. Die maakte het geheel niet fraaier, maar is modern en dat wil men in Indonesië zo graag, zodat de buitenwereld denkt dat zij een modern volk zijn. Terug in het hotel, dat eigenlijk niet zo slecht was, hoewel het matras wel iets aan de dunne kant en uit twee delen bestond die dwars waren gelegen en ze van elkaar deed schuiven. Voor lag een snelweg waar grommende vrachtauto’s en gierende bromfietsen langskwamen. Vlak buiten mijn kamer stond de TV knalhard aan, ik probeerde te slapen, dat lukte wonderwel. Want ik werd om een uur of twee wakker en hoorde de TV voetbal aankondigen en herinnerde mij dat er Liga Champions vanuit Europa zou worden uitgezonden. Dat brengt hier veel mensen op de been, ze hoeven de volgende morgen niet echt op te staan. Ik draaide mij om en wist toen ik om half zes weer wakker werd dat ik goed had geslapen. Ik stond op, nam een bad, pakte mijn bagage, hield mijn camera apart en ging om zeven uur al op pad.

Hier de plaatjes die ik die ochtend in Pekalongan heb gemaakt:


pekalongan
De immense Mesjid Jami gelegen aan de alun-alun

pekalongan
Akelig stille Matahari ’s morgens vroeg op de alun-2

pekalongan
In veel plaatsen op Midden- en Oost-Java waren dit jaren de reclames boven de winkels. Meesterwerkjes die verdwijnen.

pekalongan
Een zeer speciaal huis. De begane grond en de eerste etage hebben een andere stijl dan de bovenste verdieping. De weg voor het huis was 20 jaar geleden veel smaller. Deze is verbreed en geasfalteerd en heeft men een uitbouw die aan het huis zat weggeslagen. Zie hier de mengelmoes aan stijlen.

pekalongan
Dit is een mooie uit Tempo Doeloe

pekalongan
Denk maar niet dat ze achterlijk zijn in Pekalongan. Ze gaan daar op grootse wijze met de tijd mee.

pekalongan
Chinees van vroeher

pekalongan
Zal deze brug 19e eeuws wezen? De kerk erachter is modern (volgens mijn). Een wandeling over het trotoar van deze brug is als de cakewalk op de kermis.

pekalongan
Het Museum Batik enkele uren voordat de president zal arriveren. Bij zo een gelegenheid mag een mooi spandoek niet ontbreken.

pekalongan
Het residentiepaleis, natuurlijk tempo doeloe

pekalongan
De enthousiaste schooljeugd oefent op de londo om straks de presiden op de juiste wijze te begroeten.


Dit waren de foto’s uit Pekalongan, maar niet het doel van mijn reis, dat komt nog in het vervolg dat hier te vinden is.



Reacties

Meneer...itu pekalongan kampung saya..
11 februari 2009 13:30:36

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.