Na Prajing reden we naar de volgende kampung die niet ver weg lag, dit dorp was immens en zag er zeer goed onderhouden uit, zelfs met nette betegelde straatjes. Ook deze kampung was hoog gelegen,
het lijkt mij waarschijnlijk dat om deze twee kampungs heen het stadje Waikabubak is ontstaan. We gingen naar het huis waar het gastenboek lag. We kregen niet alleen pinang aangeboden maar ook een glas thee. De man die ons te woord stond was een danser die een dansgroep leidde. De dansen van Sumda zijn nogal wild en opzwepend, vooral die van de mannen. Hij was zelfs op tournee geweest naar Solo en Jakarta. Hij had zich ongemakkelijk gevoeld want hij liep altijd op blote voeten en hadden de mensen hem aangekeken, alleen de armen op Java lopen op blote voeten, maar voor hem was het de gewoonste zaak ter wereld. In Solo had hij in het Sahid Kusuma Jaya hotel gelogeerd, op de 16e etage, hij had niet kunnen slapen. Hij lag voortdurend aan een aardbeving te denken, het was in de tijd vlak nadat een verwoestende aardbeving Yogyakarta en omgeving getroffen had. Het optreden in Jakarta was niet doorgegaan vanwege de bomaanslag op het Marriott Hotel, hij was blij toen hij weer terug naar Sumba kon. Het leven op Java vond hij maar niets, vol gevaar en veel te veel mensen daar, hij hoefde niet meer, de rest van zijn leven zou hij op Sumba doorbrengen. Nu was hij bezig in de politiek. Drs. Watipole, de kandidaat bupati voor de PDI-P was afkomstig uit deze kampung en zette hij er zich voor in dat deze man gekozen zou worden, want hij stond veranderingen voor. Ik moest in mijzelf lachen, alle kandidaten staan veranderingen voor, alleen zij die zich willen laten herverkiezen willen hun succesvolle beleid voortzetten. Zodra ze gekozen zijn begint het grote zakkenvullen, want al het geld dat in de politieke carrière is geïnvesteerd moet toch weer terug komen.
De zon was al behoorlijk aan het zakken en haalde ik Fidel uit het politieke praatje door te zeggen dat ik even een rondje wilde lopen om wat foto’s te maken. We namen afscheid en gingen op stap, we moesten ons bijna door een haag van honden heen worstelen, zoveel liepen er daar rond, het trucje met de imaginaire steen werkte hier uitstekend. Door de hele kampung was een soort smal trottoir aangelegd, waarvan de stenen met cement bijeen werden gehouden. Al snel kwamen er een aantal vrouwen met ikat op ons af, kleine ikat slendangs in lelijke felle kleuren, die je bijna pijn aan de ogen deden. Ze leken wel machinaal in China gefabriceerd. Ik liet Fidel een praatje maken en liep snel verder om wat plaatjes te schieten. Net als in de kampung Prajing liepen hier veel volwassenen en kinderen rond, de kampung had niet alleen een rituele functie, de mensen woonden hier ook. De eerdere kampungs in Oost Sumba die we hadden bezocht werden nauwelijks bewoond. Hier was het echt druk met mensen. Tegen zonsondergang werd er door veel kinderen jerrycans en emmers vol water gehaald, in de koele namiddaglucht. Sommigen gebruikten daarvoor een lange bamboestok met aan het eind een klein wieltje, aan de bovenkant werden er twee jerrycans water vastgehaakt. Dat gereedschap fungeerde ook als speelgoed voor de kleinsten. Bij een groepje dames die mij ikat aanbood werd ik in het Engels aangesproken door een jonge vrouw die een kind bij zich had met licht haar en duidelijk westerse trekken. Ze begon Engels met me te spreken, ik nam de gelegenheid waar om me niet met ikat te hoeven bemoeien aan en liet dat verder over aan Fidel. De vrouw stelde zich voor aan mij als Julia. Ze zag er aantrekkelijk uit met een modern kort geknipt kapsel, duidelijk een vrouw van de wereld. Dat bleek uit hetgeen zij vertelde, ze had in Bali gewoond en kende Yogyakarta erg goed. Ze vroeg wie Fidel was, ik vertelde haar dat hij mijn gids was. Zij lachte breed en nam mij bij de arm en zei dat ik beter haar als gids kon nemen. Dat leek me een geweldig voorstel, ze nam me mee het dorp in en ze begon te praten. Over haar huwelijk met een Belanda, haar tijd in Bali en Yogya. Het had er veel van weg dat ze behoefte had aan iemand om te “curhat”. Curhat is een acroniem voor curahan hati, je hart uitstorten. Indonesische vrouwen doen dat graag met een onbekende die ze vertrouwen, want die roddelen niet onmiddellijk alles door. Terwijl zij gezellig aan het praten was in mijn gewillige oor stond Fidel ineens voor ons en nam het gesprek over, hij zij dat we verder moesten. “Geweldig”, dacht ik, zo een gids die ook de spontane momenten regelde. Doch toen ik in zijn ogen keek zag ik iets van jaloezie, een eigenschap waar veel Indonesische vrouwen, maar ook de mannen last van hebben. Ik besloot de situatie niet al te ingewikkeld te maken en verder te gaan. Op deze trip onder leiding van Fidel was er geen plaats voor spontaniteit, het was meer een militaire exercitie. We liepen door tot aan het eind van het dorp, waar de auto zou wachten, die was nog niet gearriveerd, zodat we gingen zitten. Ik dacht nog even terug aan Julia en zelfs om terug de kampung in te gaan. Ik zag er vanaf toen ik er aan dacht wat voor complicaties dit zou kunnen geven. Het laatste huis van de kampung was niet van hout, bamboe en gras, maar van groen betegeld beton, iets wat meer had misstaan kon niet bedacht worden. Misschien was het de voorbode van een ontwikkeling die deze kampung in de toekomst treffen zou. De kampung lag tenslotte midden in de “stad” en zouden de mensen zich op een gegeven moment primitief gaan voelen in hun bamboe hutten. De auto kwam er aan en wij stapten in. Toen we weg reden had ik het gevoel dat we de verkeerde richting uit gingen, maar ik zweeg. Toen we de weg waren uitgereden kwamen we bij een drukke pasar terecht waar vis werd verkocht, de dagvangst moest verkocht worden eer het donker werd. Ik vermoedde dat het de bedoeling van de heren was om door de drukte van de pasar re rijden. Ik zei dat ik uit wilde stappen en wel over de pasar zou lopen, ik had geen zin in zo een ritje in een toeterende auto om een weg te banen door een mensenmenigte. Ik liep langs de vismarkt om al het moois dat die dag gevangen was te bewonderen. Ik kreeg trek in een ikan bakar met colo-2, zoals ze dit op Ambon serveren. Toen ik voorbij alle visboeren was zocht ik waar de auto was, die was niet gevolgd, maar stond nog aan het begin van de markt. Terug gekomen waren Fidel en Johnny in de auto aan het overleggen welke weg te nemen, het leek wel alsof ze zich verdwaald voelden. Mijn richtinggevoel zei dat we de weg tegengesteld aan die zij wilden nemen in moesten rijden, of nog eenvoudiger de weg waar we uitgekomen waren. Fidel ging de weg vragen. Het verbaasd mij altijd dat Indonesiërs zo bang zijn om te verdwalen. Ze weten altijd haarfijn te vertellen waar de windrichtingen liggen, maar eenmaal onderweg raken ze ieder richtingsgevoel kwijt. Het is natuurlijk ook de onzekerheid die voortdurend aan vele Indonesiërs knaagt. Fidel kwam terug met twee keuzemogelijkheden, de beide wegen die we naar mijn gevoel moesten nemen. Bij het kruispunt werd besloten de weg te nemen waaruit wij gekomen waren, dat bleek, nogal logisch, de juiste te zijn.
Sumba: Waikabubak – Tarung (XII)
het lijkt mij waarschijnlijk dat om deze twee kampungs heen het stadje Waikabubak is ontstaan. We gingen naar het huis waar het gastenboek lag. We kregen niet alleen pinang aangeboden maar ook een glas thee. De man die ons te woord stond was een danser die een dansgroep leidde. De dansen van Sumda zijn nogal wild en opzwepend, vooral die van de mannen. Hij was zelfs op tournee geweest naar Solo en Jakarta. Hij had zich ongemakkelijk gevoeld want hij liep altijd op blote voeten en hadden de mensen hem aangekeken, alleen de armen op Java lopen op blote voeten, maar voor hem was het de gewoonste zaak ter wereld. In Solo had hij in het Sahid Kusuma Jaya hotel gelogeerd, op de 16e etage, hij had niet kunnen slapen. Hij lag voortdurend aan een aardbeving te denken, het was in de tijd vlak nadat een verwoestende aardbeving Yogyakarta en omgeving getroffen had. Het optreden in Jakarta was niet doorgegaan vanwege de bomaanslag op het Marriott Hotel, hij was blij toen hij weer terug naar Sumba kon. Het leven op Java vond hij maar niets, vol gevaar en veel te veel mensen daar, hij hoefde niet meer, de rest van zijn leven zou hij op Sumba doorbrengen. Nu was hij bezig in de politiek. Drs. Watipole, de kandidaat bupati voor de PDI-P was afkomstig uit deze kampung en zette hij er zich voor in dat deze man gekozen zou worden, want hij stond veranderingen voor. Ik moest in mijzelf lachen, alle kandidaten staan veranderingen voor, alleen zij die zich willen laten herverkiezen willen hun succesvolle beleid voortzetten. Zodra ze gekozen zijn begint het grote zakkenvullen, want al het geld dat in de politieke carrière is geïnvesteerd moet toch weer terug komen.
De zon was al behoorlijk aan het zakken en haalde ik Fidel uit het politieke praatje door te zeggen dat ik even een rondje wilde lopen om wat foto’s te maken. We namen afscheid en gingen op stap, we moesten ons bijna door een haag van honden heen worstelen, zoveel liepen er daar rond, het trucje met de imaginaire steen werkte hier uitstekend. Door de hele kampung was een soort smal trottoir aangelegd, waarvan de stenen met cement bijeen werden gehouden. Al snel kwamen er een aantal vrouwen met ikat op ons af, kleine ikat slendangs in lelijke felle kleuren, die je bijna pijn aan de ogen deden. Ze leken wel machinaal in China gefabriceerd. Ik liet Fidel een praatje maken en liep snel verder om wat plaatjes te schieten. Net als in de kampung Prajing liepen hier veel volwassenen en kinderen rond, de kampung had niet alleen een rituele functie, de mensen woonden hier ook. De eerdere kampungs in Oost Sumba die we hadden bezocht werden nauwelijks bewoond. Hier was het echt druk met mensen. Tegen zonsondergang werd er door veel kinderen jerrycans en emmers vol water gehaald, in de koele namiddaglucht. Sommigen gebruikten daarvoor een lange bamboestok met aan het eind een klein wieltje, aan de bovenkant werden er twee jerrycans water vastgehaakt. Dat gereedschap fungeerde ook als speelgoed voor de kleinsten. Bij een groepje dames die mij ikat aanbood werd ik in het Engels aangesproken door een jonge vrouw die een kind bij zich had met licht haar en duidelijk westerse trekken. Ze begon Engels met me te spreken, ik nam de gelegenheid waar om me niet met ikat te hoeven bemoeien aan en liet dat verder over aan Fidel. De vrouw stelde zich voor aan mij als Julia. Ze zag er aantrekkelijk uit met een modern kort geknipt kapsel, duidelijk een vrouw van de wereld. Dat bleek uit hetgeen zij vertelde, ze had in Bali gewoond en kende Yogyakarta erg goed. Ze vroeg wie Fidel was, ik vertelde haar dat hij mijn gids was. Zij lachte breed en nam mij bij de arm en zei dat ik beter haar als gids kon nemen. Dat leek me een geweldig voorstel, ze nam me mee het dorp in en ze begon te praten. Over haar huwelijk met een Belanda, haar tijd in Bali en Yogya. Het had er veel van weg dat ze behoefte had aan iemand om te “curhat”. Curhat is een acroniem voor curahan hati, je hart uitstorten. Indonesische vrouwen doen dat graag met een onbekende die ze vertrouwen, want die roddelen niet onmiddellijk alles door. Terwijl zij gezellig aan het praten was in mijn gewillige oor stond Fidel ineens voor ons en nam het gesprek over, hij zij dat we verder moesten. “Geweldig”, dacht ik, zo een gids die ook de spontane momenten regelde. Doch toen ik in zijn ogen keek zag ik iets van jaloezie, een eigenschap waar veel Indonesische vrouwen, maar ook de mannen last van hebben. Ik besloot de situatie niet al te ingewikkeld te maken en verder te gaan. Op deze trip onder leiding van Fidel was er geen plaats voor spontaniteit, het was meer een militaire exercitie. We liepen door tot aan het eind van het dorp, waar de auto zou wachten, die was nog niet gearriveerd, zodat we gingen zitten. Ik dacht nog even terug aan Julia en zelfs om terug de kampung in te gaan. Ik zag er vanaf toen ik er aan dacht wat voor complicaties dit zou kunnen geven. Het laatste huis van de kampung was niet van hout, bamboe en gras, maar van groen betegeld beton, iets wat meer had misstaan kon niet bedacht worden. Misschien was het de voorbode van een ontwikkeling die deze kampung in de toekomst treffen zou. De kampung lag tenslotte midden in de “stad” en zouden de mensen zich op een gegeven moment primitief gaan voelen in hun bamboe hutten. De auto kwam er aan en wij stapten in. Toen we weg reden had ik het gevoel dat we de verkeerde richting uit gingen, maar ik zweeg. Toen we de weg waren uitgereden kwamen we bij een drukke pasar terecht waar vis werd verkocht, de dagvangst moest verkocht worden eer het donker werd. Ik vermoedde dat het de bedoeling van de heren was om door de drukte van de pasar re rijden. Ik zei dat ik uit wilde stappen en wel over de pasar zou lopen, ik had geen zin in zo een ritje in een toeterende auto om een weg te banen door een mensenmenigte. Ik liep langs de vismarkt om al het moois dat die dag gevangen was te bewonderen. Ik kreeg trek in een ikan bakar met colo-2, zoals ze dit op Ambon serveren. Toen ik voorbij alle visboeren was zocht ik waar de auto was, die was niet gevolgd, maar stond nog aan het begin van de markt. Terug gekomen waren Fidel en Johnny in de auto aan het overleggen welke weg te nemen, het leek wel alsof ze zich verdwaald voelden. Mijn richtinggevoel zei dat we de weg tegengesteld aan die zij wilden nemen in moesten rijden, of nog eenvoudiger de weg waar we uitgekomen waren. Fidel ging de weg vragen. Het verbaasd mij altijd dat Indonesiërs zo bang zijn om te verdwalen. Ze weten altijd haarfijn te vertellen waar de windrichtingen liggen, maar eenmaal onderweg raken ze ieder richtingsgevoel kwijt. Het is natuurlijk ook de onzekerheid die voortdurend aan vele Indonesiërs knaagt. Fidel kwam terug met twee keuzemogelijkheden, de beide wegen die we naar mijn gevoel moesten nemen. Bij het kruispunt werd besloten de weg te nemen waaruit wij gekomen waren, dat bleek, nogal logisch, de juiste te zijn.
Wordt vervolgd >>>
Het dorpseinde
Even overdrijven, Howling Wolf
Een net trottoir
De grafstenen keurig in tegels ingebed
Spelende kindertjes
Christendom & Animisme
De dorpsweg
Daken in de zon
Moderniteit
Reeds verschenen in de Sumba-reeks:
- Sumba, op de bonnefooi (I)
- Sumba, op de bonnefooi (II)
- Sumba Timur, Waingapu - Melolo (III)
- Sumba Timur, Kaliuda (IV)
- Sumba Timur, Rende (V)
- Sumba Timur - Pau (VI)
- Sumba Timur - Pau & Umabara (VII)
- Sumba Timur - Pantai Walakiri (VIII)
- Sumba: Waingapu – Waikabubak (IX)
- Sumba: Waingapu – Waikabubak (X)
- Sumba: Waikabubak – Prajing (XI)
- Sumba: Waikabubak – Tarung (XII)