16 juli 2010

Hoorn : Wereldhaven & VOC-kamer (I)

Hoorn
In de kop van Noord Holland ligt het stadje Hoorn, in de 16e en 17e eeuw een wereldhaven en geboorteplaats van enkele grote Nederlanders zoals Jan Pietersz. Coen,

Willem Ysbrantsz Bontekoe en Willem Corneliszoon Schouten. Hoorn was een van de steden die participeerde in de VOC, er was een VOC kamer gevestigd. Het aandeel van Hoorn in de VOC was 4,5 %. Nu wordt het belang van de VOC in de nationale handel van die jaren vaak heel erg overtrokken, de VOC was spectaculair, groots, de reizen waren avontuurlijk, echter de Oostzeehandel was veel belangrijker, men haalde daar bulkgoederen als graan, hout, pek, teer, huiden en vellen. Vooral de handel in graan was belangrijk en zeer winstgevend en was de kurk waarop de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden dreef. Hoorn is groot geworden door de Oostzeehandel, er werd graan en hout uit Scandinavië, Estland, Letland en andere landen gehaald en dat werd zelfs zover als Italië geëxporteerd. Heel belangrijk was ook de haringvisserij op de Zuiderzee (nu IJsselmeer). In sommige jaren zwom daar zoveel haring dat deze met manden uit het water geschept kon worden. Doordat na 1591 de handel met Spanje en Portugal steeds moeilijker verliep, ontstaat er een groot tekort aan zout, dat essentieel was om de haring te conserveren. Schepen uit Hoorn steken de Atlantische Oceaan over naar het Caribische gebied op zoek naar de “Soute Eylanden†waar het zout voor het oprapen ligt. Meer schepen volgen, tot woede van de Spanjaarden. Ook waren er schippers die op zoek naar zout hun geluk beproefden langs de kusten van Afrika. Daar hoort men verhalen over goud en ivoor, hoe men rijk kan worden. In 1595 voeren de eerste 4 Hollandse schepen, met de “Eerste Schipvaart†naar Indië, en ontdekten de route naar Azië. Voor Hoorn breekt een nieuwe periode in haar geschiedenis aan.

Enige plaatjes van historische gevels in Hoorn

hoorn

hoorn

hoorn

hoorn

In 1587 wordt te Hoorn Jan Pieterszoon Coen geboren. Over zijn jeugd is niets bekend. Er kan natuurlijk wel een ferme-jongens-stoere-knapen verhaal verzonnen worden over een jonge Coen die op de kade zat te turen over het water waar de schepen lagen die naar vele delen van de wereld voeren, wat hij rook en wat hij dacht, al dromend over verre verten. Of over de zachte winter van 1597, toen met kerst de bomen in bloei stonden. Het jaar 1598 toen de pest in Hoorn uitbrak en het pesthuis te klein bleek, de kerkhoven overvol raakten. Nee niets van dit alles, men weet het niet. Het eerste wat bekend is over J.P. Coen was dat hij op 13 jarige leeftijd naar Italië werd gestuurd om daar boekhouden te gaan leren, de vader van Jan had een toekomst in de handel voor zijn zoon voor ogen. Aldus ging Jan Pietersz. Coen naar Rome, in die dagen een wereldstad, zeker in vergelijking met Hoorn. Ook zetelde de paus in Rome, in die dagen een wereldvorst. Hoewel Coen was niet katholiek maar protestant, heel Hoorn was protestant geworden en tijdens de beeldenstorm was zoveel mogelijk dat aan het katholieke geloof deed herinneren vernietigd. We kunnen Coen gewoon als een “ketter†beschouwen, die zich tussen de katholieken moest handhaven, een harde leerschool dus.

In die jaren gingen Hollandse jongens naar Italië òf om schilderen te leren òf boekhouden. Dat boekhouden was in die jaren zeer modern en was uitgevonden door een pater, Luca Pacioli. Dit was het zgn. dubbel boekhouden, een systeem met dubbele inschrijvingen. Elke verrichting wordt zowel ingeschreven in een dagboek of journaal als op een T-rekening, grootboekrekening genoemd. Bovendien worden de bedragen telkens zowel aan de crediteurenkant als aan de debiteurenkant ingeschreven. Deze vinding was echt revolutionair, je zou het kunnen vergelijken met de uitvinding van Windows door Bill Gates. Dat het Italiaanse boekhouden zeer belangrijk was blijkt wel aan alle woorden die wij via dit boekhouden nog steeds in onze taal gebruiken. Zoals giro, bank, bankroet, kapitaal, kassa, debet, credit, saldo, agio enz.

Coen verblijft 6 jaar in Rome, en zal de opleiding en de ervaring die hij daar heeft opgedaan cruciaal blijken voor zijn verdere loopbaan. Toen hij naar Hoorn terugkeerde, was er op handelsgebied veel veranderd, er voeren nu veel schepen naar Indië en was de VOC inmiddels opgericht. Voor de VOC-tijd beconcurreerden de steden elkaar met eigen ‘compagnieën van verre’. Vooral de Amsterdammers en Zeeuwen voerden een hevige strijd. Na de val van Antwerpen in 1585 waren veel Vlamingen naar Middelburg of naar Amsterdam gevlucht. Voor die tijd was Antwerpen de grootste en belangrijkste handelsstad in de Nederlanden. Vlamingen vluchtten naar Middelburg omdat die stad dichtbij was, of naar Amsterdam, dat de tweede belangrijke handelsstad was, groot geworden door de graanhandel met de Oostzeelanden. De Vlamingen brachten kennis en kapitaal naar het Noorden en zijn een zeer belangrijke factor in het welslagen van de vestiging van de handelsroute tussen Nederland en Oost-Indië geweest. Hoorn was meer een besloten gemeenschap, er vestigden zich weinig gevluchte Vlamingen in het stadje.

In december 1607 vertrekt Coen voor het eerst naar Indië. Hij bevindt zich op een vloot van 13 schepen op het schip de “Hoornâ€. De vloot staat onder leiding van admiraal Pieter Willemszoon Verhoeff. Coen heeft bij de VOC dienst genomen als onderkoopman, een zeer hoge rang voor een jongen van 20 jaar. De schepen uit Hoorn, Enkhuizen en Amsterdam vertrekken vanaf de rede van Texel, de schepen uit Zeeland voegen zich later bij de vloot. De tocht gaat langs de Kaap Verdische eilanden. Daarna vaart het schip richting Brazilië, daar wordt bij de kust een scherpe bocht gemaakt en varen de schepen op het zgn. karrenspoor, zo genoemd vanwege de zeestroming, via Sint Helena naar Kaap de Goede Hoop en dan naar Mozambique, dat nog Portugees is. Er wordt onderweg een Portugees schip buitgemaakt. In die jaren waren de Portugezen de aartsvijand van de Nederlanders en deed men er alles aan om elkanders schepen te kapen, zo kwam men op een eenvoudige en legitieme wijze aan handelsgoederen. De schepen doen de kust van Malabar in India aan, en gaan ook naar de Coromandelkust. Daar worden katoentjes gekocht, die op Banda en de Molukken geruild zullen worden voor kruidnagels, foelie en nootmuskaat. Daarna langs de kusten van Ceylon en Sumatra naar Johore. In die jaren had de VOC nog maar weinig nederzettingen in de vorm van forten. Wel had ze hier en daar handelsposten de zgn. loges. In elke plaats moest onderhandeld gaan worden over de prijs van de producten. Deze prijs was hoog, want er was veel belangstelling, ook vanuit andere Europese landen zoals Engeland, Frankrijk en Denemarken. En daar waren natuurlijk de Portugezen die toen reeds bijna 100 jaar zaken in deze regionen deden. Zij hadden reeds contacten met Inlandse vorsten gesloten en bezaten forten op strategische punten. De reis van de vloot van Verhoeff is ook bedoeld om bij de loges kooplieden achter te laten en zoveel mogelijk schade aan de Portugezen toe te brengen, er waren daartoe 250 soldaten meegekomen. De vloot vaart via de peperhaven Bantam naar de Molukken en Banda. Op 5 april 1609 krijgt de vloot het doel van de tocht Banda, in zicht. Daar moet geprobeerd worden de alleenhandel in de nootmuskaat, die alleen maar op deze nietige eilandjes groeit, voor de VOC veilig te stellen. Er is sprake van een hinderlaag door de Bandanezen gelegd en waar vele Nederlanders, inclusief admiraal Verhoeff in omkomen. Jan Coen is een van de weinige mannen die aan het bloedbad ontkomt. Het voorval wordt door de Nederlanders beantwoord met plunderingen. Veel van de schepen gaan op eigen houtje naar andere eilanden om zoveel mogelijk specerijen op te kopen. Coen ergert zich mateloos aan de organisatie van deze tocht en ook aan het gedrag van de Bandanezen. Na een tocht van bijna 4 jaar keert de “Hoorn†op 28 juni 1611 terug. Coen zal rapport aan de leiding van de VOC, de Heeren XVII, uitbrengen. Hij geeft hierin diverse adviezen, hetgeen een uitstekende indruk op de VOC-leiding maakt.

hoorn
Standbeeld van Coen voor het stadhuis van Hoorn dat op 30 mei 1893 is onthuld

hoorn
De Waag van Hoorn

hoorn
Het Statencollege.

Tegenwoordig is in dit gebouw het West Fries Museum gevestigd. Het diende tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden als vergaderplaats voor de Gecommitteerde raden van West-Friesland en Hollands Noorderkwartier.



Vervolg>>


Reacties

Geen reacties

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.