17 juli 2010

Hoorn : Wereldhaven & VOC-kamer (II)

Hoorn
Dat de Heeren XVII de adviezen zo maar van Coen overnamen wekt geen verwondering, geen van deze heren had praktijkervaring in Indië. Coen was een

man met een scherpe blik, hij keek goed om zich heen en had visie. Op 12 mei 1612 vertrekt Coen voor de tweede maal naar Indië, nu in de rang van opperkoopman en voert hij het bevel over enige schepen. Tijdens de tocht laat hij zijn mannen zo weinig mogelijk aan land gaan, daar dit teveel tijd kost. Alleen bij de Kaapverdische eilanden wordt aangelegd om water in te nemen en herstelwerkzaamheden uit te voeren. Daarbij wordt er door de bewoners een aanval op de mannen uitgevoerd, dat kost 13 doden. Voor het overige loopt de reis zeer voorspoedig, hetgeen Coen dankt aan "Gods genade en de pruimen". Coen was een zeer godsvruchtig man, tevens had hij pruimen en limoenen meegenomen als middel tegen de scheurbuik. Op 9 februari 1613 arriveert Coen in Bantam. De situatie is ernstig aldaar, de VOC pakhuizen zijn verbrand en de aanwezige Nederlanders gedood, Coen is woedend. Hij heeft geen goed woord voor de inlanders over, waarvan hij schrijft dat zij leven als beesten, dat van ‘kwade planten geen goede vruchten kunnen worden verwacht’ Ook verafschuwt Coen de Engelsen, waarvan hij niet begrijpt wat ze in dit gedeelte van de wereld te zoeken hebben, uiteraard zijn de Portugezen zijn aartsvijanden en van de volkeren in de Archipel vertrouwt hij de Bandanezen het minst. Ook aan Chinezen heeft hij een hekel, doch prijst hen om hun vlijt en handelsgeest. Hij heeft een grote bewondering voor Japanse krijgslieden, vanwege hun vechtlust en discipline. Van zijn eigen mannen vindt hij het scheepsvolk goddeloos en de leiding is alleen maar uit op eigen winst. Ten slotte bekritiseert hij ook de Heeren XVII, die hij een gebrek aan inzicht en visie verwijt. Hij wordt daarop in 1613 benoemd tot directeur-generaal, de op één na hoogste functie in Indië. Wel verzoekt de leiding van de VOC hem in te binden, hetgeen Coen morrend accepteert.

De Kamer Hoorn was een van de kleinere VOC kamers. In december 1603 vertrokken de eerste schepen van de Kamer Hoorn het fluitschip "Hoorn" en het jacht "Medemblik" naar de Oost. Overigens was het fluitschip een Hoornse vinding. Het Fluitschip is in 1594 ontworpen door de Hoornse koopman Pieter Jansz Liorne. De eerste fluit werd in 1595 in Hoorn gebouwd. Er werd veel kritiek op dit ontwerp geuit, tot dat men het te water liet, waarna bleek, dat het sneller zeilde dan de meeste andere schepen. En kon door zijn geringe diepgang overal komen, en wat belangrijker was het kon veel meer vracht vervoeren. Het verhaal wil, dat Liorne het idee voor dit nieuwe schip had opgedaan uit de Bijbel, uit het verhaal over de ark van Noach. Er staat ook in hoe groot die ark precies was. Daarom liet Liorne op een van de Hoornse scheepswerven een schip bouwen volgens die afmetingen. Aanvankelijk werd Liorne door iedereen uit gelachen en was hij het mikpunt van allerlei spotternijen, maar al spoedig bleek zijn schip een groot succes. In nog geen acht jaar tijd werden in Hoorn alleen al meer dan 80 van deze fluitschepen gebouwd. De lengte nam gaandeweg zelfs toe tot wel zes maal de wijdte. Liorne was naast scheepsbouwer ook koopman en een van de bewindhebbers van de Kamer Hoorn. (HIER meer over deze fluitschepen)

De "Hoorn" keert in juli 1606 terug naar de thuishaven, de “Medemblik†arriveerde daar pas in Mei 1608. Het laatste schip dat vanuit Hoorn naar de Oost vertrok was de ‘Eendracht’, die op 27 december 1793 zee koos en pas op 5 november 1794 in Batavia aankwam. Deze Oost-Indiëvaarder werd na de opheffing van de VOC in 1795 te Batavia verkocht. Vanuit Hoorn vertrokken 297 schepen naar de Oost. Drie kwamen nooit aan, twee schepen vergingen, terwijl de "Huigenward" in 1711 door de Fransen werd veroverd. Onder de vlag van Hoorn keerden 228 rijk beladen schepen terug, dertien schepen kwamen nooit aan. Negen schepen vergingen en drie werden er door de Engelsen buitgemaakt. De "Popkensburg", die voor de Kamer Zeeland was gebouwd, voer in 1781 voor de Kamer Hoorn. De retourvloot week na het uitbreken van de Vierde Engelse Oorlog uit naar Cadiz. De schepen konden niet meer uitvaren en werden ter plaatse verkocht.

Willem Corneliszoon Schouten was ook afkomstig uit Hoorn. In 1601 maakt hij als schipper op de "Duyfken’ voor de Oude Compagnie, een voorcompagnie van de VOC, zijn eerste reis naar Bantam. In 1603 voer hij voor de VOC als schipper op de "Delft" naar Atjeh. Hij is echter vooral bekend geworden door de reis die hij samen met Jacob le Maire ondernam om een nieuwe westelijke doorgang naar Azië te vinden. Jacob le Maire was de zoon van Isaac Le Maire, die in Doornik was geboren. Isaac week uit naar Holland nadat Doornik en de rest van de Zuidelijke Nederlanden in handen van de Spaanse koning viel. In 1585 vestigde hij zich in Amsterdam. Hij trouwde met Maria van Walraven en kreeg 22 kinderen, een erg nijvere Belg dus. Isaac was een zeer rijk man, hij was met f 85.000 de grootste intekenaar bij de Amsterdamse VOC Kamer. Overigens waren er van de 1143 inschrijvers bij deze Kamer 39 Duitsers en maar liefst 301 Zuid-Nederlanders. Ondanks dat hij de grootste deelnemer in de Amsterdamse VOC was hekelde hij de staatsrechtelijk beschermde monopoliepositie van de VOC. Omdat hij vond dat het vrije initiatief van de ondernemers een kans moest krijgen, besteedde hij tientallen jaren van zijn leven aan de bestrijding van de VOC. Ondanks verschillende ontdekkingen die de zoon van Le Maire deed, is Le Maire totaal vergeten in de Nederlandse maritieme geschiedenis.


Willem Corneliszn Schouten
Willem Czn Schouten

Om een andere doorgang naar de handelsgebieden in de Oost te vinden, richtte Isaac de Australische Compagnie, ook wel de Zuidelijke Compagnie genoemd, op met als doel een route westwaarts te vinden naar de Molukken, handel te drijven in de Grote Oceaan en het veronderstelde Groote Zuidland te ontdekken. Vanouds dachten de aardrijkskundigen dat er op het zuidelijk halfrond een groot land moest liggen dat zeker zo groot was als het land van het noordelijk halfrond, omdat anders de aarde niet in evenwicht zou blijven. Reeds veel ontdekkers hadden gezocht naar dit Zuidland, maar vooral vanwege de passaatwinden waren ze steeds aan Australië voorbij gevaren. Isaac le Maire rustte twee schepen uit, de “Eendracht†en de “Hoornâ€, die op 14 juni 1615 vanuit Texel vertrokken. Zijn zoon Jacob was commandeur van de missie, en Willem Cornelisz Schouten was schipper op de "Eendracht". Door via Zuid Amerika te varen hoopten zij de regels van de VOC te ontduiken. Via Sierra Leone kwamen zij in december aan in Porto Desire (Puerto Deseado) aan de kust van Patagonië in Argentinië, waar de “Hoorn†bij onderhoud op 19 december door brand verloren ging. Op 13 januari 1616 vertrok de "Eendracht" en op 24 januari ontdekten zij een doortocht tussen Vuurland en Stateneiland. Deze doortocht heet nu Le Maire Straat. Opmerkelijk snel, in vijf dagen, wisten zij Kaap Hoorn, die ze noemden naar hun thuishaven, te ronden. In de Grote Oceaan begonnen er ruzies tussen Le Maire en Schouten, de schipper vond het te gevaarlijk om steeds zuidelijker te varen op zoek naar een land dat misschien niet eens bestond. Schouten wist iedereen te overtuigen en men wendde het roer richting Molukken. In de Zuidzee ontdekten zij een groep eilanden die zij de Hoornse eilanden noemden, een naam die later door cartografen werd overgenomen: de huidige naam is ÃŽles de Horne. De andere eilanden die ontdekt werden en nog nooit door blanken waren bezocht kregen o.a. de volgende namen Hondeneiland, Eiland zonder Grond, Watereiland, Vliegeneiland, Kokoseiland, Verraderseiland en Eiland van goede Hope.

Op 17 september kwam de “Eendracht†op Ternate aan, daar trof men Gouverneur-generaal Reael. De ontvangst was allerhartelijkst, Schouten en Le Maire dineerden met Reael en met saluutschoten werd weer afscheid genomen. Bij aankomst in Jacatra werden op 2 november 1616 schip en goederen in beslag genomen, omdat de toenmalige tweede man na de Gouverneur-generaal en fervent verdediger van het VOC-monopolie Jan Pieterszoon Coen niet geloofde dat Schouten en Le Maire een andere route dan de Straat Magellaan hadden gevonden, en dus het VOC-octrooi hadden geschonden. Coen had brieven van de Heeren XVII ontvangen waarin de komst van Schouten en Le Maire werd aangekondigd. De “Eendracht†en alle goederen aan boord werden in beslag genomen. Schouten en Le Maire werden naar Nederland teruggestuurd, maar Le Maire overleed tijdens de reis op 22 december 1616. Vader Isaac heeft jaren geprocedeerd voor hij een schadevergoeding kreeg voor het in beslag genomen schip.

hoorn
Uitzicht op de Hoofdtoren

hoorn
De Hoofdtoren aan het houten hoofd, de toegang tot v/m Zuiderzee

Gebouwd in 1531 en is een van de laatste verdedigingswerken van Hoorn die nog bewaard is gebleven. De klokkentoren is in 1651 toegevoegd

hoorn
Het oude wapen van Hoorn op de toren.

hoorn
Een scheepskist van een VOC-bemanningslid.

De E onder VOC staat voor Enkhuizen.
Foto gemaakt in het West Fries Museum.


Vervolg >>

Reacties

Oost vertrok was de ‘Eendracht’, die op 27 december 1797 zee koos en pas op 5 november 1794 in Batavia aankwam. Deze Oost-Indiëvaarder werd na de opheffing van de VOC in 1795 te Batavia verkocht. Vanuit Hoorn vertrokken

He Lon staat een foutje in je jaartallen
Gr MArk (koiboyke)
17 juli 2010 09:14:00
Dank Mark, een kwestie van een typo, 1797 moet 1793 wezen, is inmiddels verbeterd.
17 juli 2010 09:28:23

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.