Reacties
h0mpy schreef:
In zijn tijd was alles natuurlijk anders. In deze tijd, naar de huidige normen, kan men zeer zeker moreel bezwaar maken tegen deze man. Ik vind dat ie op 2 manieren omschreven moet worden. Voor de Nederlanders toen, en de nasleep daarvan, heeft hij geweldige dingen tot stand gebracht. Anderzijds is het gewoon een klootzak.
Persoonlijk denk ik ook dat hij voornamelijk een klootzak was. De meeste lui die wat betekend hebben, en betekenen, zijn klootzakken.
Je zei ergens dat wij zelf onze eigen verhalen er van moeten maken. Na het lezen van een redelijk ongecensureerd dagboek van een WIC officier kan ik, na het uithangen van de klootzak, alleen nog maar veel ketserij toevoegen aan het het verhaal.
Leuk om het weer te lezen.
Persoonlijk denk ik ook dat hij voornamelijk een klootzak was. De meeste lui die wat betekend hebben, en betekenen, zijn klootzakken.
Je zei ergens dat wij zelf onze eigen verhalen er van moeten maken. Na het lezen van een redelijk ongecensureerd dagboek van een WIC officier kan ik, na het uithangen van de klootzak, alleen nog maar veel ketserij toevoegen aan het het verhaal.
Leuk om het weer te lezen.
20 juli 2010 17:25:11
Startpagina
Admin-login
RSS
Fan worden
Hoorn : Wereldhaven & VOC-kamer (Slot)
nu Jakarta heet. In Hoorn kende iedereen tenslotte iedereen. Hoorinezen werkten ook samen met personeel uit West Friesland, dat liep goed, want de mensen begrepen elkaar. Zo werkten de Zeeuwen ook met Zeeuwen. West Friesland en Zeeland waren goed bevolkte gebieden met voldoende personeel. Die Schouten is nooit beroemd geworden, dat kwam door de beschuldigingen van Coen dat Schouten de VOC regels had overtreden. Overigens voer Schouten na terugkeer in Nederland opnieuw voor de VOC en overleed 1625 in Madagaskar. Hij werd begraven in de Noorderkerk in Hoorn. Bontekoe en Coen daarentegen konden goed met elkaar overweg. In die jaren waren zij beiden ongetrouwd. Wie weet zaten zij beiden, als ze vrij hadden, aan de drank en achter de Balinese vrouwtjes aan. Coen trouwde tijdens zijn verlof in Nederland in 1625 met Eva Ment, een 19 jarige dame uit een verarmd Amsterdams regentengeslacht, hij nam haar mee naar Batavia. Ook Bontekoe trouwde, maar na terugkomst in Hoorn, hij was toen hij trouwde, evenals Coen 38 jaar oud. Bontekoe trouwde met Eeltje Bruijns uit Hoorn. Een jongere broer van Bontekoe, Pieter was sinds 1618 getrouwd met een zuster van J.P. Coen, Aafje, dus waren ze ook nog eens familie van elkaar. Dat kan verklaren waarom ze zo close met elkaar waren en goed samenwerkten. Al met al voldoende ingrediënten voor een mooi verhaal, echter ik geef alleen maar feiten en verwacht dat de lezer zijn eigen verhaal maakt.
Het is ook verbazingwekkend hoe snel de Nederlanders met hun VOC de handel in Azië begrepen en onder controle hadden. In het begin van de 17e eeuw voeren Nederlandse schepen echt over de gehele wereld, de wereld die toen bekend was. Hele stukken van deze wereld lagen er ongebruikt bij, want werden niet of nauwelijks, hoogstens door “wilden” bevolkt. In 1625 waren de productiegebieden van nootmuskaat, foelie en kruidnagelen onder VOC controle. Men had snel door dat er geen belangstelling voor Europese producten was, behalve zilver. Er werden overal in Azië ingekocht waarmee geruild kon worden. De specerijen in de Molukken werden verkregen door ruil met textiel dat uit India en omgeving kwam. Men had veel afgekeken van de Portugezen, die inmiddels tezamen met de Spanjaarden uit de archipel waren verdreven, ook hadden de Britten de aftocht moeten blazen. Dit alles was onder Coen tot stand gekomen, maar niet volgens zijn ideeën. Die ideeën waren al eerder ontstaan. Een van de grondleggers van de VOC macht in de archipel was Cornelis Matelief de Jonge, die van 1605 tot 1608 in Indië verbleef. Hij trad voortdurend tegen de Portugezen op, in Malakka en de Molukken. Daar maakten de Spanjaarden, die op de Filipijnen zaten handig gebruik van. Matelief was degene die met het idee kwam dat het beleid in Indië vanuit een centraal punt gevoerd moest worden. Tot op dat moment trokken de Nederlanders, op zoek naar handel, rond met hun vloten. Er moest dus een hoofdkantoor in de Archipel komen. Dit kwam er, in de Molukken, Pieter Both was degene die de macht van de Portugezen en Spanjaarden in de Molukken definitief brak. De VOC vestigde zich aldaar. Pieter Both zag echter in dat Java heel belangrijk was, Java was immers de rijstschuur van de Archipel. Na contacten met sultan Agung van Mataram, mocht de VOC in 1614 een loge te Jepara openen.
Laurens Reael, die Both als gouverneur-generaal van de VOC opvolgde, was een voorstander om de Molukken via de commerciële weg in te palmen. Ook Steven van der Hagen was die gedachte toegedaan. Deze laatste was de veroveraar van Ambon, hij was ook een groot kenner van de Molukken, want heeft er drie perioden van zes jaar doorgebracht. Deze ideeën werden echter doorkruist door J.P. Coen die met harde hand het monopolie van de VOC vestigde. Ondanks dit alles is Coen eeuwenlang een voorbeeld voor de Nederlandse jeugd geweest, een standvastig iemand waar niet mee te spotten viel. Dit imago is de laatste tientallen jaren afgebrokkeld, en is de voormalige Hoornse boekhouder iemand geworden die verguisd wordt, waarvan we moeten vinden dat hij een oorlogsmisdadiger is. Zijn standbeeld in Hoorn staat er volgens velen ten onrechte. Wij Nederlanders worden tegenwoordig geacht tegenover een slavernijmonument over onze slechtigheid na te denken, omringd door zwartjes die ons uitlachen en bespotten. Het monument voor van Heutsz is inmiddels omgebouwd tot iets waar wij over Indië dienen te mijmeren, Van Heutsz is weggestreept uit de geschiedenis.
Overigens komen de uitdrukkingen “Dispereert niet…” en "Daar kan iets groots verricht worden..” uit de pen van Coen. Hij schreef ooit aan de Heeren XVII: “In Indien connen wij nae mijn opinie nyet bestaen sonder authoriteyt ende macht onder soete gevoechelijke middelen en redenen te mengen.” “Connen wij geen vrienden zijn, laet ons d’oorloch publiceren en laat ons oorloch voeren.” “Dispereert niet, onsiet uwe vijanden niet, daer en is ter wereldt niet dat ons can hinderen noch deeren, want Goidt met ons is; en trect voorgaande misslagen in gheen consequentie, want daer can in Indien wat groots verricht en daer connen tegelijck jaerlics groote rijke retoeren gesonden worden…”
In v/h Batavia heeft vanaf 1876 een groot standbeeld van J.Pzn Coen gestaan, voor wat nu het Gedung Putih heet. Dit beeld werd ter ere van het 250 jarig bestaan van Batavia geplaatst. Het beeld is in 1943 door de Japanners naar beneden gehaald.
Loop ik door Amsterdam dan is er hier en daar nog veel dat aan Coen herinnert.
Hoofdingang Tropenmuseum (KIT)
Maar is er ook:
De Koopmans beurs van Berlage aan het Damrak
Aan de gevel van het Scheepvaarthuis dat tegenwoordig een luxe hotel is, door Hildo Crop
JP Coen als wayang kulit
(Wayang Museum, Jakarta)
Om de voorgaande stukjes te kunnen schrijven heb ik de volgende boeken gebruikt:
J.P. Coen – Dagen en daden in dienst van de VOC - Ruud Spruit;
De Haan Indië-documenten, Unieboek, Houten 1987 ISBN 90 269 4230 3
Heren investeren, De bewindhebbers van de West-Friese Kamers van de VOC - Hans Bonke en Katja Bossaers Haarlem, Hoorn, Enkhuizen 2002 ISBN: 90-80202371
Willem Ysbrantz Bontekoe, Iovrnael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe. De wonderlijke avonturen van een schipper in de Oost, 1618-1625 ISBN 90-73853-08-7 Terra Incognita – Amsterdam 1996
De geschiedenis van de VOC -.Gaastra, Femme S. -
Zutphen: Walburg Pers, 2002. ISBN 90-5730-184-9
De waaier van het fortuin. Van handelscompagnie tot koloniaal imperium. De Nederlanders in Azië en de Indonesische Archipel 1595-1950. J.J.P. de Jong, 1998, SDU Uitgevers, Den Haag, ISBN 9012086434
Verder diverse bronnen van het internet.
Toen ik daar in het Hoornse rondliep lette ik ook op of er zaken waren die mij aan Indonesië deden denken, niet het Indië van Coen dus, maar de R.I.
In het Westfries Museum, dat overigens zeer de moeite waard is, trof ik deze opgezette paradijsvogel boven op een kast aan. Stel je toch een voor dat je met zo een beessie in je bagage op Schiphol wordt gepakt. Overigens werd ik na het maken van dit kiekje erop gewezen dat ik niet mocht flitsen in het museum. Ik vond het al vreemd dat er van die kwaaie grijze koppen naar mij keken.
Het Westfries museum heeft trouwens een erg mooie site, die vindt u HIER.
Verder zag ik nog in een etalage deze 4 wayang golek poppen
op een vrachtauto staan.
Dit stuk is eerder in Mei 2007 gepubliceerd op het londoh.forum.