Reacties
Udien schreef:
Zeer goed informatie,
het geeft mij idee hoe de situatie was,en de schiedenis van oostindie.als Nederlands sprekende gids in Indonesie ben ik blij dat ik zo'n informatie kan vinden in dit blog.
Hartelijk bedankt.
het geeft mij idee hoe de situatie was,en de schiedenis van oostindie.als Nederlands sprekende gids in Indonesie ben ik blij dat ik zo'n informatie kan vinden in dit blog.
Hartelijk bedankt.
20 december 2009 00:55:36
Startpagina
Admin-login
RSS
Fan worden
Titik Balik (II)
niet iedere auteur schrijft even lekker. Soms is zo een artikel heel saai om te lezen, dan moet de materie wel heel interessant zijn, wil ik doorzetten. Zo een artikel was "Citra Makassar yang hilang dari Kota Niaga ke Kota industri" door A. Rashid Asba. Het is iemand uit Makassar, die daar heeft gestudeerd en over zijn eigen stad schrijft. Dat is natuurlijk iets dat veel voorkomt. Hij probeert erg veel in 18 pagina's te proppen een paar zaken worden daardoor overbelicht. Het begint met het heden van Makassar, daarna het ontstaan van de stad. Dan de bloeitijd van de haven aan het begin van de 20ste eeuw en het ontstaan van oliefabrieken, vanwege het vele kopra dat in de haven van de stad werd doorgevoerd. Een onderdeel is gewijd aan het bankwezen in Makassar aan het begin van de 20ste eeuw. Op zich allemaal interessante materie, maar in een te kort bestek behandeld met veel namen en cijfers. Niet het soort artikel dat ik graag lees. Ik doe echter zoiets soms toch want er blijft altijd wel iets hangen.
Het eerste artikel dat ik in het boek las, aangetrokken door de titel, was voor mij het meest indrukwekkende, want er wordt een mythe in ontrafeld, op een geweldige manier, een mooi staaltje van historisch onderzoek. Het heet "Mendekonstruksi Mitos Pembangunan Jalan Raya Cadas Pangeran 1808: Komparasi Sejarah dan Tradisi Lisan" en is geschreven door Djoko Marihandono. Hij is tevens de samensteller van het boek. Het gaat over de bouw van de Groote Postweg o.l.v. Herman Willen Daendels. Daar heeft een ieder die zich interesseert voor de geschiedenis van Nederlands Oost Indie zeker over gehoord en Daendels kwam er in deze geschiedenis niet best vanaf. De onderzoeker probeert in zijn stuk aan te tonen dat de feiten heel anders zijn, wat het tot een zeer boeiend geheel maakt. Hij heeft o.a. gebruik gemaakt van brieven afkomstig uit het Arsip Nasional te Jakarta, diverse rapporten uit Nederlandse bron en Nederlandse en Indonesische historische werken. Daarbij bevond zich het rapport van Daendels aan de Nederlandse regering met de titel "De staat der Nederlandsche Oostindische bezittingen onder het bestuur van den Generaal Herman Willem Daendels 1808 - 1811" dat in 1814 uitkwam.
Herman Willem Daendels
Daendels is een historisch figuur die mij tot de verbeelding spreekt, hij werd de "IJzeren Maarschalk" genoemd, een titel die de Javanen verbasterden tot "Mas Galak". Hij was niet alleen een goed militair, maar ook iemand met zeer moderne en vooruitstrevende ideeën. In 1807 benoemde Lodewijk Napoleon hem tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië met de rang van maarschalk. Na een lange reis via allerlei omwegen, o.a. Tanger en de Verenigde Staten, kwam hij op 5 januari 1808 aan in Batavia, waar hij op 14 januari van dat jaar de taken van G.G. Wiese overnam. De kolonie verkeerde in staat van verval, na het bankroet van de VOC. In 1799 wist het moederland niet goed wat het met de kolonie aan moest, daar het geen ervaring met het besturen van koloniën bezat. De mensen die aan de leiding in Nederlands Oost-Indië stonden zetten het bestuur voort als in de dagen der VOC. Contacten met het moederland waren schaars, want de Engelsen beheersten de wereldzeeën en voerden een blokkade rond Java uit. Contact was er vaak via de nieuwe republiek de Verenigde Staten. Ook kwam er zeer spaarzaam geld aan uit het moederland, zodat de geldcirculatie een puinhoop was. Op 1 januari kwam Daendels bij Anyar, de meest westelijke punt van Java, aan en moest toen te voet naar Batavia. Hij deed vier dagen over deze wandeling en kon met eigen ogen de toestand van de “hoofdweg” die hij volgde aanschouwen. In de maanden na zijn indiensttreding als G.G. sloeg Daendels aan het reorganiseren. Hij liet ziekenhuizen en militaire onderkomens bouwen, er werden wapenfabrieken in Surabaya en Semarang opgericht en een nieuwe militaire opleidingsschool in Batavia. Hij liet het fort "Meester Cornelis" bij Batavia en "Fort Lodewijk" in Surabaya neerzetten. Hij reorganiseerde tevens het leger, dit alles met het oog op een dreigende Engelse inval. Met hem begonnen de pogingen het bestuur op Java te centraliseren en de heerschappij van de feodale machthebbers in te perken. Daendels reisde met 1000 soldaten en enig geschut naar de kraton van de Sultan van Bantam die zich tegen het koloniale bestuur had verzet. De vermetele Daendels trok geheel alleen het grote voorplein op en eiste toegang. Een eis die kracht werd bijgezet door een op de poort gericht kanon. Toen de poort geopend werd stapte Daendels vastberaden op de oude, zwakke sultan af die de Gouverneur Generaal op zijn troon opwachtte. Daendels trok de oude vorst van zijn zetel en nam zelf plaats. "Nu ben ik koning" riep hij. Dit laatste kan een verhaal zijn uit de oudere gekleurde Nederlandse geschiedschrijving, in ieder geval werd de sultan verbannen. Onder Daendels was het voorbij met de slaafse bejegening van de Javaanse aristocratie; Daendels heette daarom de "Tuan Besar Guntur", de grote "donderende" heer. Hij voerde een moderne ambtenarij in en schafte de bestuurlijke autonomie van de handelsposten verspreid over de archipel af .
In April 1808 werd er door de Raad van Indië besloten een hoofdweg over Java aan te leggen. Deze weg zou een tweeledig doel hebben n.l. het vervoer van landbouwproducten die in de Preanger (West-Java) werden verbouwd naar de havens. Deze producten waren voornamelijk koffie en suiker. De export van deze producten was voor het Gouvernement hard nodig om aan geld te komen. Sinds de dagen van de VOC bestond er in de Preanger de gedwongen koffieteelt. Het tweede doel van de weg was om Java te kunnen verdedigen tegen een eventuele Engelse inval. Daendels liet daarom ook twee havens voor oorlogsschepen aanleggen, in de Straat Madura bij Surabaya en in de Meeuwenbaai bij de westpunt van Java. De weg zou twee Rijnse Roeden (1 RR = 3,767 meter) breed worden en bij elke Paal (1,5 km) zou er een teken komen voor het onderhoud van de weg. Die plicht viel onder de plaatselijke regent (Bupati) die dit in herendienst zou moeten laten verrichten. De zijkanten van de weg zouden beschermd moeten worden met stenen, om wegspoelen en uitrijden te voorkomen. De weg zou afgezoomd worden met schaduwbomen, w.o. de asemboom.* Na het besluit van de Raad van Indië trok Daendels via Semarang naar de vorstensteden Yogyakarta en Surakarta om daar orde op zaken te stellen. De reis Batavia - Semarang kostte in die jaren 6 dagen. In Semarang gaf hij de 36 Bupati uit de omgeving de opdracht de bestaande desawegen tot één weg te verbinden. Dit moest in herendienst geschieden, het Gouvernement weigerde hier geld aan te spenderen. Overigens werden deze herendiensten gewoonlijk verricht als betaling voor gemeenschappelijke sawa die de boeren bewerkten, deze sawa kregen ze via de Bupati toegewezen. De herendiensten kunnen dus beschouwd worden als de huurprijs voor deze gronden. De grootste problemen bij de aanleg van de weg zouden zich voordoen op het traject Buitenzorg - Karangsambung - Cipanas - Cianjur - Bandung - Parakanmuncang en Sumedang. Dit gedeelte liep over zeer hoog en steil gebergte. Daarvoor huurde Daendels 1100 arbeiders uit Java, stelde een militaire commandant aan, kolonel Lutzow, twee ingenieurs van de genie en manschappen van het leger ter beschikking. De arbeiders kregen een loon plus rijst en zout. De gereedschappen kwamen uit Batavia, met deze ploeg werd het grove werk gedaan, voor de afwerking moesten de Bupati zorgen, die moesten dit in herendienst laten verrichten. Tijdens dit project deden de grootste moeilijkheden zich voor bij het bouwen van een brug tussen Cianjur en Bandung en het uithakken van de berghelling op het traject Parakanmuncang en Sumedang. De tijdsdruk was ook groot want men wilde de weg tijdens het droge seizoen aanleggen. In een later stadium werden er nog meer arbeiders ingehuurd uit de Vorstenlanden en Cirebon om het project op tijd af te krijgen. Grote moeilijkheden ontstonden er ook op de hellingen van de Megamendung, op het traject Cisarua - Cianjur, op een gegeven moment werkten daar 400 Javanen en voegde men daar nog 500 arbeiders uit Cirebon bij. Deze arbeiders werden allemaal in kopergeld betaald. Vanwege de schaarste aan betaalmiddelen was zilvergeld in die dagen niet voorhanden en meer waard dan kopergeld. Voor de bouw van de brug over de rivier de Cicundel bij Cianjur werd er ijzer uit het magazijn van de genie ter beschikking gesteld. De planning van Deandels liep vertraging op, de weg zou op de 15e van de Lentemaand** 1810 klaar moeten zijn, die datum werd echter niet gehaald.
*) In 1980, toen ik voor het eerst in Indonesië verbleef waren deze bomen nog te zien langs de weg. Later in de 90'er jaren heb ik bij Cianjur schitterende mahoniebomen zien wegzagen vanwege verbreding van de weg. Nieuwe Bupati hebben jarenlang bij het aanvaarden van hun functie grote bomen langs wegen laten weghalen, het hout leverde kapitalen op, de wegen moesten worden verbreed in het kader van de economische vooruitgang. Zij die er het meest op vooruit gingen waren de Bupati.
**) De namen van de maanden in die jaren waren : Louwmaand, Sprokkelmaand, Lentemaand, Grasmaand. Bloeimaand, Zomermaand, Hooimaand, Oogstmaand, Herfstmaand, Wijnmaand, Slachtmaand en Wintermaand,
Vervolg>>