Reacties
DP Tick schreef:
Beste Lionel;
De lekkerste sinaasappels,die ik ooit heb gegegeten zijn die uit Midden-Zuid-Timor.Daar is het een mild klimaat/ligt wat hoog.
Dat zouden ze hier in NL moeten verkoopen.Dat zou dan erg beroemd worden.
Okay;tabe:
Donald Tick,
De lekkerste sinaasappels,die ik ooit heb gegegeten zijn die uit Midden-Zuid-Timor.Daar is het een mild klimaat/ligt wat hoog.
Dat zouden ze hier in NL moeten verkoopen.Dat zou dan erg beroemd worden.
Okay;tabe:
Donald Tick,
21 mei 2009 16:58:41
Startpagina
Admin-login
RSS
Fan worden
Naar Entikong
voor het zeer luid versterkte "Allah Akbhar", dat een nieuwe dag aankondigt, op te staan. Het was op dit vroege tijdstip al zeer druk in de ontbijtzaal. Er zat een groep ambtenaren op werkbezoek. Na het onbijt hield ik me bezig met het bekende ritueel van bagage pakken, kamer afrekenen en ojeg bellen. Ik had die ochtend een zwaar gevoel op de longen en voelde enige koorts, ik had het vermoeden dat ik een kou had gevat, net op een dag dat mij dit helemaal niet uitkwam. Ik ging even een luchtje scheppen in de frisse ochtendlucht, maar toen ik langs de weg stond op de ojeg te wachten brak het klamme zweet mij uit. Op dat soort momenten denk ik meteen aan de vreselijkste ziektes, misschien omdat ik zelden ziek ben. Ik besloot dat ik K. zou krijgen, mijn vooruitzichten leken dus niet al te best, ik zou nooit meer naar Nederland terugkeren en in Pontianak wist men zich geen raad met mijn lijk, dat toen men het vond al helemaal leeg gestolen bleek te zijn. De ojeg kwam er aan, hij verexcuseerde zich dat hij 5 minuten te laat was, ik moest in mezelf lachen, ik ging mijn bagage ophalen, en we togen op weg. De tukang ojeg had als ontbijt een vette Dji-Sam-Soe opgestoken en manoeuvreerde met een hand aan het stuur door het al vrij drukke verkeer. Bij een stoplicht ging zijn HP'tje af, dat werd moeilijk, in een hand een kretek, de andere aan het stuur om gas te houden, maar hij greep op wonderlijke manier toch zijn HP, klemde die tussen zijn oor en helm en begon weer met zijn "Bisa, bisa, Bisa", "Iya, Iya, Iya", "OK, OK, OK". Het licht sprong op groen en er werd vervaarlijk door hem gezwaaid, met zijn brommertje dan. Ik dacht : "Zal ik protesteren?". Ik zag er vanaf, want ik weet hoe behendig de Indonesiër in veel gevallen is, zeker een tukan ojeg, die op transportgebied toch wel het e.e.a. gewend is. Hij manoeuvreerde een smal straatje in, daar stonden twee kleine bussen met een bordje "Entikong", helemaal leeg. Eentje werd er met goederen geladen. Ik vertrouwde het zaakje niet helemaal, dit zag er als een uren-wachten-situatie uit. Ik moest die dag persé in Entikong aankomen, mijn visa zou aflopen en ik had informatie dat de grenspost om 17.00 u zou sluiten, dat was het einde van de werkdag. Nou zat ik niet met het probleem dat ik een dag overstay zou wezen, dat viel zeker wel af te kopen, maar waarom zou ik mij een moeilijk gesprek met een imigrasi-ambtenaar op de hals halen. De tukan ojeg vertelde dat als ik zeker een bus wilde hebben we naar de terminal moesten en dat die nogal ver was. Ik zei dat we dan maar naar de terminal moesten. We namen de brug over de Kapuas en reden dezelfde weg als gisteren langs de kampung waar de keraton lag, de Tugu Khatulistiwa (evenaar monument) en nog verder. We kwamen uiteindelijk bij de terminal aan. Mijn tukang ojeg reed voorbij alle calo recht op de bus af die naar Entikong zou gaan, hij had meteen degene die de kaartjes verkocht in de gaten. Het was eigenlijk een zeer slimme jongen, hij had verteld dat zijn vader een Bugis was en zijn moeder Dayak, dus een leuk mengsel. Ik zocht een plek uit in de kleine bus. Het gangpad was verhoogd, daar lagen tikar met daarop karton, dat maakte het gangpad zo laag dat daar voor mij nauwelijks te lopen viel, hierdoor lagen de bankjes ook "verzonken". Ik nam de plek bij de deur, zou waarschijnlijk ook niet al te warm wezen. Ik zette mijn koffertje op de bank neer als teken van "deze plaats is bezet" en stapte weer uit om op het vertrek te wachten. De kosten bedroegen 55.000 Rp. Ik vroeg me af hoe lang de rit duren zou en wat de toestand van de wegen zou zijn.
Ik gaf de tukan ojeg een biljet van 50.000 Rp, ik was tevreden over hem en hij keek aangenaam verrast. Hij bood aan om koffie te gaan drinken. In het koffiehuis op de terminal kreeg ik een heel klein glaasje koffie voor mijn neus, het leek wel espresso, zo smaakte het ook. Op deze manier drinkt men in dit deel van Indonesië koffie, gefilterd. De tukan ojeg kocht ook nog wat water voor me en zei dat ik ook permen moest meenemen voor onderweg. Wat een verschil met een Javaan die je goed beloond, dat mondt meestal uit in gezeur op een huilerige toon om nog meer, meestal heb je op dat moment al spijt dat je tevredenheid in geld uitdrukt. Ik werd geroepen om in de bus plaats te nemen en nam afscheid van de ojeg, om 0800 u. was de bus onderweg naar Entikong. Ik voelde me eigenlijk beroerd, het leek alsof ik een verkoudheid had opgelopen, dat kwam door de AC in hotel Kapuas Dharma, die stond meedogenloos op het bed gericht, ik had dan wel onder de dekens geslapen, maar ook om af te koelen bezweet op bed gelegen. Na een uur gereden te hebben had ik al geen zin meer. Dat kwam zeker ook door de keiharde zeer eentonige housemuziek die uit de luidsprekers in de bus schalde. Het verzetten van de gedachten lukte me nauwelijks. Ik keek naar buiten, doch het landschap boeide me niet, vlak, veel kokospalmen en sawa. De dorpen waren vol gezet met huizen van zeer saaie architectuur. Veel verroeste en oerlelijke daken van zinken golfplaat. Een dak van palmbladeren dat zoveel mooier is was nauwelijks te bekennen. Zo verstreek de tijd. Dorp na dorp, af en toe een heuvel in het landschap waarvan ik een beetje opkikkerde, maar het waren niet meer dan groene bulten in de verte. Af en toe verschenen er rubberplantages, met bomen door mesgroeven verwond, ook sinaasappelplantages, want de jeruk Pontianak zijn bekend over heel Indonesië. In de stad werden ze verkocht voor 10.000 Rp voor drie kilo. Mij doe je er geen plezier mee, hoewel de smaak goed is zitten deze vruchten vol pitten en harde vellen, niet zo geweldig als je de sinaasappelen uit Spanje en Marokko gewend bent. In sommige dorpen lagen er grote plakken vieze rubber te drogen. De ideale grondstof voor condooms. We reden maar en ik voelde me beroerd, reizen is echter vaak afzien, zeker als de tocht door onbekende gebieden gaat naar niet eerder bezochte bestemmingen. Na drie uur stopte de bus, in Ngabang. Ik keek op het buskaartje waar de plaatsen langs de route stonden gedrukt en zag dat we al aardig opschoten. We stonden voor een restoran muslim, ik stapte naar binnen om iets te eten, het voedsel zag er grauw uit, dat kwam misschien ook wel door mijn stemming. Ik zocht wat vis en slap gekookte bonen bij de rijst uit en bestelde een koffie, weer zo een klein glas. Ik knapte er enigszins van op. Na een half uur reden we veder. Het gebied werd wat heuvelachtig, doch de weg die zeer goed was geweest begon hier en daar wat gaten te vertonen waar we langzaam hobbelend door heen moesten. In het landschap verschenen kelapa sawit, oliepalmen, in lange eentonige rijen. Ik vind dit het vervelendste landschap dat men in Indonesië aan kan treffen, en er is zoveel van. het lijkt of de overheid bezig is alle bossen te laten kappen en te vervangen door deze palmen, want dat brengt geld in het laatje. Indonesië is inmiddels de grootste palmolieproducent ter wereld.
Het interieur van de bus
Een stop om wat fietstassen op te laden
Het vervoermiddel in volle glorie
De weg was gemaakt om mooi te wezen, deze ging immers naar het buitenland, helaas waren er stukken waar er geremd moest worden want dan gaapte er weer een groot gat. We kwamen langs Sosok en bij mij gloorde hoop, het was pas half twee. Er kwam een lang en vervelend stuk naar Balai Karangan, de bus werd steeds leger, wat bij mij een groeiend optimisme teweeg bracht. Op de terminal van deze plaats liep de bus leeg. Ik werd "dioper" overgezet naar een angkot, dat was bij de prijs inbegrepen. Ik kon eigenlijk van ellende niet meer uit mijn ogen kijken, de zitplaats in de bus, vlak bij de uitgang, had me gebroken. Op het laatst wist ik niet meer hoe ik zitten moest, maar het is wel zo met reizen, allemaal vergeten is als je eenmaal op je bestemming bent aangeland. Daar ging het op lijken. De sopir angkot had gezegd dat hij met naar de "batas" zou brengen, de grens. Ik zag al bordjes Entikong, een plaats die niet meer dan een lange weg was, met hgier een daar wat grotere kantoren. Het was half drie ik was ruimschoots op tijd. Ik stapte bij de grenspost uit. Het gaf mij een nieuw gevoel, ik was in Indonesië nog nooit bij een grenspost op land geweest. Meestal zijn deze op luchthavens, op Batam in een haven aan zee. Er is nog een andere grenspost aan land tussen West en Oost Timor, die is echter zwaar bewaakt door militairen. Ik liep naar het imigrasiloket en overhandigde mijn paspoort. De ambtenaar keek er even in, maakte een vriendelijk praatje over niets en toen ....CAP!!
wordt vervolgd>>
De grenspost te Entikong
Uitzicht op Malaysia
Het rode streepje is de weg Pontianak - Entikong
in rechte lijn, voor kronkels is het kaartje te klein. Pontianak - Entikong is een afstand van 317 kilometer. Zo kan men zien wat een immens eiland Kalimantan, voorheen Borneo geheten, is.
Vervolg >>