03 juni 2009: Keliling-2 Maluku Utara (IV)

maluku utara
Op de alun-alun van Bacan aangekomen loop ik naar "Pondok Indah", het hotelletje waar ik al eerder verbleef. Men had een grote kamer met AC voor mij beschikbaar.

Geen warm water en allerlei defecten, prijs maar liefst 175.000 Rp. Ik zou voor een andere plek kunnen aan kijken, maar ben niet van plan lang te blijven. Ook zijn de standaarden voor de kwaliteit van een kamer op de Molukken lager dan op bijvoorbeeld Java. De kamer ziet er schoon uit, en het bed is comfortabel, hoewel dat op het eerste gezicht anders lijkt, dat wordt veroorzaakt door de kitscherige batik laken en slopen. Die verborgen een kapokmatras, als die echter goed onderhouden is, is zo een matras, heerlijk om op te liggen. Dit matras leek mij nieuw. In de badkamer was er van alles kapot, de douche standaard stond te laag geplaatst, de tukang die de badkamer had gemaakt begreep de bedoeling waarschijnlijk niet. Er was een westers toilet en een grote ton gevuld met water en daarbij een dayung. Ik mandi liever zo dan dat ik onder een koude straal ga staan.

Ik besloot een stuk te gaan lopen, naar fort Barneveld, om te kijken hoe dit er bij stond. Verleden jaar, toen ik in Labuha verbleef, was men dit fort aan het restaureren. Bij het fort aangekomen, zag ik vele soorten onkruid die hoog waren opgeschoten. Er was een hek om het fort heen geplaatst, de ingang was op slot. Degene die mij had gebracht ging de sleutel zoeken, die lag vast bij iemand in de buurt. Toen ik naar het fort keek had ik al geen zin meer, rot zooitje, dacht ik. Ik maakt enkele foto’s. Inmiddels was mijn begeleider met de sleutel verschenen. Ik liep naar binnen en nam de toestand in ogenschouw. Het deed me weinig. Dat gevoel bekroop me ook al in Ternate en Tidore bij het zien van de forten aldaar die ik al eerder had bezocht. Het is de kick om zo een fort te vinden en na de eerste blikken het te fotograferen, maar een tweede bezoek is heel anders, het laat me eerlijk gezegd koud. Ik maakte een ronde over het fort heen en schoot wat plaatjes. Daarna was het voor mij afgelopen, ik nam afscheid van de tukang ojeg die voor overbodige gids speelde en ging wat wandelen.

Het viel me op dat er in Labuha een groot aantal bouw- en openbare werken waren begonnen maar nog niet afgemaakt. Nou is dat een typisch verschijnsel in Indonesië, maar hier leek het me echt heel erg. Er lagen hopen zand en grind op de wegen in de stad, hier en daar waren arbeiders met het maken van goten bezig, doch niets was af. De goten leken me ook van zeer belabberde kwaliteit. Dit kan ook van alles met de verkiezingen te maken hebben. Vaak worden er in verkiezingsperiodes allerlei openbare werken verricht, zoals wegenverbetering en het vernieuwen van afvoerkanalen, mooie muren om gebouwen en dergelijke, zodra de verkiezingen achter de rug zijn staan deze werken ook ineens stil. Ook was men bezig bij de haven kademuren te metselen en steigers te bouwen, ik vroeg me af of de werkzaamheden af zouden komen of na een jaar vervallen zouden zijn. Op deze wijze wordt er veel geld in dit land weggegooid.

Ik had honger, maar geen zin in een complete maaltijd, daar was het uur, half vier in de middag, ook niet geschikt voor. Ik stuitte op een warung waarop stond Bakso & Soto Ayam, dat laatste leek me wel. Ik stapte binnen, de mensen die daar zaten keken me aan alsof ik net van de maan was afgevallen. Ik vroeg in het bahsa wat er aan de hand was, nog stommere verbazing. Maar ik kreeg mijn soto yam, die was nog lekker ook. De dame vertelde mij dat ze uit Solo kwam, en reeds op Ternate en Pulau Obi zaakjes had opgezet. Hier in Labuha voelde ze zich het meeste thuis. Ik kon daar wel inkomen, want haar warung stond op een schitterend punt. Wat mij in Labuha was opgevallen was dat er zoveel restaurantjes en warungs waren bijgekomen. In een straat was bijna elk huis een restaurant geworden.

Toen ik terug in het hotel kwam klopte een van de pembantu’s aan, en vroeg of ik 50.000 Rp wilde betalen, dat geld was nodig om mij te rapporteren bij de politie. Ik zei dat ik dat wel erg duur vond, zoiets kost hoogstens evenveel als een pakje sigaretten, uang rokok dus. Ze bleef volhouden dat ik moest betalen, het was bestemd voor iemand van de politie waarmee ik een uur van tevoren in het hotel een praatje mee had gemaakt. Ik zei dat als men hier zo onvriendelijk was tegen gasten ik ervoor zou zorgen dat ik morgenochtend vertrok. Ze mompelde wat en ging weg. Misschien waren haar pulsa op, ik had het meisje ook hard bezig gezien met haar HP’tje, net als zo velen hier. Je ziet ze voortdurend met zo een ding aan het oor of voor hun uit houdend om een berichtje uit de duim te laten ontsnappen. Toen het reeds donker was ging ik op pad om weer iets te eten te zoeken. Ik kwam bij een Makassaars restoran terecht waar ik een ikan bakar kon bestellen. Ik zocht een visje uit en wachtte terwijl ik de boel om me heen observeerde, er was eigenlijk weinig te zien. Het visje werd opgediend met rijst en groenten, ik bestelde er nog een es teh manis bij en at. Het visje was graterig en vrij smakeloos, ik at de maaltijd plichtmatig op, denkend aan moeders’ woorden: “Je moet je eten opeten, want anders wordt je ziek”

De angkots in dit deel van Indonesië en Bacan in het bijzonder zijn speciaal, ze lijken nog het meest op een rijdende discotheek als ze luid bassend langs rijden. Die in Bacan hebben ook speakers buiten de auto, zodat je midden in het geluid zit. Ook de beca hebben onder de zitplaats een basbox, en zijn gedecoreerd met allerlei gekleurde en flikkerende lampjes, als een soort armelui's disco. Ik ging vroeg slapen, dat is mijn gewoonte in dit land, doch ik kon moeilijk de slaap vatten. Er waren veel muggen, daarom had ik obat nyamuk gekocht, een soort spiraalvormige stinkende wierook, die men brandend op een blikken standaardje onder het bed zet. De muggen slaan er van op de vlucht, maar de mens die in het bed boven de brandende spiraal ligt, heeft deze ook een zware en diepe nachtrust. Ik had aan het eind van de middag, tegen mijn gewoonte in een groot glas koffie gedronken. Van koffie wordt ik altijd vreselijk wakker, daarom is het mijn favoriete drank in de ochtend, zonder koffie kom ik niet op gang. Ondanks de brandende muggenverdrijver kon ik de slaap niet vatten. Op de hoofdstraat waar het hotel waar ik logeerde is gelegen, reden de motoren af en aan, de meeste van deze motoren hadden een open uitlaat, dus leek het wel een avondlijke grandprix voor motoren die buiten gehouden werd. Pas op een heel laat uur werd het stil. Heel vroeg in de ochtend kwam de regen weer in grote bakken neer, mijn plan om verder te reizen stelde ik uit, en draaide me nog eens om…

maluku utara
Oud ijzer

maluku utara
Hoe zachtkens glijhijdt ons bootje, al over…..


Bootreis Babang – Laiwui – Ternate

Vanochtend om 6 uur ben ik van deze trip naar Pulau Obi op Ternate teruggekeerd. Ik ben bevangen door een soort afgereisde vermoeidheid die ik in heel lang niet heb gehad. Deze moeheid geeft een fantastisch gevoel. Voor mezelf heb ik het indruk dat ik iets bijzonders heb gedaan, dat niet velen mij na zullen doen. Niet dat het mij daarom gaat, ik heb echter wel eens een grote mond als het over Indonesië gaat, die wil ik graag waarmaken. Ik ben momenteel bevangen door allerlei nieuwe indrukken, niet dat Obi zo een geweldig mooi eiland is, ik heb eigenlijk een beetje om mezelf moeten lachen dat ik zo een pleuriseind heb gereisd voor heel weinig. Echter dat weinige ga ik in een apart verhaal neerzetten, want voor mij was het heel bijzonder. Ik kan het een en ander vertellen over de toekomstige nikkelwinning die het eiland Obi totaal zal veranderen. Ook heb ik sterk het vermoeden dat ik waarschijnlijk de laatste Westerling ben geweest die de ruines van Fort Den Briel te Loji op Obi heb mogen aanschouwen, want dit fort is al bijna ten prooi gevallen aan de voorbereidingen die getroffen worden om van Obi een grote nikkelmijn te maken. Nu ik terug ben voel ik me een beetje gebroken, maar denk bij mezelf : dat is reizen, morgen is dat weer over. Ik mis nu al de golfslag onder me terwijl ik in me hutje lag, het dieet van Aqua en Crispy Cracker, aangevuld met wat er in de aanlegplaatsen te verkrijgen is. Bananen, geroosterde vis, met een soort lonton, gewikkeld in houterig palmblad.

Laiwui ligt op 8 uur varen van Babang op Bacan. Die 8 uur varen heb ik met een passagiersscheepje voor ongeveer 200 passagiers, de ‘Wahana Permai’ gedaan. Ik moest daarvoor weer eens heel vroeg mijn bed uit om om 6 uur ’s morgens te kunnen vertrekken. Na deze trip met diverse stops kwam ik om 14.00 in Laiwui aan. Ik deelde op het schip een 2 persoonshutje, dat bood een zeker comfort dat mij deed besluiten om de terugreis van Laiwui naar Ternate helemaal per boot te maken. Ik ben zo verwend door het reizen per vliegtuig dat ik de “ouderwetse” manier van reizen per schip al helemaal vergeten was. Het is een langzame manier van reizen, zeer langzaam kan ik wel zeggen. Een vliegtuig is 8 – 10 keer zo snel. Maar als je je realiseert wat je allemaal ziet als je een boot neemt dan zou je nooit meer in het vliegtuig stappen. Het meest fantastische is het contact met je medepassagiers en de andere mensen die je onderweg tegenkomt. Een bule die behoorlijk Indonesisch spreekt en apalagi nog wel eens een geintje maakt in die taal is een bezienswaardigheid in dit deel van Indonesië. Je staat dus in het brandpunt van de belangstelling. Als je een hutje aan boord hebt kan je jezelf daar terugtrekken als die belangstelling teveel wordt.

In Laiwui had ik een goede kamer voor 50.000 Rp per nacht, geen AC, maar een fan. Ik heb een raar soort verkoudheid opgelopen door al die kipas angin die hun winden de laatste dagen over mij heen hebben laten gaan. Waarschijnlijk last van ‘masuk kipas angin’. In Laiwui heb ik een longboat gehuurd, een houten prahu met een Yamaha 40 PK buitenboordmotor erachter, die heeft mij in 2,5 uur naar Loji gebracht, toen heb ik een groot stuk van Obi en eilanden voor de kust gezien. Te Loji aangekomen moest ik van de boot af op het strand springen, toen Musa mijn Buginese schipper de boot buiten de branding wilde ankeren, kwam er een foute golf en liep de boot onder water en konden hij en zijn scheepsmaat gaan hozen. De terugweg was zeer ruig, het is momenteel ‘musim barat’, op de terugweg droegen de golven schuimkoppen. Er waren mensen in Laiwui die zeiden dat Musa gek was om met dit weer uit te varen, onverantwoord. Ik heb me geen moment angstig gevoeld, integendeel, ik dacht wat een geweldige schipper is die Musa. De golven waren op een gegeven moment inderdaad hoog, maar ja wat is hoog als je de Noordzee en zijn haringen kent. Ik had ten zeerste genoten en was maar een beetje nat, maar dat hoort bij een open bootje.

Ik heb Fort Den Briel in Loji gezien, althans wat daar van over is. Men is net begonnen daar een haven en opslagplaats voor nikkel te construeren en komt men vast wel op het idee die “hoop stenen” te gaan gebruiken. Ik voel me de laatste persoon die de restanten van dit fort heeft gezien en geregistreerd. Daarom was het goed dat ik deze trip heb gemaakt. Ook om het eiland Obi, wat verder niet echt aantrekkelijk is, in zijn originele staat te zien, d.w.z. voordat het een grote nikkelmijn is geworden. Omdat de heenreis per schip zo goed was bevallen, besloot ik de terugreis helemaal naar Ternate per boot te doen. Temeer omdat ik het beste schip, van de drie boten die op Ternate, varen de ‘Sumber Raya 03’, kon nemen. Ik had een 2 persoonshut voor mezelf besteld. Ik ben om 9 uur ’s ochtends vanuit Laiwui vertrokken en om 6 uur de volgende ochtend stapte ik in Ternate aan wal.

In Laiwui is er elektriciteit van 18 – 6 uur, geen telefoon, geen auto’s uitgezonderd enige angkutan desa, geen TV alleen via de parabola. Eethuizen zijn er nauwelijks, landbouw is ook niet. Het hoofdvoedsel is gasbi (singkong). Bevolking is er ook nauwelijks, veel van de inwoners zijn pendatang Bugis, Butonezen en Chinezen.


Tot slot nog even wat tzf

maluku utara
Bij de haven van Babang – Bacan

maluku utara
Het Institut Pertanian te Bogor heeft een geit ontwikkeld die plastic eet.
Dat wordt de schone toekomst van Indonesië.


Dinsdag 20 november 2007
_____________________________

Even een paar teringzooitjefoto’s als intermezzo.

Op het eerste gezicht zal de lezer de foto’s niet als teringzooitje herkennen, maar denken die Lon is gestoord, schitterend. Op de eerste foto zien we de KM Obistar, dit scheepje verzorgd passagiers- en vrachtvervoer rondom het eiland Obi.

maluku utara
Een romantisch bootje, kijk eens goed op het dak.

Ja daar zijn luidsprekers te zien, voor teringherrie onderweg. Maar helemaal vooraan ziet men de ‘reddingsvlotten’ voor een geval van nood.

maluku utara
Hier even een uitsnede van de "reddingsvlotten".
De lezer denkt "verrek, dat zijn gewoon pallets…….."

maluku utara
Hier het schip "Sumberraya 03" waarmee ik van Laiwui naar Ternate ben gevaren.

Een relatief nieuw schip van 3 jaar oud op Obi van lokaal gebouwd. Linksboven achter de stuurhut de hutten waarin ik verbleef. Het was mij opgevallen dat er nergens op dit schip voor 300 passagiers reddingsboeien en/of vlotten aanwezig waren. Trouwens ook geen vuilnisbakken, men gooit de lege aquaflessen, sigarettenpeuken met filter, plastic verpakkingen in zee, 24 uur per dag en dat al jaren lang. Dat is aan de stranden te zien.


Vervolg >>


Reacties

Geen reacties

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.