29 juni 2009: Fort Den Briel – Loji – Pulau Obi (I)

pulau obi
Toen we het eiland Obi naderden wachtte ik in spanning af hoe dit er uit zou zien. Ik had al vrij hoge bergen in het vizier gekregen. Die werden bij nadering enigszins een teleurstelling, achter Laiwui bevond

zich inderdaad een gebergte, maar niet bedekt met tropisch oerwoud, min of meer gewoon bos, met veel open plekken daar tussen. Later zou ik kunnen zien dat bos nogal schaars, Obi was erg kaal voor een eiland in de tropen. We kwamen aan bij een betonnen kade waar het schip aanmeerde. Ik was blij dat ik na 8 uur weer land onder de zolen had. Al met al was de tocht meegevallen, ik had er erg tegenop gezien, maar achteraf bleek het gewoon een pleziervaartochtje geweest te zijn. Aan boord van het schip had ik gehoord dat er diverse losmen in Laiwui waren, o.a. “Makassar” en “Bahari”. Ik nam een ojeg en zei ‘losmen’. Vaak verdenken de tukan ojeg, en Indonesiërs in het algemeen, een westerling ervan dat deze geen Indonesisch spreekt en laat ik ze in graag de waan. Toen wij zo langs een weg bij Laiwui reden beviel me de omgeving wel, erg rustig en weinig ontwikkeld. Het viel me op dat er geen auto’s rondreden, dus motorfietsen waren het middel van transport. Ook de koeien waren mooi, van die Balinese die eruit zien als een kruising zijn tussen een koe en een hert. We stopten voor een huis, op het hek was een klein bordje gespijkerd met daarop ‘Losmen Bahari”. Ik ging naar binnen en kwam een mooie jonge vrouw tegen van in de dertig. Ik vroeg haar of er kamers vrij waren. Ze liet mij een kamer zien, eenvoudig, een houten bed met kapok matras, een fan, een tafel en een stoel, dat was het. Wat mij opviel waren de zeer kleurige gordijnen. Ik kwam er later achter dat er veel mensen in de Noord Molukken zijn die hier van houden, gordijnen in discokleuren. De kamer moest 50.000 Rp gaan kosten, dat vond ik een koopje. Het huis was vrij nieuw en de kamer zag er voor zijn prijs goed uit. Alleen wat sober, maar zo leefden de mensen hier. Ik zei ja, ging naar buiten om de ojeg te betalen en weer naar binnen om op een bank te gaan zitten. Ik kreeg door de knappe dame thee met cakejes voorgezet. Een Molukse gewoonte, helaas zijn de thee en versnaperingen altijd zeer zoet, echter dat behoort ook bij die gewoonte. Vanachter een gordijn kwam er een man tevoorschijn die zich voorstelde als Santoso. Hij verbleef ook in het huis, hij werkte op een nikkelproject maar was geveld door malaria. Hij was afkomstig uit Banyuwangi, maar had al op diverse plaatsen in Indonesië en zelfs enige jaren in Taiwan gewerkt. Omdat het ziekenzaaltje van de Puskemas ter plaatse nogal primitief was om te verblijven had hij een kamer bij losmen Bahari gehuurd. Hij vertelde mij dat Obi een achtergebleven gebied was, als een Javaan dat zegt neem ik dat altijd met voldoende zout, want in hun ogen zijn natuurvolkeren in vergelijking met hun zelf al snel zeer primitief. Obi had grote nikkelvoorraden en de regering had besloten deze te gaan exploiteren. Er waren al een Australisch en een Chinees bedrijf die begonnen om mijnen te vestigen. Er waren ook voorraden goud en andere metalen op het eiland aanwezig. Obi was zeer schaars bevolkt, er waren Buginezen en Chinezen die zich hier hadden gevestigd. Rijst groeide er niet, het voedsel was hier ketella (tapioca). Over een aantal jaren zou Obi in een grote nikkelmijn veranderd zijn. Het nikkel bevond zich vlak onder het aardoppervlak tot 20 meter diep. De aarde waarin de nikkel zat verborgen zou naar het buitenland geëxporteerd worden om deze aldaar verder te bewerken. Ik verbaasde me hierover, de tanah air, de nationale grond en het water, was iets dat heilig is in de ogen der Indonesiërs. Het is aan een buitenlander niet eens toegestaan om grond in dit land te bezitten. Hier zou men de grond in schepen gaan storten en exporteren. Ik vond het vreemd dat de Indonesische regering geen vestiging van een nikkelfabriek bedongen had. Echter dat was ook typisch voor de onderhandelaars van het land, ze zijn niet op het uiterste voor hun land uit, maar snel tevreden als hun eigen portemonnee gevuld wordt. In hun rapporten staat dan wel dat ze het maximale resultaat hebben behaald, dat zijn echter inkomsten voor de regering, plus daarop de nodige kortingen die de ambtenaren voor zich zelf bedacht hebben. De bevolking schiet er niets mee op, gaat er vaak op achteruit, en worden totaal niet in het proces van besluitvorming betrokken. Een ziekenhuis zou iets moois zijn voor de bevolking, ook voor de werknemers van de bedrijven die zich hadden gevestigd of zouden gaan vestigen. Meestal komen er eerder karoake bars met meisjes uit Menado, of lokale meisjes als tweede keus en drank. De nikkelbedrijven hebben geld genoeg om helikopters voor het vervoer van noodgevallen te charteren. Santoso was een aangename gesprekspartner, hij wist veel en was iemand die zijn ogen had opengehouden op alle plaatsen waar hij was geweest. Naar mate ons gesprek vorderde kwam ik tot de ontdekking dat Santoso niet veel vooroordelen had, ook niet ten aanzien van primitieve mensen. Hij vroeg mij naar het doel van mijn bezoek aan Obi. Ik vertelde hem over mijn reizen langs instortende VOC forten. Dat toen ik een blik op de kaart van de Molukken wierp de naam Loji tegengekomen was en meteen dacht dat moet een plek zijn die de VOC heeft gesticht. In Solo en Yogyakarta heetten de wijken om het VOC fort in die plaatsen ook Loji. Vaak had ik erover gedroomd hoe ik naar Loji zou gaan. Is moeilijk voor te stellen als je over geen foto of wat dan ook voor andere informatie over een gebied beschikt. Ik had alleen kunnen uitvinden dat te Loji het fort “Den Briel” gestaan moest hebben en waarschijnlijk nog stond. Er kwam een man binnen die grote dozen aan liet brengen, ik herinnerde me dat ik hem op de boot had gezien, maar zoveel mensen hadden met mij gesproken tijdens die reis. Het leek wel een verplichting om even langs die bule te lopen en iets te zeggen om te testen of hij echt bahasa Indonesia sprak zoals anderen beweerden.

De man bleek de echtgenoot van de knappe vrouw te zijn. Hij was een lurah, dat is een dorpshoofd, maar van een andere kelurahan dan waar hij woonde. Hij scheen erg opgelaten over de politieke ontwikkelingen op Ternate. Daar werd de uitslag van de gouverneursverkiezingen ernstig betwist en waren er zelfs lichte ongeregeldheden uitgebroken. Hij sprak als een man die zich zorgen maakte over zijn functie. Intussen liet hij allerlei elektronische apparatuur en een computer naar binnen brengen. Dat was speculeren op de toekomst, in Laiwui had men plaatselijke opgewekte elektriciteit, die werkte van 18.30 tot 06.00 uur. Hij vertelde me dat Loji in zijn werkgebied lag en daar inderdaad een ‘benteng Portugis’ te vinden was. Hij kon me wel helpen om daar te komen. Verder vroeg hij om obat kuat, alsof elke bule met potentie versterkende middelen op zak liep en die uitdeelde aan geile ambtenaartjes die daar om vroegen. Ik kreeg een beetje een antipathie tegen de man, hij bediende zich van een toontje dat respect eiste en geen tegenspraak duldde. Hij werd afgeleid want er kwam een Pak Haji binnen en al vlug werden de politieke ontwikkelingen besproken. Pak Santoso vertelde dat hij iemand had die hem hielp en die zou vast wel weten hoe ik in Loji zou kunnen komen. Die persoon kwam even later binnen. Echter op mijn vraag of hij van een fort in Loji wist antwoordde hij ontkennend, maar hij beloofde te vragen. Ik ging naar mijn kamer om even uit te rusten, het was erg heet. In de kamer was het ook nauwelijks te harden, er stond wel een fan, maar er was geen elektra. Dit zijn van die momenten dat men moet proberen heel stil te zitten of te liggen, want elke beweging doet het zweet door de huid heen naar buiten golfen. Om geen beweging te maken op een onbekend nieuw bed is moeilijk, men moet toch zijn juiste houding weten te vinden, zeker op een kapokmatras. Het woelen en zweten was van korte duur, er werd op de deur geklopt. Het was de assistent van Santoso met een vriend. De vriend beweerde alles van het fort te weten. Hij kwam daar als kind, als hij met zijn opa meeging naar de klappertuin, die daar in de buurt was. Zij gingen bij het fort altijd water halen, want daar was helder water te vinden. Zo een opmerking boezemt mij vertrouwen in en ik vroeg door. De persoon wist me weinig meer te vertellen dan dat hij de locatie kende en dat hij mij wilde brengen, dat zou mij 250.000 Rp gaan kosten. Die prijs viel me erg mee en wilde ik meteen akkoord gaan. Helaas, zoals te doen gebruikelijk, verschool er zich een addertje onder het gras, zeg maar een zwaar giftige en bijtgrage cobra. Het bedrag was alleen voor het brengen, voor transport zou ik zelf moeten zorgen. Ik protesteerde, want eenmaal op de plaats aangekomen zou het fort niet moeilijk te vinden zijn en nam ik aan dat iemand met een boot die van Obi afkomstig was de locatie ook wel zou kennen. Ik kreeg als antwoord dat zij voor een boot konden zorgen, het was maar de vraag hoeveel ik daarvoor over had. Ik deed een gok en zei 600.000 Rp. Ze keken me aan alsof ik gek geworden was, misschien wat overdreven, maar toch minimaal iemand die geen verstand van de omstandigheden had. Dat had ik ook niet, maar was inmiddels per gehuurde boot al op diverse plekken op de Molukken geweest en had op basis van de afstand tussen Laiwui en Loji al een schatting van de kosten gemaakt. “Twee miljoen”, zeiden ze. “Wat een bedrag” antwoordde ik, “hoe kom je daar aan ?”. Toen kreeg ik allerlei berekeningen te horen, er zou een longboat, zo wordt een prahu in deze contreien genoemd, dat is de invloed van de buitenlandse investeerders, gecharterd moeten worden. Met twee buitenboordmotoren, met bahan bakar (benzine), olie en nog meer. Of ik wel wist hoeveel benzine vandaag de dag kostte. Dat wist ik, veel in vergelijking met Java. Ze wilden me doen geloven alsof 2 miljoen een koopje was. Ik begon hun berekeningen openlijk in twijfel te trekken, hun te vragen naar het nut van een boot voortgedreven door twee motoren, één Yamaha van 40 PK, dat zijn 40 paarden, was voldoende als men onder de kust bleef, twee motoren maken een vreselijke herrie. Één motor vaart weliswaar langzamer, maar je komt er ook, het duurt alleen iets langer. Ik kreeg lachjes van hun te zien, als teken dat ik meer wist dan dat hun lief was. Ze zakten met hun prijs, die werd 1,5 miljoen, als antwoord verhoogde ik mijn prijs tot 700.000 Rp. Niet lang daarna bleken de beide heren dringende afspraken te hebben en gingen weg, dit werd geen deal.

pulau obi
Het eiland Obi bij Laiwui,

zoals ik het het eerst zag vanaf de boot afkomstig uit Bacan. De witte schuimkoppen op de golven duiden op veel wind, Musim Barat zoals ze hier zeggen.



vervolg>>

Reacties

Geen reacties

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.