Toen ik het vliegveld van Sanana wilde verlaten moest ik mij door een haag van mensen die zich in moslimkledij hadden gestoken, wringen,. Zij waren bezig afscheid te nemen
Ik probeerde het voorval te vergeten door mijn wandeling te vervolgen, doch mijn irritatie bleef. Sanana was ook al niets bijzonders, een lange winkelstraat die met asfalt zgn. hotmix, verkeersborden en – lichten Jakartaanse allure moest uitstralen. Zeker die verkeerslichten sloegen nergens op in deze rustige straat. Ik zag ook nog allerlei dienstwoningen in aanbouw. Het was duidelijk dat de plaatselijke ambtenarij de elite vormde, dat is overal te zien in dit gedeelte van Indonesië, veel luxe auto’s met rode overheidsnummerplaten, grote nieuwe kantoren en allerlei prestigeprojecten. De nieuwe dienstwoning van de Bupati sloeg alles, er waren aan de deur twee man bewaking aanwezig, waarvan een lid van de Mobiele Brigade met een grote mitrailleur, achter de ingang was er een kantoortje waar nog twee man in uniform tv zaten te kijken. Ik kwam aan een gedeelte aan het strand waar allerlei ineenstortende woningen stonden, er lagen hopen zand en stenen, een bord kondigde een Tanaman Kota project aan, daar moest het een en ander voor wijken. Achter de ineenstortende huizen was het een drukte van belang. Er werd gesubsidieerde petrolie verkocht en er stond een lange rij jerrycans met mensen daarom heen opgesteld, iedereen had de grootste lol. Ik maakte een geintje dat er in Indonesië men alleen om te overleven zich in lange rijen opstelde, bij het kerkhof was het leeg, dat sloeg wel aan. Ik ging een eethuisje binnen en bestelde een es-teh-manis. Die even op zich liet wachten. Ik had de hele middag gewandeld, dus die es teh smaakte goed, ik dronk hem bijna in een teug leeg en bestelde er nog eentje. Deze werd bij het nog in het glas aanwezige ijs geschonken en dat was niet zoo lekker want niet koud. Ik wilde weggaan en afrekenen, toen ik vroeg hoeveel de 2 es teh kostten hoorde ik 15.000 Rp, dat was een behoorlijk bedrag, ondanks dat alles op deze eilanden veel duurder was dan op Java, waar een es teh slechts 1000 Rp kost. Ik betaalde de 15.000 zonder een spier te vertrekken, de ontvangster kuste de twee biljetjes. Ik maakte mezelf wijs dat ze het geld heel erg hard nodig had. Soms is rippen geen rippen als je goed om je heen hebt gekeken. Ik ging terug naar hotel Desy Indah, wat slapen en daarna baden.
Het verkeer in Sanana
Des morgens om 0700 uur, veel koeien op de weg.
De verkeerslichten die de verkeersstromen automatisch regelen
Primitieve graffiti, bij een groen voetgangerslicht
Zullen die borden serieux zijn bedoeld of bij een vriend besteld ?
Een motor suist voorbij.
Zonder borden en verkeerslichten lukt het ook.
De haven van Sanana
Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat dit tafereeltje in de dagen van de VOC is geschilderd. Bugis schoeners (peninsi) op de rede van Sanana.
Een beetje teringzooi
Dit is nou werken in de haven, niet dat vertoon van een grote mond zoals op Mooinesia
Een schip voor het interinsulaire verkeer. Mij zijn de tochten met dit soort schepen zeer goed bevallen.
In afwachting van de watertaxi even de krant doornemen
Sanana op de Sula eilanden (I)
van aspirant hadjis, die zojuist op het vliegtuig, dat ik aan het verlaten was gestapt waren. Zij zouden naar Ambon te vliegen en vandaar, via Makassar, verder naar de Heilige Zandbak. Nadat ik deze menselijke horde genomen had kwam ik terecht in een haag van politiefunctionarissen, die mij in koor vertelden dat ik mij op het bureau moest rapporteren. Wat een ijver dacht ik, zij wilden mij al naar een van de gereedstaande auto’s escorteren, maar ik riep : “Wacht even, ik moet nog mijn bagage in ontvangst nemenâ€. Daarvoor moest ik naar een ander gebouw, men was op dit vliegveld bezig met allerlei onduidelijke verbouwingen. Een paar ojeg boden hun diensten aan, het gebouw lag echter op een paar honderd meter afstand, die legde ik lopend af in het gezelschap van een man met zonnebril en buikje, die mij een als detective voorkwam, dan ben ik altijd op mijn hoede. Ik houd niet van dat ondervragende toontje dat deze mensen bezigen, alsof ik iets had misdaan. Verveeld wachtte ik op mijn koffertje, er kwam niets terecht van het rustig om me heen kijken, de atmosfeer van een ander eiland proeven. Nadat ik mijn koffertje had gekregen, stapte ik bij meneer Alohi in de auto met sopir en reden we op weg naar Sanana. We stopten bij een huis waar mijn begeleider zijn bagage uit liet laden. Ik begreep weinig van de man, hij bleek later niet van de politie te zijn, maar zijn schreeuwerige stem, paste typisch bij een der dienaren van de heilige Hermandad. Op het politiebureau aangekomen werd ik in een kantoortje geleid en werd er een beetje giechelend Engels gesproken, ik deed lachend mee maar wilde snel ter zake komen. Ik houd niet van dit soort situaties. Het rapporteren bij de politie is iets heel gewoons in dit gebied van Indonesië, maar dat zulks meteen na aankomst op deze manier moest gebeuren had ik nog nooit mee gemaakt. Alleen bij de aankomt op het vliegveld Pattimura, op Ambon verleden jaar, maar daar hield de politie zitting op het vliegveld. Zoals gebruikelijk moest ik van alles uitleggen, want de functionaris voor mij had zo te zien nog nooit een buitenlands paspoort in handen gehad, hij deed echter voorkomen alsof hij dag en nacht met dit soort documenten werkte. Ik had fotokopieën van mijn reisdocument bij me en overhandigde daar enige van en vertelde hem dat dit meestal voldoende was. Dan kon de functionaris daar zijn grijpgrage vingers op loslaten. Ik mocht weer gaan, maar moest wel vertellen in welk hotel ik zou overnachten. Ik hield me in om niet te zeggen dat ze een reiziger beter eerst een hotel konden laten zoeken en daarna het papierwerk laten verrichten, zoals dat in heel Indonesië gebeurd. Nu werd mij als turis het gevoel gegeven dat ik iets had misdaan en dat de politie in Sanana ontzettend belangrijk was. De ‘detective’ zou mij naar een hotel brengen, hij bleek een bouwondernemer te zijn, ik vertrouw echter geen personen die zo close met de politie zijn dat je gaat denken dat ze zelf bij de politie werken. Zeker nadat hij erover begon dat van mij ook nog eens verwacht werd dat ik zou betalen. Het eerste hotel waar we stopten bleek vol te zijn. Het tweede had volop lege kamers, dat werd verklaard uit de prijs die 200.000 Rp. voor één, en 300.000 Rp. voor twee personen per nacht bedroeg. Het geheel was nieuw en de kamers waren klein, maar zagen er goed uit dus af ik mijn jawoord.
Het hotel, Desi Indah, was pal naast Sanana’s fort ‘Verwachting’ gelegen, dus pakte ik, nadat ik mijn bagage had binnengebracht, mijn Kodak en ging een wandelingetje maken. Het fort werd aan het directe zicht ontrokken door tennisbanen met hoge hekken en andere gecementeerde sportvelden er omheen. Het fort was echter heel erg zichtbaar omdat het wit geschilderd was. Zo te zien was het onlangs ‘gerestaureerd’ dat betekend met cement aangesmeerd. Binnen was het kantoor voor cultuur en toerisme gevestigd. Men had een podium gebouwd waar muziekuitvoeringen gehouden konden worden, dat was te zien aan de hoge batterij luidsprekers die op een plek waar het publiek zeker zou zitten luisteren stonden opgesteld. Ik ging een trapje naast de poort open bekeek de schans. Het fort had twee bastions. De muren zagen er vrij gaaf uit, maar die zijn zo sterk die houden het duizend jaar uit. Op het achterste bastion was een torentje ingestort, de restauratie was niet zo ver gegaan dat men dit weer had opgebouwd. Afgezien van één gebouw was er binnen de vestingmuren geen bebouwing meer aanwezig. Tegen de poort aan stond er een nieuw ogend gebouwtje, dat een oud gebouw had kunnen wezen, het was gesloten, en de ramen waren afgedekt door luiken zodat ik niet binnen kon kijken. Ik liep om het fort heen, een groot deel van de muren was aan het zicht onttrokken door bebouwing. Toen ik daar zo liep werd ik ineens aangesproken door een persoon met een walkietalkie, hij maakte zich bekend als iemand van de polisi. Ik reageerde zeer geïrriteerd en vroeg hem of we onder een boom konden gaan staan, want het was 1400 uur in de middag en bloedheet. Hij stelde mij allerlei vragen die ik zo vaag mogelijk op een cynische toon beantwoordde. Ik had reeds alle informatie die ze normaal gesproken nodig hebben verstrekt en daarbij fotokopieën van mijn paspoort. Hij vroeg om een bepaald bewijs dat ik niet bezat en details over mijn voorgenomen trip. Ik vertelde hem dat ik mijn plannen per dag en ter plekke maakte, maar dat deze ernstig verstoord werden door de polisi. Aan de andere kant van de walkietalkie werd een hogere over het verloop van het afgenomen verhoor, zo kwam het op mij over, geïnformeerd. Politiefunctionarissen in Indonesië hebben maar één toon van converseren en dat is de toon waarop ze een verdachte verhoren. Altijd kortaf en in de vragende vorm. Deze rechercheur of wat hij ook mocht wezen had een moeilijke aan mij, ik wenste niet mede te werken, maar liet dit niet echt blijken, ik gaf onzin- en ontwijkende antwoorden. Op een gegeven moment had hij door te maken te hebben met een zeer onwillige tegenpartij gaf hij het maar op en ging er vandoor. Ik zou nog wel horen zei hij. Toen hij weg was besloot ik dat Sanana een onprettig oord was en dat het beter was om zo snel mogelijk naar Ternate terug te keren. Dit soort geintjes van de politie kan ik me nog herinneren uit de Orde Baru tijd. De politie had heel veel personeel en deed heel veel aan het verzamelen van inlichtingen over allerlei personen, buitenlanders stonden hoog op der lijst om in de peiling gehouden te worden. Ook het leger deed dit soort werk. In die periode heb ik een tweede natuur ontwikkeld om afwijkende- en onzin antwoorden aan deze geheim agenten te geven. Echter sinds 1998 was juist dit een van de zaken die in Indonesië is veranderd, men voelt zich een stuk vrijer sinds die tijd. Echter in Sanana was die tijd stil blijven staan. Ik had trouwens onderweg van de airport naar de ‘stad’ een gloednieuw politiebureau gezien, daarom heen krioelde het van het personeel.
Ik probeerde het voorval te vergeten door mijn wandeling te vervolgen, doch mijn irritatie bleef. Sanana was ook al niets bijzonders, een lange winkelstraat die met asfalt zgn. hotmix, verkeersborden en – lichten Jakartaanse allure moest uitstralen. Zeker die verkeerslichten sloegen nergens op in deze rustige straat. Ik zag ook nog allerlei dienstwoningen in aanbouw. Het was duidelijk dat de plaatselijke ambtenarij de elite vormde, dat is overal te zien in dit gedeelte van Indonesië, veel luxe auto’s met rode overheidsnummerplaten, grote nieuwe kantoren en allerlei prestigeprojecten. De nieuwe dienstwoning van de Bupati sloeg alles, er waren aan de deur twee man bewaking aanwezig, waarvan een lid van de Mobiele Brigade met een grote mitrailleur, achter de ingang was er een kantoortje waar nog twee man in uniform tv zaten te kijken. Ik kwam aan een gedeelte aan het strand waar allerlei ineenstortende woningen stonden, er lagen hopen zand en stenen, een bord kondigde een Tanaman Kota project aan, daar moest het een en ander voor wijken. Achter de ineenstortende huizen was het een drukte van belang. Er werd gesubsidieerde petrolie verkocht en er stond een lange rij jerrycans met mensen daarom heen opgesteld, iedereen had de grootste lol. Ik maakte een geintje dat er in Indonesië men alleen om te overleven zich in lange rijen opstelde, bij het kerkhof was het leeg, dat sloeg wel aan. Ik ging een eethuisje binnen en bestelde een es-teh-manis. Die even op zich liet wachten. Ik had de hele middag gewandeld, dus die es teh smaakte goed, ik dronk hem bijna in een teug leeg en bestelde er nog eentje. Deze werd bij het nog in het glas aanwezige ijs geschonken en dat was niet zoo lekker want niet koud. Ik wilde weggaan en afrekenen, toen ik vroeg hoeveel de 2 es teh kostten hoorde ik 15.000 Rp, dat was een behoorlijk bedrag, ondanks dat alles op deze eilanden veel duurder was dan op Java, waar een es teh slechts 1000 Rp kost. Ik betaalde de 15.000 zonder een spier te vertrekken, de ontvangster kuste de twee biljetjes. Ik maakte mezelf wijs dat ze het geld heel erg hard nodig had. Soms is rippen geen rippen als je goed om je heen hebt gekeken. Ik ging terug naar hotel Desy Indah, wat slapen en daarna baden.
Het verkeer in Sanana
Des morgens om 0700 uur, veel koeien op de weg.
De verkeerslichten die de verkeersstromen automatisch regelen
Primitieve graffiti, bij een groen voetgangerslicht
Zullen die borden serieux zijn bedoeld of bij een vriend besteld ?
Een motor suist voorbij.
Zonder borden en verkeerslichten lukt het ook.
De haven van Sanana
Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat dit tafereeltje in de dagen van de VOC is geschilderd. Bugis schoeners (peninsi) op de rede van Sanana.
Een beetje teringzooi
Dit is nou werken in de haven, niet dat vertoon van een grote mond zoals op Mooinesia
Een schip voor het interinsulaire verkeer. Mij zijn de tochten met dit soort schepen zeer goed bevallen.
In afwachting van de watertaxi even de krant doornemen
Vervolg>>