De kamers bij Desi Indah waren nieuw en van alle gemakken voorzien. Echter de kamar mandi was niet voorzien van warm water. Daar heb ik een hekel aan, als er AC is zet ik die graag hoog
om onder een dekentje te slapen, na een uur is alles door en door koud, ook de kamar mandi. Je zou als je van buiten komt meteen moeten gaan baden. Juist dan vind ik het lekker om uit te zweten met de AC aan. Ik baadde daarom met de tanden stijf opeen, het gaat maar om de eerste twee dayung water die je over je heen gooit, die zijn moeilijk. Na mijn bad ging ik op zoek naar een plaats om te eten, ik vreesde daarvoor het ergste. Ik had een pasar malam gezien met veel Javanen ayam bakar, mie bakso en dat soort junk food, natuurlijk zonde om dat te gaan eten als je vlak aan zee verblijft. Ik kwam langs rumah makan Madura, dat ik al eerder op die dag had gezien, van buiten zag het er onooglijk uit, maar binnen gekomen ging er een wereld voor me open. Ik bestelde ikan bakar. Die werd opgediend zoals het hoort met een soort salade van tomaatjes, bawang merah, cabe rawit en air jeruk. Daarbij nog kangkun tumis. Kangkun smaakt het beste bij vis, misschien omdat het in het water groeit. De Nederlandse naam is daarom ook waterspinazie. Na deze maaltijd vond ik de dag in Sanana een Dag geweest en wilde gaan slapen. Dat slapen werd echter zeer bemoeilijkt door harde muziek die naast het fort uit een muur van speakers kwam. Ook was de plaatselijke jeugd bezig met het houden van motorraces op motoren met open uitlaatjes, daarbij ging het erom wie de meeste herrie maakte. De Molukken zijn een zeer luidruchtige bestemming. Ik lag er maar even wakker van.
De volgende dag was het vroeg reveille en na de koffie ging ik op stap om in het ochtendlicht wat foto’s te maken. Ook is de ochtend ideaal om praatjes te maken over niets. Terwijl ik aan het kletsen was werd ik gepasseerd door een jongeman in een blauw uniform, hij groette vriendelijk en probeerde een praatje aan te knopen, over mijn aanwezigheid in Sanana. Ik wist al snel dat het hier om iemand ging die mij in de gaten moest houden en deed net alsof ik hem niet hoorde en sprak aandachtiger met de anderen die verzameld waren. De geüniformeerde besloot door te lopen, maar wist waarschijnlijk niet waar naar toe en kwam snel weer terug en liep voorbij. Ik besloot mijn verblijf op dit eiland zo snel mogelijk te beëindigen en ging daarom naar het kantoor van Trigana Air om mijn ticket te laten veranderen. Ik wist dat er de volgende dag een vliegtuig naar Ternate zou gaan. Het veranderen van de ticket kostte maar liefst 160.000 Rp, maar ik betaalde grif. Dit was een hele dure ticket geworden. Mijn plan was om deze dag naar Malbufa te gaan, daar schenen nog de restanten van een fort aanwezig te zijn. Deze plaats lag op zo een 30 kilometer van Sanana. De weg was voor het grootste gedeelte onverhard maar de plaats was bereikbaar per ojeg. Ik ging op zoek naar betaalbaar vervoer en vond een ojeg die voor 75.000 Rp heen en weer met mij naar Malbufa wilde.
Ochtend in Sanana
We gingen op weg. Het eerste stuk was een brede gebulldozerde weg, over de oude heen. Volgens mijn gids was deze weg onlangs door orang Makassar aangelegd, Molukkers zijn te lui voor deze klus. Ik heb vaak van Molukkers zelf gehoord dat zij een aartslui volk zijn die van het goede leven houden. De weg was nog niet geasfalteerd. We kwamen op een aantal kilometers buiten Sanana zeer grote kantoren tegen, een voor de Brimob en de andere voor de Bupati. Echt gebouwen die aan honderden ambtenaren plaats konden bieden. Mij leken ze een paar tikkeltjes te groot voor zo een dun bevolkt gebied als de Sula eilanden, maar wie ben ik. Ik ken de kantoren te Solo, een stad met 600.000 inwoners en die gebouwen zijn lang niet zo groot als de kantoren hier. Alle nieuwe overheidskantoren in dit gebied leken mij met een nogal verkwistende hand neergezet. Op een gegeven moment werd de weg smaller en was het erg leuk om hier te rijden. Langs vernietigde mangrovebossen en langs moerassen vol sagopalmen, af en toe met uitzicht op zee. Door bossen en langs tuinen, het was darbij nog eens goed weer, dat betekent geen regen en niet teveel zon. Op deze manier kon ik ook een heel stuk van de omgeving van Sanana zien, een gebied met veel landbouw, de bekende producten als kruidnagels en nootmuskaat, maar ook veel fruit zoals de jambu mete, waar de cashewnoten van komen. Nabij Malbufa waren ze weer aan het bulldozeren ten behoeve van de wegenbouw. Zo te zien had de infrastructuur hier grote prioriteit. Ik ging een kijkje op de kleine kade van Malbufa nemen, daar was weinig te zien en vroeg mijn gids te vragen naar een ‘benteng portugis’. Hij vroeg niets maar bracht mij naar een rode rotspartij aan zee. Ik zei dat zoiets de bedoeling niet was, nee ik wilde een fort zien, in ieder geval de fundamenten daarvan. Hij ging vragen en we hadden snel beet. Ik werd door een groepje mannen naar een heuvel achter het dorp gelegen geleid. Helaas begon het te regenen, niet hard maar vervelend. We moesten heuvelopwaarts, Ik wilde in mijn hart eigenlijk weigeren, de begroeiing was nat aan het worden en de heuvel was zeer steil. Binnensmonds vloekend worstelde ik me naar boven, ik was stinkend jaloers op mijn gezelschap dat al ware het een wandelingetje in het Vondelpark op hun teenslippers naar boven liepen. Afijn ik had een groot voordeel, ik had meer lucht dan toen ik verleden jaar het fort Kapahaha op Leihitu (Ambon) naar boven ging, het stoppen met roken was ergens goed voor. Deze helling was ook niet zo hoog als de 500 meter van Kapahaha. Dit fort lag op zo een 75 meter hoogte. Echter als een fort op een heuvel was gebouwd dan kon je er zeker van zijn dat die heuvel zeer steil was, dat was natuurlijk logisch. Ik houd altijd een stelregel voor ogen en dat is als je gewoon als een blind paard doorloopt kom je vanzelf op je bestemming. Op de top aangekomen ging ik zitten en rustte uit, waarna ik om me heen keek, Moest ik mijn gezelschap vertrouwen, dat zij mij naar de juiste plek hadden gebracht of niet ? Er was heel weinig te zien, ik zag echter koraalsteen en dat gebruikten de Portugezen altijd voor de bouw van hun forten. Er was niet meer over dan wat vage omtrekken van een fundering. Het dorp had dit fort in de zestiger jaren afgebroken om de stenen te gebruiken bij de bouw van een nieuwe moskee. Dat is het lot van de geschiedenis, en mijn lot is dat ik dagen reis om te constateren dat een tastbaar bewijs van deze geschiedenis er niet meer is. Ik maakte wat foto’s van het niets en we gingen langs de achterkant van de helling weer terug. We kwamen nog langs een fundering van iets dat uit de Nederlandse tijd dateerde een gudang (schuur). Toen we bijna beneden waren begon het hevig te regenen, we waren gelukkig dichtbij de bebouwing zodat een sprintje, ja dat ook nog, droogte bracht. Ik gaf een jongen geld om water en sigaretten te kopen en we kletsten wat totdat de regen was afgelopen. Ik nam afscheid en reed met mijn ojeg terug naar Sanana. Ik moest om mijzelf lachen, op dure reis om puinhopen te aanschouwen. Ik vroeg me nog af waar de naam Malbufa vandaan kwam, deze klinkt Portugees in mijn oren, ik ben echter niet zo bekend met het Portugees. Ik kon in ieder geval weer een blinde vlek op de landkaart van militaire vestigingen in de archipel als ‘gezien’ beschouwen.
Hieronder wat plaatjes:
De ongeasfalteerde weg naar Malbufa, als het niet regent goed te berijden
Hier en daar een rode aardverschuiving.
Mooie uitzichten op baaien
….en volkstuintjes
Uitzicht op Malbufa onder dreigende bewolking.
De heuvel waarop het fort gebouwd was
Hier de restanten van een fort
Twee foto’s is meer dan genoeg
Hier de moskee die van de stenen afkomstig van het fort is gebouwd.
Sanana op de Sula eilanden (II)
om onder een dekentje te slapen, na een uur is alles door en door koud, ook de kamar mandi. Je zou als je van buiten komt meteen moeten gaan baden. Juist dan vind ik het lekker om uit te zweten met de AC aan. Ik baadde daarom met de tanden stijf opeen, het gaat maar om de eerste twee dayung water die je over je heen gooit, die zijn moeilijk. Na mijn bad ging ik op zoek naar een plaats om te eten, ik vreesde daarvoor het ergste. Ik had een pasar malam gezien met veel Javanen ayam bakar, mie bakso en dat soort junk food, natuurlijk zonde om dat te gaan eten als je vlak aan zee verblijft. Ik kwam langs rumah makan Madura, dat ik al eerder op die dag had gezien, van buiten zag het er onooglijk uit, maar binnen gekomen ging er een wereld voor me open. Ik bestelde ikan bakar. Die werd opgediend zoals het hoort met een soort salade van tomaatjes, bawang merah, cabe rawit en air jeruk. Daarbij nog kangkun tumis. Kangkun smaakt het beste bij vis, misschien omdat het in het water groeit. De Nederlandse naam is daarom ook waterspinazie. Na deze maaltijd vond ik de dag in Sanana een Dag geweest en wilde gaan slapen. Dat slapen werd echter zeer bemoeilijkt door harde muziek die naast het fort uit een muur van speakers kwam. Ook was de plaatselijke jeugd bezig met het houden van motorraces op motoren met open uitlaatjes, daarbij ging het erom wie de meeste herrie maakte. De Molukken zijn een zeer luidruchtige bestemming. Ik lag er maar even wakker van.
De volgende dag was het vroeg reveille en na de koffie ging ik op stap om in het ochtendlicht wat foto’s te maken. Ook is de ochtend ideaal om praatjes te maken over niets. Terwijl ik aan het kletsen was werd ik gepasseerd door een jongeman in een blauw uniform, hij groette vriendelijk en probeerde een praatje aan te knopen, over mijn aanwezigheid in Sanana. Ik wist al snel dat het hier om iemand ging die mij in de gaten moest houden en deed net alsof ik hem niet hoorde en sprak aandachtiger met de anderen die verzameld waren. De geüniformeerde besloot door te lopen, maar wist waarschijnlijk niet waar naar toe en kwam snel weer terug en liep voorbij. Ik besloot mijn verblijf op dit eiland zo snel mogelijk te beëindigen en ging daarom naar het kantoor van Trigana Air om mijn ticket te laten veranderen. Ik wist dat er de volgende dag een vliegtuig naar Ternate zou gaan. Het veranderen van de ticket kostte maar liefst 160.000 Rp, maar ik betaalde grif. Dit was een hele dure ticket geworden. Mijn plan was om deze dag naar Malbufa te gaan, daar schenen nog de restanten van een fort aanwezig te zijn. Deze plaats lag op zo een 30 kilometer van Sanana. De weg was voor het grootste gedeelte onverhard maar de plaats was bereikbaar per ojeg. Ik ging op zoek naar betaalbaar vervoer en vond een ojeg die voor 75.000 Rp heen en weer met mij naar Malbufa wilde.
Ochtend in Sanana
We gingen op weg. Het eerste stuk was een brede gebulldozerde weg, over de oude heen. Volgens mijn gids was deze weg onlangs door orang Makassar aangelegd, Molukkers zijn te lui voor deze klus. Ik heb vaak van Molukkers zelf gehoord dat zij een aartslui volk zijn die van het goede leven houden. De weg was nog niet geasfalteerd. We kwamen op een aantal kilometers buiten Sanana zeer grote kantoren tegen, een voor de Brimob en de andere voor de Bupati. Echt gebouwen die aan honderden ambtenaren plaats konden bieden. Mij leken ze een paar tikkeltjes te groot voor zo een dun bevolkt gebied als de Sula eilanden, maar wie ben ik. Ik ken de kantoren te Solo, een stad met 600.000 inwoners en die gebouwen zijn lang niet zo groot als de kantoren hier. Alle nieuwe overheidskantoren in dit gebied leken mij met een nogal verkwistende hand neergezet. Op een gegeven moment werd de weg smaller en was het erg leuk om hier te rijden. Langs vernietigde mangrovebossen en langs moerassen vol sagopalmen, af en toe met uitzicht op zee. Door bossen en langs tuinen, het was darbij nog eens goed weer, dat betekent geen regen en niet teveel zon. Op deze manier kon ik ook een heel stuk van de omgeving van Sanana zien, een gebied met veel landbouw, de bekende producten als kruidnagels en nootmuskaat, maar ook veel fruit zoals de jambu mete, waar de cashewnoten van komen. Nabij Malbufa waren ze weer aan het bulldozeren ten behoeve van de wegenbouw. Zo te zien had de infrastructuur hier grote prioriteit. Ik ging een kijkje op de kleine kade van Malbufa nemen, daar was weinig te zien en vroeg mijn gids te vragen naar een ‘benteng portugis’. Hij vroeg niets maar bracht mij naar een rode rotspartij aan zee. Ik zei dat zoiets de bedoeling niet was, nee ik wilde een fort zien, in ieder geval de fundamenten daarvan. Hij ging vragen en we hadden snel beet. Ik werd door een groepje mannen naar een heuvel achter het dorp gelegen geleid. Helaas begon het te regenen, niet hard maar vervelend. We moesten heuvelopwaarts, Ik wilde in mijn hart eigenlijk weigeren, de begroeiing was nat aan het worden en de heuvel was zeer steil. Binnensmonds vloekend worstelde ik me naar boven, ik was stinkend jaloers op mijn gezelschap dat al ware het een wandelingetje in het Vondelpark op hun teenslippers naar boven liepen. Afijn ik had een groot voordeel, ik had meer lucht dan toen ik verleden jaar het fort Kapahaha op Leihitu (Ambon) naar boven ging, het stoppen met roken was ergens goed voor. Deze helling was ook niet zo hoog als de 500 meter van Kapahaha. Dit fort lag op zo een 75 meter hoogte. Echter als een fort op een heuvel was gebouwd dan kon je er zeker van zijn dat die heuvel zeer steil was, dat was natuurlijk logisch. Ik houd altijd een stelregel voor ogen en dat is als je gewoon als een blind paard doorloopt kom je vanzelf op je bestemming. Op de top aangekomen ging ik zitten en rustte uit, waarna ik om me heen keek, Moest ik mijn gezelschap vertrouwen, dat zij mij naar de juiste plek hadden gebracht of niet ? Er was heel weinig te zien, ik zag echter koraalsteen en dat gebruikten de Portugezen altijd voor de bouw van hun forten. Er was niet meer over dan wat vage omtrekken van een fundering. Het dorp had dit fort in de zestiger jaren afgebroken om de stenen te gebruiken bij de bouw van een nieuwe moskee. Dat is het lot van de geschiedenis, en mijn lot is dat ik dagen reis om te constateren dat een tastbaar bewijs van deze geschiedenis er niet meer is. Ik maakte wat foto’s van het niets en we gingen langs de achterkant van de helling weer terug. We kwamen nog langs een fundering van iets dat uit de Nederlandse tijd dateerde een gudang (schuur). Toen we bijna beneden waren begon het hevig te regenen, we waren gelukkig dichtbij de bebouwing zodat een sprintje, ja dat ook nog, droogte bracht. Ik gaf een jongen geld om water en sigaretten te kopen en we kletsten wat totdat de regen was afgelopen. Ik nam afscheid en reed met mijn ojeg terug naar Sanana. Ik moest om mijzelf lachen, op dure reis om puinhopen te aanschouwen. Ik vroeg me nog af waar de naam Malbufa vandaan kwam, deze klinkt Portugees in mijn oren, ik ben echter niet zo bekend met het Portugees. Ik kon in ieder geval weer een blinde vlek op de landkaart van militaire vestigingen in de archipel als ‘gezien’ beschouwen.
Hieronder wat plaatjes:
De ongeasfalteerde weg naar Malbufa, als het niet regent goed te berijden
Hier en daar een rode aardverschuiving.
Mooie uitzichten op baaien
….en volkstuintjes
Uitzicht op Malbufa onder dreigende bewolking.
De heuvel waarop het fort gebouwd was
Hier de restanten van een fort
Twee foto’s is meer dan genoeg
Hier de moskee die van de stenen afkomstig van het fort is gebouwd.
Vervolg>>