Reacties
Hans schreef:
Citaat: " Firman Lubis had nog wel meer plichten, omdat een gedeelte van zijn studie door de overheid betaald werd, verplichtte hij zich om een aantal jaren na zijn studie voor de overheid te gaan werken."
Toen ik in 1994 2 weken in Prigsewu (Lampung Selatan- Zuid Sumatra) was en de lokale (huis) arts bezocht was bovengenoemde situatie nog steeds hetzelfde: een soort dienstplicht voor artsen - 5 jaar - . Hij was eigenlijk meer dan huisarts, zoals wij die kennen, praktisch alle medische diciplines moest hij uitvoeren of patiënten sturen naar ziekenhuizen, als hij het echt niet zelf kon behandelen. Zijn praktijkbestond uit circa 20 000 patienten in de gehele streek! (In Nederland heeft een huisarts ruim 2000 patienten !).
Of deze medische dienstplicht nu nog bestaat weet ik niet.
Toen ik in 1994 2 weken in Prigsewu (Lampung Selatan- Zuid Sumatra) was en de lokale (huis) arts bezocht was bovengenoemde situatie nog steeds hetzelfde: een soort dienstplicht voor artsen - 5 jaar - . Hij was eigenlijk meer dan huisarts, zoals wij die kennen, praktisch alle medische diciplines moest hij uitvoeren of patiënten sturen naar ziekenhuizen, als hij het echt niet zelf kon behandelen. Zijn praktijkbestond uit circa 20 000 patienten in de gehele streek! (In Nederland heeft een huisarts ruim 2000 patienten !).
Of deze medische dienstplicht nu nog bestaat weet ik niet.
26 september 2009 20:34:45
Startpagina
Admin-login
RSS
Fan worden
Jakarta 1960-an, Firman Lubis
doen was. Daarna heb ik het boek met horten en stoten gelezen. Soms was ik geboeid, soms helemaal niet. Maar dat kan je met lezen hebben. Ik heb de laatste maanden weinig gelezen. Soms kan ik niet stoppen, andere keren kan ik maar niet “in” een boek komen, dat duurt nu al een geruime periode. Dit boek heb ik toch nog uit kunnen lezen, op het laatste hoofdstukje na, want toen vond ik er weinig meer aan. Dat wil niet zeggen dat het een oninteressant boek was, integendeel ik heb van een paar hoofdstukken zeer genoten.
Dit is het boek:
Jakarta 1960-an. Kenangan Semasa Mahasiswa
Firman Lubis
Uitg. Masup – Jakarta - Nov. 2008, 334 pag
ISBN 979-3731-46-x
Rp. 60.000
Firman Lubis is een arts die al eerder een boekje had geschreven over Jakarta in de 50’er jaren. Deze gaat over Jakarta in de 60’er jaren, de tijd dat hij aan de Universiteit Indonesia medicijnen ging studeren. De 60’er jaren waren een heel roerige periode in Indonesië. Firman Lubis geeft daar een ooggetuigenverslag van, vermengd met vele autobiografische gegevens. Het verslag van de situatie en ontwikkelingen in Jakarta gedurende die jaren vond ik boeiend, echter wat hij te vertellen heeft over zijn studie, studievrienden en vooral zijn praktijklessen als co-assistent vond ik volkomen oninteressant, maar moest me wel daar doorheen worstelen, bang als ik altijd ben om iets te missen. Ik heb daar geen spijt van want juist in dit boekje kwam ik de naar Rokus Bernardus Visser tegen waarover ik inmiddels een stuk in twee delen geschreven heb. Dat stuk is hier te vinden.
Het boek begint met uit te leggen wat het verschil tussen de Orla (Orde lama) en Orba (Orde baru) is, voor mensen die zich vaak met de geschiedenis van Indonesië bezig houden zijn dit bekende begrippen. Het decreet dat Soekarno op 5 juli 1959 uitvaardigde waarmee men terug ging naar de originele UUD ’45, dat is de eerste grondwet. Het parlement werd ontbonden en Soekarno werd het hoofd van de “geleide democratie” een eufemisme voor dictator. Uit die tijd zijn er vele dolle uitspraken en afkortingen door Soekaro gemaakt overgebleven. Zoals “Een natie van koelies en een koelie van naties” “bangsa tempé”, "Nefos – een acroniem voor New Emerging Forces” en "Oldefos - Old Established Forces" dit werd ook "Neokolim" neoliberalisme-kolonialisme genoemd. Indonesië heeft heel veel acroniemen aan Soekarno te danken,hij was een meester in het verzinnen hiervan. In die jaren moesten er ook veel opstanden worden onderdrukt, Indonesië bevond zich in “SOB” een Staat van Oorlog en Beleg. Wat ook niet vergeten mag worden was dat het de periode van de Koude Oorlog was. Soekarno had in de 50’er jaren al zijn “tegenstanders” zoals Moh. Hatta en Sutan Sjahrir en nog vele andere uitgeschakeld, dat is ook het moment waarop de Javanisasi van Indonesië begon, onder een Javaanse dictator. Dit dictatorschap was vooral bedoeld om de revolutie van Soekarno een nieuw leven in te blazen. Deze herboren revolutie vond zijn hoogtepunt op 7 januari 1965 toen Indonesië uit de Verenigde Naties stapte omdat Malaysia als lid werd aangenomen. Dit was ten tijde van de “konfrontasi" met Malaysia. De slogan die Soekarno bij de uittreding uit de VN verzon was “Go to hell with your aid” een uitspraak die tegenwoordig nog vaak door jongeren wordt gebruikt als het weer eens over de relatie met de USA gaat of in de zoveelste “confrontatie” met Malaysia bij ruzies over eilandjes of eigendom van tradities.
De opstanden die in die jaren werden onderdrukt waren die van de Pemberontakan Pemerintah Revolusioner Republik Indonesia – Perjuangan Semesta (PPRI-Permesta) op Noord-Sulawesi in 1961-62, de leiders kregen amnestie. Daarna de opstand van de Darul Islam/Tentara Islam Indonesia (DI/TII) op West Java. De leider Kartosuwiryo werd op het eilandje Ubi, een leeg eilandje van de Kepulauan Seribu in de baai van Jakarta. Wat er met het stoffelijk overschot is gebeurd is niet bekend, deze man is compleet van de aardbodem verdwenen. De DI/TII in Aceh keerde ook terug in de moederschoot van de Republik Indonesia. In Zuid-Sulawesi gaf de leider van de DI/TII zich over maar nam later de strijd weer op. In 1965 werd hij doodgeschoten. Doch velen beweerden dat hij nog leefde. De leider van de DI/TII Kalimantan, Ibnu Hadjar kreeg in 1965 de doodstraf. Dr. Soumokil, de leider van de RMS werd op 2 december 1962 gevangen genomen na 13 jaar strijd. Hij werd in 1965 geëxecuteerd. Door het onderdrukken van al deze opstanden trad Soekarno als een sterke leider nog meer op de voorgrond. Op 19 december gaf Soekarno te Yogyakarta het Trikora, Tri Komando Rakyat. Dat was bedoeld om Nieuwe Guinea terug te brengen waar het volgens Soekarno thuis hoorde, de Republik Indonesia. Soekarno had verklaard dat voordat de haan op 1 januari 1963 zou kraaien Nieuw Guinea terug bij de R.I. zou zijn. Er dreigde een oorlog met Nederland, achter de schermen speelden Rusland en de USA, met de gebroeders Kennedy hun spelletjes. Op 15 augustus 1962 werd Nieuw Guinea aan de R.I. overgedragen en ging Irian Barat heten. Soekarno had gelijk gekregen. In 1967 werd er onder auspiciën van de V.N. nog een “vrije keuze” (Act of Free Choice) door de Papua’s gemaakt, maar deze was al helemaal onder de ergste bedreigingen aan het adres van de Papua’s voorgekookt. Toen de kwestie Irian geregeld was kwam er nog eens de “konfrontasi” met Malaysia een land dat op 16 september 1963 onafhankelijk was geworden. Door al die opstanden en vooral het bestrijden ervan, de oorlog om Nieuw Guinea was het met de economie in Indonesië tijdens die jaren allerbelabberdst gesteld. Er werden grote bedragen gespendeerd aan wapenaankopen, vooral in het Oostblok. Voor winkels stonden lange rijen mensen te wachten om moeilijk te verkrijgen artikelen te bemachtigen. Ook in die jaren was KKN (Korupsi, Kolusi en Nepotisme) een belangrijk gegeven in het dagelijkse leven. Tegenwoordig idealiseert de jeugd van Indonesië graag de regeringsperiode onder Soekarno, doch in werkelijkheid was deze voor het gewone volk rampzalig, zij leefden vaak in diepe armoede, het enige verzetje in die jaren warenb de toespraken van Soekarno die over de radio werden uitgezonden en uren duurden. Er was in de meeste kampungs wel een radio waar men met zijn allen naar kon luisteren.
In de 60’er jaren onderging het uiterlijk van Jakarta grote veranderingen, zeker onder gouverneur Ali Sadikin. Pasar Senin kreeg een verjongingskuur, Taman Rekreasi Ancol werd gebouwd, de dierentuin werd van Cikini naar Ragunan verhuisd. Op de plek waar de oude dierentuin stond werd Pusat Kesenian Ismail Marzuki gebouwd. Jakarta Fair werd de vervanger van Pasar Malam Gambir. Gokken werd gelegaliseerd, daaraan denken nog velen met weemoed aan terug. Hoerenbuurten werden opgeruimd, het geboortebeperkingsprogramma KB (Keluarga Berencana) werd gepromoot er werden ziekenhuizen bijgebouwd. Er kwamen vele nieuwe buslijnen en bussen waaronder dubbeldekker Leyland bussen uit Engeland, nieuwe scholen, het verbreden van wegen en bruggen. Dit gebeurde wel allemaal onder de regering van Soeharto. Toen de 60’er jaren begonnen had Jakarta amper 3 miljoen inwoners, aan het einde van deze periode waren dat er al 4 miljoen. In de 50’er jaren hadden vele Indo’s die in Jakarta woonden de stad verlaten, gerepatrieerd, meestal naar Nederland. Vooral aan het begin van de 50’er jaren, maar zeker ook tussen 1957 – 58 nadat Nederlandse bedrijven genationaliseerd waren en het leven voor Indo’s steeds moeilijker tot onmogelijk werd gemaakt.
In de 60’er jaren waren er ook nauwelijks stoplichten in Jakarta, de auteur kende maar een plek waar deze stonden, dat was op de kruising Jl. Sabang – Jl. Kebon Sirih. Begin 1960 reden er enkele bussen voor openbaar transport, deze waren van de Hongaarse merken Icarus en Robur. De terminal bis was midden in de stad op het Lapangan Banteng gevestigd. Taxi’s waren er nog niet, wel de elektrische tram, volgens de auteur was een van de domste beslissingen die ooit in Jakarta is genomen het opheffen van deze tramlijnen, temeer daar nu vele jaren later er vrije busbanen voor veel geld gebouwd worden. Indonesië was aan het begin van de 60’er jaren antikapitalistisch, een modeverschijnsel in die jaren. Er waren nauwelijks buitenlandse investeringen, na de nationaliseringen waren er veel staatsbedrijven. Een van de weinige buitenlandse bedrijven was het Amerikaanse Caltex in Riau. Bouwprojecten waren er ook niet veel afgezien van wat wooncomplexen, zoals het bouwen van de satellietstad Kebayoran baru, verder werden er mooie huizen van goede kwaliteit gebouwd in Kemang, Pondok Indah, Pondok Hijau, kelapa gading, Cipinang Indah, Kalibata Indah en Kuningan. Er was in 1957 een stdaplanning opgesteld. De gebouwde huizen waren allemaal voor de hogere inkomensgroepen bestemd. In 1962 kwam er een plan in samenwerking met de Deense regering, om op 270 hectare grond 20.000 50.000 huizen voor de lagere inkomensgroepen te bouwen, dat is er nooit van gekomen. Deze groep heeft in Indonesië altijd in het verdomhoekje gezeten. Hoge gebouwen waren er ook nauwelijks, de hoogste bouwwerken begin jaren 60 waren Hotel Indonesia 14 etages hoog, werd gebouwd voor de Asean Games 1962 en het staatswarenhuis Sarinah. De bouw van het hoogste gebouw van Jakarta in die jaren, Wisma Nusantara werd aan het begin van de zestiger jaren begonnen, maar werd tijdens de roerige jaren 65 – 66 stilgelegd en pas in de 70’er jaren weer hervat. De eerste echte wolkenkrabber Hotel Sahid Jaya werd eerst in de 70’er jaren gebouwd, evenals de eerste tolwegen. Het sportcomplex Senayan werd aan het begin van de 60’er jaren gebouwd toen Indonesië gastheer voor de Asean games (Asem gim) 1962 was. Restaurants zoals A&W, McDonald en KFC had je toen ook nog niet evenals grote Indonesische restaurants, daar waren er slechts enkele van. De TV had maar een station in zwart wit, de TVRI die op 17 augustus 1962 in de lucht kwam. Andere grote gebouwen die in de 60’er jaren gebouwd werden zijn de Mesjid Istiqlal en het hoofdkantoor van de BI, beide ontwerpen van de architect F. Silaban, een christen.
Onder Soekarno werden er wel veel monumenten neergezet. Soekarno stond bekend als een groot liefhebber van de schone kunsten, hij had een grote schilderijenverzameling die in het Istana Negara hing. Verzamelaars werden vaak gedwongen om mooie schilderijen om niets aan de president af te staan. Het bekendste monument is wel het Monumen Nasional (Monas) geïnspireerd door het nationale monument in Washington (USA). Voor de bouw werd een prijsvraag uitgeschreven, de winnar kreeg een prijs maar zijn monument werd niet gebouwd. Het werd het ontwerp van de winnaar van de 2e prijs, F. Silaban, het monument is echter op vele onderdelen aangepast door Soekarno, die immers architect was van professie. De bouw werd in 1961 aangevangen, het monument kwam pas in 1975 af. Veel van de bouwmaterialen kwamen uit het buitenland en daar was maar spaarzaam geld voor beschikbaar. De vuurtong bovenop het monument is van 14,5 ton brons gemaakt, verguld met 32 kilo zuiver goud. Een ander monument is het monument dat gebouwd werd te nagedachtenis aan de “bevrijding”van Irian Barat, een 9 meter hoge mannenfiguur die zijn ketenen afwerpt, het beeld werd op 18 augustus 1963 onthuld.
Wat hierboven staat is een kort uittreksel uit de eerste 3 hoofdstukken, interessant om te lezen hoe Jakarta van een grote maar provinciale stad zich ging ontwikkelen tot een van de grootste metropolen ter wereld. De volgende hoofdstukken gaan over de doktersstudie van Firman Lubis, waarin veel namen van Indonesische doktoren worden genoemd die later bekende persoonlijkheden zijn geworden, tot minister aan toe. Leuk is het hoofdstuk over de STOVIA, de School Ter Opleiding Van Inlandse Artsen. Er worden ook schoolreisjes en vakanties beschreven en krijgt men een goede indruk hoe eenvoudig het leven van een gewone Indonesische student in die jaren was. Indonesië was ook nog eens een erg arm land in die periode, het gemiddelde jaarinkomen was 50 US$ per inwoner. De studenten kwamen op de universiteit ook voor het eerst medestudenten uit andere delen van Indonesië tegen, doch de Medische faculteit werd gedomineerd door studenten uit Java en Minang. In die jaren was het ook gebruikelijk dat studenten een militaire training volgden, als een soort dienstplicht bij het Resimen Mahajaya. Firman Lubis had nog wel meer plichten, omdat een gedeelte van zijn studie door de overheid betaald werd, verplichtte hij zich om een aantal jaren na zijn studie voor de overheid te gaan werken.
Uitgebreid worden de gebeurtenissen die bekend staan onder de naam G 30-S (Gerakan 30 Sepetember) ook wel Gestapu genoemd en de overdracht aan de macht van Soekarno aan Soeharto d.m.v. het zgn. Supersemar (Surat Perintah Sebelas maret) en de studentendemonstraties. De schrijver deed er aan mee, maar was verder a-politiek.
Ik heb veel hoofdstukken van dit boek met groot plezier gelezen, ik ben in het boek ook veel tegen gekomen waar ik niet enthousiast over ben, het boek geeft echter een kijkje in het studentenleven in die jaren, vanuit dat standpunt belangrijk. Het boekje is verder belangrijk omdat het geschiedenis beschrijft vanuit de ogen van een gewone burger en daarom is het de moeite waard, ondanks enkele tekortkomingen in mijn ogen. Die tekortkomingen bestaan voornamelijk uit het feit dat er veel wordt beschreven dat interessant is als je de figuren die omschreven worden kent en in medische wetenschap bent geĂŻnteresseerd.