01 januari 2010

La’ala – Seram

laala
Vandaag had ik La’ala en Loki op het programma staan, dat betekende het schiereiland Hoamoal dieper in. Ik was ooit twee jaar geleden in deze twee plaatsen geweest toen ik in Luhu logeerde, als ik daar vandaag zou komen dan zou het ontbrekende gedeelte

Piru – La’ala op de kaart ingevuld kunnen worden en had ik een doorlopende lijn naar Ambon, zo breide ik mijn reizen aan elkaar. Ik was om half acht al op pad om een ontbijt en vooral koffie te gaan halen. De penginapan Piru Permai was helemaal leeg, ik was de enige gast, het personeel was ook naar huis om kerst te vieren, dat betekende geen koffie die ochtend, ook waren de overheidskantoren gesloten, het was de dag voor kerst. Ik ontbeet met rijst, vis en groenten, dat in mijn dieet alhier, verveeld nooit want steeds andere vis en groenten. Ik nam er twee stukken tahu bij, want onderweg is er niets op het gebied van maaltijden verkrijgbaar. Hoogstens Aqua, koekjes en fruit. De tukan ojeg van wiens diensten ik gisteren gebruik had gemaakt stond op de afgesproken tijd klaar, hij had een zeer betrouwbare indruk op mij gemaakt dus mocht hij weer een dagje rijden, de prijs van 125.000 Rp per dag was voor hem waarschijnlijk de aanleiding om zo betrouwbaar mogelijk over te komen, maar daar wilde ik geen punt van maken.

We reden Piru uit en kwamen langs de haven, Piru heeft allerlei ongebruikte faciliteiten zoals een haven voor vrachtschepen, ook is er een onlangs gebouwde haven voor de visserij met een vismarkt, die door geen enkel vissersschip wordt aangedaan. Dat terwijl de wegen in de omgeving in een deplorabele staat verkeren, die hebben geen prioriteit, het is alleen het uiterlijk vertoon in de hoofdstad van West-Seram dat schijnt te tellen. Vanuit de haven had ik een goed uitzicht op de “Gunung Tinggi” die in al zijn vernielde treurigheid zeer opviel. Ik heb al eens eerder over deze berg gesproken toen ik er langs voer op mijn tocht naar Kaibobo, verleden jaar, dat verhaal is HIER te vinden. Nu reden we langs de achterkant van de bergen, de vergezichten zijn schitterend, maar je moet niet naar de Gunung Tinggi kijken, want daar zijn heel wat vernielingen aangericht, in de pers had ik gelezen dat die inmiddels gestopt waren, maar toen ik daar foto’s maakte hoorde ik toch duidelijk het geluid van machines.

gunung tinggi
Gunung Tinggi vanaf Piru gezien

gunung tinggi
De vernielingen aan de achterzijde

gunung tinggi
Nog meer potentiële erosie.

gunung tinggi
Dalend vanaf de Gunung Tinggi is het uitzicht op
Hoamoal adembenemend

De weg die ik vandaag volgde was heel wat aantrekkelijker dan die van gister naar Asahudi, lopend door heuvelachtig terrein met veel sagobossen, tuinen gevuld met klapper, cengkeh, keladi, kayuputih en bos, vaak lag de weg in de schaduw. De weg was goed, afgewisseld met slechte stukken, alleen de afdaling van Gunung Tinggi was erbarmelijk slecht, alleen maar stenen, het asfalt was over lange stukken weggespoeld. Ook het verkeer was drukker, maar druk naar lokale maatstaven, dus af en toe een motorfiets of een auto of busje. Voor Gunung Tinggi kwamen we langs een immense visserskampung die vnl. bewoond werd door mensen uit Buton, veel van hun huizen stonden op palen in het water. De kampung had ooit aan de voet van Gunung Tinggi gestaan, maar was op een dag pardoes naar beneden gezakt en door het water verzwolgen, misschien werd er veel gezondigd in deze nederzetting, gokken, alcohol drinken, hanengevechten, vreemd gaan en had dit de toorn van Allah opgeroepen, die had daarop zijn maatregelen genomen en de hele boel laten zakken.

gunung tinggi
Vissers drogen hun netten

gunung tinggi
Op deze locatie verdween er ooit, zomaar, een hele kampung onder water.


We reden verder en kwamen langs enige kampung en dusun eindelijk passeerden we een brug en reden La’ala binnen, ik herkende het kantoor van de kepala dusun waar ik twee jaar geleden had zitten kletsen over een fort dat ik hier vermoedde. Dat was er niet, nu weet ik dat het fort een Makassaars fort was. Er is wel sprake van een Moluks fort in het binnenland, dat werd mij ook weer deze keer bevestigd. Ik heb twee van die Molukse forten gezien, Kapahaha op Ambon, wat een moordende klimpartij was die pas bij de tweede poging lukte. Verder bij Amahai toen ik op zoek was naar fort Harderwijk en men mij bij zo een Moluks fort bracht, dit was bereikbaar via een verraderlijk vals plat. Als je dit soort forten bezoekt moeten er mensen mee die een weg kappen en als je eenmaal op de locatie bent aangekomen zie je nauwelijks iets vanwege de weelderige begroeiing, ik heb inmiddels mijn portie wel gehad. Het reizen per ojeg is al een lijdensweg, mijn armen en gezicht waren gisteren al verbrand en dat werd vandaag alleen maar erger. Plus dat ik het slechte wegdek behoorlijk onder mijn achterwerk voelde hossen, ik had last van buddyseatpijn, reizen is voor mij dus lijden. Overigens zijn die Molukse forten van groot historisch belang, voordat de Nederlanders in dit gebied kwamen woonden de mensen hier op versterkingen op hoge bergtoppen. Het zijn de Nederlanders onder de VOC die deze mensen dwongen naar dorpen aan de kust te verhuizen, daar waren ze beter te controleren. In het binnenland plantten ze toch maar alleen nagelbomen waarvan ze de opbrengsten illegaal aan door de VOC niet gewenste buitenstaanders verkochten.

La’ala is tijdens de burgeroorlog die van 1999 – 2004 op de Molukken woedde helemaal platgebrand en bestaat tegenwoordig uit houten huisjes die door de overheid zijn neer gezet. Er is inmiddels een nieuw gebedshuis opgericht, voor La’ala is dat een moskee. Het was niet de eerste keer dat La’ala met de grond gelijk werd gemaakt. De versterkte kustplaats Laala werd in 1651 door de VOC verwoest, maar in 1653 stond er alweer een tweemaal zo groot fort, gebouwd door de Makassaren. In september 1654 verzamelde De Vlaming een zo groot mogelijke troepenmacht samengesteld uit diverse VOC-garnizoenen om Asahudi op de westkust van Hoamoal te veroveren. Echter toen zij daar aankwamen bleek de vesting zodanig te zijn versterkt dat ze onneembaar leek. In plaats daarvan werd besloten tot een aanval op La’ala aan de oostkust. Deze nederzetting lag in een sagorijk gebied van waaruit Asahudi van voedsel werd voorzien. De vesting La’ala lag in een moerassig gebied en was in een T-vorm tussen twee riviertjes aangelegd en was daarom moeilijk te bestormen. De Vlamingh besloot daarom tot een belegering. Amboneze hulptroepen bouwden in vijf dagen een dubbele borstwering om de vesting heen, deze bestond uit uitgeholde sagostammen. Zo waren de belegeringstroepen aan twee kanten beschermd, er waren hulptroepen over land vanuit Asahudi onderweg die de troepen van De Vlamingh in de rug wilden aanvallen. De aanval van deze troepen werd door het Compagniesleger afgeslagen. Toen De Vlaming vernam dat er in La’ala een tekort aan kruit en munitie was ontstaan besloot hij tot de aanval. Het fort werd aan de voorkant vanaf het strand bestormd met stormladders, vanaf de zijkant bestookte men de vesting met kanonnen. Op de vijfde dag van de belegering werd het fort ingenomen en vernietigd. Aan de kant van de Compagnie vielen er elf doden, aan de kant van La’ala vielen er maar liefst 700 doden en werden er 400 man gevangen genomen.

laala
De belegering van La’ala, om de vesting heen is de borstwering te zien die door de Ambonese hulptroepen voor de VOC werd opgericht.

laala
La’ala vanaf de hoofdweg gezien.

laala
De rivier die langs La’ala loopt

laala
De Moskee, die als Kerja Bhakti door de TNI werd gebouwd.

laala
Een straatje met de typische vluchtelingenhuisjes, zoals er veel in dit gebied zijn te zien.

laala
Het strand van La’ala

De historische gegevens voor dit stuk zijn o.a. afkomstig uit “De Ambonse Eilanden onder de VOC” door G.E. Rumphius



Reacties

goede verhalen en foto's weer... en nog een nieuw woord ook: "buddyseatpijn". (1 hit op google).
02 januari 2010 15:23:35
een heel dorp aan de kust verdwenen,zou dat niet zijn 30 September 1899 , een Zeebeving (Tsunami). die ook Amahai getroffen heeft.
11 maart 2010 18:33:06

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.