06 januari 2010

De Molukken volgens ....

muscade
Pierre Sonnerat was een Franse natuurkundige en ontekkingsreiziger en een neef van Pierre Poivre, de man die kruidnagel en nootmuskaat introduceerde in Franse gebieden buiten de controle van de VOC.


Pierre werd geboren te Lyon op 18 augustus 1748. Hij maakte o.a. een reis naar Nieuw-Guinea maar ook naar de Molukken en Manilla van 1769 tot 1772. Hierover schreef hij een boek dat in 1776 verscheen onder de titel: Voyage à la Nouvelle Guinée.

Ook maakte hij tussen 1774 en 1781 een reis naar China. Hij stierf in Lyon op 31 maart 1841.

Zijn beschrijvingen van de landen, volkeren, fauna en flora waren voor voor de Fransen van groot belang omdat die slecht pas kwamen kijken in dat deel van de wereld, dat voordien alleen door Nederlanders en Engelsen bevaren werd. Ik vond het de moeite waard een paragraaf uit zijn boek te vertalen waarin hij het heeft over de Molukken en Molukkers. Hier moet wel verstaan worden dat het over de eigenlijke Molukken gaat dwz Maluku Utara. Zijn beschrijvingen zijn niet helemaal correct maar weerspiegelen de tijdsgeest. Het is soms wat lachwekkend maar dat zal ditzelfde stukje over 200 jaar ook zijn.

Bemerkingen over de inwoners van de Molukken


Molukkers zijn over 't algemeen zeer bruin; de tint van hun huidskleur gaat naar zwart vermengd met geel; ze zijn weinig energiek en daaardoor wreed en wild. Misschien dat de hardheid van hun zeden een gevolg is van een zwervend en sollitair bestaan in de bossen.

Het land dat ze bewonen lijkt vruchtbaar maar ze bewerken het niet en ze leven enkel van sagu; ze halen die uit twee eilanden van hun archipel, waar de bomen waaruit ze sagu halen weelderig tieren zonder cultivatie.

De religie van de Molukkers is een mengeling van Mohametisme en de Wet van de Brahmanen. Men eet er zelden varkensvlees, evenals zeer weinig vlees van andere levende wezens.De bewoners kweken geen dieren, tenzij voor hun plezier en hebben er zeer weinig huisdieren. Ze presenteerden ons een kip alsof het een zeldzaam voorwerp was van zeer hoge waarde.

Enkel vrouwen en priesters dragen klederen. Mannen bedekken zich enkel met een hoed, geverfd in verschillende kleuren en gemaakt van bladeren van waaierpalmen; voor het overige zijn ze naakt; ze dragen echter wel een brede lendendoek om hun schaamdelen te bedekken en armbanden als versieringen.De vrouwen zijn bedekt met een lange jurk of een zak zonder plooien, vooraan sluitend; zij dragen enorme hoeden met een omtrek van zeven tot acht voet. Die hoeden zijn bovenaan plat; onderaan een ring van drie duimen hoog, die dient als vorm en om de hoed op hun hoofd te houden. De vrouwen komen nooit buiten; zij leven opgesloten in hun hut. Het zou heel moeilijk zijn om mensen te vinden die meer jaloers zijn dan Molukkers. Het zou een Europeaan het leven kunnen kosten om zonder consideratie een vrouw aan te staren in het bijzijn van haar man.

De priesters zijn gekleed in lange jurken zoals de vrouwen; maar men kan ze herkennen aan hun hoeden, die in een punt eindigen.
Beide sexen dragen armbanden van een soort porcelein, die ze met een stenen werktuig vervaardigen.

Hun wapen zijn de pijll en boog, een pijlenkoker en een schild. De boog is van buigzaam hout, zeer licht en verhard; ze versieren hem met ringen uit rotan: de pees is ook uit rotan gemaakt. De pijlen zijn van elastisch riet, licht en de punt is van gehard hout.
De pijlenkokers zin van boomschors; ze zijn bedekt met tekeningen in reliëf, gemaakt van zeer mooie witte schelpen. De schilden zijn zeer lang en breder in het midden dan aan de uiteinden.
Deze volkeren, voor wie navigatie een levensnoodzakelijke kunst is daar ze in een archipel wonen, hebben zeer ingenieus gebouwde boten, die zeer speciaal zijn. Deze boten zijn 70 tot 80 voet lang; de twee uiteinden verheffen zich tot 20 voet boven het wateroppervlak. Het roer is enkel een roeispaan, buitenboord geplaatst en op zijn plaats gehouden door een schavot; de boot zelf bestaat uit planken, die niet verbonden of aan elkaar genageld zijn maar gewoon geassembleerd en op zijn plaats gehouden door touwen van rotan. Aan beide zijden van de boot zijn twee vleugels vastgemaakt, die voor stabiliteit zorgen wanneer de zee zwaar is. Tien mannen, schrijlings gezeten op deze vleugels, zorgen voor de voortbeweging van de machine en doen haar varen door middel van peddels met een snelheid, die voor iemand die het niet gezien heeft, ongelooflijk is. De kunst van de roeiers bestaat erin het water te beroeren in een volstrekt synchrone kadans; dat is zonder twijfel de reden waarom ze, terwijl ze roeien, zich oppeppen met liederen te zingen of ze ondersteunen het ritme door het geluid van een trommel, een soort tamboer. De maat zorgt voor de precisie van hun bewegingen; maar hun liederen en de ritmes van de trommels, lijkt ons zeer triest: waarscjinlijk hebben zij daar een andere mening over. De zeilen zijn gemaakt van verscheidene ovale matten en zijn dwars op de mast geplaatst.


gerofle - kruidnagel



Reacties

Geen reacties

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.