28 januari 2010

Vastgelopen op Ambon.

Ambon
Van Tahoku ging ik weer terug naar Natsepa en checkte in bij de penginapan van Ibu Nona, ik wilde afwachten hoe het weer zich zou ontwikkelen en nog eens proberen om naar Hoamoal te gaan.

In Natsepa werd het weer echter steeds slechter tot storm en regen aan toe, zo slecht had ik het in Ambon nog nooit meegemaakt, daarbij kwamen de voortdurende black-outs veroorzaakt door de staatselektriciteitsmaatschappij PLN. De machines die de elektra op Ambon opwekken zijn verouderd en de capaciteit is onvoldoende, verder schijnt het personeel niet competent te zijn en stokt de aanvoer van dieselolie regelmatig door slechte weersomstandigheden, gebrekkige logistiek of anderszins. Gelukkig trof ik Toni en Mariska, een Engels-Nederlands stel, dat ik al eerder bij ibu Nona had ontmoet. De combinatie Engels Nederlands is iets waar ik in het algemeen zeer goed mee om kan gaan omdat ik zelf uit een soortgelijke relatie ben geboren. Zij hadden een duikbedrijf in Thailand, maar waren uitgekeken op dat land en zochten een nieuwe uitdaging. Thailand schijnt inmiddels helemaal door het toerisme verziekt te zijn. Toni en Mariska hadden al heel wat plaatsen in Indonesië bezocht, op Ambon hadden ze het gevoel gekregen dat er daar mogelijkheden lagen. Ik heb me nooit erg geïnteresseerd voor duiken, dus weet ik er weinig vanaf, maar Toni en Mariska konden er zo boeiend over vertellen dat ik mezelf liet verleiden tot het stellen van vele vragen op het gebied van de wereld onder water.

Toni liet indrukwekkende foto’s zien van deze wereld, de foto’s waren met een macrolens van een simpele camera gemaakt, niet zo spectaculair zoals men zo vaak op sites van duikers ziet, maar de kleine beestjes en visjes en andere creaturen, Juist die foto’s lieten mij de geweldige rijkdom zien die zich onder de zeespiegel bevindt. Het was ook heerlijk om met Toni over de moderne toerist te filosoferen, initiatiefloze wezens, thuis een grote smoel maar eenmaal in Indonesië een angsthaas, die zich gaarne overleveren aan een westerling die de taal en cultuur kent om hem het avontuur te bezorgen waar ze zo naar snakken, want de jeugd van tegenwoordig ontbeert het aan fantasie. Dus je haalt ze van de airport af, stopt ze in een bungalowtje van gaba2 vervaardigd met een olielampje voor verlichting, in de kantine staat er een koelkast stampend vol koud bier en zitten er nog meer avonturiers, allemaal bleekgezichten. Er is een generator zodat ze de batterijtjes van hun mobieltjes kunnen opladen voor het contact met het thuisfront. In de keuken staat een inlandse en de vloer wordt aangeveegd door een djongos, die beiden geen woord Engels spreken. Je laat de backpackers vroeg opstaan om ze in een inlandse prauw zelf naar een onbewoond eiland te laten roeien, onderweg vissen, op het eiland kunnen ze hout sprokkelen en de vissies roosteren. Je verteld dat de batok kelapa (bast van de klappernoot) ideaal is om vis een speciale smaak te geven. Na de maaltijd zwemmen en snorkelen, de onderwaterwereld rondom het eiland Ambon kent zijn weerga niet, althans ver van de stad Ambon. ’s Avonds kunnen ze de koelkast weer legen. Een jungletrek doet het ook altijd, je laat ze kruidnagels en noodmuskaat plukken, je laat uitleggen hoe dit product verwerkt wordt tot een schitterend souvenir. Zwemmen in een waterval, en natuurlijk weer een kampvuur om eten te maken, slapen in een hut in het bos terwijl de wilde varkens de rugzakken leeg vreten. Een verdwaalde slang is een onvergetelijke ervaring alsmede de geluiden die het bos ’s nachts voortbrengt. Zo hou je de bleekgezichten vier dagen bezig en strijkt daar een leuk bedrag voor op. Ze komen thuis met verhalen van deze onvergetelijke gebeurtenissen, zonder dat die op Bali of omgeving hebben plaatsgevonden, maar op Ambon, waar nog bijna “niemand” is geweest, dat laatste is heel belangrijk. Indonesië is een immens land maar de gemiddelde toerist ziet er nauwelijks iets van, ze volgen allemaal het diep uitgesleten karrenspoor langs de zogenaamde “hoogtepunten”.

Op mijn beurt kon ik ook een hoop over Indonesië vertellen over het huren van huizen, de vergunningen die nodig zijn om in het land te werken, de mentaliteit. Hoe met personeel om te gaan, met de verschillende culturen, het geldgeile gedrag van de overheidsdienaren. In het algemeen gesproken “hoe voorkom ik moeilijkheden”. Men leeft tenslotte in een compleet andere cultuur en die zal men moeten doorkrijgen, ook is de beheersing van de Indonesische taal daarvoor een must, spreek je de taal niet dan kan je het wel vergeten. Op een gegeven moment werd ons gezelschap aangevuld met de bekende reisverhalenschrijver Dangdude en gingen de gesprekken over muziek uit vroeger jaren. Dangdude is ex-muzikant, Toni als Liverpudlian had ook een speciale smaak op muziekgebied, en in mijn jonge jaren luisterde ik dag en nacht naar muziek. Er werd heel wat nostalgie opgehaald. We bleken allemaal grote fans van Johnny Cash te zijn, maar op die avonden passeerden nog tientallen namen van songs en artiesten de revue. Intussen bleef het regenen, ook was er meer geen elektriciteit dan wel, ibu Nona toverde ondanks dat de koelkast het niet deed steeds dozen met een dozijn koude bintangs tevoorschijn. Die werden bij kaarslicht geconsumeerd, deed het licht het weer eens dan ontlokte dat aan onze gesmeerde kelen een luid gejuich dat de Ambonezen altijd deed kromliggen van de lach. Na voldoende bintang werd er bedwaarts gestrompeld en was je blij dat de dubbele tong nog een `welterusten`en `goodnight`toeliet.

Dangdude vertrok naar Saparua, Toni en Mariska terug naar Thailand, ik bleef alleen achter. Het weer liet mij niet toe naar Seram te gaan, ik was al nat genoeg geworden daar. Op een mooie dag maakte ik nog een ritje per ojeg om een deel van Ambon te verkennen dat ik nog nooit had gezien, het oostelijke deel van het schiereiland Leitimur. Deze rit ging van Passo naar Hutumuri, Rutung, Lehari, Rukahila en dan via Ambon-stad terug naar Passo. Een mooie rit langs interessante dorpjes en schitterend natuurschoon, er zitten een paar zeer steile klimmen in deze tocht, vaak kijk je uit over de zee.

leitimur
Verkooppunt benzine te Passo

leitimur
Monument in de vorm van een nootmuskaatvrucht, Hutumuri

leitimur
Zandafgraving in Hutumuri

leitimur
Rechts het graf van Radja Karel van Hutumuri.

leitimur
Het graf wordt als vuilnisvat gebruikt

leitimur
Het graf links:
Hier rust onze geliefde vader Eli Leiwakabessy
Geboren 1859 Overl. 5-1-1906

leitimur
Onderweg komt men langs kilometers land dat helemaal kapot is als gevolg van erosie

leitimur
De kerk Baitlehem in Hutumuri. De kerk dateert uit 1832 maar is onlangs vernieuwd

leitimur
Ergens achter de kerk liggen de oude houten pilaren te verrotten,

misschien wel de pilaren uit 1832 we weten inmiddels wel hoe men in dit land met zijn geschiedenis omgaat. Men wil nieuw en modern, de tradities worden op de gruthoop gegooid. Zeker veel kerken en moskeen zijn het slachtoffer van deze vernieuwingsdrang geworden.







Reacties

Geen reacties

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.