30 juni 2008

Vorstenlanden omblad, Deli dekblad

sigaren
…en Besuki binnenwerk. Waar heeft die Lon het nu weer over zal men denken. Tabak! Nou weet ik wel dat tabak bijna geschiedenis is, daarom wil ik het

even over de recente geschiedenis van tabak hebben aan deze vooravond van het moment dat je niet eens meer in de kroeg mag roken. Dekblad, omblad en binnenwerk zijn onderdelen van sigaren, die worden nauwelijks meer gerookt, althans niet zo als voorheen. Sigaren zijn iets voor nieuwe rijke heren na het diner in een exquise restaurant geworden. Men ziet vandaag de dag bijna alleen nog maar filtersigaretjes en sjekkies. Nog niet zo lang geleden was het aanbod dat je kon zien roken veel en veel groter. Tot in de 60’er jaren zag men dus veel meer sigaren, pijpen, maar ook pruim- en snuiftabak. Men kon in die dagen zonder snerende opmerkingen overal roken, als je bijvoorbeeld in de bioscoop zat dan zag je de film door een rookgordijn heen. Rookvrije plekken werden pas later geïntroduceerd, zoals hier en daar een rookvrije coupe in de trein, dat waren hoogstens 16 plaatsen en was het daar erg stil, er zaten wat oude dames en af en toe een non. In die jaren stond alles blauw van de rook en rookte iedereen gewoon zonder klagen ongevraagd mee. Voor vuurgevaarlijke plekken was er pruimtabak. Ik kan me nog wel die ouwe mannetjes herinneren, die ergens op een straathoek stonden te kletsen, ze hadden vaak een blauw petje, dat in een verre verte aan zee deed denken, op. Die oude mannen hadden of een sigaar in de hand of stonden op iets bruins te kauwen en spuwden af en toe een straal bruin sap uit. In sigaren was er ook een grote variatie en bepaalde je sociale status wat je rookte, de sigaren waren meestal groot en kwamen in verschillende vormen, waarvan de bepoederde bolknak een zeer karakteristieke was. Zo een sigaar moest ook geknipt worden met een speciale sigarenknipper. Op veemarkten bijvoorbeeld rookten de boeren allemaal sigaren van het merk "Agio Gulden Oogst", misschien bracht de naam geluk. In de 50'er jaren was het de gewoonte geworden om Engelse en Amerikaanse sigaretten te gaan roken. In WO2 was het heel moeilijk geweest om aan sigaretten te komen. Toen Nederland werd bevrijd kwamen die sigaretten per slof en per parachute naar beneden. Men heeft zich wezenloos gepaft. De merken waren Player en Pirates, later Miss Blanche, Chief Whip (..op ieders lip), Senior Service, 555 State Expresse. Later werd dat Roxy, Lexington, North State en Caballero, toen is men ineens filtersigaretten gaan roken, want dat was gezonder en werden de rokers door cowboys verwelkomt in “the land where the flavor is”. Ook werden we aangespoord om een wandeling van ruim 1600 meter voor een “Camel” te maken en de "wereld" van Peter Stuyvesant te gaan ontdekken. In Nederland heeft men altijd veel van zelfgemaakte sigaretten, de zogenaamde sjekkies, gehouden omdat dit veel goedkoper was dan een pakje kant en klare sigaretten. In de tijd dat de Nederlands Indischen naar Nederland kwamen en speciaal de ex-Knillers, werden de torpedovormige zelfgedraaide sigaretjes geïntroduceerd vervaardigd van zware shag van het merk “Tjap warning” uit donkerblauwe pakjes geproduceerd door de Wed. van Nelle en gedraaid met vloeitjes van rijstpapier.

tabak

Tijdens het schrijven van dit stukje hink ik op twee gedachten, namelijk het rookverbod voor de horeca in Nederland dat op 1 juli ingaat, maar de aanleiding is dat ik verleden week las dat er in Bremen weer de jaarlijkse veiling van Indonesische tabak heeft plaats gevonden. Er werden op de eerste dag 702 balen tabak uit Klaten (Vorstenlanden) geveild die maar liefst 14 euro per kilo opbrachten. Ook nog 70 dozen van het beroemde Deli dekblad die 29 euro per kilo moesten kosten. Deze veiling wordt eens per jaar georganiseerd door de “Deutsch Indonesische Tabak- Handelsgesellschaft Gmbh & Co” . De tabak is zo een beetje de allerbeste die er ter wereld te vinden is en is zeer gezocht bij de producenten van allerlei luxe sigaren. Nou is die tabak niet iets dat door de Indonesiërs is ontwikkeld. Die tabaksteelt stamt uit de koloniale tijd. In de Vorstenlanden, dat is het gebied rondom de vorstensteden Surakarta (Solo) en Yogyakarta, wordt al heel lang tabak verbouwd. Ook in de omliggende gebieden, zoals Boyolali, maar die tabak is van mindere kwaliteit. De omstandigheden te Klaten zijn perfect om een van de beste soorten tabak ter wereld te leveren. Als ik door Klaten kom nadat de rijst is geoogst zie ik de boeren de sawa klaarmaken voor de tabaksteelt. Er worden stokken neergezet, daartussen wordt de tabak geplant. Op een gegeven moment wordt er over de stokken een soort tent gespannen, dus zie je de tabak niet verder groeien. Waarschijnlijk gebeurd dit om de tabak tegen ziektes en insecten te beschermen. Er worden ook immense bamboe schuren gebouwd, daar komt de tabak te drogen te hangen, dat is een zeer secuur en belangrijk werk, waarmee de kwaliteit van de tabak staat of valt. Die schuren zijn echt zeer dominant in het landschap, soms wel 100 meter lang.

Het verhaal van de tabak te Deli is nog verbazingwekkender. In 1863 kwam ene Jacob Nienhuys in Deli aan en begon hier en daar tabak te planten, deze deed het zeer goed. Hij kreeg van de sultan van Deli zoveel grond in bruikleen als hij maar wilde om daar tabak te planten. Hij had grond in overvloed, alleen ontbrak het aan arbeidskracht, deze ging hij in China halen. Dat was het begin van een grote stroom Chinese koelies die naar Deli kwamen, met een contract voor enkele jaren. De behandeling van deze arbeidskrachten in die periode heeft voor een hoop ellende gezorgd. In 1865 oogstte Nienhuys zijn eerste tabak. De kwaliteit van de tabak was heel hoog en hij kreeg er veel geld voor. Aangetrokken door de hoge verdiensten, kwamen er vanuit Nederland vele andere ondernemers naar Deli. De tabaksteelt in Deli werd een daverend succes. Nederland werd hierdoor een belangrijke tabaksproducent en ook een centrum van tabakshandel. Jaarlijks werden er te Rotterdam en Amsterdam tabaksveilingen gehouden. Veel van de tabak werd in Nederland gebruikt om sigaren van te maken. Dat was toen een gewild product, als handwerk en vaak in thuisarbeid vervaardigd. De laatste keer dat er tabak werd geveild was in 1936 te Rotterdam, daarna stokte de aanvoer, in 1941 werden er in Amsterdam oude voorraden geveild. Na WO 2 werd er nog een keer in Frascati te Amsterdam tabak verkocht. De situatie in Indonesië was echter veranderd, in 1957 werden alle Nederlandse plantages door Soekarno genationaliseerd en in 1959 verhuisde de tabakshandel naar Bremen en wordt daar nu elk jaar weer in de Bremer Tabakbörse de oogst van het voorgaande jaar verhandeld.

tabak

Na dit stukje krijg ik ineens zin in een lekker sigaartje, helaas dat mag niet meer. Op 1 oktober 2006 heb ik mijn laatste peuk in de asbak uitgemaakt, dat was een Djarum Super Filter, de laatste in een zeer lange rij kreteksigaretten.


Reacties

mooi verhaal:)
12 januari 2010 19:17:19

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.