29 januari 2010: Naar Piru op Seram

Baguala Bay
Na enkele dagen kwam de beroemde reisverhaaltjesschrijver Dangdude weer terug uit Saparua. We hadden in Nederland afgesproken dat we een paar daagjes samen zouden gaan vissen.

Dangdude is een fanatieke sportvisser, ik heb ooit in mijn jeugd gevist, maar tijdens mijn reizen door de Molukken als ik die vol vis zie denk ik altijd dat het leuk zou zijn daar eens een hengeltje uit te werpen. Dangdude had zijn hengel uit Nederland meegenomen, ik was van plan om er een ter plekke te kopen. We gingen daarom naar Passo, daar is een soort winkel van sinkel die alles verkoopt, ook hengels. We zochten een leuk hengeltje met molen uit en ik nam er ook een gifgeelgroen plastic visje bij, zgn. kunstaas. Ik betaalde daar de som van Rp 140.000 voor, een bedrag dat schril afstak tegen de prijs die Dangdude voor zijn hengel had betaald, een bedrag van enkele honderden euro’s, hoewel voor de leek was dit prijsverschil op het eerste oog niet te zien. Terug bij Ibu Nona liet ik me de werking van de hengel uitleggen, hoe je een haakje aan de lijn vastmaakt, het was voor mij een soort opfriscursus, het waren zaken die ik in een ver verleden meer had gedaan.

We besloten de volgende dag te gaan vissen, daarom gingen we eerst naar de markt in Passo om “umpang”, aas te kopen, kleine visjes. We vonden op de markt een vrouwtje die deze visjes verkocht. Het bleek nogal moeilijk om de helft van het bord dat zij had klaarliggen over te nemen. Misschien was ze bang dat ze de andere helft niet verkopen kon. We eindigden met een derde van de visjes, plus een plastic tasje waarvoor 1000 Rp werd gerekend waar we in totaal 5000 Rp voor moesten betalen, het vrouwtje was zeer gehaaid, een eigenschap die wel vaker voorkomt bij viswijven. Die namiddag was het rustig weer en besloten we in zee een lijntje uit te gooien. Op het strand van Natsepa lag een vleugelprauw die we konden lenen, Ateng die bij ibu Nona werkte zou met ons meegaan. We trokken de prauw het water in, en roeiden naar een stek, de stekken kenden wij natuurlijk niet, maar er was nog iemand anders aan het vissen dus zal er op die plek vast vis zitten. Ateng gooide het anker, een steen aan een lang touw vastgemaakt, uit. Ik liet me door Dangdude uitleggen hoe een visje aan de haak vast te maken, haak door beide oogjes steken en vervolgens in het lijfje en hoe ik moest werpen. Dat werpen had ik al snel door, ik herinnerde me dat automatisch uit vroeger jaren. Na een paar keer werpen en het dode aasvisje wat zwemlessen gegeven te hebben had ik beet en slaagde ik erin een vis boven water te halen en wat voor eentje. Het was een vis met een bruin-gele huid in een panterpatroon, er staken heel gevaarlijke stekels aan de rugvin, ik vroeg Ateng het beest van de haak te halen, want ik dacht meteen aan giftige stekels, het was immers een koraalvis. De vis werd achteloos op de bodem van de prauw geworpen, ik was trots op het resultaat en voor mij kon de dag niet meer stuk. We visten door, ook Dangdude haalde een vis uit het water, intussen hoorde ik achter me Ateng voortdurend hozen, de prauw bleek zeer lek te zijn. Ik zag er weinig van, mijn zitplaats was voorin de prauw en het lek scheen zich precies onder het plankje te bevinden waar ik op zat. Ik viste door want had de smaak te pakken gekregen en ik haalde nog twee visjes naar boven, van het soort dat het schitterend in een luxe zeeaquarium zou doen. Volgens Ateng waren deze visje heel erg lekker, als je de dikke huid eraf stroopte dan zagen ze eruit als kip. Op een gegeven moment beten de vissen niet meer, we kregen medelijden met Ateng die voortdurend moest hozen. Toen we voorstelden terug te gaan wist hij niet hoe snel hij het anker naar boven halen moest en roeiden we in hoog tempo op het strand af. Ateng bleek niet te kunnen zwemmen en voelde zich veiliger om op een plaats te varen waar je in het zeewater kon staan.

Die avond regende het en gingen we maar weer aan het bier en zitten kletsen. Dangdude en mijn persoon hebben veel overeenkomsten. We komen beiden uit een gezin dat in de vijftiger jaren hard moest sappelen om het hoofd boven water te houden in relatieve armoe, maar in die jaren leefden er zo velen in Nederland op die manier, we houden beiden van de muziek uit onze jeugd, vaak dezelfde zangers, zangeressen en groepen, gedeelde nostalgie. Ook hebben we beiden het katholieke geloof meegekregen. Maar daarin verschillen we nogal van mening. Dangdude wijst het geloof af, want “je gelooft toch ook niet in Sinterklaas”. Om dat laatste moet ik altijd lachen, mensen die God als een mannetje in de hemel zien. Ik moet me altijd erg verbazen als ik mensen over God als mens hoor praten. Voor mij is het geloof er gewoon om te geloven, een plek ver van de dagelijkse gedachten waar men alle ellende, tegenslag, frustratie en noem maar op kwijt kunt. Een soort opslagplaats voor je sores zodat je dat niet allemaal in je gedachten mee hoeft te slepen. Zo maak je ruimte vrij voor vrolijkheid en optimisme want je hoeft niet aan de nare kanten van dit leven te denken. Op die manier sta ik ’s morgens altijd met een opgewekt gevoel op, ha weer een nieuwe dag, wat zal die brengen. Met zo een opslagplaats voorhanden hoeft men ook niet te klagen, want de ellende valt van je af, zoals water langs een geolied oppervlak, je hoeft er niet over na te denken. Trouwens klagen is voor velen een levenshouding, een roep om aandacht. Je moet aan het menselijk geklaag dan ook niet teveel aandacht schenken, gewoon zorgen dat je tijdens een klaagzang op de juiste momenten een begrijpend woord uit zoals ja, wat erg, ongelofelijk en de klager is gerust gesteld.

Het begon te waaien en te regenen, steeds harder, dusdanig dat we uit het restaurant van ibu Nona naar de keuken moesten vluchten, want de regen trok er in harde vlagen horizontaal doorheen. Zo erg had ik het in Indonesië zelden mee gemaakt, hoogstens twee jaar geleden toen Solo door een hagelbui getroffen werd met hagelstenen zo groot als duiveneieren. In de koelkast stond nog koud bier en we waren vastbesloten dat allemaal op te maken. Half lam stuitten we op een oude controverse, die tussen de Beatle- en de Stonesfans. Dangdude bleek een fervent Paul McCartney fan te zijn, een persoon die ik verafschuw. Hij verdedigde Paul met verve. Ik heb een hekel aan die vent, waarom weet ik niet precies, dat is een kwestie van smaak waarover niet te twisten valt. Dat deed ik dan ook niet, ik vond het belachelijk die controverse na zoveel jaren weer op te halen. Het was beter om te gaan slapen.

De volgende ochtend werden we geconfronteerd met een zonovergoten dag, het was tijd om weer eens op stap te gaan. We hadden oorspronkelijk het plan om op het eiland Buru te gaan vissen, maar omdat er van mijn bezoeken aan Hoamoal door het slechte weer weinig terecht was gekomen besloten we richting Buano te gaan, zodat er voor mij nog iets van gemaakt kon worden. Ik was al in Pelita Jaya geweest en wist dat daar een penginapan was, dus overnachten zou geen problemen opleveren. Ook zou de zee vast vol met vis zitten, want dat gebied stond bekend om zijn tonijn. We ontbeten snel, maakten onze bagage klaar, rekenden af en stapten in een overvolle angkot richting Liang. In Huamua namen we de ferry naar Waipirit op Seram. We waren veel te vroeg, de ferry was net aangekomen en moest schoongemaakt worden. We gingen evengoed naar binnen en zochten de beste plaatsen in de passagiersruimte aan een tafel, er wordt koffie verkocht en zetten we onze gesprekken van de vorige avond voort. Dangdude was niet erg te spreken over het eten dat we bij ibu Nona voorgeschoteld hadden gekregen, volgens hem stond er voortdurend vis op tafel die de vorige dag was klaargemaakt. Ik betwijfelde dat, nou had de kokkin weinig fantasie in haar kookkunst, maar slecht kon ik het eten niet noemen. Maar wie ben ik op dat gebied, ik heb geen moeite met voedsel eet alles met beperkingen zoals geen kippevoeten en – koppen, pens, long enzovoort. Het kwam me ook als een sterk verhaal voor dat men klaargemaakte vis 24 uur in het tropische klimaat goed kon houden. Meestal bakt men zo een visje in Indonesië dan op zodat het op een oliebol leek, maar dat had ik niet bij ibu Nona geproefd. Ik had met Dangdude al zo vaak discussies over het eten in Indonesië gehad, hij wordt er ziek van, ik niet. In Indonesië kan je goed eten, maar je moet wel op een paar dingen letten. De meeste warung koken in de ochtend, daarom gebruik ik mijn hoofdmaaltijd ook ’s morgens, een grote berg rijst met van alles erbij tot dat ik stampend vol zit, gedurende de dag kan ik daar op teren. In de middag neem ik dan nog een uitgebreide lunch tot me. Bij ibu Nona werd er aan het einde van de middag gekookt, met ingrediënten die vers van de pasar kwamen, altijd vis met groenten, tahu, tempé en soms soep. De discussie verveelde me, ik had het uit de mond van Dangdude al zo vaak gehoord. Ik heb hem eens gehoord over mijn favoriete eethuis in Ternate. Ik zei dat daar het eten erg goed was, hij begon meteen te klagen over de smerige tafels. Ik zei hem dat hij eens goed moest kijken dan zou hij zien dat dit geen smerigheid was, maar het patroon op het formica was helemaal versleten vanwege het vele schoonmaken. Dangdude wenste geen risico te nemen met de volgens zijn inzicht slechte Indonesische kookkunsten en had een tas vol brood met Blue Band, pindakaas en jam meegenomen om op het ergste voorbereid te zijn. Ik moest lachen als ik aan dat smerige witte en zoete brood zonder enige voedingswaarde dacht. Ik wist dat ik goed zou eten, op dat gebied ben ik net een vuilnisbak. De ferry vertrok, in de verte waren boven Seram zware regenbuien te zien, maar het weer bleef tot Waipirit goed.

naar piru
Het autodek van de ferry

naar piru
Vers water

naar piru
Nog even snel een reparatie aan de schroef.

naar piru
Het uitzicht

naar piru
Het weer boven Seram.

Reacties

Waipirit, nabij Kairatu, werd in 1965 gebouwd als deel van een "transmigrasi" programma van de locale overheid. Het werd voornamelijk bevolkt met mensen afkomstig van Saparua.
29 januari 2010 10:19:39

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.