01 februari 2010: Vissen bij Pelita Jaya (I)

vissen
In Pelita Jaya liepen we naar de penginapan, de ibu die het geheel beheerde moest eerst gezocht worden. Toen we binnenstapten kwamen we in een woonhuis dat vol


met pompeuze meubels en lelijk keramiek stond terecht. We zochten beiden een kamertje uit dat ons Rp 100.000 per nacht zou gaan kosten. Op dat moment kwam de ibu waar ik enige weken daarvoor in huis had overnacht binnen en vroeg waarom ik niet bij haar in huis kwam. Ik zei dat we nu met zijn tweetjes waren en daarom twee kamers nodig hadden. Dat excuus werd geaccepteerd, ze zei dat ze haar zoon zou sturen, degene waarmee ik een trip naar Buano zou gaan maken maar die zijn boot niet op tijd in orde kon brengen en ik daarom onverrichter zake naar Ambon was terug gekeerd. Ik stelde Dangdude voor koffie te gaan drinken bij RM Sidik Fajar van ibu Ena en daarna per naar het vissersdorp Pohon Batu te gaan. Ik wilde informeren naar plaatsen om te vissen en het huren van een boot. Ik had daar iemand ontmoet die voor de visserijdienst had gewekt en die mij vast wel meer zou kunnen vertellen.

De ontvangst bij ibu Ena was zeer hartelijk, ik was de eerste toerist ooit die daar had gegeten, dit keer was ik de derde, dat was voor haar een heugelijk feit. Na de koffie bestelden we twee ojeg en gingen naar Pohon Batu, een schilderachtig vissersdorpje. Nou gebruik ik “schilderachtig” hier als synoniem voor een armoedig teringzooitje. Dangdude kon gaan fotograferen, ik ging kijken of ik mijn bekende tegen kon komen om wat meer info over bootjes en vissen in te winnen. Dangdude is idolaat van fotograferen en heeft daarom zo een afschrikwekkend kanon van over de 1000 eurootjes bij zich. Ik fotografeer ook, maar maak alleen maar snapshots van zaken die eventueel bij mijn verhaaltjes passen. Als Dangdude fotografeert ben ik liever niet in de buurt. Als ik een plaatje maak dan maakt hij het meteen ook, bang dat hij als goede fotograaf iets mist. Om hem alleen in dat vissersdorpje te laten rondlopen hield ook een zeker risico in. Verleden jaar had ik hem meegenomen naar Haruku. Toen wij daar rondreden zag ik ineens een schitterende oude moskee, we stopten daar om te fotograferen. De mooie moskee was niet genoeg voor Dangdude, hij zag daar een oud vrouwtje lopen met wat groeven in haar gezicht, een goede fotograaf moet daar een plaatje van hebben. Het vrouwtje was daar niet echt van gediend en hield haar hand op voor wat geld. Helaas betaald een goede fotograaf niet voor plaatjes, dat is tegen zijn principes. Niet betalen maar toch aan blijven dringen met dat imposante kanon, waar die inlanders toch een beetje bang van zijn. Ik had hem al gezegd dat hij beter geen mensen kon gaan fotograferen, maar wat weet ik nou van goede foto’s af. Ik ging verder met de moskee, daarvoor was ik tenslotte gestopt. Opeens kwam er iemand in vol moslimornaat scheldend op ons af. Omdat ik degene ben die bahasa Indonesia spreekt kwam dat op mij neer om te antwoorden. Het eind van het liedje was dat wij daar hals over kop moesten vluchten, de mensen waren woedend, begrijpelijk want er was een ernstige inbreuk op de privacy gepleegd. Het schijnt dat sommige mensen die in Nederland de mond vol hebben over privacy en zelf absoluut niet dulden als ze vanuit het geniep gefotografeerd worden in een ver buitenland al deze principes overboord kieperen want ze moeten met “goede” foto’s thuis komen.

pohon batu
Het “schilderachtige” Pohon Batu

pohon batu
De moskee van Pohon Batu.

Ik ontmoette mijn kennis en hoorde hem uit over vissen en wat in deze omgeving de moeite waard was om te bezoeken, ik kreeg het een en ander aan informatie uit hem. Hij raadde me aan om een boot in Pelita Jaya te huren, daar hadden ze mooie polyester speedbootjes. Ik kreeg nog de namen van Pulau Osi, dat gevuld was met Butonezen en Pulau Marsego waar de onderwaterwereld schitterend schijnt te zijn en waar een duikressort was gepland. Ik wist voldoende liep Pohon Jaya weer in op zoek naar Dangdude. We gingen weer terug naar de penginapan in Pelita Jaya, net toen we daar aangekomen waren kwamen Bonar en een vriend binnen. Bonar was de man die mij vorige keer naar Buano brengen zou, een poging die jammerlijk had gefaald. Hij legde uit dat er die keer problemen met de motor waren geweest, daar was hem niets van verteld. Hij bood zijn excuses aan en vroeg of ik weer naar Buano wilde. Ik antwoordde bevestigend, maar dat we ook twee dagen wilden gaan vissen. Ik had Bonar in stilte al vergeven, ik vond de reden van het falen aannemelijk , maar wat belangrijker voor mij was hij gaf me een goed gevoel, dat is mijn criterium, ik denk nooit zo erg naar, als mijn gevoel maar goed is. Hij vroeg voor de trip 3 miljoen Rupiah, ik zei dat dat teveel was, maar kwam niet met een tegenbod. De bekende argumenten waarom hij deze prijs moest vragen kwamen tevoorschijn, de boot was van iemand anders, benzine was dus, alle bestemmingen lagen ver. Ik lachte, deze verhalen zijn mij inmiddels allemaal bekend. “Kom Dangdude we gaan een stukkie eten” zei ik en gaf Bonar het advies om eens diep na te denken over een goede prijs, misschien was er iemand anders in het dorp die wel een redelijke prijs bieden kon. Ik wist zelf wel dat dit bijna onmogelijk was in zo een kleine en gesloten gemeenschap als Pelita Jaya, het bericht dat er twee toeristen waren die een bootje nodig hadden zou zich als een lopend vuurtje verspreid hebben en iedereen zou een bootje voor dezelfde prijs aanbieden.

In het eethuisje was er nasi kuning een gerecht dat ik niet versmaad, Dangdude trok een vies gezicht en bestelde een nasi goreng. Dat wordt speciaal voor hem gemaakt en kan er volgens hem niets mis gaan. Volgens Dangdude maken de Indonesiërs er op culinair gebied een rotzooitje van, ze kunnen niet koken noch met hygiëne omgaan. Dat laatste ben ik wel met hem eens, maar dat verschilt van plaats tot plaats. Hij kwam nog met een voorbeeld van iemand die hij verleden jaar ooit had ontmoet en dagen aan de schijterij was, in Nederland terug gekomen moest dat mens onmiddellijk in het ziekenhuis worden opgenomen. Als ik Dangdude moest geloven dan was heel Indonesië dagelijks aan de schijterij. De nasi kuning smaakte mij uitstekend. Bij de geserveerde thee begon hij zich af te vragen of het water wel voldoende was gekookt. Ik keek verbaasd op en zei “natuurlijk”. “Dat is helemaal niet zo natuurlijk”verklaarde Dangdude “zodra water kookt dat is als je grote bubbels ziet verschijnen dan moet het nog minstens 5 minuten doorkoken”. Ik moest lachen en zei “Je moet je niet overal zo een zorgen over maken, gewoon genieten van hetgeen je geboden wordt. Van dat getob wordt je vlug oud en krijg je het aan je hart”. Als hij even de keuken had binnengelopen dan had hij daar een heel grote pan water apart op het vuur zien staan, daarin een grote hoeveelheid borrelend water. Dit is het geval in iedere grote Indonesische keuken. Of ze koken water en slaan dat op in thermosflessen, ik neem aan dat ze na duizenden jaren experimenteren inmiddels best wel weten hoe water gekookt dient te worden, e zijn toch niet achterlijk. Misschien dacht Dangdude van wel, de alwetende bule.

We gingen terug naar de penginapan, ik had in het eethuis gehoord dat ik ook de snelle boor van de politie kon charteren als ik naar Buano wilde, dat zou vast een fortuin kosten, want die boot had de omvang van een jacht en zou zeer dorstig wezen, evenals de bemanning, leer mij de politie in Indonesië kennen. Op de terugweg toen we langs het huis van de ouders van Bonar liepen werden we geroepen om even te kletsen. Er zat een groepje mensen, de vader van Bonar maakte daar bedden met heel simpel gereedschap. Hij keek af en toe van zijn werk op om aan het gesprek deel te nemen. We kregen koffie aangeboden, ik hoopte voor Dangdude dat de ibu het water minimaal 5 minuten had door laten koken. Van de aanwezigen kreeg ik allerlei informatie over wat er te doen was voor de toersit, men sprak over Pulau Marsego dat een luxe toeristenoord zou moeten worden. Ik lachte me rot, van Jakarta is men drie dagen onderweg naar dat oord, geen toerist uit het westen die daar in zou trappen, want drie dagen heen betekent ook drie dagen terug, dat is bijna een week die van je kostbare vakantie afgaat. Een bestemming staat of valt met de infrastructuur en die was op Seram zeer onvoldoende. Een ander vertelde over Pulau Osi, het overbevolkte eiland vol Butonezen, waar de bevolking van Pelita Jaya ook van afkomstig was. Toen ik over een bootje vandaar af begon en de man vertelde dat zijn broer aldaar wel voor kon zorgen greep de moeder van Bonar in en zei dat we met Bonar moesten gaan, ik lachte maar wat voor me uit. We gingen terug naar onze kamers, voor de deur zat Bonar met zijn vriend te wachten. Hij vroeg wanneer we gingen varen. “Eerst een goede prijs geven”, zei ik en we gingen naar binnen om de onderhandelingen weer te heropenen. Het gesprek verliep mooiezaam, ik had Dangdude al ingefluisterd dat we morgenochtend eventueel maar naar Pulau Osi moesten gaan om daar ons geluk te beproeven. Op een gegeven moment zei Bonar dat het wel voor twee en een kwart miljoen kon. Ik zei onmiddellijk “twee miljoen”, maar Bonar weigerde. “Jammer”, zei ik en ging naar mijn kamer. Bonar ging in overleg met zijn vriend en na een half uur bleek de twee miljoen OK, een gouwe prijs naar mijn mening. We schudden elkaar de hand om de transactie te bekrachtigen en spraken af om de volgende ochtend om 7 uur naar zee te gaan om te vissen. We namen afscheid, Dangdude en ik gingen onze hengels klaarmaken.


Vervolg>>

Reacties

Geen reacties

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.