06 februari 2010: Het eiland Buano (II)

Dorstenburg
We voeren weg van de steiger te Buano op weg naar het deel van het eiland waar de witte kliffen te zien waren geweest. De zee bij Buano heeft helder blauw water, het strand is wit. In de zeestraat waren

veel vissers te zien, onder andere vissers die al duikend op hun prooi afgingen, lucht verkregen ze van een compressor die op een bootje te malen stond. Dangdude had inmiddels ook zijn dure kanon uitgepakt om wat plaatjes te schieten, hij haalde zijn fototas uit wel drie goed dichtgebonden plastic tasjes tevoorschijn. Het kanon wekte grote bewondering en werd er al snel naar gevraagd hoeveel dat ding wel niet gekost had. Dangdude vroeg mij om een bedrag om te rekenen en te vertalen wat ik weigerde. Je wekt daar alleen maar afgunst mee, ook zijn het altijd dezelfde vragen die Indonesiërs stellen. “Harga berapa di Barat mister?” Daar antwoord ik al lang niet meer op, want de reactie is steevast “Mahal!”

De kepala soa had zich over mijn tustel ontfermd om deze droog te maken, ik zei dat het weinig zin had, ik zou hem weg moeten gooien. Toen hij vroeg of hij het dingetje hebben mocht als speelgoed voor zijn kinderen stemde ik daar in toe, maar ik zou wel de batterij en het geheugen eruit halen, want ik heb nog een identiek toestel. Zo kreeg mijn Kodak LS 743 een heldhaftig pensioen als speelgoed voor de kindertjes op Buano. Ineens klonk het op de boot `Ikan besaaar`, aan stuurboord was een grote oranje vin te zien, die wel 40 centimeter uit het water stak, het leek wel alsof er een grote vis het strand op wilde zwemmen. Er brak lichte paniek aan boord uit, de stuurman draaide de boot om dichterbij te komen. Toen zagen we ook ineens twee zwarte vinnen af en toe boven water uitkomen, dolfijnen. We kwamen dichter bij, en er ontrolde zich een onwaarschijnlijk schouwspel voor onze ogen. Twee dolfijnen hadden een grote tonijn ingesloten, het beest kon geen kant heen, behalve het strand op, dat leek wel hetgeen de vis probeerde. Toen we dichtbij waren gekomen hadden de dolfijnen ons ook in de gaten, de mensen aan boord maakten ook zoveel herrie. Toen zag ik twee meter voor mij een van de dolfijnen een grote straal water omhoog spuiten en daarna kwam hij bijna in zijn volle lengte op het water drijven, de kleine oogjes keken minachtend in onze richting, wat een schitterend beest om dat zo in het wild voor je te zien. Op hetzelfde moment doken de beide vissen onder water en zwommen weg. De tonijn wist niet wat hij aan het doen was en probeerde nog steeds het strand op te zwemmen. Nadat de grote oranje vin was gezien, brak er aan boord van ons bootje paniek uit. De mannen renden door het vaartuig wijzend naar de vis, horloges werden afgedaan, pakjes sigaretten in veiligheid gesteld, deze kregen wij in bewaring. Ze leken niet te kijken waar ze renden en moest ik snel mijn rugzak in veiligheid brengen, daar zat een camera in. Een van de mannen trok zelfs zijn broek uit en stond in zijn pendekkie, een aanblik die zelden wordt vertoond in Indonesië, want wordt als niet netjes beschouwd. Alles wat als wapen gebruikt kon worden werd opgepakt, een ijzeren anker, een roeispaan, een stuk hout. Vier mannen brulden verschillende aanwijzingen in de richting van onze stuurmanmachinist, niemand nam even de leiding en coördineerde het geheel. Het boortje zigzagde in de richting van de tonijn op 4 verschillende aanwijzingen, door het geren en de paniek kan de stuurmanmachinist niet zien wat hij deed, hij moest ook erg opletten wat hij deed want het water was ondiep en zat vol stenen. Toch kwam het bootje op een gegeven moment naast de tonijn, drie mannen sloegen hun wapens in het water, de vis werd geraakt met de roeispaan en het stuk hout, die klapten op zijn lijf, dat alleen uit sterke spiermassa bestond, zo een vis moet je op zijn kop raken, met het anker, dat was het zwaarste wapen aan boord. Ik verkneukelde mijzelf van het lachen. De vis was door het bootje de kant van de zee opgedreven, door de klappen die het beest gekregen had wist hij ineens de juiste richting te vinden en als een speer verdween de grote oranje vin in de verte.

De spanning was gebroken, ik voelde alsof ik net een heel bijzondere natuurfilm had gezien. Ik vroeg me af wat er aan de hand was geweest, die twee dolfijnen hadden die tonijn niet in het nauw gedreven omdat ze hem op wilden peuzelen, de beide soorten eten slechts kleine vis. Er moest zich daar onder water een hevig conflict hebben afgespeeld over visserijrechten en vangstquota. De tonijn had de woede van de twee dolfijnen opgewekt, en die twee zouden de tonijn wel even een lesje leren. Een van de jongens vertelde mij later dat die tonijn minstens 50 - 60 kilo had gewogen. Deze vissen werden opgekocht door een schip dat door de wateren hier voer, voor de export naar Japan. Op dit schip werd voor dit soort tonijnen 60.000 Rp per kilo betaald, het beest was dus meer dan 3 miljoen Rupiah waard geweest. Als het beest gevangen was dan had ik de tocht naar het fort wel kunnen schudden, want dan hadden de heren op de voorhand gaan bekvechten over de verdeling van het geld. Dat is altijd erg ingewikkeld in Indonesië. Delen door 5 is in zo een situatie ondenkbaar, er zijn er altijd die denken dat ze meer recht hebben dan een ander, vaak is de positie van de rechthebbende bepalend voor het percentage van de winst. Dangdude en ik, die het hele tochtje hadden gefinancierd zouden niet in de verdeling worden opgenomen, wij hadden genoeg geld en waren niet arm, zoals de andere mannen aan boord. Vanuit mijn ooghoeken had ik tijdens de paniek die gedurende de jacht was ontstaan gezien dat de twee dolfijnen naar zee waren gezwommen en zich hadden aangesloten bij een grote groep soortgenoten die nu aan stuurboord de voor deze vis zo typerende capriolen uitvoerden. We zetten koers naar de kaap met een spierwit strand in de verte.

Het bootje werd aangelegd op enige afstand van de kaap, we zouden over het strand lopen naar de restanten van het fort. Toen ik het bootje uit wilde stappen miste ik een uitgestoken hand en viel in het water, gelukkig was het niet zo diep en liep ik een kletsnatte broekspijp op. Mijn rugzakje was ook nat geworden, ik haalde mijn andere camera tevoorschijn, die in een tas in de rugzak zat, er was gelukkig geen water binnengekomen, twee camera´s op een dag verspelen zou een beetje teveel van het slechte zijn. We liepen op de stenen toe die volgens de Buano´ers de restanten van het fort zouden moeten zijn. Ik bestudeerde de stenen goed en dacht `Het zou kunnen`. De stenen waren daar duidelijk met een bedoeling neergelegd, het was geen spontane rotsformatie die op het zand was ontstaan. Ik moet altijd een echt bewijs hebben, aan de stenen was niet meer de vorm van een fort te herkennen. De kaap was zeer strategisch gelegen, met uitzichten naar alle kanten, dat pleitte voor het fort, het riviertje in de buurt van het fort was niet te traceren. Ik kijk altijd in de omgeving van zo een fort of er oude scherven van porselein e.d. te vinden zijn, die trof ik daar ook niet aan. De enige gegevens die ik heb is de naam die is Fort Dorstenburg en de tekening van het eiland Buano met het fort. Ik ben dus slechts voor 99% zeker dat dit een Nederlands fort is geweest.

null
Een deel van de tekening uit 1652 met het fortje Dorstenburg.

Ik probeerde een paar foto’s van het fort te maken, maar Dangude stond midden tussen de puinhopen met een peinzend gezicht wezenloos voor zich uit te staren, ik zwaaide een paar maal om zijn aandacht te trekken, ik moet geen toeristen in mijn plaatjes hebben. Toen dat niet hielp schreeuwde ik hem toe of ie niet even uit mijn onderwerp wilde verdwijnen. Ik maakte mijn plaatjes en liep nog wat rond, er was eigenlijk weinig te zien, maar het gevoel dat je op een historische plek bent maakt veel goed.

dorstenburg
De waarschijnlijke restanten van Fort Dorstenburg.

dorstenburg
Stenen aan zee, meer niet.

dorstenburg
Stenen waarover de golven vrij spel hebben.

buano
Het donkere bos achter de ruïne van het fortje.

We besloten om terug te gaan, omdat de boot op een gevaarlijke plek lag werd deze een paar honderd meter verder gevaren naar een plek waar we gemakkelijker in konden stappen. Nadat we allemaal op onze plek zaten voeren we terug in de richting van de steiger. Ineens was er vlak voor ons weer een sensationeel tafereel te zien, een enorme zwaardvis kwam enige malen in een hoek van 45 graden ver boven het water uit. Ik had deze vis nog nooit eerder in het echt gezien, en vond het jammer dat ie slechts vijf maal achter elkaar zo spectaculair het water uit kwam, wat mij betrof had ie nog lang door mogen gaan. We voeren verder vlak langs de witte kliffen, er zaten overal gaten waarin zwaluwen huisden. Hier zou goud geld te verdienen zijn met het verzamelen van zwaluwnesten, een delicatesse in China. Het is echter een zeer gevaarlijk werk om deze nesten te oogsten, dat moet hangend aan een touw dat ergens boven aan de klip vast zit gebeuren. Bij de steiger bedankten we en namen we afscheid van onze begeleiders. Hetw as nog goed weer dus daarom wilden we zo snel mogelijk terug naar Pelita Jaya voordat de golven echt te hoog werden, dit gebeurd meestal in de middag na 13.00 uur.

buano
Afscheid van Buano.

We voeren over de zeestraat tussen Buano en Marsego als op een achtbaan, soms waren de golven vrij hoog en kwamen van alle kanten tegelijk op ons af. Af en toe spatte er water in de boot en soms maakte de boot een harde klapper nadat deze opgetild was door een hoge golf, maar het was een aangename tocht. Nadat we pulau Marsego waren gepasseerd werden de wind en de stroming uit het westen erg sterk zodat we bijna tegen de kust door de branding moesten varen, dat kon ook hevig schokken. Maar onze jongens waren bekwame zeelieden en zo kwamen we veilig en droog aan in Pelita Jaya. We vroegen aan de jongens om later op de dag terug te komen om af te rekenen, wij zouden ons nog bij de politie moeten melden. Daarvoor haalden we onze paspoorten op en gingen naar het huis dat het kantoor was. Buiten zaten de agenten hun mitrailleurs schoon te maken en kogels te poetsen, een spelletje indruk maken leek het wel. De paspoorten werden bekeken, het viel me op dat de agent die dat deed, dezelfde die ik eerder in het eethuis had ontmoet wist hoe een paspoort werkte, hij begreep mijn grote collectie stempels. Verder was het een vriendelijke formaliteit en konden we na wat beleefdheden te hebben uitgewisseld weer terug naar ons logeeradres. Toen we daar liepen vertrouwde Dangdude me toe dat hij zich niet zo lekker had gevoeld op de terugweg over zee. “Hoezo”, vroeg ik, “het was toch niet gevaarlijk of zo, ik vond het een lekker tochie”. “Nee dat niet, maar toen het water zo over de boot spatte stond ik wel doodsangsten uit dat mijn camera nat zou worden”, zei hij met een sombere blik. Ik antwoordde niet, ik was blij dat ons samenzijn de volgende dag ten einde zou komen, ik werd een beetje moe van dat gesijk en geklaag over van alles en nog wat, ik was hier voor mijn lol en zag nergens gevaar in, als dat wel zo was had ik beter naar huis terug kunnen gaan. We hadden nog niets gegeten vandaag, ik had daar weinig van gemerkt, een glas thee met veel suiker was het enige dat ik genuttigd had. We gingen dus naar het eethuis “Het Beloofde Land”en daar dronken we koffie. Dangdude bestelde een nasi goreng en kreeg ik ook ongevraagd een bord van die gebakken rijst voorgeschoteld, ik eet altijd wat de pot schaft dus deerde het niet. Er stond in de vitrine heerlijke melinjo, vruchtjes en blaadjes uit een boom met die naam, die groenten met een stukkie vis erbij combineerden wonderlijk goed met de nasi goreng.








Reacties

Alweer zo´n pracht verhaal Lon! Salam! Mikey
12 februari 2010 12:01:38

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.