15 februari 2010

Toerisme in Indonesië (II)

visit 2010
Wat mij het eerste opviel in het stuk dat ik gisteren plaatste (HIER te vinden) was dat de schrijver van Bali afkomstig was en dat hij misschien een poging

deed om de toeristische druk op zijn eiland te verminderen. Hij was “pulang kampung†geweest en wat hij op Bali aantrof aan buitenlandse toeristen vond hij vreselijk en dacht daar moet ik iets aan doen. Toen heeft hij dat artikeltje geschreven in de hoop dat er iemand iets aan zou doen om toeristen een andere richting dan Bali op te sturen. Overigens bezochten in 2009 maar liefst 3,3 miljoen Indonesiërs het eiland Bali. In mijn ogen behelsde het artikel geen nieuwe gezichtspunten, het was gewoon hetzelfde wat men hier altijd verteld. Het grote potentieel, de vele aantrekkelijke locaties, de diversiteit, de gebrekkige infrastructuur, een nationaal plan om toeristen te trekken enzovoorts. Plus wat spectaculaire ideetjes toegevoegd om de aandacht te trekken. Bijvoorbeeld die snelle bootverbinding van Jakarta naar Ujung Kulon, waar de Javaanse Rhino leeft en ook de Krakatau is gelegen. Die neushoorns zijn met moeite in leven gehouden, jaren geleden dacht men dat het dier was uitgestorven, maar er schijnen er zo een 60 te leven. Stel je voor zo een speedboot met luidruchtige Jakartanen met hun vuilnis dat achtergelaten wordt. Die dieren weet niet wat ze overkomt, en dan nog wel een miljoen bezoekers per jaar voor 60 van die dieren. Zo een Jakartaan die stiekem een jonkie mee naar huis neemt, leuk in de achtertuin als huisdier. Chinezen die er een paar omleggen vanwege de zogenaamd potentieverhogende hoorn. Binnen een jaar na de opening van de snelle bootlijn Jakarta – Ujung Kulon is er geen neushoorn meer over.

Wat de grootste hinderpaal voor de uitbreiding van het toerisme vormt is de mentaliteit van de gemiddelde Indonesiër. Een buitenlander wordt beschouwd als een wandelende portemonnee en een gemakkelijk slachtoffer om te plukken. In Indonesië heerst de idee “orang bule banyak duitâ€, een blanke heeft veel geld. Omdat er geen groter genoegen voor de Indonesiër bestaat dan op een gemakkelijke manier verkregen geld zijn die westerlingen een gewild doelwit. Verder bestaat het begrip service niet in Indonesië, men rotzooit maar een eind aan, als iemand een vraag heeft, of erger nog een klacht dan wordt er vaak niet geluisterd of een smoesje verzonnen om niet te hoeven handelen. In restaurants wordt van de bediening vaak een lachertje gemaakt, het bestelde eten komt in een voor westerlingen in een onlogische volgorde, eerst het toetje dan de soep en daarna de hoofdmaaltijd. In een gezelschap dat gaat eten kan het gebeuren dat de eerste die bediend werd al heeft afgegeten terwijl er aan tafel zitten die nog niets hebben gehad. Alle klachten worden afgedaan met charmante glimlachjes en buigingen zodat men vertederd raakt en denkt met een onschuldige leerling van doen te hebben en strijkt over het hart. Over de kwaliteit van het vooral westers eten zullen we het maar niet hebben, dat is vaak om te huilen en doet slechts in de verste verte denken aan hetgeen wij thuis geserveerd krijgen, zelf in de betere restaurants. Alleen als ik al denk aan de kouwe patat die men gewoon is te serveren. Dan de beheersing van de Engelse taal, buiten de plaatsen waar veel toeristen komen zoals Bali, Jakarta en Yogyakarta is de beheersing van het Engels miniem, een in het Engels gestelde vraag zal vaak met een verlegen gegiechel beantwoord worden of met “Ayam sori mis mai ingrist not goodâ€of “no spik inglisâ€

Service in hotels is vaak langzaam of wordt er niet aan de vraag van de gast voldaan, onder het motto: “vergetenâ€. Een hotelkamer is geen Indonesische hotelkamer als er niet van alles kapot is, niet werkt of verdwenen is. Lampen die niet werken, afstandsbedieningen die verdwenen zijn, water in de douche dat er van alle kanten uitkomt behalve de douchekop, die toch al ter laag hangt voor de gemiddelde westerling evenals de spiegel, waarin je op het hoogste punt slecht je eigen schouders ziet. Aan de dofheid van het chroom in de badkamers kan men aflezen met hoeveel aandacht deze worden schoongemaakt. Indonesiërs gooien hun vuilnis overal neer behalve in de vuilnisbak, vreemd voor zo een volk dat zo zeer schoon is op het eigen lijf, ze baden graag drie keer per dag, maar zich niets aantrekt van de vuiligheid in hun directe leefomgeving, zelfs in en om het eigen huis. As wordt overal op de grond gegooid, op staat dondert men verpakkingen zo maar neer, er zijn weinig vuilnisbakken te vinden. In treinen en bussen vindt men deze ook niet met als gevolg dat gedurende de reis de vloer van het vervoermiddel in een open vuilnisvat veranderd.

Een van de zaken die ook niet bevorderlijk zijn voor het aantrekken van meer buitenlandse toeristen is de visumregeling. Voor een 30 dagen visum moet men 25 US$ betalen. Dat terwijl in de buurlanden zoals Singapore en Maleisië men bij aankomst zonder betaling resp. een 2 en een 3 maanden geldig visum gratis in het paspoort gestempeld krijgt. Men tracht nu verbetering in de regel te brengen door het 30-daags visum met nog een 30 dagen verlengbaar te maken, uiteraard tegen betaling. Dat geeft weer allerlei nieuwe problemen. De toerist moet zich in de Indonesische bureaucratie begeven een jungle vol voetangels en klemmen. Ook gaat dit weer extra geld en niet te vergeten vrije tijd kosten. Men had beter een regeling kunnen bedenken waarbij de toerist de keuze wordt gelaten om bij binnenkomst een 30 of dan wel een 60 dagen visum te kunnen kopen. Beter is het natuurlijk om weer een gratis 60 dagen visum te verstrekken zoals indertijd onder de regering van Soeharto werd ingesteld om het toerisme te bevorderen. Dat was in de tijd van het eerste “Visit Indonesia Year†begin 90’er jaren, dat een groot succes werd. Men haalde toen 5 miljoen toeristen binnen. Het hele land werd geïnstrueerd hoe men met toeristen om diende te gaan en heel Indonesië was extra vriendelijk tegenover de buitenlander. Helaas is er na de toenmalige minister van Toerisme Joop Ave nooit meer een minister met visie op dit gebied geweest. In 2008 werd het “Visit Indonesia Year 2008 georganiseerd, een grootse dure reclamecampagne werd gevoerd, met dure filmpjes, die werden slechts binnenlands vertoond. Overigens waren die filmpjes meer voor kinderen geschikt, kinderstemmetjes die in het Engels de culturele rijkdom van Indonesië aanprijzen, op een manier die iedere Engels sprekende westerling op een onbedaarlijke manier in de lach zou doen laten schieten. Men slaagde erin om het aantal toeristen dat Indonesië bezocht miniem te verhogen, meteen werd er van een doorslaand succes gesproken en prompt noemde men het volgende jaar het “Visit Indonesia Year 2009†in de hoop nog wat meer toeristen te trekken. De kosten van de campagnes waren gigantisch de resultaten miniem. Het grote probleem is dat Indonesiërs niet naar het buitenland kijken en zich afvragen wat de toerist wil, ze gaan ervan uit dat de toeristen als vanzelf door de natuurlijke rijkdommen en de grote verscheidenheid van culturen in de archipel worden getrokken. Maar dat moet je wel promoten, de westerling wordt door de media in zijn thuisland overdonderd met informatie.. Als Indonesië in die media aan bod komt dan is het door natuurrampen, bomaanslagen, vliegtuigongelukken of corruptie. Dat is het beeld dat de westerling van Indonesië heeft, dat beeld blijft na de zoveelste rampzalige gebeurtenis jaren hangen. Het beeld is niet geheel fout, maar Indonesië heeft veel meer te bieden maar dan moet je dat de mensen wel vertellen.

De schrijver noemde de grote hordes verkopers van allerlei rotzooi bij de Borobudur. Dat is niet alleen bij de Borobudur zo maar op elke plek die door toeristen wordt bezocht, ook locaties die alleen door lokale toeristen met een bezoek wordt vereerd. Deze verkopers zijn inderdaad zeer hinderlijk en is het moeilijk om van ze af te komen gezien de hoeveelheid. Zeker de buitenlanders worden extra hard lastig gevallen want die kennen de prijzen niet. Daar sta je dan tussen tientallen verkopers op het terrein dat naar de Borobudur leidt. Je hebt net 10 US$ mogen betalen om dit wereldwonder te mogen zien, dat terwijl lokale toeristen slechts 9000 Rp betalen. Het is in Indonesië heel gewoon dat buitenlanders een veel hogere toegangsprijs betalen voor attracties dan de binnenlandse toerist. Ook wordt er op vele plaatsen nog een extra kaartje verkocht als je een camera bij je hebt, plukken, plukken, plukken uit de buitenlandse geldboom. Nu zijn de Indonesiërs er in al hun toeristenvriendelijkheid achter gekomen dat het dragen van korte broeken en rokken beledigend voor het Boeddhisme zou zijn. Ook door het dragen van hoge en harde hakken zouden er vele stenen van dit bouwwerk extra hard slijten. Ik ben nog nooit een westerse toerist tegengekomen met hoge hakken aan haar voeten, dat lijkt me typisch iets voor een Indonesische Madam die een dagje op stap gaat. De exploitant van het wereldwonder stelt daarom batik sarongs en pandan sandaaltjes ter beschikking om belediging en vernieling van het heiligdom te voorkomen. Deze sarongs en sandaaltjes kunnen gekocht of moeten gehuurd worden. Deze regeling is per 1 februari j.l. ingegaan. Dat is toch weer een leuke extra bron van inkomsten over de ruggen van de toeristen heen. De sandalen en de batiks worden in de kampungs om de Borobudur heen geproduceerd. Iemand die wel eens op een Indonesische feestdag of zondag op de Borobudur is geweest zal zich vast verbaasd hebben hoe druk het daar kan zijn. Hele families hebben een tikar ergens in het bouwwerk uitgespreid en zitten daar familiegewijs te picknicken. De rantangs worden in de opgeheven handen van een Boedhabeeld neergezet terwijl de kinderen om de stupa’s heen ravotten. Na afloop van het festijn ligt het bouwwerk bezaaid met lege waterflessen, lege verpakkingen, bananen- en sinaasappelschillen en ander afval.

De schrijver sprak ook nog over de culturele rijkdom en het vele erfgoed dat Indonesië zou bezitten. Dat wordt door vele Indonesiërs gedacht en gezegd, maar een serieus observateur moet constateren dat deze in een zeer hoog tempo aan het verdwijnen zijn. In het straatbeeld ziet men nauwelijks traditionele kledij, kabaja en sarong wordt alleen nog maar door oude vrouwtjes die op de pasar verkopen gedragen. De kledij in het straatbeeld wordt bepaald door jeans en T-shirts, op de laatste vaak vreemde Engelse teksten gedrukt die door niemand, en zeker de drager van het kledingstuk, begrepen worden. Jarenlang werd de traditionele kledij nog wel op huwelijksrecepties en andere festiviteiten gedragen, maar deze is tegenwoordig verdrongen door kleding die zijn oorsprong in de Arabische landen vindt. Zag men voorheen vaak mensen in het straatbeeld samen gehurkt zitten om verhalen uit te wisselen zo ziet men tegenwoordig dat die verhalen via een mobieltje verzonden worden, zelfs tukang beca communiceren via zo een ding. Wil men een wayangvoorstelling zien dan is men op de TV aangewezen. Vele oude gebouwen met historische waarde zijn gesloopt of verkeren op zijn best in verre staat van verval. Musea ruiken vaak muf en de verrotting en verwaarlozing is niet alleen in alle hoeken en gaten van het gebouw maar ook in de collecties te bespeuren. Alles wat met geschiedenis, dus kolonialisme te maken heeft staat in een kwaad daglicht, men doet zijn uiterste best een volk te spelen dat het verleden van zich af heeft geschud en zeer met zijn tijd mee gaat.

Ter illustratie van de verkwanseling van het culturele erfgoed. In de Kabupaten Lahat in Zuid Sumatra wonen de mensen in een bijzonder soort huizen, van merbau hout en bamboe, versierd met houtsnijwerk. De laatste twee jaar word dit gebied overstroomt door “verzamelaarsâ€uit Jakarta die deze huizen, zeker als ze meer dan 50 jaar oud zijn, opkopen. De mensen krijgen hoge bedragen geboden, die variëren van 300 miljoen tot zelfs een miljard Rupiah. Vaak verkopen deze “verzamelaarsâ€de huizen weer door met hoge winsten. In slechts twee jaar zijn bijna al deze huizen verdwenen, er staan er nog een paar in een recreatiepark. Als er eenmaal zo een gerucht door Jakarta gaat dan is het snel afgelopen met zoiets als deze huizen. De stad Kudus waar voorheen veel djati huizen met houtsnijwerk kende bezit er geen eentje meer. Afijn over de verkwanseling van dit erfgoed bericht ik veelvuldig op dit blog.

Rumah adat di lahat
Rumah adat te Lahat, Zuid Sumatra.

De auteur heeft het diverse malen over manieren hoe Indonesië met wat kleine investeringen veel geld zou kunnen verdienen, daar droomt men in dat land dag en nacht van, het liefst zonder enige investering. Het afzetten zit hen in het bloed, dat gebeurd overigens niet alleen met toeristen, onder elkaar is het idem dito. Het product toerisme wordt in Indonesië niet begrepen, er wordt vaak meewarig naar die buitenlanders gekeken die midden op de dag in de hete zon hun huid smerig zwart laten worden, er bijlopen alsof ze zwervers zijn, er een vreemde cultuur en eetgewoonten op na houden, eigenlijk een slecht voorbeeld voor het volk zijn. Het gedonder begint vaak al op de luchthaven Soekarno-Hatta te Jakarta, eerst langs de imigrasi met zijn moeilijke vragen in de hoop wat extra geld los te peuteren, daarna de bagageband met opdringerige porters. Dan naar buiten door een haag van mensen die opdringerig met hun huissleutels staan te rammelen en “taksi†of “transpor†roepen. Dit zijn de tussenpersonen die de pas aangekomen toerist een poot proberen uit te rukken, daar tussendoor wordt je parfum, vulpennen of andere onbruikbare imitatietroep aangeboden. “Welkom in Indonesiëâ€. In de 20 jaar dat ik op deze airport kom is men er niet in geslaagd het reilen en zeilen behoorlijk te organiseren, overal staan figuren op de loer om te proberen wat van die toeristendollars naar hun eigen portemonnee te laten verhuizen, een beeld dat men door heel Indonesië tegenkomt.

Nou zal de lezer van dit blog wel denken, die Londoh is wel erg zuur op deze maandagochtend. “Nee†zeg ik dan, het beeld wat ik heb geschetst bevindt zich langs het uitgesleten toeristische karrenspoor dat van Jakarta via Bandung, Bogor, Yogyakarta, Bromo, Bali en de Gili eilanden loopt. Komt men in gebieden waar men nog niet zo bekend met het toerisme is, kan ik een heel ander beeld schetsen. Vooral in oost Indonesië zijn er nog zeer veel ongerepte plaatsen bevolkt door mensen die nog geen klap van de molen van het consumerisme hebben gehad. Gebieden die vaak moeilijk te bereiken zijn door gebrekkige infrastructuur, het moeilijk verkrijgen van informatie hierover. Het is bijna een verplichting om Indonesisch te spreken als men deze afgelegen streken gaat bezoeken. Echter wat men er voor terug krijgt zijn herinneringen die men zijn leven niet vergeet.






















Reacties

Weleens in Sumatera Selatan (buiten de grote havensteden) geweest?
Ga bijoorbeeld via Pringsewu de bergen in, of de andere kant uit naar het noorden.
Je krijgt dan een heel andere beeld.
Groetjes,
Hans
16 februari 2010 23:26:34
Loop een beetje achter met het lezen v.d. verhaaltjes. Zit nu op Bali met een goede Wifi verbinding. Mijn ervaring is precies als die van Londoh. Was vorige week nog op Lombok, nauwelijks toeristen maarrr rotzooi op de stranden, niet te geloven. Ennn uiteraard het trekken aan de weinige toeristen voor shirts etc. Een duits paar werd zo wanhopig, die renden terug naar het hotel. Zullen die ooit terugkomen ?
Rob .
16 maart 2010 04:02:39
Uit de Telegraaf van Wo. 14 april jl.

Indonesië verovert de toeristische markt

AMSTERDAM - Sumatra, Java, Bali en Lombok. Indonesië is al jarenlang een geliefde vakantiebestemming. De grootste eilandengroep ter wereld, met ruim 17.508 eilanden, wordt extra gepromoot. Tijdens de economische crisis heeft Indonesië als één van de weinige bestemmingen 2009 met 0,4%, zo'n 6.46 miljoen, meer bezoekers kunnen afsluiten. Men hoopt dit jaar 7 miljoen bezoekers te mogen verwelkomen.

Nederlandse markt
"Wij zijn er erg trots op dat wij Indonesië mogen gaan vertegenwoordigen in Nederland. De band tussen beide landen gaat al ver terug", zegt Susan van Egmond, directrice van TMC.
"De toeristenstroom vanuit Nederland is altijd erg belangrijk geweest voor Indonesië. Vaak verblijft men gemiddeld zo'n drie weken en worden hierbij de eilanden Sumatra, Java, Bali en Lombok bezocht. In 2009 heeft men een groei van 6,3% meer Nederlandse bezoekers gehaald. Met name het eiland Bali bleek erg in trek."
Geschiedenis

Met een oppervlakte die bijna even groot is als die van Europa bezit Indonesië over vele toeristische ingrediënten. Bekend zijn de wajangpoppen, de Indonesische keuken en het Balinese dansen maar er valt nog veel meer te ontdekken zoals bijzondere architectuur, natuurgebieden met de zeldzaamste diersoorten, welness op ieder niveau, vele sportfaciliteiten zoals duiken.

Door het tropische klimaat met een gemiddelde jaartemperatuur van zo'n 26 graden is het makkelijk om het gehele jaar Indonesië te bezoeken.

Bereikbaarheid
Indonesië wordt al door vele reisaanbieders aangeboden in Nederland. Ook vliegen vele vliegtuigmaatschappijen zoals KLM (via Singapore) en Cathay Pacific (via Hong Kong) naar Indonesië. Vanaf 1 juni 2010 zal Garuda Indonesia (via Dubai) ook weer gaan vliegen vanaf Schiphol.

Die groei heeft alleen betrekking op de Nederlandse markt, want de totale groei 0,4% is niet iets om over naar huis te schrijven.

Er stond nog een reactie van ene Rob uit Amsterdam (Zou dat onze Rob wezen??)

Alleen jammer dat de toeristen niet verder komen dan de 4 genoemde eilanden,waarvan Bali aan het uitgroeien is tot de Costa del Sol van Azie,helaas...Bezoek eens Papua,Ambon,Sulawesi,Flores,Riau,Rinca,Mentawai eilanden,Komodo,Krakatau enz..Dan ontdek en zie je nog eens wat anders dan de uitgesleten toeristenroute!
15 april 2010 13:32:10

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.