25 februari 2010

Sutan Sjahrir

Sutan Sjahrir
Demokrat sejati, pejuang kemanusiaan – True democrat, fighter for humanity. Zo luidt de titel van een zojuist uitgekomen boek. Het is een biografie met 100 foto’s

gemaakt naar aanleiding van de 100ste geboortedag van de politicus Sutan Sjahrir. De reden dat ik dat boekje gekocht heb is dat ik weinig van deze man afweet. Ik heb zijn "Indonesische overpeinzingen" nog ongelezen in de boekenkast staan, het lijkt mij een `moeilijk` boek, voor de lectuur is er rust nodig. Maar het boek gaat over politiek en dat maakt mij op de voorhand al onrustig.

Sutan Sjahrir
Sutan Sjahrir, Demokrat Sejati, Pejuang Kemanusiaan – True democrat, fighter for humanity. Door H. Rosihan Anwar met een voorwoord van Ignas Kleden. In het Indonesisch en Engels.

Uitg. Kompas-KITLV Press, Jakarta febr. 2010
ISBN 978-979-709-468-3 176 pag. 100 foto´s
Prijs Rp 87.000

Sutan Sjahrir werd op 5 maart 1909 in Padang Pajang, West Sumatra geboren, als kind van gegoede ouders. Zijn vader was jaksa bij de Landraad. Na het volgen van de Europese Lagere School en daarna de MULO in Medan ging Sutan naar Bandung om verder te leren aan de Algemene Middelbare school. Door deze opleiding sprak hij goed Nederlands. In 1929 ging hij naar Nederland om rechten te studeren aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam en daarna aan de universiteit van Leiden. Hij volgde nauwelijks colleges, Sutan had in Nederland kennis gemaakt met het socialisme en dat trok hem veel meer. Hij raakte bevriend met Salamon Tas en was vaak te vinden in kringen van radicaal socialisten en anarchisten. In 1931 keerde hij terug naar Medan, Indonesië, tezamen met zijn Nederlandse vrouw, Maria Duchâteau die al snel door de autoriteiten in Nederlands Indië terug naar Nederland werd gestuurd. Een huwelijk tussen een Indonesiër en een Nederlandse vrouw werd door de autoriteiten te Medan niet geaccepteerd. In Nederland was Sutan ook bevriend geraakt met Mohammad Hatta, die aan de Economische Hogeschool te Rotterdam studeerde en ook voorzitter was van de Indonesische studentenverenging in Nederland "Perhimpoenan Indonesia". Ze kwamen beiden uit de Minangkabau en konden onmiddellijk goed met elkaar opschieten. Sutan Sjahrir werd gekozen tot secretaris van de PI. Sjahir ging terug naar Indonesie omdat hij vond dat hij daar nodig was, Soekarno was gearresteerd en zat in de Soekamiskin-gevangenis te Bandung, terwijl zijn partij de PNI was verboden. Terug in Indonesië stortte Sutan, nog maar 23 jaar oud, zich in de politiek, hij werd voorzitter van een nieuwe organisatie de PNI-Pendidikan.

Nadat Jhr. B.C. de Jonge in september 1933 tot Gouverneur-generaal was benoemd werd de repressie in Nederlands Indië steeds groter. Hatta was inmiddels naar Indonesi ëterug gekeerd en had het voorzitterschap van de PNI-Pendidikan overgenomen, Sjahrir werd adviseur. In 1934 werden op last van G.G. de Jonge 13 activisten van de PNI-Pendidikan, waaronder Sjahrir en Hatta gearresteerd. Beiden werden begin 1935, zonder proces, verbannen naar Boven-Digoel op Nieuw Guinea. In 1936 werden beiden naar Banda over gebracht en hielden zij twee andere politieke leiders die daar naar toe verbannen waren, n.l. Dr. Tjipto Mangoenkoesoemo en Mr. Iwa Koesoema Soemantri gezelschap. Sjahrir en Hatta begonnen daar een schooltje voor kinderen van welgestelde Bandanezen. Op 1 februari 1942 mochten Hatta en Sjahrir terug naar Batavia en werden in een huis op de politieschool te Sukabumi gevangen gezet. Op 9 Maart 1942 capituleerde Nederlands Indie, de Japanners werden de nieuwe machthebber. Soekarno keerde terug uit zijn ballingschap op Sumatra. Soekarno en Hatta werkten met de Japanners samen, Sjahrir heeft dit altijd geweigerd, hij haatte de Japanners. Sjahrir ging ondergronds in verzet, hij luisterde naar alle buitenlandse radiozenders die hij te pakken kon krijgen om de ontwikkelingen van de oorlog op de voet te volgen. Dit was ten strengste verboden door de Japanners. Soekarno maakte hierover een smalende opmerking toen de schrijfster van zijn biografie, Cindy Adams, vroeg wat voor ondergronds werk Sjahrir tijdens de Japanse bezetting deed. Hij zei dat Sjahrir naar de buitenlandse radio luisterde, Shahrir was echter als de enige leider op dat moment zeer goed op de hoogte van de ontwikkelingen in de wereld, terwijl Soekarno en Hatta collaboreerden met de Japanse bezetter. Sjahrir bereidde jongeren voor op de tijd die na de oorlog zou gaan komen, door ze te onderwijzen in politiek en de situatie in de wereld op dat moment, zodat deze jongeren zich onafhankelijk konden opstellen tegenover het Japanse fascisme. Op 14 november 1945 werd Sjahrir gekozen tot premier van het eerste Indonesische parlementaire kabinet. Toen er onderhandelingen tussen de republiek en de Nederlandse regering gingen plaats vinden, gaven de Nederlanders de voorkeur om met Sjahrir te onderhandelen. Hij sprak goed Nederlands en had nooit met de Japanners gecollaboreerd, dat laatste was in die dagen zeer belangrijk voor de Nederlanders. De Nederlanders zagen graag de Republik Indonesia als een Japans product. Ouderen onder ons kunnen zich vast nog wel herinneren hoe erg het in Nederland was, zeker in de 50’er jaren als iemand “fout” was geweest in de oorlog. Volgens mijn grootmoeder was iedereen die in die jaren Duits sprak fout geweest. Zodoende wilde de regering absoluut niet met Soekarno of met Hatta praten.

Ik ga de hele levensloop van Sjahrir hier niet neerschrijven, maar spring naar zijn tragische einde. Naarmate Soekarno’s ster aan het firmament der wereldpolitiek steeg kon hij de andere leiders van het eerste uur niet meer in zijn nabijheid dulden. Dat gebeurde zeker na de Konperensi Asia-Afrika die in 1955 te Bandung gehouden werd toen Soekarno internationale erkenning als staatsman kreeg, daarna kreeg Soekarno last van de Javaanse grootheidswaanzin. Op 1 december 1956 trok vicepresident Hatta zich terug uit de regering na verschil van mening met Soekarno.

Eind 1961 ontving Soekarno van de toenmalige minister van buitenlandse zaken en tevens het hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst Soebandrio een rapport dat er een samenzwering tegen hem gaande was waar Sjahrir bij betrokken zou zijn. Toen dit nader onderzocht werd bleek dat er een geheime organisatie samenwerkte met de Nederlanders onder de naam Nederlands-Indische Guerilla Organisatie. Op 7 januari 1962 werd er tijdens een bezoek van Soekarno aan Makassar een handgranaat naar de volgauto’s in de stoet die Soekarno geworpen. Daarbij vielen geen slachtoffers, twee Nederlanders werden gearresteerd. Daarna kwam aan het licht dat de samenzwering gerelateerd was aan een handelsorganisatie die zich het Verenigd Ondergronds Corps noemde, afgekort VOC een bekende naam in de voormalige kolonie. Hier zat Soebandrio achter, die in 1945 dik bevriend met Sjahrir was geweest maar grote politieke ambities had gekregen en toen Sjahrirs vijand was geworden. Op 16 januari 1962 werd Sjahrir gearresteerd, tezamen met andere prominenten als Anak Gde Agung, Soebadio Sastrosatomo en Sultan Hamid II van Pontianak, alsmede diverse leiders van de Masyumi-partij. Met deze actie werd duidelijk dat Soekarno zijn politieke opponenten wenste uit te schakelen. De arrestanten werden eerst in Jakarta gevangen gezet, maar later naar de gevangenis van Madiun verhuist, waar ook de journalist en schrijver Mochtar Lubis gevangen zat. Tijdens een medisch routineonderzoek bleek dat Sjahrir een zeer hoge bloeddruk had, waarschijnlijk had hij deze al jaren, maar hij was daar gewend aan. Sjahrir mocht naar Jakarta voor medische behandeling en verbleef gedurende 8 maanden in het militaire ziekenhuis “Gatot Subroto”. Nadat zijn gezondheid was verbeterd ging hij terug naar een gevangenis in Jakarta waar hij in 1963 en 64 vast werd gehouden. In 1965 werd hij verhuisd naar de militaire gevangenis op Jalan Budi Utomo, hier werd hij opgesloten in een kleine vochtige cel. Op een dag vond een van zijn medegevangenen Sjahrir op de grond liggen, hij had een hersenbloeding gehad. Hij kreeg pas echter de volgende dag medische verzorging,, werd naar het ziekenhuis gebracht waar hij werd geopereerd, deze operatie mislukte. Toen hij bij bewustzijn kwam kon hij niet meer praten. De vrouw van Sjahrir verzocht de president om toestemming om Sjahrir in Nederland te laten behandelen, dit verzoek werd geweigerd in plaats daarvan mocht hij naar Zurich in Zwitserland. Hij kreeg daarvoor een diplomatiek paspoort van Soebandrio. Sjahrir vertrok met zijn vrouw, in Zwitserland ontving hij af en toe een Indonesische vriend die toevallig in Europa was, omdat Sjahrir niet kon praten was de communicatie moeizaam, hij las kranten, luisterde naar de radio en keek TV. Eind maart 1966 kreeg Sjahrir opnieuw een hersenbloeding, hij raakte in coma en is niet meer bijgekomen tot hij op 6 april 1966 overleed, 57 jaar oud. Zijn stoffelijk overschot werd via Amsterdam naar Jakarta overgevlogen, waar hij een staatsbegrafenis kreeg en door Soekarno tot Nationale Held benoemd werd. Tijdens de begrafenis hield zijn vriend Moh. Hatta, die al jaren van het publieke toneel was verdwenen een zeer bewogen toespraak, hoewel dat aan zijn gezicht niet was te zien.

De schrijver van dit boek H. Rosihan Anwar is de oudste in leven zijnde Indonesische journalist die nog wekelijks een aantal stukken publiceert. Hij is in 1922 geboren dus nu 88 jaar oud. Het is een man die alles in Indonesië vanaf de Japanse bezetting heeft meegemaakt en verslagen. Hij heeft een grote hoeveelheid boeken op zijn naam staan, waarvan ik zijn “Sejarah Kecil (Petite Histoire) Indonesia” even speciaal noemen. Allemaal leuke historische anekdotes van de hand van een zeer belezen man. Tot besluit dien ik te vermelden dat de publicatie van dit boekwerk is gesponsord door SNS Reaal Fonds.

Hierbij nog een foto uit dit boek waarop Soekarno tezamen met Sjahrir te zien zijn

sutan sjahrir
Waarom deze foto die uit omstreeks 1946 dateert ? Omdat Soekarno geen peci draagt, zulke foto’s zijn zeer zeldzaam. Ik ken slechts een andere en die staat in de biografie van Soekarno door Cindy Adams en is gemaakt toen Soekarno op de haj was. We zien dat hij zonder die zwarte emmer op zijn kop kaal is (op bovenstaande foto kalend). Tijdens zijn presidentschap was het aan fotografen ten strengste verboden de president zonder zijn kopiah te fotograferen. Misschien weet onze boekenwurm Ed Vos van het bestaan van foto’s van Soekarno als president zonder dat zwarte ding?

















Reacties

Selamat pagi mas,
Very interesting!
Ben ook er benieuwd naar de herkomst van dat zwarte hoofddeksel, wanneer en door wie het werd geĂŻntroduceerd. De heer Ed Vos zal hopelijk een antwoord hebben.

Met groet,
Alif
25 februari 2010 10:39:17
Sore Pak Alif,

Ik was benieuwd naar foto's van de kale Soekarno, echter de herkomst van die zwarte emmer lijkt me ook wel interessant. Is het niet een fez, uit Egypte afkomstig ? Hoewel op het hof van Solo droegen ze die dingen ook al lang geleden, maar dan met veel goud versierd.
25 februari 2010 12:24:49
Misschien weet onze boekenwurm Ed Vos van het bestaan van foto’s van Soekarno als president zonder dat zwarte ding?

Ik heb ooit eens een tijdlijn over Soekarno gemaakt :-)

Hier de verkleinde afbeeldingen. De grote heb ik niet meer. stond op een oude computer, reeds gedumpt



Soekarno foto's

De bovenste was tijdens de hadj naar Mekka (1955) - toen was hij president

Daaronder toen hij de title Ingenieur verwierf in Bandoeng '26
Een knappe man, zo te zien

Daar zullen d'r wel nog meer zijn.

Wat die Sjahrir betreft: In Leiden hebben ze - de indonesische studenten - de merah putih ontwikkeld, met de afbeelding van een banteng in het midden. Deze stier is nu het symbool van de PDI van Megawati.

De herkomst van die peci (petje)/ kopiah, en wel de zwarte?
Geen flauw idee. Soerjo Atmodjo misschien?

Kijk ook eens hier

http://www.tapu.nl/fez.html
25 februari 2010 18:07:19
De herkomst van de fez lijkt gehuld in de nevelen der tijd. Reeds lang voor er sprake was van Islam werd een fez-achtig hoofddeksel gebruikt en dan vooral in het oosterse deel van het Middellandse zeebekken. (Grieken maar later ook bv Venetië) Niettemin werd het hoofddeksel pas echt populair in het Ottomaanse rijk. De benaming "Fez" lijkt te komen van de Marokkaanse stad Fez, waarschijnlijk omdat de wijze van kleuren (meestal rood) een specialiteit van de stad Fez was. Sommigen beweren dat het hoofddeksel in de vroege Ottomaanse tijd vooral als steun voor de tulband bedoeld was. Anderen zien het als de basis van een maliën-doek dat de nek beschermde in de strijd.

Met de islamisering van Zuid-Oost Azië kwam ook de fez mee naar dit deel van de wereld, dus ongeveer begin 15de eeuw. Leuk is ook dat het in de islamitisch gedeelte van het Midden-Oosten volledig verdwenen is terwijl het in Maleisië en Indonesië is blijven hangen als een typisch islamitisch hoofddeksel.
26 februari 2010 10:50:24
Toevallig zag in vandaag een filmpje uit 1929 en veel mensen daarin droegen zo een zwarte emmer, die zie je nu alleen maar bij officiele gelegenheden of als men naar de masjid gaat. Men draagt tegenwoordig liever zo een baseballpetje met een maffe tekst dr op.
26 februari 2010 12:56:15
Misschien interessant te weten dat in het derde kabinet Sjahrir (1946) een indo-Europeaan plaats naam: Setiaboedi aka E.F.E. Douwes Dekker

Deze Setiaboedi hoopte dat Japan snel een einde zou maken aan de Nederlandse koloniale heerschappij en hij verschafte aan de Japanners inlichtingen over de economische situatie in Indie.
Soekarno de collaborateur was het gewoon te doen om de onafhankelijkheid van Indonesie. Of hij daarvoor bij de arrogante Nederlanders moest zijn (vergeefs) of de minstens even arrogante Japanners die plechtig beloofden dat indonesie tzt onafhankelijk zou worden was hem om het even.

Met mijn pikiran petani begrijp ik nog steeds niet waarom Nederland in de strijd tegen de japanners geen heil zocht bij de nationalisten. Desnoods met de plechtige belofte dat Indonesie binnen niet al te lange tijd onafhankelijk zou worden (vergelijk de petitie van soetardjo)
Het was voor de nationalisten een koud kunstje om de gehele indische (lees "inlandse")bevolking te mobiliseren tegen de japanners.
Soekarno deed het toch ook met zijn romusha's?

Wat de Nederlanders betrof: voor hen waren jap en mof gewoon 1 pot nat. Vergeten we ook niet dat er in Nederland een handvol Indonesiers, die je ook best nationalistisch kunt noemen, in het verzet zaten tegen de duitsers. Die dachten van hun kant: eerst tegen de Duitsers en later zien we wel weer.
27 februari 2010 01:37:17

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.