Om de verveling die ik in Solo onderga enigszins te verdrijven besloot ik mezelf naar het zuiden van de stad te laten rijden, naar Wonogiri. Daar ligt het stuwmeer Gajah Mungkur, met zijn 1350 vierkante
We reden in de vroege ochtend over de snelweg die Solo met Wonogiri verbindt, ik had een helm op, dat is een verplichting op de motorfiets, maar wat voor helm. Het ruitje kon niet worden vastgezet en viel steds naar beneden, de ban die onder de kin vastgemaakt moet worden was kapot, het heeft geen zin zo een helm te dragen, maar meestal krijg je zo een ding als duopassagier als decoratie zodat de politie je niet aanhoudt. Bij een stoplicht te Sukoharjo klaagde ik over de achterband die volgens mij te zacht was, mijn gids zei echter dat deze keihard was opgepompt, ik was nogal zwaar. Het kwam niet in hem op om er wat lucht uit te laten ontsnappen en ik zweeg, nam het voor lief dat mijn nieren uit mijn lijf rammelden. Mijn gids vond dat hij de juiste voorzorg had genomen, daarmee was het verhaaltje uit. De weg was erg druk, het was omstreeks de tijd dat de arbeiders van de vele textielfabrieken te Sukoharjo naar hun werk gingen. In Sukoharjo is de grootste fabriek van militaire uniformen ter wereld gevestigd, vele legers in de gehele worden vanuit deze plaats door de firma Sritex aangekleed. Na de stad wordt het rustiger en rijd je tussen de sawa, Sukoharjo is een groot rijstproducerend gebied. In de verte heb ik voortdurend uitzicht op het laaggebergte van Wonogiri.
Het laaggebergte van Wonogiri en de uitgestrekte sawa aldaar
De bergen van Wonogiri
We rijden door Wonogiri een klein en schoon stadje, voorbij Wonogiri ligt het stuwmeer Gajah Mungkur of Bendungan Serbaguna Wonogiri zoals het officieel heet. Het meer heeft een lage waterstand als wij daar aankomen, het heeft te weinig geregend de laatste maanden. De elektriciteitscentrale met een capaciteit van 12,4 megawatt die stroom met waterkracht opwekt staat stil want er stroomt geen water door de kanalen die naar de centrale leiden. Het stuwmeer is in de 70’er jaren van vorige eeuw in de Begawan (rivier) Solo aangelegd om overstromingen te voorkomen en om voor irrigatie te zorgen. Momenteel wordt er met het water uit het stuwmeer bijna 30.000 hectare sawa mee geïrrigeerd. Door deze irrigatie kunnen de boeren 2 à 3 keer per jaar oogsten. In het meer zelf wordt er veel aan viskweek gedaan, ook komen er veel sportvissers. Langs de oevers van het meer zijn er veel restaurants waar men gegrilde zoetwatervis kan bestellen, daar moet men van houden. Ik laat deze aan mij neus voorbij gaan, want vind dat zoetwatervis een grondsmaak heeft, afgezien van ikan gurame. Ook doet het meer dienst als drinkwaterwingebied voor Solo en Sukoharjo, 5 miljoen mensen krijgen drinkwater uit dit meer.
De naam van het meer Ă la Hollywood
Het punt waar de Bengawan Solo uit het meer stroomt, er is nauwelijks water.
Panorama van het stuwmeer.
Standbeeld opgericht ter "ere" van de vertrekkende boeren.
De Bengawan Solo is met zijn 550 kilometer lengte de langste rivier op Java. Voorbij Sukoharjo is de rivier zo vervuild dat er geen leven meer is. In Sukoharjo zijn er veel varkensfokkerijen die hun afval zo in de rivier dumpen. Solo kent vele batikkerijen en de riviertjes die vanuit de stad in de Bengawan Solo stro,men hebben alle kleuren van de regenboog, vol chemisch afval en zware metalen. Ook het stuwmeer kent vele problemen, die voornamelijk zijn veroorzaakt door de aanvoer van slib afkomstig van erosie en grond dat door aardverschuivingen is vrij gekomen. Door de aanvoer van tienduizenden kubieke meters grond is het meer bijna dichtgeslibd. Er zijn pogingen tot baggeren gedaan, maar dat is onbegonnen werk, de oppervlakte van het meer is te groot en maakt het baggeren tot een kostbare zaak. Het meer was gebouwd voor een levensduur van 100 jaar, maar kan over 10 jaar afgeschreven worden omdat het onbruikbaar is geworden. Het was mijn plan om het hel;e stuwmeer rond te rijden. De omgeving van het meer bij Wonogiri is schitterend, komt men echter op een kilometer of 20 van deze plaats dan wordt het landschap vlak en is vanaf de weg het stuwmeer niet meer te zien. Ik wilde het risico niet lopen om een hele dag te spenderen aan vervelend landschap dus besloten we om via allerlei binnenwegen die wel langs het stuwmeer lopen terug te keren. De oevers van het meer staan door de wisselende waterstanden niet vast, daarom is het van niemand. Veel boeren gokken hier door gewassen, soyabonen en pepers te planten, want de grond is door al het slib zeer vruchtbaar. Blijft het droog dan kunnen ze gemakkelijk water uit het meer pompen om de gewassen te besproeien. Gaat het hevig regenen , dan zijn ze alles kwijt. Het boeren langs de oevers van Waduk Gajah Mungkur is een spel van alles of niets
Bij de electriciteitcentrale ligt een baggermolen om de waterstroom vrij te houden van slib.
Oude weg opgeslokt door het meer
Zoetwatervis, voor veel Javanen een delicatesse.
Sportvissers met traditionele en minder traditionele hoofddeksels
Zweten in de bloedhitte.

Reacties
Geen reacties
Uw reactie
Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.
Een dagje naar...Waduk Gajah Mungkur
kilometer een van de grootste stuwmeren in Z.O. Azië. Het stuwmeer is in 1978 in gebruik gesteld. De inwoners van de desa die onder het water kwamen te liggen werden allemaal naar de provincie Lampung in Zuid Sumatra getransmigreerd om daar een nieuw leven te beginnen, ze hadden weinig keuze. Voor het vervoer had ik een gids gehuurd, niet dat ik een gids nodig had, maar hij had niets te doen op dat moment en had zich aangeboden. Ik gebruikte hem eigenlijk als ojeg. Als hij toeristen kon vinden dan leidde hij deze langs de toeristische attracties zoals Candi Sukuh en Candi Cetho, de kraton, tahu- en tempéfabriekjes, liet hen batik leren, bracht hen naar de alcoholstokerijen in Bekonang, waar de drank ciu wordt gemaakt uit suikerriet. Verder had hij een wajangpoppenfabriekje op het programma staan, allemaal niets voor mij, want het was allemaal precies waarvan de Indonesiër dacht dat een toerist wel leuk zou vinden, eigenlijk wordt een toerist nooit gevraagd wat deze leuk vindt om te zien en te doen. Hij sprak enigszins begrijpbaar Engels en wat woorden Nederlands en Frans en dat is heel wat voor een Indonesiër. Onderweg sprak hij Engels en ik Indonesisch een enigszins vreemde manier van conserveren.
We reden in de vroege ochtend over de snelweg die Solo met Wonogiri verbindt, ik had een helm op, dat is een verplichting op de motorfiets, maar wat voor helm. Het ruitje kon niet worden vastgezet en viel steds naar beneden, de ban die onder de kin vastgemaakt moet worden was kapot, het heeft geen zin zo een helm te dragen, maar meestal krijg je zo een ding als duopassagier als decoratie zodat de politie je niet aanhoudt. Bij een stoplicht te Sukoharjo klaagde ik over de achterband die volgens mij te zacht was, mijn gids zei echter dat deze keihard was opgepompt, ik was nogal zwaar. Het kwam niet in hem op om er wat lucht uit te laten ontsnappen en ik zweeg, nam het voor lief dat mijn nieren uit mijn lijf rammelden. Mijn gids vond dat hij de juiste voorzorg had genomen, daarmee was het verhaaltje uit. De weg was erg druk, het was omstreeks de tijd dat de arbeiders van de vele textielfabrieken te Sukoharjo naar hun werk gingen. In Sukoharjo is de grootste fabriek van militaire uniformen ter wereld gevestigd, vele legers in de gehele worden vanuit deze plaats door de firma Sritex aangekleed. Na de stad wordt het rustiger en rijd je tussen de sawa, Sukoharjo is een groot rijstproducerend gebied. In de verte heb ik voortdurend uitzicht op het laaggebergte van Wonogiri.
Het laaggebergte van Wonogiri en de uitgestrekte sawa aldaar
De bergen van Wonogiri
We rijden door Wonogiri een klein en schoon stadje, voorbij Wonogiri ligt het stuwmeer Gajah Mungkur of Bendungan Serbaguna Wonogiri zoals het officieel heet. Het meer heeft een lage waterstand als wij daar aankomen, het heeft te weinig geregend de laatste maanden. De elektriciteitscentrale met een capaciteit van 12,4 megawatt die stroom met waterkracht opwekt staat stil want er stroomt geen water door de kanalen die naar de centrale leiden. Het stuwmeer is in de 70’er jaren van vorige eeuw in de Begawan (rivier) Solo aangelegd om overstromingen te voorkomen en om voor irrigatie te zorgen. Momenteel wordt er met het water uit het stuwmeer bijna 30.000 hectare sawa mee geïrrigeerd. Door deze irrigatie kunnen de boeren 2 à 3 keer per jaar oogsten. In het meer zelf wordt er veel aan viskweek gedaan, ook komen er veel sportvissers. Langs de oevers van het meer zijn er veel restaurants waar men gegrilde zoetwatervis kan bestellen, daar moet men van houden. Ik laat deze aan mij neus voorbij gaan, want vind dat zoetwatervis een grondsmaak heeft, afgezien van ikan gurame. Ook doet het meer dienst als drinkwaterwingebied voor Solo en Sukoharjo, 5 miljoen mensen krijgen drinkwater uit dit meer.
De naam van het meer Ă la Hollywood
Het punt waar de Bengawan Solo uit het meer stroomt, er is nauwelijks water.
Panorama van het stuwmeer.
Standbeeld opgericht ter "ere" van de vertrekkende boeren.
De Bengawan Solo is met zijn 550 kilometer lengte de langste rivier op Java. Voorbij Sukoharjo is de rivier zo vervuild dat er geen leven meer is. In Sukoharjo zijn er veel varkensfokkerijen die hun afval zo in de rivier dumpen. Solo kent vele batikkerijen en de riviertjes die vanuit de stad in de Bengawan Solo stro,men hebben alle kleuren van de regenboog, vol chemisch afval en zware metalen. Ook het stuwmeer kent vele problemen, die voornamelijk zijn veroorzaakt door de aanvoer van slib afkomstig van erosie en grond dat door aardverschuivingen is vrij gekomen. Door de aanvoer van tienduizenden kubieke meters grond is het meer bijna dichtgeslibd. Er zijn pogingen tot baggeren gedaan, maar dat is onbegonnen werk, de oppervlakte van het meer is te groot en maakt het baggeren tot een kostbare zaak. Het meer was gebouwd voor een levensduur van 100 jaar, maar kan over 10 jaar afgeschreven worden omdat het onbruikbaar is geworden. Het was mijn plan om het hel;e stuwmeer rond te rijden. De omgeving van het meer bij Wonogiri is schitterend, komt men echter op een kilometer of 20 van deze plaats dan wordt het landschap vlak en is vanaf de weg het stuwmeer niet meer te zien. Ik wilde het risico niet lopen om een hele dag te spenderen aan vervelend landschap dus besloten we om via allerlei binnenwegen die wel langs het stuwmeer lopen terug te keren. De oevers van het meer staan door de wisselende waterstanden niet vast, daarom is het van niemand. Veel boeren gokken hier door gewassen, soyabonen en pepers te planten, want de grond is door al het slib zeer vruchtbaar. Blijft het droog dan kunnen ze gemakkelijk water uit het meer pompen om de gewassen te besproeien. Gaat het hevig regenen , dan zijn ze alles kwijt. Het boeren langs de oevers van Waduk Gajah Mungkur is een spel van alles of niets
Bij de electriciteitcentrale ligt een baggermolen om de waterstroom vrij te houden van slib.
Oude weg opgeslokt door het meer
Zoetwatervis, voor veel Javanen een delicatesse.
Sportvissers met traditionele en minder traditionele hoofddeksels
Zweten in de bloedhitte.