30 juli 2010

Twee boeken van De Slegte

de slegte
Laatst liep ik even bij De Slegte binnen en kwam weer naar buiten met twee boeken “De Balenkraai” van Aad Nuis en “Indië in vervlogen tijden” door Louis Zweers. Het tweede boek was een fotoboek heel ongebruikelijk dat ik zoiets koop, maar op de een of andere manier


trok het boek mij aan. Over het eerste boek had ik al diverse malen gehoord in mijn “Nieuw Guinea tijd”. Het boek is lang moeilijk te verkrijgen geweest. Dit is een herdruk uit 2004, het boekje verscheen voor het eerst in 1967. De auteur Aad Nuis was (hij is in 2007 overleden) een Nederlandse politicoloog, letterkundige, literatuurcriticus, bestuurder, journalist, columnist, essayist, publicist, dichter en politicus van D66. In de jaren negentig was hij staatssecretaris van cultuur, kunst en media op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

balenkraai
De Balenkraai, kroniek over het einde van Nederlands Nieuw-Guinea
door Ad Nuis
Uitgeverij Conserve, Schoorl, november 2004
ISBN 90-5429-193-1, 122 pagina's
€ 5,99 bij De Slegte

Eerst even een uitleg over de titel, de auteur schrijft hier zelf over op pag. 31 over: ‘Er was de wonderlijke vogel die zich maandenlang in een boom voor mijn kantoortje heeft opgehouden, naast een verlaten tennisveld. Ik heb hem nooit goed te zien gekregen, ik geloof dat hij klein en zwart was, maar elk kwartier maakte hij het geluid van een man die zich doodmisselijk voelt en wil overgeven maar het niet kan. De kotsvogel noemde ik hem, maar de soldaten bedachten een betere naam: de balenkraai. “Balen” is een moeilijk precies te vertalen soldatenuitdrukking voor het mengsel van verveling en woede, frustratie en apathie dat de dienst zo vaak oproept. Ik ben aan dat beest gehecht geraakt; met niemand in Sorong was ik het zo roerend eens.’

Dit boek heb ik met gemengde gevoelens gelezen, ten eerste was het taalgebruik mij af en toe een beetje te intellectueel, maar daar heb ik al snel last van. Het paste niet zo bij een militair die naar Nieuw Guinea wordt uitgezonden om daar deel te nemen aan een dreigende oorlog. Aan de andere kant krijgt de lezer een goede indruk van de situatie op het troepentransportschip “Zuiderkruis”, de stemming in het leger in die jaren en de toestand in Sorong in de Vogelkop – Nieuw Guinea waar de schrijver wordt gelegerd. Vanuit dat oogpunt is het boek historisch gezien zeer interessant. Ik heb echter iets tegen de manier van schrijven, dat zure linkse toontje uit de zestiger jaren staat mij niet zo aan. De schrijver ligt door zijn houding met alles en iedereen overhoop, omdat hij er nogal aan het gemiddelde tegengestelde gedachten op na houdt. Dat is de man zijn goede recht, maar hij probeert tevens gelijkhebberig over te komen. Als hij de onderofficierenopleiding heeft doorlopen laat hij zich niet tot 2e luitenant bevorderen, hij weigert de eed, dat mag. Eigenlijk had de schrijver dienst willen weigeren, maar daar was hij te schijterig voor. We krijgen een relaas over allerlei figuren die de schrijver niet moet, dat zijn er heel wat. Hij is ook tegen de oorlog, hij vindt dat Nieuw Guinea gewoon aan Indonesië overgedragen moet worden. Hij constateert dat de Papua’s ook helemaal niet geïnteresseerd zijn om bij Nederland te blijven, hij dicht ze zelfs Indonesische sympathieën toe. Ook schrijft hij stukjes via brieven die in "Vrij Nederland" verschijnen en nogal voor wat ophef zorgen. Het boekje is gelukkig niet zo erg dik, 113 pagina’s plus een in 2004 geschreven nawoord van 9 pagina’s. Dat is alles wat ik te vertellen heb over de schrijver die toen hij staatssecretaris van Cultuur, Kunst en Media was, verantwoordelijk was voor de spellingswijziging van de tussen-n in het Nederlands, dat was in 1996.

Indie in vervlogen tijden
Indie in vervlogen tijden - Louis Zweers
Uit Terra Lannoo – Arnhem Mei 2008
ISBN 978-90-5897-847-9 140 pag.
Prijs € 9,99 bij De Slegte

De samensteller van dit boek, Louis Zweers is kunst- en fotohistoricus, publicist en docent aan de Masteropleiding Media en Journalistiek van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere boeken over Nederlands-Indië. Het boek is mooi uitgevoerd, daarom liet ik mij tot de aankoop verleiden. De foto’s zijn vaak amateur-foto’s afkomstig uit oude familiealbums uit de collecties van het KIT en KITLV. Er is gekozen voor foto’s die van onderschriften zijn voorzien. Het boek in onderverdeeld in 6 hoofdstukken met de titels: Familieleven, Uitgaansleven, Vrouwen en inderen, Uitstapjes en natuurschoon, Jacht, sport en spel en Werk. Wat mij in de begeleidende tekst opviel is dat het zitten op de grond van de bedienden en het personeel, terwijl de kolonialen zitten of staan uitgelegd wordt als hoe de verhoudingen waren Altijd moet er weer op gewezen worden hoe slecht dat daar allemaal was geregeld voor de inlander. Van mijn verblijf op Java kan ik me herinneren dat de Javaan graag op de grond zit en ook werkt, moet je maar eens goed om je heen kijken als je daar bent. De vrouwen in de keuken die alles hurkend (jongkok) op de vloer doen. ’s Avonds en famille TV kijken zittend en liggend op de tikar. Ik ben wel bij arme mensen in de kampung geweest die normaal gesproken op de grond zaten, toen ik daar kwam gingen ze even snel een stoel bij de buren lenen.

De foto’s zijn plaatjes van meestal in het wit geklede kolonialen in een land waar het leven erg goed is. De eerste auto’s, fietsen, aan het begin van de vorige eeuw nog zeer luxe artikelen, maar ook koetsjes en draagstoelen, allemaal van hun. In ieder geval veel gul lachende mensen, de inlanders kijken vaak somber want bang voor het fototoestel alias ze begrijpen er niets van. De kleding bestaat uit lange jurken, de jas toetoep voor de heren, strooien hoeden en tropenhelmen, vaak hoge schoenen, soms op zijn inlands, de heren in slaapbroek, de dames in sarong-kebaja, de kinderen in tjelana monjet of matrozenpakjes. Van sommige families zijn meerdere foto’s opgenomen waarbij het drama niet ontbreekt, zoals bij de voormalige Russische marineofficier Serge Grogorieff die in Indië planter werd. Er staan enige foto’s van hem in met zijn knappe jonge echtgenote Bella Nieuwkerk. Zij woonden in Palembang, Serge had Bella op de tennisclub ontmoet zij trouwden, Bella was toen 20 jaar. Een jaar later was het huwelijk ten einde want Bella stierf, tezamen met haar zuster Johanna, tijdens een cholera-epidemie.

Enige foto’s uit het boek:

tempo doeloe
Batavia 1915, drie ernstig kijkende mannen een korte dikke en twee lange magere in vol tropisch ornaat en glimmend gepoetste schoenen. Ik vind die rechter magere een beetje eng

tempo doeloe
Bij deze moest ik onmiddellijk aan SA denken, hoog opgeleide adellijke Javanen werkend als klerk op het kantoor van de suikerfabriek Soedhono te Ngawi, foto gemaakt in 1925.

tempo doeloe
En deze, 7 trotse mensen en een dooie tijger, een gruwelijke foto,

echter de tijger werd (en wordt) als een schadelijk dier beschouwd. Op deze en op panters, krokodillen en slangen mocht vrij gejaagd worden. Ze zijn bijna op die tijgers er leven er nog maar 250 in de wouden van Sumatra. Foto gemaakt in 1920 te Deli op Sumatra’s oostkust.


Een aardig boek om te weten hoe men in Tempo Doeloe leefde, echter een van de zeer vele op dat gebied.


Reacties

Je weet Lon dat ik in 1962 zelf in Sorong gelegerd was. Ik heb deze persoon echter nooit ontmoet. Het komt op mij over dat het een nietszeggend figuur is geweest die bij niet één van mijn dienstmakkers bekend is. Zou hij al die tijd in zijn kantoor opgesloten gezeten hebben..????
31 juli 2010 15:49:57
Hi Ton,

Leuk je hier ook aan te treffen, echt een onderwerpje voor jou. Ik hoop dat alles goed met jou en echtgenote is daar in het Rotterdamse.

Over die Aad Nuis, dat hij steeds op kantoor zat klopt wel, hij bemoeide zich niet met veel mensen. Ik vermoed dat hij bij de intendance zat, hij moest allerlei betalingen verrichten en zorgen dat de keuken draaide. Ook over de mensen waar hij mee kon opschieten weet hij nare zaken te vertellen. Ik kreeg de indruk met een vrij misselijk type te maken te hebben. Aan hem hebben we dan ook die vervelende tussen -n te danken, je weet wel pannenkoeken, kippeneieren enz.
31 juli 2010 18:11:01
Een echte politicus dus. Te schijterig om dienst te weigeren (dat had hem zeker een politieke loopbaan gekost) maar wel z'n maten de kastanjes uit het vuur laten halen.
Een politicus pursang, vooral veel praten, opschrijven maar niks doen. En daar moet je dan een militair conflict mee oplossen.
02 augustus 2010 16:49:58

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.