Reacties
jerr vogelsang schreef:
Heel intressant Lon,
Zo zijn wij Indo-Europianen eigelijk ontstaan en gingen en formden een eigens ras met eigen , makan makan, de nodige haat en nijd, een Indo Cultuur , een mixer van alles en nog wat, de krontjong Muziek, is o.a. echt iets v/d Indo's.
Dat ze niet samenhorig zijn, dat zijn een van de Hick-Ups...maarja als we vrienden zijn dan we wel echt vrienden...toch ??
Selamat Lon
Zo zijn wij Indo-Europianen eigelijk ontstaan en gingen en formden een eigens ras met eigen , makan makan, de nodige haat en nijd, een Indo Cultuur , een mixer van alles en nog wat, de krontjong Muziek, is o.a. echt iets v/d Indo's.
Dat ze niet samenhorig zijn, dat zijn een van de Hick-Ups...maarja als we vrienden zijn dan we wel echt vrienden...toch ??
Selamat Lon
23 juli 2008 00:48:16
Londoh schreef:
Ik vond mijn artikeltje geciteerd op een ander blog:
@santi & lorraine: Thanks for your comment.
I like to add two contrasting reviews of the book by others.
Here (http://blog.londoh.com/index.php?itemid=258) is a very critical review by someone who was disappointed about the boring style of writing of the author (which didnât bother me, C.), but mainly about the way he did put too much emphasis on the dire circumstances the njai had to cope with. In his opinion there should have been paid much more attention to the bright side of the phenomenon : to the âhappy njaiâ as such and to the ultimate, positive, outcome of the âIndischeâ community.
http://www.pelopor.nl/2008/the-njai/
@santi & lorraine: Thanks for your comment.
I like to add two contrasting reviews of the book by others.
Here (http://blog.londoh.com/index.php?itemid=258) is a very critical review by someone who was disappointed about the boring style of writing of the author (which didnât bother me, C.), but mainly about the way he did put too much emphasis on the dire circumstances the njai had to cope with. In his opinion there should have been paid much more attention to the bright side of the phenomenon : to the âhappy njaiâ as such and to the ultimate, positive, outcome of the âIndischeâ community.
http://www.pelopor.nl/2008/the-njai/
07 oktober 2008 18:11:38
Londoh schreef:
Het boek ligt in de aanbieding bij de boekhandel, de prijs is nu âŹ12,50
02 augustus 2009 16:18:46
Startpagina
Admin-login
RSS
Fan worden
âDe Njaiâ, het boek
Zij zorgde voor de huishouding van de vrijgezelle Europeaan en beiden maakten vaak kindertjes, omdat ze ook bij elkaar sliepen, zij was vaak niet meer dan een huishoudster, vaak veel minder, een soort slaaf. Hoe verder men teruggaat in de geschiedenis hoe penibeler haar positie, maar zo gaat dat nou eenmaal in de geschiedenis van de gewone man en vrouw. Ik heb het hier al eerder gehad over Njai Dasima, een van de bekendste boeken uit de Indisch-Maleise literatuur. Eind mei 2008 was er op de Pasar Malam Besar te Den Haag een tentoonstelling over de Njai ingericht waar veel publiciteit om heen was. Nou kan ik mijzelf bij zo een tentoonstelling weinig voorstellen, ik ben er ook niet geweest, maar ik neem aan dat de vrouwen daar niet in persoon te bewonderen waren. Hoogstens fotoâs, documenten, een sarong en witte kebaja, een sirihstel en wat al meer. De tentoonstelling bleek een groot succes, men was diep onder de indruk, als ik af ga op wat er in Indokringen over is gezegd. Voor die kringen was de tentoonstelling in de eerste plaats ingericht, het is hun geschiedenis, want de njai kan beschouwd worden als de oermoeder van alle Indoâs. Zoals de Blandaâs immers eigenlijk allemaal van Eva afstammen. Door deze tentoonstelling hebben diverse Indoâs een voorouder terug gevonden, dat maakt de expositie tot een nog groter succes. Maar mij verwonderd dat niets het is de Indo toch eigen altijd in het verleden te spitten, omdat ze in het heden andere mensen zijn geworden dan hoe ze ooit zijn begonnen, in een land dat definitief niet meer bestaat. Tegelijk met de tentoonstelling kwam er een boek over dit onderwerp uit. Ik onthield de titel om eventueel aan te schaffen. Toen ik laatst bij een vriend op bezoek was en met hem voor zijn boekenkast stond zijn nieuwe aanwinsten te bewonderen kwam ik het boek tegen. Ik bladerde het snel door en zag diverse fotootjes met daarnaast kleine verhaaltjes, die kwamen mij zeer aantrekkelijk voor. Ik dacht âkopenâ en heb dat gedaan. Laatst was het zover dat ik aan de lectuur van dit werk kon beginnen.
De Njai door Reggie Baay
Het concubinaat in Nederlands Indië
ISBN 978 90 253 6360 4 302 pag.
Uitg.:Atheneum-Polak & Van Gennep â Amsterdam 2008
Prijs: âŹ18,95
Al in de inleiding maak ik kennis met een nieuw begrip, de biologische grootmoeder. Daar zit wel wat logica in, het is in om in en onder je wortels van dit bestaan te wroeten, en die wortels smaken alleen maar beter als deze biologisch zijn. In de toekomst krijgen we vast nog wel te maken met de biologische opa, overgrootvader en - moeder, ooms en tantes, neven en nichten. Het boek is dus ook een speurtocht in het verleden van de schrijver. Ik voel me al ongemakkelijk als ik over âtriest lotâ, âheeft de onbekende werkelijk geleefd?â, âzonder pardonâ, âstrikt verbodâ lees. Ik denk opeens dat ik fout zit met dit boek. Ik had het vermoeden dat ik met verhalen over njais te maken ging krijgen, maar ik lees in een serieus werk op droog wetenschappelijke toon geschreven. Door de fotootjes heb ik me vergist, ik had beter in de tekst moeten kijken. Dat kan ik wel achteraf zeggen, maar ik koop een boek eerder op gevoel, zo een beslissing is door mij gauw genomen. Ik nam het boek elke avond voordat ik ging slapen ter hand, maar ik schoot niet erg op. Ik had moeite met het taalgebruik en steeds na slechts enkele paginaâs gelezen te hebben sloeg ik het dicht en mijn ogen toe. Toen ik op pagina 85 was aangekomen bij het onderdeel âBeeldvormingâ lag ik aan de njai die ik zelf uit de literatuur kende te denken. De njai's van Baay waren allemaal losers en hun kinderen er nog slechter aan toe. Die kinderen zijn natuurlijk Indootjes en hun geklaag is maar al te goed bekend als men websites voor en door dit bevolkingsdeel af en toe wel eens opent. Maar we hebben het over geschiedenis en niet over het heden, dat zijn twee gescheiden zaken. Ik dacht aan Njai Ontosoro van P.A. Toer die gestileerd is naar het voorbeeld van Njai Dasima. Ook dacht ik aan W. Somerset Maugham, die in zijn verhalen diverse njai heeft laten opdraven. Ik haalde de vier delen âCollected Short Storiesâ van zijn hand erbij en had al gauw te pakken wat ik in gedachten had. Het verhaal âThe force of circumstanceâ laat ons met een njai die het van een Europese vrouw wint, kennismaken. Ik denk ook aan het verhaal âP & Oâ, waar een njai ook haar zin krijgt, weliswaar met guna-guna, maar dat hoort bij dit soort vrouwen. Stel je een njai eens voor die niets van guna-guna af weet. In plaats van ruzie te maken gebruiken ze toch altijd zwijgend toverkrachten. Toen ik dit uitstapje naar Maugham maakte was ik meteen weer geboeid door het verhaal en las het voor de zoveelste keer in enen uit. Daarna ging ik weer hortend en stotend verder met de njai van Baay. Ik kon er niet echt âinâ komen, daarom nam ik het drastische besluit om er op een dag voor te gaan zitten en het uit te lezen. Door de verveling vanwege het saaie taalgebruik heen voelde ik ook aan dat het boek het resultaat was van een zeer diepgaande studie. De literatuurlijst achterin het boek is zondermeer indrukwekkend te noemen en verdient alle bewondering. Misschien stoorden de citaten, die in een kleinere letter, inspringend door het boek heen zijn opgenomen, ik gis hier maar wat.
Op pagina 216 worden we vanaf een foto aangekeken door njai Soeboer met haar zes kinderen. De foto is onduidelijk, maar ik heb sterk het vermoeden dat haar kebaya is dichtgemaakt met drie knopen vervaardigd uit zilveren rijksdaalders, als teken van rijkdom of appeltje voor de dorst. Dat is de laatste foto in het boek. Er rest mij nog slechts tekst en af en toe blader ik naar achter, kijk waar het einde van het boek zich bevindt. Ik vraag me af: âHoe lang nog?â. Ik worstel me langs âEen volk van ongewenstenâ en krijg een beetje medelijden. Maar dan opeens, op pagina 253 in âAndere beelden en een andere wereldâ word de toon wat positiever en komen er ook gelukkige njai voor het voetlicht. Er waren relaties tussen Europeanen en Inlandse vrouwen waarin van liefde en geluk sprake was, hossannah. Iets dat mij nauwelijks verbaast, hoe kan het anders. Mooie, lieve, knappe, slimme, geile en gekleurde vrouwtjes die weliswaar aan geld dachten, maar zeker ook over andere kwaliteiten beschikten. De door mij genoemde Njai Ontosoro van P.A. Toer komt even langs en verder wordt âTjerita Nji Painaâ van H. Kommer genoemd. Een paar van deze njaiverhalen staan in het boek âTempo Doeloeâ dat is samengesteld door P.A. Toer. Dit zijn oude verhalen uit de Indisch-Maleise literatuur, die voor Toer altijd een bron van inspiratie zijn geweest. Ik heb wel eens over dit boek geschreven, even hier klikken. De naam van een van de schrijvers, Pangemanann, is door Toer zelfs gebruikt voor de hoofdpersoon in het boek âHet Glazen Huisâ. Het boek van Baay komt ook gelukkig tot een eind, weliswaar enigszins treurig, maar dat past geheel in de sfeer van het hele werk. Er is een aantekening van de vader van de schrijver die denkt dat hij een paar keer zijn moeder aan het hek van het huis heeft zien staan, maar zij wordt weg gejaagd. Dat was het dan. Jammer dat de Njai alleen gezien wordt vanuit Indo-europees standpunt. De Portugezen bijvoorbeeld vermengden zich graag met de Inlandse bevolking. Maar misschien was het vroeger geestelijk gemakkelijker om als katholiek met een vreemde donkere vrouw in bed te duiken dan als Calvinist. Ook hebben Chinese en Arabische kooplui vaak een vrouw van het land gekozen, toen zij zich daar gingen vestigen, daar kindertjes mee gemaakt en hun nazaten wonen nog steeds in IndonesiĂ«. Dat heet "lang en gelukkig". Het zou leuk zijn als hun ook eens met een studie over dit onderwerp kwamen, misschien zijn die er al, doch weten wij dat niet door de taalbarriĂšre die ons van die werelden scheidt. Het boek âDe Njaiâ is een werk dat typisch in het Nederlandse taalgebied thuishoort, heel erg somber en een beetje zuur, jammer van dit schitterende onderwerp.
Dit boek is een uiterst geschikt naslagwerk als men iets over de njai wil weten. Ook de genoemde bronnen zijn zeer uitgebreid en de moeite van het raadplegen waard. Als leesboek is het echter saai en taai. Volgens mij zijn er heel wat spannender verhalen over njai te schrijven met een andere instelling. Dus niet de Indo-europeaan als slachtoffer van de Nederlandse overheersing, dat is een oud en grijsgedraaid liedje. Op het internet staat een recensie van iemand die dit boek anders begrijpt dan ik en neem daarom deze als contrast op. Boek van de week: Indische slavinnen. Onthutsend boek over inlandse lustmeisjes voor Hollanders Hier klikken voor de link!
ï»ż