25 augustus 2008: Brieven van de thee

gamboeng
Heb ik dit weekeinde gelezen. Vanwege het slechte weer afgelopen week heb ik zelfs 4 boeken gelezen, en mijzelf daarmede behoorlijk buiten de realiteit gesteld.

Om alweer over een boek te gaan schrijven zal me misschien wel op cynisch commentaar komen te staan van het leger deskundologen en betweters die bij hun geboorte al wisten hoe dit leven in elkaar stak en dit gaarne verkondigen aan het domme publiek. Ter zake, dit is een boek waar ik bijzonder van genoten heb. Het brengt je terug in de tijd dat West Java nog een woest en ruig gebied was, dat je in de loop van het lezen ziet veranderen in een gebied dat zich tot het moderne West Java ontwikkeld. De hoofdrolspelers in dit boek hebben daar heel veel toe bijgedragen.

“Brieven van de thee” doet sterk denken aan de titel “Heeren van de thee” een van de best verkochte boeken in Nederland ooit, geschreven door Hella Haase, tante Tempo Doeloe. Dat is een grapje, het boek van Hella Haase is zeer leesbaar en erg interessant. Dat boek kon echter alleen maar geschreven worden doordat zij de beschikking had over de brieven die de leden van de families Kerkhoven, Bosscha, van der Hucht en nog meer aan elkaar schreven. Daarbij komt dat deze brieven bewaard zijn gebleven in een familiearchief is natuurlijk helemaal uniek. Dat archief heet “Stichting Indisch thee en familiearchief”. Nelleke Noordervliet heeft voor dit boek een keuze gemaakt uit duizenden brieven, dat heeft zij goed gedaan. De meeste brieven in het boek zijn van de hand van Rudolf E. Kerkhoven, en zijn vanaf zijn jonge jaren tot bijna zijn dood geschreven. Hij was een theeplanter, een van de heren van de thee die altijd brieven schreef aan andere familieleden om te laten weten hoe het met hem ging, wat hij dacht en in welke omgeving hij verkeerde. De brieven zijn heel erg open, hij wist natuurlijk niet dat meer dan een eeuw later allerlei nieuwsgierige Nederlanders over zijn rug mee gingen lezen, anders had hij vast wel af en toe meer op zijn woorden gelet. Al lezend ontstaat er voor iemand met een beetje fantasie een eigen versie van de “Heeren van de thee” zonder dat tante Tempo Dulu daarbij helpt. Het komt mij echter voor dat Nelleke de verhaallijn van "Heeren van de thee" volgt. Het is al een tijd geleden dat ik dat boek heb gelezen en heb het zelf niet om deze bewering na te zien.

De eerste brief in het boek is van 7 juli 1870 in ’s Gravenhage geschreven en de laatste dateert van 2 mei 1918 en komt tot ons vanuit Bandoeng. De samenstelster heeft steeds een aantal brieven bijeen gebracht die een beeld geven van een periode. Voor wat mij betreft gaven die brieven dat zeker. Leuk is vaak dat de schrijver of schrijfster zich moet haasten omdat de brief om 8 of 9 uur gepost moest worden, zodat deze op tijd weg kon om nog met een mailboot mee te kunnen of verzending anderszins. Anderzijds wordt er ook geklaagd als er te laks wordt beantwoord. Ook circuleren de brieven door de gehele familie. In de eerste brief vertelt Rudof over het slagen voor zijn examen als scheikundig ingenieur. Hij komt al snel naar Indië en gaat daar met financiële deelneming van de familie zijn eigen plantage op “Gamboeng” opzetten. Gamboeng was in die jaren nog heel woest en wild. De plantage komt op een plek waar vroeger koffietuinen hebben gestaan. Koffie is eeuwen lang een belangrijk product van West Java geweest, dat werd al in de VOC tijd gekweekt, vaak onder dwang. De koffietuinen worden door Rudolf voor het grootste deel vervangen door thee en kina, beide vrij nieuwe producten voor Indië. In die jaren werd door het Gouvernement van Nederlands Indië, na de afschaffing van het cultuurstelsel, alle ruimte gegeven aan vrije ondernemers om woeste gronden in cultuur te brengen. Dit Gamboeng besloeg een oppervlakte van minstens 400 bouw. Een bouw is oorspronkelijk de hoeveelheid grond die 1 persoon bewerken kan. In een moderne oppervlaktemaat is een bouw = 71 are of 7100 m². Gamboeng ligt dicht bij Bandoeng, in die jaren echter was het woeste jungle, er liepen af en toe neushoorns door de plantage in wording en werden deze dieren ook door Rudolf gesignaleerd. Het vervoer in die jaren ging per paard, soms kwam er een wagen aan te pas, maar omdat er goede wegen ontbraken was dit laatste vervoer nogal moeilijk. Ook het verkrijgen van proviand was een probleem voor de jonge Ruud die in zijn eentje aan het pionieren was. Hij krijgt voedsel via zijn ouders op de plantage “Ardja Sari” toegestuurd en laat door een oude Soendanees koken. De Soendase bevolking was in die jaren nog "wild" en moeilijk om mee samen te werken, ze waren nog niet gewend aan arbeid tegen betaling. Bij elke brief die hij naar zijn ouders op Ardja Sari stuurt is een lijst bijgevoegd wat hij aan de koerier meegeeft, anders verdwijnen de dingen. Wat die Ruud deed was echt pionieren in de wildernis. Hij was ook iemand die van jagen hield, iets dat vaak wel moest. Er waren tijgers en panters die de paarden en honden aanvielen en opaten. De lijst met panters en tijgers door Rudolf geschoten die in het boek staat is indrukwekkend. Daar staan maar liefst 28 tijgers en zwarte of gele panters op, die tussen 1875 en 1904 zijn geschoten. De eerste twee dieren zijn twee koningstijgers op twee opeenvolgende dagen geschoten. Ook worden er af en toe agressieve apen of marterachtigen geschoten. Op een gegeven moment trouwt Ruud en komen er brieven van beide echtelieden, en wordt er ook over de kinderen, de honden en het primitieve huis gesproken. Wat op mij veel indruk maakte is de beschrijving van de uitbarsting van de Krakatau die op 26/27 augustus 1883 plaats vond. Via de brieven zijn ook de technische ontwikkelingen in de kolonie te volgen, op een gegeven moment is er telefoon, en vader Ruud, inmiddels 5 kinderen, voorspelt dat er nog eens een dag zal komen dat er met Europa kan worden getelefoneerd. De zoons gaan in Europa studeren, er is er een die daar blijft, de anderen komen terug om op de plantages, die eigendom van de familie zijn en die zich fors hebben uitgebreid, te werken. Zo verzorgen zij waterleiding en er komt elektrisch licht. Het vervoer gaat per auto. Er ontstaan conflicten over geld, het management van de plantages, kortom van alles dat als menselijk beschouwd kan worden. Door het meelezen van deze brieven volgen wij de geschiedenis van de kolonie tussen 1870 en 1918 op de voet. In die jaren is er, vooral door particulier initiatief van Indië een goudmijn gemaakt. Voor wat mij betreft was dit een indrukwekkend boek. De brieven zijn doorspekt met Sundase woordjes, die achterin het boek staan uitgelegd. Het boek is verluchtigd met schitterende foto’s die ook uit het familiearchief komen. Brieven schrijven is iets dat bijna is uitgestorven, ik heb het vroeger zelf nog veel gedaan. Tegenwoordig als we het niet per telefoon afkunnen gebruiken we email, en misschien wordt er wel meer geschreven dan in de tijd dat een brief de geijkte manier van communiceren was. Een email gaat veel sneller en snel is van onze tijd. Het taalgebruik is echter in vergelijking met vroeger sterk veranderd, het is vaak sms-taal dat we lezen, veel mensen hebben moeite om iets echt te omschrijven of uit te leggen wat ze bedoelen. Vaak wordt er met 1 tot 3 woorden gecommuniceerd en daarbij een aantal zgn. smilies.


Brieven van de Thee Nelleke Noordervliet,
Uitg.: Queridio Amsterdam, 2004.
ISBN: 90 214 5015 1 Paperback. 375 pp, met zw/wit foto's Prijs € 6,50

NB Anno 2008 bestaat de plantage “Gamboeng” nog steeds, de naam wordt natuurlijk gespeld als Gambung, er is op de plantage het “Pusat penelitan Teh dan Kina” gevestigd. Hier vindt men de website.

Reacties

Aan de hand van jouw vorige posting heb ik dit boek ook besteld om mee te nemen naar een weekje heerlijk niksen. Ik ben benieuwd.
Ook heb ik een boek uit 1936 van Adriaan Viruly besteld. "Wij vlogen naar Indie", lijkt mij ook lezenswaard vanwege het avontuur. Nu stap je in in Amsterdam en 15 uur later stap je uit in Jakarta.
25 augustus 2008 19:56:38
In Bandung bijna tegen Jl. Cipaganti aan, is een straat genaamd Jl. Bosscha.

Wel jammer van die tijgerbeesten :(
25 augustus 2008 22:55:29
Als leuke aanvulling op het bovenstaande vond ik op het net:

"Eenentwintig brieven van Eduard Julius Kerkhoven uit Ned.-Indie naar Nederland,1860-1862 en 1865"

Deze brieven zijn dus nog ouder dan die in het boek. En zijn door een oom van Rudolf Kerkhoven geschreven.

……Daarmee begint deze brievenreeks van de dan 26 jarige Eduard aan zijne broers en zusters gedurende de eerste jaren van zijn verblijf op Java. Gezien het grote gezin, was een rondschrijfbrief, "de Hunderensche Courant", georganiseerd. Daarin werden de vele belevenissen van de diverse familieleden en hun uitdijende gezinnen behandeld. Ook de Oosterse avonturen van de jongste, de benjamin zoals hij zich zelf noemt, werden erin opgenomen………

http://members.lycos.nl/hvdthee/21brievenEJKerkhoven.htm
26 augustus 2008 08:04:27
De Javaanse tijger lijkt uiterlijk veel op de nog steeds voorkomende Sumatraanse tijger, maar heel een dichtere strepenpatroon en donkerdere zwarte strepen. Strepen op de rug en op de flanken waren vaak dubbele strepen die een soort cirkels vormen. Dit dichte strepenpatroon was kenmerkend voor deze ondersoort. Daarnaast stond de Javaanse tijger bekend om zijn snorharen die de langste van al de ondersoorten waren.

De Javaanse tijger kwam voor op het Indonesische eiland Java. De oudste tijgerfossielen van Java zijn van 1.2 miljoen jaar geleden. De fossielen van deze prehistorische tijger, Panthera tigris trinilensis, zijn opgegraven bij Trinil. Deze beenderen behoren tot de oudste tijgerfossielen van de wereld en maken nu deel uit van de beroemde Dubois-collectie in het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden. Hoewel deze fossielen op Java gevonden zijn behoren ze waarschijnlijk niet tot de directe voorouders van de Javaanse tijger. Tijdens de ijstijden waren de grotere Indonesische eilanden wel eens verbonden met het vastenland, waardoor verschillende diersoorten de eilanden konden bereiken. De laatste keer dat dit gebeurde was zo'n 50.000 jaar geleden. Tijgers die waarschijnlijk vanuit China kwamen, kwamen opnieuw naar Java. Deze tijgers werden afgezonderd doordat het zeeniveau steeg en zo ontwikkelde ze zich tot de Javaanse ondersoort.

In de vroege 19e eeuw kwamen de Javaanse tijgers nog op heel Java voor. Doordat de menselijke bevolking snel groeide werden grote stukken van het eiland bewoond en beleeft waardoor een ernstige vermindering van het leefgebied van de Javaanse tijger kwam. Overal waar de mens heen ging werd de Javaanse tijger heel erg bejaagd of vergiftigd. Ook moest de Javaanse tijger steeds meer vijanden om de prooidieren zoals wilde honden en luipaarden bevechten. De plaatselijke bevolking voerde de jacht voornamelijk uit. Rond 1940 waren de Javaanse tijgers alleen nog maar te vinden in de meest afgelegen gebergten en bossen. Het stichten van reservaten kon de Javaanse tijger niet redden, omdat tijgers een groot jachtgebied nodig hebben. De reservaten waren te klein en te ver van elkaar afgelegen en er waren te weinig prooidieren, zodat er geen tijgerpopulaties konden blijven bestaan. In het midden van de jaren 50 van de 20e eeuw waren er nog maar 20-25 Javaanse tijgers over op Java. In de jaren 60 van de 20e eeuw verdween de Javaanse tijger zelfs uit het beroemde Ujung Kulon reservaat op de westpunt van Java, waar nu nog de laatste Javaanse neushoorns leven. De laatste plek waar de Javaanse tijger nog leefde was in Meru Betiri in Zuidoost Java, dat in 1972 een reservaat geworden was. Het werd beschouwd als de laatste kans op het overleven van de Javaanse tijger, maar hoewel het een reservaat geworden was werd het nog voortdurend bedreigd door de landbouw. Meri Betiri was uiteindelijk ook niet groot genoeg. Aan de hand van sporen stelde men in 1979 vast dat er nog maximaal drie tijgers leefden. Daarna is de Javaanse tijger en zijn sporen nooit meer gezien. De precieze datum van uitsterven blijft onbekend, maar de ondersoort moet in het begin van de jaren 80 van de 20e eeuw uitgestorven zijn.

Bron : http://www.dse.nl/~tijgers/ondersoorten.htm
26 augustus 2008 08:32:01
Heb dit boek met rode oortjes gelezen. Vooral de ondernemingslust van die pioniers steken schril af bij de medewerking van de inlanders. Het lijkt wel of het nog steeds zo is. Om iets van het land te maken zijn er toch tot op heden voortvarende lieden nodig zoals destijds de familie Kerkhoven. De eerste 20 jaar was het armoe troef en dan ging het na vele uitbreidingen van hun onderneming een heel stuk beter.
Het viel mij op dat R. een hele grote baard had, dat zal wel heel erg gekriebeld hebben.
De natuur was wreed in die tijd en er moest natuurlijk uit zelfbescherming heel wat (on)gedierte afgeschoten worden. Zelfs in dierentuinen zijn genoemde beesten niet meer te vinden?
09 september 2008 20:43:08
Hi Peet,

Kan ik het wel mee eens wezen, van alle boeken die ik de laatste maanden gelezen heb, behoort dit wel tot de top. Momenteel ben ik bezig met "Het Oost-Indisch Kampsyndroom "van Rudy Kousbroek, af en toe rampzalig en dan weer uiterst boeiend. Ik heb een vreselijke hekel aan die man, maar vind het nodig om toch eens een boek van zijn hand te lezen, dan weet ik waarover ik praat. Helaas is het 500 pagina's dik en kleine lettertjes.
10 september 2008 09:32:12
Nu ik nog eens nadenk over wat ik gelezen heb, ik steeds meer het gevoel dat alles wel heel erg betrekkelijk is.
Iedere keer keek ik weer naar de stamboom op een van de eerste pagina's als ik weer een brief las. Hoe snel gaat een leven voorbij...
Jenny mocht niet zo oud worden, zenuwziekte was in die tijd waarschijnlijk niet te behandelen. Wat mij zeer trof was dat alles per brief verteld moest worden zodat de kinderen die niet thuis waren geen afscheid konden nemen.

Een indrukwekken relaas van wat er in de 19e eeuw gepresteerd werd in het verre Indie.
10 september 2008 19:49:15

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.