09 september 2008

De Portugezen & De Molukken (II)

Het koloniale systeem van de Portugezen was om eerst handelsposten te vestigen, daarna deze militair te versterken en vervolgens het Katholieke geloof

te verspreiden. Of in een andere volgorde net wat het beste uitkwam op dat moment. Het gebeurde vaak genoeg dat als er een Portugees schip ergens aankwam de bemanning meteen begon met het winnen van zieltjes. In 1522 kwam er een groep van Franciscanen op Ternate aan, die hun geloof gingen prediken, als spoedig verrezen er kapellen en kerken in de buurt van het fort. Ook werden de kinderen die geboren werden uit de relaties die de Portugezen met de lokale vrouwen aangingen onmiddellijk gedoopt. Naarmate er meer schepen uit Goa en Malakka arriveerden vestigden zich meer Portugese ambtenaren en militairen die relaties met lokale vrouwen aangingen. Toen de Jezuïtische missionaris Fransiscus Xavier op de Molukse eilanden aankwam waren er inmiddels 37 Christelijke dorpen op Ambon en de eilanden in de buurt. Albuquerque’s ideaal waren huwelijken tussen Portugese vrouwen en mannen, maar de vrouwen in Portugal kwamen hun huis niet uit, behalve om gedoopt te worden, om te trouwen en in haar kist als ze gestorven was. De enige vrouwen die vanuit Portugal naar de koloniën in Afrika en Azië vertrokken waren weesmeisjes. Zij kregen een bruidschat mee en waren in dienst van de Portugese overheid, doch dit was slechts een klein aantal, waarvan velen nog stierven en ook veel miskramen hadden. Veel waren ook te lelijk of te oud om aan de man te geraken. Sommigen werden als bruid vergeven aan Aziatische prinsen die met de Portugezen samenwerkten. Hun aantal was echter klein, met de Portugese vloot die Jaarlijks vanuit Lissabon naar de koloniën vertrok gingen er hoogstens 20 – 30 vrouwen mee, mannen daarentegen in een aantal van 3 – 4000. In de Molukken waren er helaas teveel hooggeplaatste Portugezen die dachten dat ze belangrijk waren, daarom zijn de Molukken nooit een bloeiende nederzetting geworden zoals Goa of Malakka. Ook was de militaire aanwezigheid te zwak in dit meest oostelijke punt van het Portugese rijk.

De leiding van de Portugezen was in handen van zogenaamde kapiteins, deze waren nogal hebzuchtig. Op Ternate werd in 1529 de regent Kaicil Daroes onthoofd door toedoen van deze kapiteins, die zich met allerlei interne aangelegenheden van de vorst begonnen te bemoeien. Toen kwam ene Abuhayat op de troon, doch deze stierf vrij snel door onbekende oorzaak. Hij werd opgevolgd door een jongere broer, die echter met de Portugezen in conflict kwam en naar Halmaheira werd verbannen. Er kwam een andere broer Tabarija op de troon, die werd beschuldigd van een complot tegen de Portugese kapitein Tristao de Ataide. Hij werd gevangen gezet tezamen met de koningin-moeder en de eerste minster Patih Serang en na twee jaar opgezonden naar Malakka en verder naar Goa als verdachte in een rechtszaak. Er werd weer een half-broertje door de Portugese kapitein op de troon geplaatst, dit was Hairun. Intussen hadden berichten over misstanden op Ternate Malakka en Goa bereikt en daarom besloot men vanuit men een nieuwe kapitein te zenden. Deze kapitein was Antonio Galvao, die zijn functie van 1536 tot 1539zou uitoefenen. Na wat strijd geleverd te hebben zette hij zich in voor goede relaties tussen de heersers van Ternate en Tidore, die twee waren eeuwige rivalen. In die tijd verbleven er op Ternate 18 Portugese mannen die met lokale vrouwen waren getrouwd., de zgn. “casados”, naast de casados vond men soldados, de soldaten, die ongetrouwd waren. Galvao blies de Portugese nederzettingen een nieuw leven in, hij had nieuwe casados meegenomen en ook enkele Portugese meisjes. Ook introduceerde hij een bouwtechniek die “pedra e cal” heette, in het Nederlands “steen en kalk” De gebouwen die hiermee werden gebouwd waren erg sterk. Men paste deze techniek eerst toe op forten, later werden ook de huizen zo gebouwd. De stijl van de huizen is in die jaren waarschijnlijk sterk veranderd en werd overgenomen tot in de meest afgelegen gebieden. Tot vandaag de dag kent het bahasa Indonesia nog steeds bouwkundige termen die uit het Portugees afkomstig zijn zoals : janela, porta, mesa, cadeira, martelo, cacarola en tela.

Wat bijna een revolutie betekende waren de nieuwe landbouwgewassen die Galvao met zich meebracht. Deze gewassen waren verzameld door de nederzettingen in Afrika, Brazilië, India en Malakka. Hij nam druiven mee, die deden het zo goed dat er twee keer per jaar geoogst kon worden, verder tomaten, avocado’s, maniok en chilipepers. Deze gewassen werden zeer populair en zijn dat gebleven tot vandaag de dag. Wie kan zich een Indonesië voor de geest halen waar geen sambal te vinden is. Voordat Galvao rode pepers meenam gebruikten de Indonesiërs slechts lokale peper, de zaden afkomstig van de peperplant. Het eten dat er in de Molukken werd gegeten was heel erg eenvoudig, sago en vis, dat is het op veel plaatsen nog steeds. Toen de Portugezen allerlei gewassen introduceerden werd het dagelijkse voedsel een stuk beter en gevarieerder. Ook werd er door Galvao een seminarie gesticht, daar gingen de kinderen van de hoog geplaatste Molukkers studeren, er leerden zelfs kinderen die van Morotai en Jailolo kwamen. De beste leerlingen werden naar Malakka gestuurd om verder te leren. Hetgeen er allemaal op Ternate gebeurde werd bekend tot in de wijde omgeving en allerlei hooggeplaatsten kwamen op het eiland af. Zij lieten hun kinderen daar studeren, lieten zichzelf dopen. Er kwamen zelfs edelen uit Makassar. Vanuit Ternate werden er ontdekkingsexpedities gestuurd naar de Raja Ampat eilanden en zo ver als het eiland Papua (Nieuw Guinea).

Ook op het eiland Ambon hadden er grote veranderingen plaats gevonden. De Portugezen hadden een “loja” (loge) in Hitu opgezet. De haven van Hitu was echter open en met de west moesson was het moeilijk om een schip daar aan te leggen. De Portugezen vroegen aan de vorst om een andere plek met een betere haven, die kregen ze nabij Hatiwi en Tawiri. Daar vestigden zich een aantal Portugezen die ook met lokale vrouwen trouwden. De haven van Hitu bleef in gebruik voor de vloot die uit Malakka kwam, o.a. om handel te doen en vers water in te nemen. Helaas waren er voortdurend gewelddadige conflicten tussen de lokale bevolking en de Portugezen en de mensen die zich bij de Portugezen hadden aangesloten. We kunnen dit ook zien als conflicten tussen moslims en christenen. In 1536 ging een van de leiders van Hative naar Malakka en verder naar Goa om de hulp van de Portugezen tegen de moslims van Hitu in te roepen. In 1538 arriveerde er een Portugese vloot die korte metten maakte met de gecombineerde vloot van schepen van Hitunezen, Javanen, Makassaren en Ambonezen. Daarna voer de vloot o.l.v. Galvao door de Molukse wateren om de vrede te trachten te behouden. De koningen van Nusaniwi, Kilang en Amantelo op het schiereiland Leitimor bekeerden zich tot het christendom. De situatie rond Hitu bleef gespannen en op een gegeven moment kwam tot een uitbarsting. Tijdens een banket op een bezoekend Portugees schip beledigde een dronken soldaat de dochter van de koning. Toen de koning daar iets van zei kreeg hij van de soldaat een klap op zijn hoofd. De Hitunezen waren hierdoor zo beledigd dat zij de Portugezen uit de haven van Hitu verbanden en verklaarden hen nooit meer wensten te zien. De mannen die op het land in de omgeving van Hitu woonden moesten over de bergen naar het andere kant van het schiereiland woonden lopen om zich daar te gaan vestigen. Dit gebeurde bij Cabo Martim Affonso (die heet tegenwoordig Tanjung Martafons)

Galvao nam in 1539 zijn ontslag er waren teveel intriges van allerlei collega’s die graag hun deel van de lucratieve handel opeisten. De Molukkers hadden graag dat hij bleef maar Galvao had er genoeg van. Hij had zijn persoonlijke fortuin is de ontwikkeling van de Molukken gestoken. Hij is naar Portugal terug gegaan en daar in een armenhuis gestorven, Hij liet een manuscript na met de titel “Historia das Moluccas” dit manuscript is eeuwen zoek geweest. In 1965 werd er een waarschijnlijk eerdere versie van ontdekt door een Jesuit Father Hubert M. Jacobs, S. J. Dit is in 1971 uitgegeven onder de titel “A treatise on the Moluccas”

gang Da Silva
Gang da Silva in Ambon stad. In de Molukken zijn nog veel
Portugese achternamen te vinden
.


Intussen zat de afgezette sultan van Ternate Tabarija op Goa gevangen. Hij sloot daar vriendschap met JordĂŁo de Freitas, die diverse keren als handelaar en commandeur van de Portugese vloot op Ternate was geweest. Zij werden goede vrinden, De Freitas stelde zelf aan je jonge koning voor om met zijn nichtje te trouwen. De Freitas adviseerde hem ook om katholiek te worden zodat de rechtzaak tegen hem gemakkelijker in zijn voordeel zou kunnen worden beslist. Tabarija liet zich dopen en nam de christelijke naam Manuel aan, daarbij kwam zijn titel Dom. Hij kreeg een huis en een maandelijkse toelage, waarmee hij zijn moeder en stiefvader, Nyai Chili en Patih Serang kon onderhouden. De Freitas was afkomstig van Madeira, waar zijn vader grootgrondbezitter was. De vader had deze grond van de Portugese koning ontvangen vanwege de diensten die hij aan hem had verleend. Het land was door zijn vader ontwikkeld en als tegenprestatie leverde hij de koning in tijden van nood voedsel en manschappen. De Freitas had een dergelijk systeem voor de Molukken in gedachten en probeerde Dom Manuel Tabarija te bewegen gronden af te staan voor een dergelijk project. Er zouden kolonisten moeten komen die het land zouden bewerken door er specerijen te planten en zouden de Portugezen niet meer afhankelijk wezen van de werkkracht van de lokale boeren. Tabarija die zich inmiddels Portugees voelde en in het vertrouwen dat hij nog steeds de baas op Ternate was gaf toe. Hij schonk gronden op Buru, Ambon en Seram aan de familie De Freitas voor zolang deze familie zou leven. In 1543 werd De Freitas tot kapitein op de Molukken benoemd en kon hij de exploitatie van de landerijen ter hand nemen. Maar voor dat De Freitas die benoeming binnen had ging hij naar Lissabon. Toen hij terug kwam op Goa had hij een koninklijk besluit mee waarin Tabarija onschuldig werd verklaard hij zou weer op de troon hersteld worden. Hairun zou worden gearresteerd en naar Goa worden gezonden om berecht te worden. Aldus geschiedde in begin 1545. Hairun werd in de boeien geslagen en op transport naar Malakka gesteld.


Klik hier voor deel III



Reacties

Geen reacties

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.