Reacties
Reacties
Ed Vos schreef:
Een interessant dagje uit, wanneer ik dit zo bezie. Een stukje familiegeschiedenis wordt hier verwoord en verbeeld.
In Toentang trof ik ook 2 graftombes aan. De vorm was er wel maar geen tulisan. Aan wie zij toebehoorden? Al sla je mij dood. Ik weet het niet.
In Salatiga lag ook zo'n kerkop. Met mooi hekwerk en graven van wit marmer.
De Jappen hadden het staal nodig voor hun oorlogsmaterieel en de gehele afbraak van dit kerkhof volgde later. Een stuk (familie)geschiedenis kompleet weggevaagd.
Nu staat er een school. Ik ben daar niet geweeest.
Waarom zou ik?
In Toentang trof ik ook 2 graftombes aan. De vorm was er wel maar geen tulisan. Aan wie zij toebehoorden? Al sla je mij dood. Ik weet het niet.
In Salatiga lag ook zo'n kerkop. Met mooi hekwerk en graven van wit marmer.
De Jappen hadden het staal nodig voor hun oorlogsmaterieel en de gehele afbraak van dit kerkhof volgde later. Een stuk (familie)geschiedenis kompleet weggevaagd.
Nu staat er een school. Ik ben daar niet geweeest.
Waarom zou ik?
30 oktober 08:55:58
Marcel Dezentje schreef:
Londoh, dank voor je mailtje. Leuk hoor! Ik heb inderdaad ongeveer dezelfde foto's van mijn bezoek, een aantal jaren geleden. Mij viel op dat de tombe waarop wel die twee grafstenen zaten, deze er redelijk nieuw uitzagen en met nieuw cement waren bevestigd. Dat betekent dat deze er nog niet zo heel lang geleden zijn opgeplaatst. Ook lagen er toen ik was wat bloemen op en een opgebrand stokje wierook. En stond er een klein bezempje aan de achterkant om de graven schoon te vegen. Het bewijs dat er dus nog steeds nabestaaanden de graven bezoek en voor de graven zorgen. Raar idee, (verre) familie die ik helemaal niet ken...
30 oktober 17:40:09
Jan Frans Dezentjé schreef:
In reactie tot het artikel "Een dagje naar...Ampel" en de 2 eerdere commentaren hierop in verband met de graven op het Dezentjé familie kerkhof te Ampel heb ik de volgende informaties.
Laat ik me even voorstellen. Ik ben Jan Frans Dezentjé en één van afstammelingen van het vierde, geregistreerde huwelijk -sept 13, 1832- (Nederlandsche Leeuw) tussen Johannes Augustinus ("Tinus") Dezentjé en Raden Ajoe Tjondrokosoemo. De laatste jaren heb ik me verdiept in het vergaren van gegevens omtrent de 27 kinderen van "Tinus" voor mijn tak.
Nu de graven. Het mausoleum in jouw foto is gebouwd door mijn grootvader Jan Diederik August Dezentjé. De vier graven in het mausoleum behoren tot de volgende familieleden van mijn tak. Het grootste graf behoort tot mijn overgrootvader Johannes Augustinus Diederik Casper Dezentjé (geb. aug. 25, 1839, Ampel, overl. apr. 29, 1871, Ampel). Dit was de jongste zoon van "Tinus" en R.A. Tjondrokosoemo. Naast hem ligt zijn vrouw R.A. Soelastri Tidjaningsih. Naast haar is het graf van J.A.D.C. Dezentjé's zuster Sophia Magdalena Engel-Dezentjé (geb. maart 6, 1835, Solo, overl. nov. 22, 1908, Klaten). Zij is de pleegmoeder geweest van mijn grootvader Jan Diederik August Dezentjé vanwege het vroege overlijden van zijn vader. Naast haar is het graf van de baby Diederik Dezentjé (geb. en overl. in 1900). Deze baby was de oudste zoon van mijn grootvader. Ik kan me nog herinneren dat ik tijdens de Japanse bezetting met mijn grootmoeder deze graven bezocht. Ook zijn mijn broer en zusters daar nog geweest voordat zij naar Holland vertrokken omstreeks 1953. Vóór dit mausoleum zijn de twee graven van mijn grootvader Jan Diederik August Dezentjé (geb. nov. 29, 1867, Solo, overl. juli 17, 1937, Ampel). Naast hem is een leeg graf. Het graf was bestemd voor zijn vrouw Dhajitosari (mijn grootmoeder; geb. 1878, overl. maart 25, 1970, Garit). Zij wilde en is op haar landgoed in Garit begraven. Dit landgoed is nog steeds in het bezit van onze Indonesische familie verwanten.
Nu over de vier "Moslim graven" die omringd zijn door een muur met een poortje. Dit zijn de graven van de Indonesische familieleden van mijn tak; mijn Oma legde er altijd ook bloemen neer toen ze mij meenam op het bezoeken aan de familiegraven in Ampel.
Nu mijn reactie op Marcel's bericht. De verzorgde, opgeknapte graven zijn die van Julius Edmond August Dezentjé (geb. jan. 7,1866, overl. oct. 26, 1942); hij was de laatste Dezentjé die het landgoed Ampel bezat en in het landhuis van "Tinus" woonde. In het graf naast hem ligt zijn vrouw Elisabeth Dezentjé-van den Berg (geb. mei 16, 1873. overl. dec. 30, 1938). Deze graven zijn opgeknapt en worden onderhouden door Rudolph (Ruud) Dezentjé die er regelmatig komt. Deze graven zijn dus van de Dezentjé familietak van de afstammelingen van het derde huwelijk van "Tinus" en Henriette van den Berg.
Wat het graf van "Tinus" betreft, volgens de gegevens moet "Tinus" begraven liggen in de direkte omgeving van de oude vernietigde toegangspoort tot de Ampel begraafplaats. Naast hem moet het graf zijn van zijn zoon August Jan Casper Dezentjé (geb. 1827, overl. jan. 26, 1856). Ik hoop dat ik degenen die belangstelling hebben wat nadere informatie heb gegeven. Ingeval er nieuws is betreffende "Tinus" zijn graf en/of andere Dezentjé graven, schrijf het a.u.b. naar Londoh.
Laat ik me even voorstellen. Ik ben Jan Frans Dezentjé en één van afstammelingen van het vierde, geregistreerde huwelijk -sept 13, 1832- (Nederlandsche Leeuw) tussen Johannes Augustinus ("Tinus") Dezentjé en Raden Ajoe Tjondrokosoemo. De laatste jaren heb ik me verdiept in het vergaren van gegevens omtrent de 27 kinderen van "Tinus" voor mijn tak.
Nu de graven. Het mausoleum in jouw foto is gebouwd door mijn grootvader Jan Diederik August Dezentjé. De vier graven in het mausoleum behoren tot de volgende familieleden van mijn tak. Het grootste graf behoort tot mijn overgrootvader Johannes Augustinus Diederik Casper Dezentjé (geb. aug. 25, 1839, Ampel, overl. apr. 29, 1871, Ampel). Dit was de jongste zoon van "Tinus" en R.A. Tjondrokosoemo. Naast hem ligt zijn vrouw R.A. Soelastri Tidjaningsih. Naast haar is het graf van J.A.D.C. Dezentjé's zuster Sophia Magdalena Engel-Dezentjé (geb. maart 6, 1835, Solo, overl. nov. 22, 1908, Klaten). Zij is de pleegmoeder geweest van mijn grootvader Jan Diederik August Dezentjé vanwege het vroege overlijden van zijn vader. Naast haar is het graf van de baby Diederik Dezentjé (geb. en overl. in 1900). Deze baby was de oudste zoon van mijn grootvader. Ik kan me nog herinneren dat ik tijdens de Japanse bezetting met mijn grootmoeder deze graven bezocht. Ook zijn mijn broer en zusters daar nog geweest voordat zij naar Holland vertrokken omstreeks 1953. Vóór dit mausoleum zijn de twee graven van mijn grootvader Jan Diederik August Dezentjé (geb. nov. 29, 1867, Solo, overl. juli 17, 1937, Ampel). Naast hem is een leeg graf. Het graf was bestemd voor zijn vrouw Dhajitosari (mijn grootmoeder; geb. 1878, overl. maart 25, 1970, Garit). Zij wilde en is op haar landgoed in Garit begraven. Dit landgoed is nog steeds in het bezit van onze Indonesische familie verwanten.
Nu over de vier "Moslim graven" die omringd zijn door een muur met een poortje. Dit zijn de graven van de Indonesische familieleden van mijn tak; mijn Oma legde er altijd ook bloemen neer toen ze mij meenam op het bezoeken aan de familiegraven in Ampel.
Nu mijn reactie op Marcel's bericht. De verzorgde, opgeknapte graven zijn die van Julius Edmond August Dezentjé (geb. jan. 7,1866, overl. oct. 26, 1942); hij was de laatste Dezentjé die het landgoed Ampel bezat en in het landhuis van "Tinus" woonde. In het graf naast hem ligt zijn vrouw Elisabeth Dezentjé-van den Berg (geb. mei 16, 1873. overl. dec. 30, 1938). Deze graven zijn opgeknapt en worden onderhouden door Rudolph (Ruud) Dezentjé die er regelmatig komt. Deze graven zijn dus van de Dezentjé familietak van de afstammelingen van het derde huwelijk van "Tinus" en Henriette van den Berg.
Wat het graf van "Tinus" betreft, volgens de gegevens moet "Tinus" begraven liggen in de direkte omgeving van de oude vernietigde toegangspoort tot de Ampel begraafplaats. Naast hem moet het graf zijn van zijn zoon August Jan Casper Dezentjé (geb. 1827, overl. jan. 26, 1856). Ik hoop dat ik degenen die belangstelling hebben wat nadere informatie heb gegeven. Ingeval er nieuws is betreffende "Tinus" zijn graf en/of andere Dezentjé graven, schrijf het a.u.b. naar Londoh.
09 november 19:23:43
Londoh schreef:
Geachte heer J.F. Dezentjé,
Heel hartelijk dank voor deze zeer uitgebreide informatie. Ik heb nu het gevoel dat ik echt weet wat ik heb opgezocht. Op deze manier hebben we hier weer een klein stukje koloniale geschiedenis nader belicht. Overigens moet Garit niet Garut wezen ?
Met vriendelijk groet,
Londoh
Heel hartelijk dank voor deze zeer uitgebreide informatie. Ik heb nu het gevoel dat ik echt weet wat ik heb opgezocht. Op deze manier hebben we hier weer een klein stukje koloniale geschiedenis nader belicht. Overigens moet Garit niet Garut wezen ?
Met vriendelijk groet,
Londoh
09 november 21:55:37
Noor de Ruyter de Wildt schreef:
Pas de laatste jaren houd ik me bezig met het zoeken naar gegevens over mijn voorouders. Van mijn vaders kant (de Ruyter de Wildt) is een heel boekwerk op de markt (De Nazaten van Michiel de Ruyter). Van mijn moeders kant is het zoeken geblazen...
Mijn moeder vertelde mij onlangs dat een overleden zuster van haar begraven lag op de Kraton (?) van Solo. Dat wekte mijn belangstelling. Haar moeder (mijn oma) heet Jeanne Gertrude Eléonore Dezentjé (geb. 28 0ct. 1881). Deze Jeanne had een zuster Aminia Johanna Philippina Dezentjé (geb. 30 aug. 1881). Deze vrouw had een zoon Willem (mijn moeder noemt hem Nono, hij speelde veel met mijn ooms). Deze Willem, of zijn eventuele kinderen, zoek ik nu omdat ik eigenlijk zéker wil weten of mijn overgrootvader Alexander Gerard Dezentjé (geb. 17 juli 1836) is. Zo ja, dan is de lijn naar Johannes Augustinus duidelijk.
Maar nu ik het uitgebreide verhaal van Jan Frans hierboven las, dacht ik dat hij mij misschien méér kan vertellen. Een ander verhaal dat mijn moeder me vertelde: haar ouders zijn getrouwd in de koets van de soesoehoenan. Dat is toch ook niet zomaar.
Mijn moeder (Ursule Eschweiler, geb. 20 febr. 1922) leeft nog, maar meer info kan ze niet geven, er werd haar vroeger (als jongste van 10 kinderen) niet veel verteld. Ik hoop dat Jan Frans mij verder kan helpen. Bij voorbaat dank.
Mijn moeder vertelde mij onlangs dat een overleden zuster van haar begraven lag op de Kraton (?) van Solo. Dat wekte mijn belangstelling. Haar moeder (mijn oma) heet Jeanne Gertrude Eléonore Dezentjé (geb. 28 0ct. 1881). Deze Jeanne had een zuster Aminia Johanna Philippina Dezentjé (geb. 30 aug. 1881). Deze vrouw had een zoon Willem (mijn moeder noemt hem Nono, hij speelde veel met mijn ooms). Deze Willem, of zijn eventuele kinderen, zoek ik nu omdat ik eigenlijk zéker wil weten of mijn overgrootvader Alexander Gerard Dezentjé (geb. 17 juli 1836) is. Zo ja, dan is de lijn naar Johannes Augustinus duidelijk.
Maar nu ik het uitgebreide verhaal van Jan Frans hierboven las, dacht ik dat hij mij misschien méér kan vertellen. Een ander verhaal dat mijn moeder me vertelde: haar ouders zijn getrouwd in de koets van de soesoehoenan. Dat is toch ook niet zomaar.
Mijn moeder (Ursule Eschweiler, geb. 20 febr. 1922) leeft nog, maar meer info kan ze niet geven, er werd haar vroeger (als jongste van 10 kinderen) niet veel verteld. Ik hoop dat Jan Frans mij verder kan helpen. Bij voorbaat dank.
10 november 22:00:25
Marnix Alexander de Paula Lopes schreef:
Graag reageer ik op het schrijven van de heer Jan Frans Dezentje. Om mezelf te introduceren kan ik het beste aangeven dat ik twee maal direct afstam van Johannes Augustinus Dezentje geboren 12 april 1797 te Soerakarta, overleden 7 nov 1839 te Ampel. Trouwde (1) 23 oktober 1814 Johanna Dorothea Boode geboren 14 augustus 1799 Soerakarta, overleden 20 januari 1816 Ampel. Ik stam af van hun dochter Johanna Dorothea Dezentje die met Wilhelmus Hilling getrouwd was. 'Tinus' trouwde (2) 18 mei 1828 Henrietta van den Berg(en), geboren 12 april 1804 ... , overleden 19 augustus 1832 Ampel. Ik stam af van hun dochter Helena Suzanna Dezentje die met Jan Adam Kruseman getrouwd was. Ik ben zeer geinteresseerd geraakt na het lezen van uw verhaal mbt de graven van de familie van den Berg(en). Ik probeer al jaren te achterhalen wie de ouders waren van Henriette van den Berg(en). Hetzelfde geldt ook voor de ouders van Johanna Dorothea Boode. Zij bleek een zeer rijke dame te zijn geweest en toch kan ik geen informatie vinden van haar familie achergrond. Er moet toch iets te vinden zijn?
Indien u mij hiermee kunt helpen, dan zou ik dat zeer op prijs tellen. Zelf heb ik veel onderzoek gedaan naar mijn voorouders en ook veel gevonden van de Dezentje familie. U kunt deze informatie terug vinden op mijn site: http://www.de-paula-lopes.nl (met name bij: PEDIGREE / GENERATION ..)
Indien u mij hiermee kunt helpen, dan zou ik dat zeer op prijs tellen. Zelf heb ik veel onderzoek gedaan naar mijn voorouders en ook veel gevonden van de Dezentje familie. U kunt deze informatie terug vinden op mijn site: http://www.de-paula-lopes.nl (met name bij: PEDIGREE / GENERATION ..)
03 december 14:04:54
Jan Frans Dezentjé schreef:
Mijn reactie op het artikel van Marnix A. de Paula Lopes is als volgt.
Ik heb het Johannes A. Dezentjé genealogisch gedeeltje gelezen in de heer de Lopes' website. Daarin heb ik veel onjuiste gegevens gevonden
betreffende namen, familiewapen, huwelijks en geboorte data, etc.
Indien de heer de Paula Lopes zich met mij in verband wil stellen, dan
kan hij mij bereiken via e-mail.
Londoh, door hulp van jouw informatieve site ben ik nu aan het corresponderen met Marcel en Mevr. Noor de Ruyter de wildt.
Wij hopen door wederzijdse uitwisseling aangaande de uitgebreide
Dezentjé familie, een betrouwbare stamboom op te zetten, waar
alle Dezentjé afkomelingen de data daarin kunnen aannemen als
feiten.
Tussen () Londoh, Garit ligt dicht bij de Gunung Lawu en mijn Indonesische familieleden wonen er nog steeds.
Dit was het dan voor vandaag; ik hoop van Marnix te horen.
Met vriendelijke groet, Jan Frans Dezentjé
Ik heb het Johannes A. Dezentjé genealogisch gedeeltje gelezen in de heer de Lopes' website. Daarin heb ik veel onjuiste gegevens gevonden
betreffende namen, familiewapen, huwelijks en geboorte data, etc.
Indien de heer de Paula Lopes zich met mij in verband wil stellen, dan
kan hij mij bereiken via e-mail.
Londoh, door hulp van jouw informatieve site ben ik nu aan het corresponderen met Marcel en Mevr. Noor de Ruyter de wildt.
Wij hopen door wederzijdse uitwisseling aangaande de uitgebreide
Dezentjé familie, een betrouwbare stamboom op te zetten, waar
alle Dezentjé afkomelingen de data daarin kunnen aannemen als
feiten.
Tussen () Londoh, Garit ligt dicht bij de Gunung Lawu en mijn Indonesische familieleden wonen er nog steeds.
Dit was het dan voor vandaag; ik hoop van Marnix te horen.
Met vriendelijke groet, Jan Frans Dezentjé
08 december 23:41:09
Londoh schreef:
Hallo Jan Frans,
Het is leuk om te horen dat mijn nieuwsgierigheid geleid heeft tot deze reacties en contacten. Misschien ga ik nog een keer naar Ampel met een 24 mm groothoeklens om wat "ruimere" foto's te maken.
Groetjes
Lon
Het is leuk om te horen dat mijn nieuwsgierigheid geleid heeft tot deze reacties en contacten. Misschien ga ik nog een keer naar Ampel met een 24 mm groothoeklens om wat "ruimere" foto's te maken.
Groetjes
Lon
08 december 23:52:32
M.A. de Paula Lopes schreef:
Wie kan mij de ouders vertellen van Johanna Dorothea Boode, gehuwd 15 jaar oud met JOhannes Augustinus Dezentje, geboren op 14-08-1799 in Soerakarta Solo Nederlandsch Indië. Johanna is overleden op 20-01-1816 in Ampel (res. Soerakarta) Nederlandsch Indië, 16 jaar oud. Sterft erg jong en haar dochter is de enige van de 27 kinderen van haar echtgenoot die door haar ter wereld is gebracht. Volgens de overlevering moet de familie Boode een zeer rijke familie zijn geweest. Zij komen echter niet voor op de lijst van landhuurders. Zij zou zelf ook nog een rijke erftante hebben gehad. Ik heb inmiddels de inventaris en boedel beschrijving gevonden, opgetekent door Johannes Augustinus Dezentje. Deze is alleen al 24 pagina's groot. Zij was zeer rijk voor een 17 jarige. Haaar ouders moeten toch te vinden zijn!
15 december 19:25:52
M.A. de Paula Lopes schreef:
Heer Jan Frans Dezentje,
Natuurlijk zou ik graag alle verbeteringen welkom heten die u voor mij heeft op mijn site. Ik ben al zo lang bezig met onderzoek en merk dat ik van verschillende kanten soms tegenstrijdige informatie ontvang. Als u mogelijk nog aanvullingen heeft op het bovenstaande bericht inzake de ouders van zowel Johanna Dorothea Boode als Henriette van de(n) Berge(n), dan zou u mij een erg groot plezier doen als u die met mij zou willen delen.
Verder interessant om te weten is dat Johanna Dorothea Boode een manslaaf had die de naam "Primo van Rotte" droeg. Wellicht kunnen we meer van de familie Boode te weten komen via hem.
Ik weet alleen van 'een' familie Boode die zeer rijk was uit Brits Guyana, maar heb geen link met Indië kunnen vinden. Johanna Dorothea Boode schijnt ook een rijke erftante te hebben gehad, de naam van deze persoon is mij nog helaas onekend.
Ik nodig graag eenieder uit die mogelijk aanwijzingen heeft over bovenstaande families.
Vriendelijke groeten, Marnix de Paula Lopes
Natuurlijk zou ik graag alle verbeteringen welkom heten die u voor mij heeft op mijn site. Ik ben al zo lang bezig met onderzoek en merk dat ik van verschillende kanten soms tegenstrijdige informatie ontvang. Als u mogelijk nog aanvullingen heeft op het bovenstaande bericht inzake de ouders van zowel Johanna Dorothea Boode als Henriette van de(n) Berge(n), dan zou u mij een erg groot plezier doen als u die met mij zou willen delen.
Verder interessant om te weten is dat Johanna Dorothea Boode een manslaaf had die de naam "Primo van Rotte" droeg. Wellicht kunnen we meer van de familie Boode te weten komen via hem.
Ik weet alleen van 'een' familie Boode die zeer rijk was uit Brits Guyana, maar heb geen link met Indië kunnen vinden. Johanna Dorothea Boode schijnt ook een rijke erftante te hebben gehad, de naam van deze persoon is mij nog helaas onekend.
Ik nodig graag eenieder uit die mogelijk aanwijzingen heeft over bovenstaande families.
Vriendelijke groeten, Marnix de Paula Lopes
16 december 19:16:50

Login
RSS
30 oktober: Een dagje naar…Ampel
over deze man heb ik in mijn verleden al enige malen verteld.
Tinus, die voluit Johannes Augustinus Dezentjé heette was de zoon van August Jan Casper Dezentjé geboren in 1765 (†1826) adjudant bij de bereden Europese garde van de Susuhunan (Sunan), dat was in die jaren Paku Buwono IV. Toen de Engelsen in 1812 Java bezetten moest hij zijn functie afstaan aan een Brits officier. In 1816 huurde hij het landgoed Ampel van de Sunan en vestigde hij zich daar. Zijn zoon Tinus, die in 1797 werd geboren, huwde in 1815 de schatrijke Johanna Dorothea Boode, deze stierf echter in 1816 bij de geboorte van hun eerste kind. Tinus werd een vermogend man door de erfenis die hem ten deel viel. In 1819 hertrouwde Tinus met Raden Ayu Tjokrokoesoema, een zuster van de Sunan. Vanaf dat moment braken voor Tinus de gouden tijden aan. Hij pachtte nog meer landerijen in Ampel en omgeving en uiteindelijk omvatte het grondgebied 18 desa met een oppervlakte van 82 hectare. Het grootste land was Ampel, hij nam in 1820 de pacht over voor een periode van 13 jaar en betaalde daarvoor 5000 gulden per jaar.
Op Ampel had Tinus een woning zo groot als een kraton neer laten zetten, daar leefde hij met zijn Raden Ayu als een vorst. Ze kregen heel veel kinderen, net als in de kraton van de Sunan gebruikelijk was bij de kinderen van één vrouw, begonnen de namen van die kinderen allemaal met dezelfde letter, dat was de A van Ampel. Er was een Arnold, een Alexander en een Adrianus, een Alphonse en een Augustina.
__________________________
Uit : Neêrlands-Oost-Indië: Reizen over Java, Madura, Makasser, Saleijer, Bima ... - Pagina 226
door Steven Adriaan Buddingh – 1859 (Is hier eerder door Ed Vos neergezet)
De Heer DEZENTJE te Ampel. In 18-38 genoot ik eens bij hem gastvrijheid en was getuige van de voorbeeldelooze uitbreiding , die hij aan zijne onderneming gegeven had. Zijne landen vormden als het ware een klein koningrijk, waarvan hij de souverein scheen te wezen.
Men zou gemeend hebben bij een inlandschen vorst te zijn , zoo uitgestrekt was het terrein, dat hij bebouwen liet, zoo talrijk zijne velden en koffijtuinen, en zoo talrijk de opgezetenen zijner landen. Maar ook zijn landhuis scheen 't verblijf van een inlandschen vorst te wezen. Dat huis, 2041 voet hoog gelegen, is in den trant der dalams der prinsen van Solo of der regenten van Java gebouwd en ook zoo ingerigt en gemeubileerd, en met een hoogen en dikken muur als een fort of vesting omgeven, waarop 4 bastions en steenen schildhuisjes gebouwd zijn. Een corps Predjoerits of inlandsche soldaten (schutterij), dat hij zelf had opgerigt, gekleed en uitgerust, bewaakte de hooge poort en betrok des avonds de wacht op den ringmuur. Binnen dien muur zag men een aantal bijgebouwen, wachthuisjes (gardoe), pondoks, vijvers, badplaats, geweren, lansen, pieken, trommen, boschhauen (ayam-alas) onder koerongans (kooijen, in den vorm van een kinder-loopmand), tortelduiven (perkoetoet en tjikoekoer), en verder een groot gamlang-spel, een groote klok of bengel (lontjing), in één woord al de omgeving, die men bij de inlandsche vorsten en regenten aantreft. Daarbij was hij gehuwd met eene Solosche prinses, die den titel droeg van raden- aijoe en ook onder dezen titel werd aangesproken. Men begrijpt, dat de begoocheling groot moest wezen, en dat men telkens meende bij een inlandschen vorst of regent, niet bij een Christen landheer, te zijn!...
__________________________
Uit : Nederlands Oost-Indië; of Beschrijving der Nederlandsche bezittingen in Oost ... - Pagina 88 door A. J. van der Aa – 1857, ook via Mas Ed verkregen
Het landhuis Gagatan of Gagentan is de hoofdplaats van een distrikt, dat in 1838 20,335 zielen telde. Het ligt 13 palen van Salatiga. In het jaar 1826 is dit land, door den Heer DEZENTJE, in pacht genomen, en sedert zijn door dien landheer, aan de bevolking 300 groote en 300 kleine buffels verstrekt geworden. Drie groote waterleidingen zijn er gegraven, en het land heeft, in plaats van achthonderd, twee duizend hangmatten padi afgeworpen, terwijl de bevolking meer dan verdubbeld is geworden.
Ampel.
Ampel, een landhuis, 9 mijlen ten O. van den top van den Merbaboe , ligt in de afdeeling Soekowati, 640 ell. boven de oppervlakte der zee. Het is de hoofdplaats van een distrikt van den zelfden naam, dat 19,893 zielen telt. Niet ver van Ampel, aan de Oostelijke helling van den Merbaboe, staat het landhuis Pataram, op 1266 ell. boven de oppervlakte der zee.
__________________________
De gronden die men huurde heten apenages, dit zijn landerijen met hun opgezetenen, deze laatsten deden al het werk op het land, ze hoorden gewoon bij het land. Dus die Europeanen huurden land met het personeel, lijfeigenen van de vorst, dat daarop woonde. Die transacties brachten heel veel geld in het vorstelijke laatje. Op die apenages bedreven die Europeanen grootschalige landbouw en konden daar goed geld mee verdienen. Hier hebben we dus te maken met een typisch geval van de ene hand wast de andere. Die vorsten hadden natuurlijk hoog aanzien, maar ze leefden ook een duur leven, met een pak geld kon het aanzien nog schitterender gemaakt worden. Deze verhuur van apenages was het Nederlandse Gouvernement een doorn in het oog, want zij werd buitenspel gezet. Intussen was het wel een mooi voorbeeld voor het latere cultuurstelsel. De GG Baron van der Capellen noemde in die jaren de landhuurders een parasite plant die zich via kronkelende en duistere wegen tussen de Javaanse samenleving en het bestuur had gewrongen om zich te verrijken ten koste van de bevolking en de Nederlandse schatkist. Deze Europeanen teelden gewassen zoals suiker en koffie, voor de export. Die Europeanen waren ook heel goed bekend met de plaatselijke verhoudingen en spraken de taal, in dit geval Javaans. Ze leefden in grootse stijl want dat vergrootte het aanzien bij het volk dat voor hun werkte.
Tinus stelde tijdens de Java-oorlog zijn eigen legertje van 1500 man ter beschikking als hulptroepen van het gouvernementsleger. Door de bemiddeling van Tinus stelde de Sunan zich gedurende de Java-oorlog neutraal op. Voor deze diplomatieke inspanningen en het ter beschikking stellen van zijn legercorps werd Tinus benoemd als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 1833 werden de huurcontracten verlengd en uitgebreid, daarna kwam Tinus met het plan om een kanaal naar Semarang te laten graven. Dat moest 60 kilometer lang worden en was bedoeld om de landbouwproducten vnl. koffie van zijn onderneming naar de haven van Semarang te laten vervoeren. Hoerwel er hiervoor wel een lening door de N.H.M. werd versterkt is het kanaal nooit gegraven. In 1837 besloeg de onderneming een oppervlakte van 1275 ha. met 39.000 opgezetenen. Vrij onverwacht overleed Tinus in 1839 en liet een financiële puinhoop achter. Vanaf 1841 waren de nabestaanden genoodzaakt een aantal landen van de hand te doen, de laatste landen werden in 1849 geveild. Door hulp van bevriende landhuurders kreeg de familie Dezentjé een kans om opnieuw te beginnen. In 1860 was de onderneming die toen 14.000 ha. besloeg groter dan ooit tevoren. Na 1870 kwamen er grote Europese ondernemingen gesteund door aandeelhouders naar Indonesië deze kochten veel van de ondernemingen van de oude plantersfamilies op. De Dezentjés wisten zich nog tot 1915 te handhaven.
__________________________
Hier en daar had ik vernomen dat er van de kraton van Tinus nog een gedeelte van een poort en twee graven waren over gebleven, dat was alles wat nog restte van dat rijke leven. Al heel lang was ik van plan een kijkje te gaan nemen en eindelijk op een zondagochtend dacht ik er op tijd aan. Op zeven uur ging ik op pad. Eerste de bus naar Kerten en daar op de hoofdweg overstappen op de bus naar Semarang. Dat was een mooie AC bus die lang niet vol zat. Dat merkte ik in Kartosuro waar de bus een kwartier op de terminal bleef staan om passagiers op te wachten. Dat bleek niet vergeefs want toen we weer op weg gingen was de bus voor meer dan de helft gevuld. Ik betaalde voor een ritje naar Ampel 13.000 Rp, maar kreeg daar geen kaartje bij. De bekende manier om iets bij te verdienen met als excuus de lage salarissen. Ik vroeg ook niet om een kaartje. Ik stapte uit bij de pasar van Ampel en onmiddellijk kwamen er een aantal tukang ojeg op mij af, niet wetend wat te zeggen want ze zagen natuurlijk een witte kop en dachten meteen aan het moeilijke bahasa Inggris. Tot hun opluchting kwam er bahasa Indonesia uit mijn mond en ik vertelde het verhaal van een orang Belanda die een groot paleis in Ampel had bezeten waar nog een gedeelte van een toegangpoort van over zou zijn tezamen met twee graven. Iedereen keek somber en schudde met het hoofd. Nee natuurlijk weten ze zoiets niet, dat is te moeilijk en ook nog eens koloniale geschiedenis waar niemand in Indonesië in is geïnteresseerd behalve als het geld zou opleveren. Er kwam een oudere man op het groepje toelopen en vroeg wat er aan de hand was. Daar de groep uit louter Javanen bestond werd er al gauw overgeschakeld op het Javaans. Het bleek dat de oude man het wist en zouden we naar Paras moeten volgens hem. We konden op weg, ik vroeg de tukang ojeg hoeveel hij voor dit ritje verlangde, maar hij bleef een antwoord schuldig. Ik vond het wel best zo, als hij goed zijn best zou doen zou de beloning ook OK wezen. Al snel reden we op een smalle weg waar het asfalt vol kuilen zat. Het bleek een gebied te zijn waar veel zand werd gewonnen en er zware trucks over de wegen reden. Deze trucks zijn altijd overbeladen met fatale gevolgen voor het wegdek. We konden dus niet te hard rijden, de tukang ojeg bleek een gezellige kletser die van alles over Ajax afwist. De omgeving waar we reden was mooi. Het is altijd erg plezierig om in desa en kampungs rond te rijden. Ik moest erg lachen om het “grasvervoer”
Achterop de ojeg kwam ik in een desa dit tafereel tegen, dit is rumput gajah, olifantengras. Dat wordt als koeienvoer gebruikt. Ampel en Boyolali zijn beroemd om hun koeien, in Boyolali voor de melk, in Ampel voor het vlees.
Op een gegeven moment kwamen we in een dal waar bij een oude brug een paar slecht leesbare borden stonden, aan de oever van een riviertje lagen een drietal oude badplaatsen. Ik schat uit de tijd van de Prambanan daar ik wat beeldhouwwerk zag dat mij daaraan deed denken. We stopten en ik ging een kijkje nemen. Ik heb wat fotootje gemaakt. De naam dan de plek is Situs Petirtaan Sembaja en de locatie Ds. Cabean Kunti, Kec. Cepogo. Tirta is Javaans voor bron.
Hier een van de drie baden, vrij goed geconserveerd met wat eenvoudig beeldhouwwerk.
Dit relief is enigszins versleten, maar ik vond het mooi, het deed me denken aan de vogels die ook op de Prambanan te zien zijn.
Dit was de laagste badplaats, maar al erg versleten doordat er in het natte seizoen voortdurend water overheen stroomt
Op een gegeven moment kwamen we bij een grote poort aan, de tukang ojeg keek mij triomfantelijk aan ik lachte en zei, ja die ken ik maar dit is het niet. Ik was hier eerder geweest maar het was alsof ik het niet herkende. Dat kwam omdat de poort in felle kleuren was geschilderd, toen ik hier anderhalf jaar geleden kwam waren de kleuren crème en grijs, de kleuren die het beste passen bij iets dat in de 20'er jaren van de vorige eeuw gebouwd is. Indonesiërs hebben vandaag de dag de sterke neiging om monumenten met verf op te leuken, zie het 19e eeuwse kerkje dat ik verleden week in Purworejo heb gefotografeerd. Achter de poort was ooit een buitenverblijf van de Susuhunan PB X gevestigd, het staat er nog steeds maar er is mee "gerommeld"
De toegangpoort tot het buitenverblijf van PB X “Pratjimoharjo” te Paras, Kec. Cepogo, Boyolali.
Het was tijd voor overleg, want dit was een misser, de tukang ojeg voelde zich er niet goed onder, want hij had een heel eind gereden maar voor niets. Er zaten twee mannen voor een warung die vroegen wat ik zocht, gelukkig ging de conversatie niet in het Javaans maar in het bahasa Indonesia. Ik kon dus met de weinige gegevens die ik had mijn eigen verhaal doen. In Indonesië laat men je vaak niet uitspreken en begint men al te kakelen voordat het verhaal compleet is. De gegevens die ik had kon ik nu een aantal malen herhalen af en toe in een andere volgorde. Het bleek dat er twee locaties waren die in aanmerking kwamen. De tukang ojeg maakte zich ernstig zorgen dat we het beoogde doel niet zouden bereiken, dat het weer fout zou zijn, er wer iets met “Insyi’Allah”dr bij gemompeld. Ik sprak laconiek dat het mij weinig uitmaakte of ik de locatie vond of niet, maar dat ik meestal wel geluk had. We reden de weg die we afgelegd hadden weer terug. We kwamen weer terug bij de hoofdweg, toen we niet ver van de pasar af waren sloegen we rechtsaf, gingen een gang in en de tukang ojeg zei : “Hier is het”. Ik keek eens goed en zag een klein begraafplaatsje, dat er Nederlands uitzag. Een man die langs wandelde en stopte om te kijken wat die bule hier te zoeken had sprak van “Kerkop”dat klonk mij goed in de oren. Toen ik de plek betrad had ik er een goed gevoel bij. Ik deed wat evenwichtskunstjes over twee boomstammetjes die over een droge selokan lagen en kwam op het kerkop. Links waren moslimgraven en rechts Nederlandse graven. Volgens de meneer die mee was gelopen had er tussen beide voorheen een muur gestaan, maar die was afgebroken, waarschijnlijk voor de stenen, die konden weer gebruikt worden want waren vast van goede ouderwetse degelijke kwaliteit. Het was ook te zien dat het kerkop vrij gehouden werd van gras en opschietende bomen, maar niet al te fanatiek, het was niet moeilijk om te betreden. Er werd mij verteld dat tot voor 12 jaar geleden het kerkhofje altijd goed was onderhouden, de man die dat deed was echter overleden en toen was de verwaarlozing ingetreden. De marmeren platen waren van de graven gestolen en het geheel maakte een enigszins desolate indruk. Ik ben dat inmiddels wel gewend van de Kuburan Belanda, die zijn meestal een puinhoop. Mij werd verteld dat er af en toe nog wel rituelen plaatsvonden waarbij op het kerkhofje gekookt en gegeten werd. Hieronder wat foto’s en de kleine reconstructie die ik er zelf bij gemaakt heb, ik sta natuurlijk niet voor de waarheid van mijn eigen logica in
Hier een groot moslimgraf ommuurd met daarbinnen 4 graven. Er tegenover is de Nederlandse begraafplaats gelegen
Op het moslimgedeelte het graf van R.M.T. (Raden Mas Tumenggung) Tjokrowadono de eerste bupati van Ampel. Daar vinden af en toe rituelen plaats. Er wordt dan naast het graf gebeden.
Volgens mij ligt het graf van Tinus in het huisje met het hek eromheen. Binnen zijn 3 grote tombes te zien en een kleintje. Het is veruit het grootste graf dus het belangrijkste. Ik dacht bij mezelf het graf van Tinus, zijn eerste vrouw met het kindje en zijn tweede vrouw, de zuster van de sultan. Pal daarvoor ook een dubbel graf, een echtpaar. Dicht bij Tinus dus misschien een van zijn kinderen.
Een overzicht van het kerkop
De enige herkenbare graven, maar was voor mij wel het 100% overtuigende bewijs dat het hier om het kerkhof van de Dezentjés ging. Hier de opschriften:
Bp. J.E.A. Dezentje
Lahir : 07 – 01 – 1866 Wafat : 26 – 09 – 1942
Ny. Dezentje v.d. Berg
Wafat : 30- 12 - 1938
Ik heb nog even verder rondgekeken, maar er was weinig te zien. De restanten van de toegangspoort waren volgens zeggen verdwenen. Ik kon dat niet controleren, want op de plaats waar deze poort gestaan zou hebben was een gebouwd huis waar op dat moment een huwelijksreceptie aan de gang was. Ik heb nog wat gepraat met de uiterst vriendelijke mensen die hier woonden en kreeg nog iets te drinken aangeboden van twee vrouwen. De tuang ojeg ging mee, dat had tot gevolg dat de conversatie in het Javaans gevoerd werd. Zo te horen kenden ze elkaar heel vaag en werden er allerlei familiegegevens uitgewisseld, een typisch Javaanse conversatie dus. Het kerkhofje is gevestigd in Mrican – Candi. Dit ligt op 500 meter van de pasar te Ampel richting Boyolali, linksaf slaan net voorbij de school weer linksaf.