14 november 2008: Terug op Ambon

MERDEKAAAAA !!!
Het was voor mij de derde maal binnen drie jaar dat ik Ambon bezocht, de plek straalde inmiddels iets bekends uit. Ik had niet de spanning die mij meestal beheerst als ik naar een plaats ga waar ik nooit eerder

ben geweest. Op het vliegveld stond Jan Dangdude te wachten om mij af te halen. We kennen elkaar van het internet, we hebben enige overeenkomsten. We schrijven beide graag verhaaltjes en fotograferen daarbij. Ik kan niet zeggen dat we beiden een liefde voor Indonesië delen, bij Jan is die zeker aanwezig, maar mijn liefde is er eentje die je voor een vervelend wijf hebt waarmee je al te lang mee samen leeft. Je hebt in je gedrag inmiddels meer van haar dan van jezelf. Je leven wordt beheerst door de gedachte eens lekker vreemd te gaan, en als dat bevalt dat vervelende wijf in de steek te laten en haar niet te vertellen waar je naar toe gaat. Je zou op een ochtend de deur uit willen stappen en in het decor op willen lossen, om niet meer gevonden te worden, zelfs geen spoor achter te laten, geen haartje, geen huidschilfer, zelfs geen voetstap. Ik had alleen handbagage bij me dus was zo de luchthaven uit. Ik begroette Jan en we gingen snel op weg. We weigerden alle taxi’s en liepen het luchthaventerrein af en wachtten daar langs de kant van de weg op een angkot. Een taxi kost 150.000 Rp een angkot 3000 Rp per persoon. In Passo moesten we dan overstappen op een ojeg naar Suli die 5000 Rp per persoon kost. Jan had al een kamer gereserveerd bij “De Lunterse Boer”, dat bleek een plek waar ik vaak langs was geweest, ik had er begin dit jaar zelfs schuin tegenover gelogeerd, maar nooit verwacht dat het een hotel was, ik vermoedde een recreatieplaats, want zo zag het er van de weg uit. De kamer was ruim, er stond een springbed, en ook de badkamer was van een goed formaat. Ik zag geen AC, en vond daarom meteen de prijs van 200.000 Rp per nacht te hoog. Toen ik daarover een licht protest liet horen zakte deze prijs snel naar 150.000 Rp en was ik akkoord. Er stonden in de koelkast Bintangen koud te worden en gingen wij deze testen. Jan had voor het avondeten een red snapper besteld, dus bleven wij aan de Bintangen lurken tot het eten werd opgediend. Er was nog een Nederlands stel aanwezig zodat we allerlei gedachten en verhalen konden uitwisselen. Het Nederlandse stel, die daar met hun dochter waren, werd mij niet geheel duidelijk, ze waren Nederland ontvlucht, ze trokken een heel vies gezicht toen ik vertelde dat ik net ruim 4 maanden in Nederland was geweest en ik het daar nogal naar mijn zin had gehad. Dat leek hun onmogelijk. Nou kom je als je reist vaak mensen tegen waarvan het lijkt alsof ze op de vlucht zijn geslagen. Ze zijn op weg gegaan om te vergeten, of zijn op de loop voor iets. Echter als je op reis bent neem je wel jezelf mee, met alle gedachten die je beheersen. Hoe ver je ook reist het probleem dat je zo dwars zat komt op een gegeven moment terug en gaat weer aan jezelf knagen. Je kan weer op weg gaan, nog verder van de bron der ellende af of proberen hetgeen je leven zo verziekt op te lossen. Op deze manier zijn er mensen die hun hele leven rusteloos op de loop zijn voor hun zelf, voor anderen kan een reis een genezende werking hebben, ergens ver weg lijkt door alle nieuwe impressies en gedachten die het reizen hun gegeven heeft de knoop waarin het leven geraakt is zich als vanzelf te ontwarren en de problemen lijken tot oplosbare proporties terug te zijn gebracht. Als ik naar dat Mooinesië forum ga, de plek waar de Indonesialovers elkaar zo gaarne treffen moet ik constateren dat hun liefde voor Indonesië vaak gebaseerd is op een haat voor Nederland. Hoe harder je op Nederland afgeeft hoe leuker het in Indonesië wordt. Het uiten van haat houdt meteen een liefdesverklaring in, het is immers een zeer dunne lijn die haat en liefde scheiden.

Nu we al kletsende in Mooinesië waren aangeland ging ik eens rechter op mijn praatstoel zitten en ging de webmaster van die site vergelijken met een klein dictatortje. Iemand die op zo een dwingende manier laat blijken alles van Indonesië af te weten moest wel diep gefrustreerd zijn. Iedereen die het forum dat bij die site behoort bezoekt wordt beschouwd als een ondergeschikte en wee degene die Hem tegenspreekt , die wordt uit de weg geruimd door middel van een ban, een waar AH‘tje. Daarbij laat ik in het midden of AH voor een kruidenier staat of voor een persoon die de geschiedenis van de 20ste eeuw zo een naar aangezicht heeft gegeven. Dan is daar ministerie van voorlichting op het forum Tuti en Jan genaamd. Over het afgeven op Nederland gesproken, die Jan van Truttie is een echte vluchteling, hij heeft asiel in Indonesië gezocht en wenst niets meer met Nederland te maken te hebben op drie zaken na, zijn Gakuitkering, een schoonmaakmiddel voor zijn kunstgebit en spruitjes. Ja en dan Sidia, of Surya Atmadja zoals hij zich tegenwoordig noemt. Al 40 jaar in Nederland, hij solliciteert naar een rol als de doekoen op dat forum wat zou hij graag de Nederlanders als proefkonijnen voor indomedische experimenten gebruiken, misschien is dat de manier om los te komen van dat land. Hij woont in Nederland maar droomt voortdurend hardop alsof hij zich in Indonesië bevindt. Het is alsof de duivel er mee speelt, maar zodra ik aan dat Mooinesië denk dwaal ik altijd van mijn onderwerp af, mijn hersens worden vergiftigd door deze gedachte. Inmiddels werd het eten opgediend, Jan had de bestelde red snapper laten grillen voor onze avondmaaltijd. Het was inmiddels al avond geworden. Het tijdsverschil tussen Ambon en Java is twee uur. Bij de snapper kregen we rijst en kangkun tumis. De vis liet zich uitstekend smaken, evenals het koude bier. Net toen de maaltijd achter de kiezen zat viel de elektriciteit uit, mati lampu zoals dat heet. Er werden kaarsjes geplaatst. Het scheen hier iedere avond bingo te wezen. Ambon heeft een heel slecht elektriciteitsnet, het heeft ook zwaar te lijden gehad onder de burgeroorlog. Ik besloot vroeg te gaan slapen.

Ik sliep die nacht slecht, ik moest mijn bed al in het donker opzoeken, gelukkig geeft mijn HP’tje net voldoende licht om het hoofd- en voeteneinde van mijn slaapplaats te onderscheiden. De fan deed het natuurlijk niet, ik viel snel in slaap, maar werd niet lang daarna weer wakker. Alle muggen van Natsepa hadden mij gekozen als hun favoriete bloeddonor, en waren al minstens een uur bezig geweest met steken, sabbelen en zuigen, dat deed zeer. Ik werd die nacht meerdere keren wakker, toen er weer elektra was en daardoor de fan aansloeg, kreeg ik het koud en moest onder het klaarliggende dekentje kruipen. Elke keer werd ik weer in slaap gesust door het geluid van brekende golven dat opklonk uit het baaitje waar het hotel aan was gelegen. De laatste keer werd ik zwetend wakker door een droom waarin ik een grote hond in een zwart uniform met veel strepen en sterren tegenkwam, maar eigenlijk was het een vermomming van die Oyibo van Mooinesië. Hij liep blaffend aan het hoofd van een contingent nieuwe forumleden en ze marcheerden stampend over mijn bed. Als ik tijdens mijn slaap aan Mooinesië ga denken wordt het tijd om op te staan en de gedachten te verzetten.

Die ochtend ging ik met Jan vroeg op pad naar Ambon, de keuken van het hotel was nog niet open, hoewel het al 0700 uur was en besloten we koffie in de stad te drinken. Dat is geen straf want Ambon-stad kent vele koffiehuizen waar heerlijke gefilterde koffie wordt geschonken, er komt een glas water bij en daarbij nog eens allerlei lekkernijen, zoet en hartig, op een schoteltje gestapeld. Daarna liepen we naar het Merpatikantoor, ik kon mij de weg bijna blindelings herinneren. Bij Merpati wilde ik een ticket naar Kisar bestellen, ik deed dat als eerste, want deze trip was mij al twee keer mislukt. Ook deze keer zag het er niet goed uit. De vluchten van 17 en 24 november waren al vol, misschien dat ik op de 24ste mee kon maar dan moest ik op de wachtlijst. Op zijn vroegst zou een vertrek op 1 december mogelijk zijn, dat was te ver in de toekomst en besloot ik bij Pelni te informeren of er schepen die richting uitgingen. De jongedame op het Merpatikantoor was mij daarbij zeer behulpzaam en belde met het Pelnikantoor. Er zou op 17 november een schip gaan. We liepen verder de weg naar beneden naar de haven, bij de haven boekte ik een ticket voor het Pelnischip de Pangrango. Een eerste klas ticket nog wel, voor de 4 daagse tocht naar Kisar voor 988.000 Rp. Toen ik deze ticket binnen had liep ik met Jan nog langs enige landmarks van Ambon stad. De stad was nog steeds erg smerig en vervallen, als gevolg van de burgeroorlog die nu drie jaar voorbij is. Er was echter ook sprake van veel bouwactiviteit en ook was men hier en daar bezig nieuwe rioleringen in de starten aan te leggen, er was echter nog een lange weg te gaan. Hieronder enige plaatjes:

 Pattimura
Op het grote veld bij het gouverneurskantoor wordt een Pattimurapark gebouwd, het oude afschuwelijke standbeeld van Pattimura is door een groter, maar even lelijk exemplaar vervangen.

Nieuw Victoria - achterkant
De achterkant van het fort “Nieuw Victoria”. Dit is volgens mij nieuw, hoewel de oude achteringang hier op leek. Deze is verdwenen in augustus 1944 toen Ambon-stad door de geallieerden is plat gebombardeerd.

Typisch
Een typisch Ambonees straatje zoals er nog veel van zijn.

Lon & Bridal
Lon doet iets met Bridal in Ambon stad

Nieuw Victoria
Hier de streng bewaakte schitterende poort van Nieuw Victoria, als je deze fotografeert dan komen er zeker militairen op je af om dit te verbieden.

Reacties

Geen reacties

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.