De weg liep door heuvels, langs strand en onder hoge bomen door, een mooie weg, qua landschap. Hier en daar was het asfalt verdwenen, weggespoeld, ondanks dat de weg slechts een jaar geleden was opgeknapt. Dit soort zaken zijn
in Indonesië heel gebruikelijk. We reden op een gegeven moment over een groot vlak terrein waar alleen gras en lage struiken groeiden, dat was ooit vlak gemaakt om er een vliegveld te bouwen. Daar was echter om wat voor reden dan ook niets van terecht gekomen, zoals zoveel schone plannen die een vroegtijdige dood zijn gestorven. We kwamen in een dorp Rohomoni, waar enige bijzondere gebouwen stonden, een dat ik als een huis voor een koning (raja) herkende, iets verderop stond een schitterende houten moskee, helemaal wit gemaakt, onder een dak van sagoblad. Dat zag er zeer bijzonder uit dus stopten we even om het gebouw nader te bekijken en wat foto’s te maken. De mensen om de moskee deden wat schichtig, vroegen om geld. Naast de moskee waren er graven gebouwd. Een stenen muur tot op borsthoogte en daarboven een dak van sagoblad. Ik keen door een opening naar binnen en zag grote schelpen op het graf liggen. Tot een verdere bestudering kwam het niet want er stond opeens iemand, gekleed in sarong en met een plat petje dat door moslims gedragen wordt op tegen me te schreeuwen. Ik maakte eruit op dat hij mij vroeg waarom ik geen toestemming had gevraagd om te fotograferen. Dat gebeurde echter op zo een grove manier dat ik ervan schrok. Ik maande hem tot kalmte maar dat had een omgekeerde werking, het geschreeuw ging door. Ik zag al snel in dat het beter was de camera op te bergen en verder te gaan, en schreeuwde wat terug waarna ik weg liep, Jan volgde, ik riep de ojeg en we gingen verder. Ik realiseerde dat het inmiddels de zoveelste keer was tijdens een bezoek aan een gebouw op een van de eilanden in Ambon en omgeving dat men kwaad om een vergunning vroeg om een openbaar gebouw te fotograferen, hoewel op andere plaatsen is mij dat ook overkomen. Men is in Indonesië er nogal gek van om mensen te verbieden gebouwen te fotograferen. In Ambon-stad ben ik al heel veel keren gewaarschuwd om te stoppen met het fotograferen van de toegangspoort van Fort Nieuw Victoria, het bijzondere poortgebouw wordt bewaakt alsof het een staatsgeheim betreft. Ik heb het altijd toegeschreven aan het feit dat een soldaatje zich een grote commandant kan voelen door een toerist af te blaffen die zijn fototoestel op het fort richt. Het kan een potentiële vijand zijn, een spion. Het zijn bijna altijd mensen in uniform die zich zo gedragen. Hoeveel keer heb ik niet in Solo met Satpams die mij het fotograferen probeerden te verbieden, overhoop gelegen.
De moskee in Rohomoni
Een detail, de kleine gebouwtjes op de achtergrond zijn graven
Na de scheldpartij reden we snel het dorp uit, aan beide kanten van de weg van het volgende dorp, Kabauw lag een Islamitische begraafplaats waar we ook stopten. Ik ga nooit voorbij bijzondere begraafplaatsen. Hier waren er ook kleine gebouwtjes van het model dat naast de moskee in Rohomoni stond. Er stonden graven met stenen die er heel erg oud uit zagen, sommige graven waren bestrooid met fijn wit zand uit zee. We maakten foto’s, ik keek goed uit naar de reacties van langskomende mensen maar die lachten me alleen maar toe., zoals te doen gebruikelijk en zeker de beste houding om de toerist op zijn gemak te stellen.
Na deze graven was het niet zover meer naar Pelauw, dat is een plaats van behoorlijke omvang. Ik was hier twee jaar geleden geweest om het fort Nieuw Hoorn te fotograferen, ik was toen vanaf de andere kant het plaatsje binnen gekomen. Het fort staat langs de hoofdweg die daar langs zee loopt. Laatste keer dat ik langs kwam werd er vee in het fort gehouden, dat was nu niet aanwezig en kon men zo door de poort naar binnen. Ik was benieuwd of het grote kanon dat ik bij mijn vorige bezoek had aangetroffen nog in het fort laf, dat bleek het geval. Het was waarschijnlijk te zwaar om te vervoeren, want anders was het zeker al als oud ijzer verkocht. Verder verkeerde het fort in een deplorabele toestand, hoewel nog in tact, afgezien van de zeekant die door erosie had te lijden. We maakten nog een wandelingetje, maar zagen niet meer dan de gebruikelijke straattafereeltjes en veel nieuwsgierige, maar zeer vriendelijke mensen. We kochten wat drinkwater en koekjes en gingen weer op weg. Pelauw zou het verste punt van ons tochtje zijn, maar het leek alsof de ojeg nog verder wilden gaan. Dan zouden we een veel langere route nemen en dat zou vast tot een hogere prijs leiden. Ik keek om me heen en vond dat er weinig te zien was. Veel noodwoningen op oude funderingen gebouwd, dat wijst erop dat men tijdens de burgeroorlog hier hevig tekeer was gegaan, er was in dit gedeelte van Pelauw geen ouder huis meer te vinden. Ik vroeg de tukan ojeg om rechtsomkeert te maken en naar Haruku terug te keren.
De toegangspoort naar zee
De toegangspoort vanaf zee
Een gevallen bastion
Op de weg terug leek me de afstand tussen Pelauw en Haruku niet zo groot en waren we al snel weer terug op de hoofdstraat langs zee. We werden verzocht om te wachten want de speedboot was even op weg. Ik dacht terug aan de opmerking van een van de jongens van de boot dat ze bereid waren om zelfs tot de namiddag te wachten. Ik kreeg te horen dat de speedboot met spoed naar Ambon was gevaren omdat er iemand naar het ziekenhuis gebracht moest worden. Ik vertrouwde het niet erg. Het was natuurlijk wel zo dat er weinig speedbootjes bij Haruku lagen. Aan de andere kant waren de jongens al verzekerd van een leuk inkomen voor die dag en konden ze tegen een afbraakprijs een ritje heen en weer verzorgen. We gingen zitten om af te wachten. De tukan ojeg vroegen ook om afrekening, toen die beide 50.000 Rp hadden ontvangen gingen zij protesteren want er zou 100.000 zijn afgesproken. Ik kon hem dat idee uit het hoofd praten want stelde me onvermurwbaar op. Geen haar aan mijn hoofd die er ooit aan zou denken om een tukang ojeg 100.000 Rp te betalen. 50.000 Rp is bijna altijd goed betaald voor 2-3 uurtjes rijden, ondanks de gestegen benzineprijzen. Dat laatste is een graag gehanteerd argument, maar een motorfiets is vrij zuinig in hert gebruik en kan men vele kilometers op een liter benzine afleggen. Nadat dit conflict was bijgelegd begon het lange wachten op de speedboot. Die kwam uiteindelijk ook opdagen. Omdat het hoogwater was konden we zo opstappen en gingen we op weg. We moesten de boot delen met nog een passgier met zijn zoontje. Op dat moment wist ik zeker dat de jongens er hun slaatje uit sloegen. Met de hoge prijs voor het eten die ochtend, het fotoconflict bij de moskee, de afrekening van de ojeg en het niet aanwezig zijn van de speedboot had ik die dag weer eens kennis gemaakt met de aard van de Indonesiër. Proberen zoveel mogelijk geld te slaan uit een minieme prestatie. Ik had een Molukker ontmoet die mij vertelde dat Molukkers alleen zweten als ze aan het eten zijn, tijdens het werk wordt er geen druppel verspild.

Reacties
Geen reacties
Uw reactie
Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.
Een dagje naar…Haruku (II)
in Indonesië heel gebruikelijk. We reden op een gegeven moment over een groot vlak terrein waar alleen gras en lage struiken groeiden, dat was ooit vlak gemaakt om er een vliegveld te bouwen. Daar was echter om wat voor reden dan ook niets van terecht gekomen, zoals zoveel schone plannen die een vroegtijdige dood zijn gestorven. We kwamen in een dorp Rohomoni, waar enige bijzondere gebouwen stonden, een dat ik als een huis voor een koning (raja) herkende, iets verderop stond een schitterende houten moskee, helemaal wit gemaakt, onder een dak van sagoblad. Dat zag er zeer bijzonder uit dus stopten we even om het gebouw nader te bekijken en wat foto’s te maken. De mensen om de moskee deden wat schichtig, vroegen om geld. Naast de moskee waren er graven gebouwd. Een stenen muur tot op borsthoogte en daarboven een dak van sagoblad. Ik keen door een opening naar binnen en zag grote schelpen op het graf liggen. Tot een verdere bestudering kwam het niet want er stond opeens iemand, gekleed in sarong en met een plat petje dat door moslims gedragen wordt op tegen me te schreeuwen. Ik maakte eruit op dat hij mij vroeg waarom ik geen toestemming had gevraagd om te fotograferen. Dat gebeurde echter op zo een grove manier dat ik ervan schrok. Ik maande hem tot kalmte maar dat had een omgekeerde werking, het geschreeuw ging door. Ik zag al snel in dat het beter was de camera op te bergen en verder te gaan, en schreeuwde wat terug waarna ik weg liep, Jan volgde, ik riep de ojeg en we gingen verder. Ik realiseerde dat het inmiddels de zoveelste keer was tijdens een bezoek aan een gebouw op een van de eilanden in Ambon en omgeving dat men kwaad om een vergunning vroeg om een openbaar gebouw te fotograferen, hoewel op andere plaatsen is mij dat ook overkomen. Men is in Indonesië er nogal gek van om mensen te verbieden gebouwen te fotograferen. In Ambon-stad ben ik al heel veel keren gewaarschuwd om te stoppen met het fotograferen van de toegangspoort van Fort Nieuw Victoria, het bijzondere poortgebouw wordt bewaakt alsof het een staatsgeheim betreft. Ik heb het altijd toegeschreven aan het feit dat een soldaatje zich een grote commandant kan voelen door een toerist af te blaffen die zijn fototoestel op het fort richt. Het kan een potentiële vijand zijn, een spion. Het zijn bijna altijd mensen in uniform die zich zo gedragen. Hoeveel keer heb ik niet in Solo met Satpams die mij het fotograferen probeerden te verbieden, overhoop gelegen.
De moskee in Rohomoni
Een detail, de kleine gebouwtjes op de achtergrond zijn graven
Na de scheldpartij reden we snel het dorp uit, aan beide kanten van de weg van het volgende dorp, Kabauw lag een Islamitische begraafplaats waar we ook stopten. Ik ga nooit voorbij bijzondere begraafplaatsen. Hier waren er ook kleine gebouwtjes van het model dat naast de moskee in Rohomoni stond. Er stonden graven met stenen die er heel erg oud uit zagen, sommige graven waren bestrooid met fijn wit zand uit zee. We maakten foto’s, ik keek goed uit naar de reacties van langskomende mensen maar die lachten me alleen maar toe., zoals te doen gebruikelijk en zeker de beste houding om de toerist op zijn gemak te stellen.
Na deze graven was het niet zover meer naar Pelauw, dat is een plaats van behoorlijke omvang. Ik was hier twee jaar geleden geweest om het fort Nieuw Hoorn te fotograferen, ik was toen vanaf de andere kant het plaatsje binnen gekomen. Het fort staat langs de hoofdweg die daar langs zee loopt. Laatste keer dat ik langs kwam werd er vee in het fort gehouden, dat was nu niet aanwezig en kon men zo door de poort naar binnen. Ik was benieuwd of het grote kanon dat ik bij mijn vorige bezoek had aangetroffen nog in het fort laf, dat bleek het geval. Het was waarschijnlijk te zwaar om te vervoeren, want anders was het zeker al als oud ijzer verkocht. Verder verkeerde het fort in een deplorabele toestand, hoewel nog in tact, afgezien van de zeekant die door erosie had te lijden. We maakten nog een wandelingetje, maar zagen niet meer dan de gebruikelijke straattafereeltjes en veel nieuwsgierige, maar zeer vriendelijke mensen. We kochten wat drinkwater en koekjes en gingen weer op weg. Pelauw zou het verste punt van ons tochtje zijn, maar het leek alsof de ojeg nog verder wilden gaan. Dan zouden we een veel langere route nemen en dat zou vast tot een hogere prijs leiden. Ik keek om me heen en vond dat er weinig te zien was. Veel noodwoningen op oude funderingen gebouwd, dat wijst erop dat men tijdens de burgeroorlog hier hevig tekeer was gegaan, er was in dit gedeelte van Pelauw geen ouder huis meer te vinden. Ik vroeg de tukan ojeg om rechtsomkeert te maken en naar Haruku terug te keren.
De toegangspoort naar zee
De toegangspoort vanaf zee
Een gevallen bastion
Op de weg terug leek me de afstand tussen Pelauw en Haruku niet zo groot en waren we al snel weer terug op de hoofdstraat langs zee. We werden verzocht om te wachten want de speedboot was even op weg. Ik dacht terug aan de opmerking van een van de jongens van de boot dat ze bereid waren om zelfs tot de namiddag te wachten. Ik kreeg te horen dat de speedboot met spoed naar Ambon was gevaren omdat er iemand naar het ziekenhuis gebracht moest worden. Ik vertrouwde het niet erg. Het was natuurlijk wel zo dat er weinig speedbootjes bij Haruku lagen. Aan de andere kant waren de jongens al verzekerd van een leuk inkomen voor die dag en konden ze tegen een afbraakprijs een ritje heen en weer verzorgen. We gingen zitten om af te wachten. De tukan ojeg vroegen ook om afrekening, toen die beide 50.000 Rp hadden ontvangen gingen zij protesteren want er zou 100.000 zijn afgesproken. Ik kon hem dat idee uit het hoofd praten want stelde me onvermurwbaar op. Geen haar aan mijn hoofd die er ooit aan zou denken om een tukang ojeg 100.000 Rp te betalen. 50.000 Rp is bijna altijd goed betaald voor 2-3 uurtjes rijden, ondanks de gestegen benzineprijzen. Dat laatste is een graag gehanteerd argument, maar een motorfiets is vrij zuinig in hert gebruik en kan men vele kilometers op een liter benzine afleggen. Nadat dit conflict was bijgelegd begon het lange wachten op de speedboot. Die kwam uiteindelijk ook opdagen. Omdat het hoogwater was konden we zo opstappen en gingen we op weg. We moesten de boot delen met nog een passgier met zijn zoontje. Op dat moment wist ik zeker dat de jongens er hun slaatje uit sloegen. Met de hoge prijs voor het eten die ochtend, het fotoconflict bij de moskee, de afrekening van de ojeg en het niet aanwezig zijn van de speedboot had ik die dag weer eens kennis gemaakt met de aard van de Indonesiër. Proberen zoveel mogelijk geld te slaan uit een minieme prestatie. Ik had een Molukker ontmoet die mij vertelde dat Molukkers alleen zweten als ze aan het eten zijn, tijdens het werk wordt er geen druppel verspild.