13 december 2008: Van Larantuka terug naar Java (II)
Ik voelde me senang op mijn hotelkamer bij Pelita, de beste van de reis. Ook het personeel was zeer vriendelijk en attent, dat had ik in Flores nog niet meegemaakt.
Ik realiseerde me dat Flores nooit op mijn prioriteitenlijstje van nog te bezoeken gebieden had gestaan. Als het uitkwam had ik altijd gedacht. Ik vroeg me niet af wat de rest van het 800 kilometer lange eiland nog te bieden had, ik vond het saai. Ik ben eigenlijk de laatste jaren verknocht aan de Molukken geraakt, ondanks alle sporen van het sektarisch geweld die men daar nog steeds aantreft. Ook de natuur is daar veel spectaculairder. De zee die zich achter mijn raam uitstrekte was grijs, het was al opgeklaard maar de zee ging niet leven, afgezien van het geklots van de brekende golven tegen de dam die tussen het hotel en de zee lag. Ik bestelde iets te eten, dat werd een nasi goreng udang. Niet veel later werd deze naar de kamer gebracht door een jong meisje dat begon te stotteren toen ze de blanke bahasa Indonesia hoorde spreken. Ze was waarschijnlijk ingesteld om een paar Engelse woordjes te spreken, die ze onder het lopen met het dienblad waarop het bord nasgor van de keuken naar kamer 20 hardop had geoefend. Ze zette voorzichtig de nasi goreng op het tafeltje van de zithoek neer en ging beleefd maar zwijgend weer heen. De nasi goreng zag er goed uit, het eerste dat opviel was dat deze bruin was. Ik had al een paar keer in deze contreien nasi goreng gegeten, meestal voor ontbijt. Deze was altijd rood gekleurd en er zat nauwelijks iets in of bij. Nasi goreng is een van de simpelste gerechten uit de Indonesische keuken, en waarschijnlijk ook een van de lekkerste mits deze goed is klaar gemaakt. Nasi goreng betekent gebakken rijst. Als je rijst in olie, desnoods margarine, bakt wordt deze bruin. Alle nasi goreng die ik de laatste weken had gegeten was rood. Dat rood wordt veroorzaakt door sambal uit een fles, ze donderen een zooitje rijst in de olie gieten daar sos bij, die uit de groene fles, dat zijn ex-bintangbierflessen, en kecap. Dat roeren ze een beetje op een hoog vuur door elkaar, donderen het op een bord een plak komkommer erbij, een gebakken eitje dr op een beetje gefruite ui en “Mister satu nasi goreng“… selamat makan hoor je ze nooit zeggen. In dit gedeelte van Indonesië hebben ze de gewoonte het ei te klutsen en dat erop te gooien, geen gezicht. Het geheim van de nasi goreng is de bumbu, zoals bij bijna alle Indonesische gerechten. Ui, knoflook, peper, kecap, er mag voor mij kemiri bij en wat ebi met water geweekt. Ook een ei hoort erbij, niet erop maar erin. Desnoods wat gesneden kip, of petehbonen, of garnalen of ander seafood. De nasi goreng die voor mij stond was goed gemaakt, hij was bruin met dikke stukken garnaal en ernaast wat zure komkommer en gestoten peper. Ik moest nog denken aan die nasi goreng die ik in Larantuka at met selderijblad erop, dat leek wel droge soep. Het grootste “feest” was de nasi goreng bij Ratu Sari aan de haven van Larantuka die ik voor mijn ontbijt had besteld, die kwam in een voor mij onwaarschijnlijke kleurencombinatie. Hier een plaatje:
Het lijkt wel marsepein. Er zaten sliertjes kip in. Die kleurencombinatie van het lichtgele geklutste en gebakken ei en de roze nasi goreng. Twee dikke schijven komkommer. De volgende dag heb ik daar nasi ikan genomen voor ontbijt, die was echt lekker. Vers gebakken sardines met lalap (groenten) en sambal.
Afijn de nasi goreng bij hotel Pelita smaakte dus goed en ik kan wel stellen dat nasi goreng slechts 1 op de 10 keer dat men deze besteld goed smaakt. Of men moet in Oost Java komen, daar maken ze echt goede nasi goreng, dan moet je zoeken naar iemand die de rijst op een komfoor arang (houtskoolkomfoor) bakt, je weet niet wat je proeft zo lekker.
Ik ging die avond vroeg slapen, dat is inmiddels voor mij gebruikelijk, ik moest er om vijf uur uit om me rustig te kunnen prepareren op mijn vertrek. Ik keek nog wat van die vervelende Indonesische TV, dat heeft vaak veel weg van dorps-TV, maar af en toe wordt je hevig met je neus op de feiten gedrukt als er een minuut of 10 reclame langs komt, al die schuchtere pogingen om maar modern te doen. Het geklots van de zee deed mij snel in een droomloze slap belanden. Ik werd een paar keer wakker en om kwart voor vijf stond ik op. Mijn bagage had ik al min of meer gepakt dus goot ik mineraalwater in de waterkoker om een glas Floreskoffie te maken waarmee ik mezelf echt lid zou maken van deze nieuwe dag. Ik nam een douche, met warm water, dat werd echt een ongekende luxe, baden met koud water is heerlijk in de hitte, maar ik vraag me af of men er echt schoon van wordt, na verloop van tijd krijg ik een ondoordringbare laag vet over mijn huid, althans zo lijkt het. Ik voel me op een gegeven moment net een witte zeehond die uit het water komt, glimmend maar niet nat. Nadat ik de diverse ochtendrituelen had doorlopen en ervan overtuigd was dat mijn bagage in orde was liep ik naar de receptie om af te rekenen. Ik vroeg nog om transport naar de luchthaven, dat werd gratis aangeboden. De afstand is slechts 1,5 kilometer en daarmee op loopafstand, maar waarom zou ik dat doen met mijn bagage. Overigens is mijn bagage wel afgestemd op zo een wandeling. Ik heb een klein koffertje op wieltjes bij me, dat hoogstens 10 kg weegt, een tas voor mijn noodboek en papieren en een rugzakje voor de camera’s en zaken die ik snel nodig kan hebben zoals een zonnebril, paraplu of fles water. Ik wachtte de rekening af in mijn kamer, er werd zeer attent om 06.15 u.nog een ontbijtje afgeleverd, die bestond uit een nasi goreng die op een bord afgesealed met plastic folie zat. Dat zag er westers uit. Ik maakte het pakje open en zag dat de nasi goreng er weer juist uitzag. Ik proefde en was aangenaam verrast, het was nasi goreng ikan asin (zoute vis), iets dat ik zelden eet. Ikan asin kan wel wat heftig zijn op de vroege ochtend, want kan in de loop van de dag veel dorst veroorzaken, deze was echter niet te zout. Nadat ik ontbeten had pakte ik mijn barang bijeen liep naar de receptie en rekende af. De baas bracht mij persoonlijk naar de luchthaven. Ik bedankte hem voor het aangename verblijf in zijn hotel Pelita en beloofde hem dat ik het hotel bij mijn westerse vrienden zou recommanderen, bij deze dus. Hotel Pelita in Maumere uw beste keus!
Ik liet mijn bagage door de x-ray lopen en liep naar de incheckbalie, waar slechts enkele mensen stonden, ik was meteen gerust gesteld want had nog de vreselijke puinhoop op bandara Eltari te Kupang in gedachten. Incehecken kostte hoogstens 10 minuten, bij de ene balie moest men de bagage inchecken en bij de balie daarnaast kreeg men een stoelnummer toegewezen, ik vroeg om een windowseat en kreeg 7F. Daarna luchthaven belasting ad 6000 Rp betalen en wachten. Ik ging koffie drinken op een plek waar nog 3 heren zaten die alle drie zenuwachtig met HP’tjes in de weer waren. Er waren nog 3 kwartier te gaan voordat het vliegtuig volgens de dienstregeling zou vertrekken. Dat vliegtuig kwam behoorlijk op tijd binnen en het was weer de F100 die ik ook enige dagen geleden vanaf Kupang had genomen. Dat maakte me blij, want zo vaak stapt men vandaag de dag niet in zo een toestel. Het vertrok zonder noemenswaardige vertraging naar de luchthaven van Tambolaka op West Sumba. Ik keek nog even vanuit mijn plek bij het raam terug op Flores, ik vond het landschap vrij kaal en saai. Een groot gedeelte van de vlucht vond plaats boven het wolkendek. Vlak bij Sumba werd het weer helder, het landschap op dat eiland was vrij vlak, droog en kaal. Toen het toestel de landing in zette zag ik beneden mij vrij veel traditionele huizen en paarden. Om de laatste dieren staat Sumba bekend. De luchthaven van Tambaloka op West Sumba, Waikabubak was klein, maar met een verkeerstoren en vrij modern. Ik kon weer een luchthaven toevoegen aan mijn verzameling. Die airport op Tambaloka werd trouwens in februari 2006 even heel bekend in Indonesië. Er was namelijk een Adam Air B737-300 geland waarvan alle navigatie-instrumenten waren uitgevallen na het opstijgen van Cengkareng en was deze op zicht naar dit vliegveld gevlogen. Landen kon eigenlijk helemaal niet daar de baan net lang genoeg was voor een F-28. De lengte is 1600 meter, terwijl een B737 2200 meter nodig heeft. Knap stuntwerk van de piloot. Wat deze stunt nog sensationeler maakte was dat het toestel een dag daarna zonder toestemming van de autoriteiten naar Makassar werd gevlogen, zodat door de autoriteiten niet onderzocht kon worden wat er aan het toestel mankeerde.
Nogmaals het slimme trapje van de F-100, ik kan er geen genoeg van krijgen
Een blik op Flores
De verkeerstoren op Waikabubak de luchthaven van Tambaloka op West Sumba.
Reacties
Geen reacties
Uw reactie
Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.
13 december 2008: Van Larantuka terug naar Java (II)
Ik realiseerde me dat Flores nooit op mijn prioriteitenlijstje van nog te bezoeken gebieden had gestaan. Als het uitkwam had ik altijd gedacht. Ik vroeg me niet af wat de rest van het 800 kilometer lange eiland nog te bieden had, ik vond het saai. Ik ben eigenlijk de laatste jaren verknocht aan de Molukken geraakt, ondanks alle sporen van het sektarisch geweld die men daar nog steeds aantreft. Ook de natuur is daar veel spectaculairder. De zee die zich achter mijn raam uitstrekte was grijs, het was al opgeklaard maar de zee ging niet leven, afgezien van het geklots van de brekende golven tegen de dam die tussen het hotel en de zee lag. Ik bestelde iets te eten, dat werd een nasi goreng udang. Niet veel later werd deze naar de kamer gebracht door een jong meisje dat begon te stotteren toen ze de blanke bahasa Indonesia hoorde spreken. Ze was waarschijnlijk ingesteld om een paar Engelse woordjes te spreken, die ze onder het lopen met het dienblad waarop het bord nasgor van de keuken naar kamer 20 hardop had geoefend. Ze zette voorzichtig de nasi goreng op het tafeltje van de zithoek neer en ging beleefd maar zwijgend weer heen. De nasi goreng zag er goed uit, het eerste dat opviel was dat deze bruin was. Ik had al een paar keer in deze contreien nasi goreng gegeten, meestal voor ontbijt. Deze was altijd rood gekleurd en er zat nauwelijks iets in of bij. Nasi goreng is een van de simpelste gerechten uit de Indonesische keuken, en waarschijnlijk ook een van de lekkerste mits deze goed is klaar gemaakt. Nasi goreng betekent gebakken rijst. Als je rijst in olie, desnoods margarine, bakt wordt deze bruin. Alle nasi goreng die ik de laatste weken had gegeten was rood. Dat rood wordt veroorzaakt door sambal uit een fles, ze donderen een zooitje rijst in de olie gieten daar sos bij, die uit de groene fles, dat zijn ex-bintangbierflessen, en kecap. Dat roeren ze een beetje op een hoog vuur door elkaar, donderen het op een bord een plak komkommer erbij, een gebakken eitje dr op een beetje gefruite ui en “Mister satu nasi goreng“… selamat makan hoor je ze nooit zeggen. In dit gedeelte van Indonesië hebben ze de gewoonte het ei te klutsen en dat erop te gooien, geen gezicht. Het geheim van de nasi goreng is de bumbu, zoals bij bijna alle Indonesische gerechten. Ui, knoflook, peper, kecap, er mag voor mij kemiri bij en wat ebi met water geweekt. Ook een ei hoort erbij, niet erop maar erin. Desnoods wat gesneden kip, of petehbonen, of garnalen of ander seafood. De nasi goreng die voor mij stond was goed gemaakt, hij was bruin met dikke stukken garnaal en ernaast wat zure komkommer en gestoten peper. Ik moest nog denken aan die nasi goreng die ik in Larantuka at met selderijblad erop, dat leek wel droge soep. Het grootste “feest” was de nasi goreng bij Ratu Sari aan de haven van Larantuka die ik voor mijn ontbijt had besteld, die kwam in een voor mij onwaarschijnlijke kleurencombinatie. Hier een plaatje:
Het lijkt wel marsepein. Er zaten sliertjes kip in. Die kleurencombinatie van het lichtgele geklutste en gebakken ei en de roze nasi goreng. Twee dikke schijven komkommer. De volgende dag heb ik daar nasi ikan genomen voor ontbijt, die was echt lekker. Vers gebakken sardines met lalap (groenten) en sambal.
Afijn de nasi goreng bij hotel Pelita smaakte dus goed en ik kan wel stellen dat nasi goreng slechts 1 op de 10 keer dat men deze besteld goed smaakt. Of men moet in Oost Java komen, daar maken ze echt goede nasi goreng, dan moet je zoeken naar iemand die de rijst op een komfoor arang (houtskoolkomfoor) bakt, je weet niet wat je proeft zo lekker.
Ik ging die avond vroeg slapen, dat is inmiddels voor mij gebruikelijk, ik moest er om vijf uur uit om me rustig te kunnen prepareren op mijn vertrek. Ik keek nog wat van die vervelende Indonesische TV, dat heeft vaak veel weg van dorps-TV, maar af en toe wordt je hevig met je neus op de feiten gedrukt als er een minuut of 10 reclame langs komt, al die schuchtere pogingen om maar modern te doen. Het geklots van de zee deed mij snel in een droomloze slap belanden. Ik werd een paar keer wakker en om kwart voor vijf stond ik op. Mijn bagage had ik al min of meer gepakt dus goot ik mineraalwater in de waterkoker om een glas Floreskoffie te maken waarmee ik mezelf echt lid zou maken van deze nieuwe dag. Ik nam een douche, met warm water, dat werd echt een ongekende luxe, baden met koud water is heerlijk in de hitte, maar ik vraag me af of men er echt schoon van wordt, na verloop van tijd krijg ik een ondoordringbare laag vet over mijn huid, althans zo lijkt het. Ik voel me op een gegeven moment net een witte zeehond die uit het water komt, glimmend maar niet nat. Nadat ik de diverse ochtendrituelen had doorlopen en ervan overtuigd was dat mijn bagage in orde was liep ik naar de receptie om af te rekenen. Ik vroeg nog om transport naar de luchthaven, dat werd gratis aangeboden. De afstand is slechts 1,5 kilometer en daarmee op loopafstand, maar waarom zou ik dat doen met mijn bagage. Overigens is mijn bagage wel afgestemd op zo een wandeling. Ik heb een klein koffertje op wieltjes bij me, dat hoogstens 10 kg weegt, een tas voor mijn noodboek en papieren en een rugzakje voor de camera’s en zaken die ik snel nodig kan hebben zoals een zonnebril, paraplu of fles water. Ik wachtte de rekening af in mijn kamer, er werd zeer attent om 06.15 u.nog een ontbijtje afgeleverd, die bestond uit een nasi goreng die op een bord afgesealed met plastic folie zat. Dat zag er westers uit. Ik maakte het pakje open en zag dat de nasi goreng er weer juist uitzag. Ik proefde en was aangenaam verrast, het was nasi goreng ikan asin (zoute vis), iets dat ik zelden eet. Ikan asin kan wel wat heftig zijn op de vroege ochtend, want kan in de loop van de dag veel dorst veroorzaken, deze was echter niet te zout. Nadat ik ontbeten had pakte ik mijn barang bijeen liep naar de receptie en rekende af. De baas bracht mij persoonlijk naar de luchthaven. Ik bedankte hem voor het aangename verblijf in zijn hotel Pelita en beloofde hem dat ik het hotel bij mijn westerse vrienden zou recommanderen, bij deze dus. Hotel Pelita in Maumere uw beste keus!
Ik liet mijn bagage door de x-ray lopen en liep naar de incheckbalie, waar slechts enkele mensen stonden, ik was meteen gerust gesteld want had nog de vreselijke puinhoop op bandara Eltari te Kupang in gedachten. Incehecken kostte hoogstens 10 minuten, bij de ene balie moest men de bagage inchecken en bij de balie daarnaast kreeg men een stoelnummer toegewezen, ik vroeg om een windowseat en kreeg 7F. Daarna luchthaven belasting ad 6000 Rp betalen en wachten. Ik ging koffie drinken op een plek waar nog 3 heren zaten die alle drie zenuwachtig met HP’tjes in de weer waren. Er waren nog 3 kwartier te gaan voordat het vliegtuig volgens de dienstregeling zou vertrekken. Dat vliegtuig kwam behoorlijk op tijd binnen en het was weer de F100 die ik ook enige dagen geleden vanaf Kupang had genomen. Dat maakte me blij, want zo vaak stapt men vandaag de dag niet in zo een toestel. Het vertrok zonder noemenswaardige vertraging naar de luchthaven van Tambolaka op West Sumba. Ik keek nog even vanuit mijn plek bij het raam terug op Flores, ik vond het landschap vrij kaal en saai. Een groot gedeelte van de vlucht vond plaats boven het wolkendek. Vlak bij Sumba werd het weer helder, het landschap op dat eiland was vrij vlak, droog en kaal. Toen het toestel de landing in zette zag ik beneden mij vrij veel traditionele huizen en paarden. Om de laatste dieren staat Sumba bekend. De luchthaven van Tambaloka op West Sumba, Waikabubak was klein, maar met een verkeerstoren en vrij modern. Ik kon weer een luchthaven toevoegen aan mijn verzameling. Die airport op Tambaloka werd trouwens in februari 2006 even heel bekend in Indonesië. Er was namelijk een Adam Air B737-300 geland waarvan alle navigatie-instrumenten waren uitgevallen na het opstijgen van Cengkareng en was deze op zicht naar dit vliegveld gevlogen. Landen kon eigenlijk helemaal niet daar de baan net lang genoeg was voor een F-28. De lengte is 1600 meter, terwijl een B737 2200 meter nodig heeft. Knap stuntwerk van de piloot. Wat deze stunt nog sensationeler maakte was dat het toestel een dag daarna zonder toestemming van de autoriteiten naar Makassar werd gevlogen, zodat door de autoriteiten niet onderzocht kon worden wat er aan het toestel mankeerde.
Nogmaals het slimme trapje van de F-100, ik kan er geen genoeg van krijgen
Een blik op Flores
De verkeerstoren op Waikabubak de luchthaven van Tambaloka op West Sumba.