22 december 2008: Een dagje naar... Magelang (I)

null
Al dagenlang zat ik in mijn kleine kantoortje, te schrijven, terug denkend aan mijn laatste reis naar Oost-Indonesië. Voortdurend werd ik in mijn mijmeringen gestoord

door allerhande herrie van buiten. Er waren drie buurmannen in evenveel verschillende nabij gelegen huizen aan het verbouwen op zijn Indonesisch, dat gaat niet alleen met veel gepraat maar ook met de benodigde specifieke geluiden gepaard. De buurman rechts van mij is bezig met een complete renovatie van zijn huis. Momenteel laat hij een muur van twee en een halve meter hoog voor zijn huis zetten om zich veilig te voelen. Dat is de mode in de buurt, hoge hekken en muren voor het huis, zodat het op een vesting gaat lijken. De tukang tembok (metselaar) begint elke ochtend in alle vroegte met een hamer op een beitel te slaan, alsof hij hetgeen hij de dag ervoor opeen heeft gestapeld weer aan het afbreken is, dat lijkt maar zo. In werkelijkheid slaat hij allerlei gaten in de muur als decoratie. Het lijkt de Indonesische metselaar onmogelijk om tijdens het metselen een opening uit te sparen, die hakken ze er liever later in. Dat duurt langer en levert dus extra betaling op. Zo een metselaar werkt samen met een koelie die stenen en cement aansleept. Dat heet opperman in het Nederlands. Deze twee zijn de gehele dag tijdens het werk in intensieve conversatie gewikkeld, met daarbij veel gelach en gegiechel, Javaans gekakel noem ik het altijd maar, want daar lijken deze praatjes het meeste op. Het is in feite hetzelfde als de gettoblaster die de Nederlandse bouwvakker op de steiger aan heeft staan om de dag door te komen, echter het gekakel is wat mensvriendelijker. Links krijgen de buren nieuwe kozijnen en deuren en daar zijn twee tukang kayu (timmerlieden) aan de slag, deze kakelen minder, doch zijn van het moderne soort en hebben elektrisch gereedschap mee.. Daarvan maakt het schaafmachientje een oorverdovende herrie. Ik denk dat ze er hard op drukken, de werklui zijn het oude handgereedschap nog niet ontwend en beseffen niet dat de machines het werk doen en dat zij het apparaat alleen maar vast hoeven te houden en te sturen. Als ze een deur of een raam aan het afhangen zijn dan hoor je dat er weer wat af moet en snerpt het machientje het merg uit het been. Iedere deur kost een nieuw setje beitels. Deze oorverdovende situatie haalde mij voortdurend uit mijn concentratie en besloot ik dat het tijd was geworden er eens een dagje op uit te trekken om de hersens eens op te frissen in een minder luidruchtige omgeving.

Ik zou naar Magelang gaan, ik was daar twee keer geweest maar slechts voor even, ik had daar ooit een mooi park, Taman Kyai Langgeng bezocht, tahu kupat gegeten en de alun-alun vluchtig bekeken. Ik bedacht toen, hier moet ik nog eens heen. Ik vulde mijn koffertje met per dag een pendekkie, een hemd, een overhemd en een paar sokken, deed mijn toilettas en twee camera’s erbij, en ook nam ik mijn noodboek mee, ik belde een taxi en liet mij via de ATM (pinautomaat) naar de busterminal Tirtonadi te Solo vervoeren. Ik had me laten vertellen dat er comfortabel expresse bussen waren die van Surabaya naar Magelang reden en op die route te Solo stopten. Deze bussen vertrokken van het gedeelte waar ook de bussen naar Yogya en Semarang passagiers op pikken. Toen ik het een en ander op de terminal checkte werd Magelang verkeerd verstaan en werd ik naar de plek waar bussen naar Malang vertrokken gestuurd. Na nog een aantal keren vragen was ik op de juiste plek aangeland. Daar stond een luxe bus op het punt van vertrekken, maar deze bleek niet verder dan Yogyakarta te gaan. Ik moest wachten en dat duurde erg lang. Ik was gedwongen om naar de activiteiten op de terminal te kijken, een terminal waarvan de bebouwing schots en scheef staat en het asfalt los raakt. Het gebouw heeft nogal te lijden gehad van de zware aardbeving die Midden-Java in mei 2006 trof en is eigenlijk aan vervanging toe, echter geld is daarvoor niet beschikbaar. Er is in Indonesië zoveel aan vervanging toe, deels door de slechte manier van bouwen maar ook door het gebrek aan onderhoud. Als ik het asfalt van de terminal bekeek dan golfde dat alle kanten uit. Ik moest op een hoek waar allerlei busverkeer langskwam wachten en heb heel wat gassen opgesnoven. Naast de plek waar de bus naar Magelang zou stoppen wachten de expresse bussen naar Semarang op passagiers, ze doen dit met draaiende motor want dan blijft de AC werken, daarvoor, en de betere stoelen, stappen de passagiers tenslotte in zo een bus. Dit is ook de plek waar de gewone ‘ekonomi’ bussen naar Yogya vertrekken, die rijden af en aan, want dat is een zeer drukke route, om de paar minuten vertrekt er een ronkende en gassende afgeroste bus. Het waren juist deze bussen waar ik niet met mijn bagage in mee wilde rijden, de bussen zitten op delen van de route zeer vol en dat niet alleen. Er stappen steeds pengamen (straatmuzikanten) in en uit die hun vaak niet om aan te horen geluiden in geld proberen om te zetten. Daarnaast rijden er ook voortdurend verkopers van allerlei onzin mee. De gewone etenswaar zoals gebakken tahu en andere snelle happen, water en andere drankjes, rookwaar. Maar ook zijn er allerlei `speciale` aanbiedingen. Een verkoper met een doos in zijn hand vertelt voorin de bus een verhaaltje over zijn product en legt daarna een artikel op de schoot van elk der passagiers. Die kunnen het bekijken, daarna loopt hij weer terug naar de voorkant en neemt de artikelen terug of de passagier neemt het artikel af. Dit kan van allerlei zijn. Tien pennen voor de prijs van een, een calculator op zonne-energie, snoepjes, donuts, of een pak boekjes waarin alle gebeden staan die een goede moslim nodig heeft, wonderlijm, of een grote tas die men kan opvouwen ter grootte van een pocketboek. Echter het meest storende zijn de “muzikanten”, vaak in groepjes van twee of drie, die een of ander populair moppie muziek ten gehore brengen. Vaak kunnen ze niet eens zingen of hun instrument bespelen. De instrumenten zijn meestal een ukelele, omdat die zo lekker compact is, maar ook gitaren en zelfs drums, vervaardigd uit plastic afvoerpijp en rubberen banden. Het is verbazingwekkend om te zien hoeveel geld ze nog ophalen met die teringherrie die ze produceren. Moslims zijn echter verplicht om aan de armen aalmoezen te schenken en deze “muzikanten” zijn een simpele manier om aan die verplichting te voldoen. Er zijn echter ook “muzikanten” die de passagiers bijna dwingen om te geven, zij speculeren op een solidariteitsgevoel dat de moslim met de arme medemoslim zou moeten hebben. Hun entree in de bus begint dan ook steevast met “Assalam’aleikum", dus over de door hun gevolgde of geveinsde geloofsrichting hoeft geen twijfel te bestaan. Dat terwijl iedere passagier heel goes weet dat de geschonken penningen meestal in drank en dope worden omgezet, zeker door de muzikanten die de bussen op de route Solo - Yogyakarta van geluid voorzien. Hoewel het lukt hun vaak niet om boven het geluid van de motor uit te komen, ze hebben hetzelfde volume.

Ik had bijna een uur gewacht toen er eindelijk een EKO expresse bus richting Magalang stopte, de passagiers moesten vlug in- en uitstappen, want de bus ging meteen verder. Toen ik eenmaal op een brede stoel zat, in een niet al te volle bus met een goed werkende airconditioning stemde mij dat tevreden. Ik betaalde 20.000 Rp voor dit ritje. Ik kon rustig de krant lezen, zonder dat mijn medepassagiers al dan niet verplicht mee deden en ik kon door de grote ramen naar buiten kijken. Hoewel tussen Solo en Yogya is er voor mij weinig nieuws te zien daar ik dit stuk weg te vaak heb afgelegd. Voorbij Yogya werd het interessanter want daar kom ik zelden. Tussen Yogya en Magelang ligt het steenhakkersstadje Muntilan, waar men imitaties van Boeddhabeelden waarvoor die op de Borobodur model hebben gestaan, kan kopen. Er zijn daarvan echt honderden winkeltjes en werkplaatsen die deze artikelen verkopen, maar ook zgn. cowek. Dit zijn de Indonesische vijzels waarin men sambal fijnmaakt en mengt. Ik heb me laten vertellen dat die uit Muntilang de beste zijn, want er worden vandaag de dag veel vijzels vervaardigd uit cement maar als steen verkocht. Als men in Indonesië de medemens kan neppen dan zal men dat zeker niet nalaten. Wat me ook opviel is dat de ruim 100 kilometer die Solo van Magelang scheiden bijna geheel door verstedelijkt gebied lopen. Althans de bebouwing langs de hoofdweg was bijna 1 groot lint, af en toe afgewisseld door sawa’s. Tussen Solo en Yogya heeft men bij helder weer mooie uitzichten op de vulkanen Merpati en Merbabu. Bij Klaten liggen in de verte wat bergjes richting zee. Maar de rest is bebouwing die schots en scheef langs de weg staat. En er wordt wat afgebouwd in Indonesië. Dat is een proces dat nooit ophoudt. Men heeft dan wel een bouwvergunning nodig, maar ik vermoed dat er daarvoor nooit naar een bouwtekening gekeken wordt, een toekomstig bouwwerk wordt niet op uiterlijk, kleur en of het wel past tussen de bestaande bebouwing beoordeeld. Als het er maar modern uit ziet dan vindt men het al gauw schitterend. Helaas zijn de bouwwerken meestal oerlelijk, alsof er geen goede architecten in Indonesië te vinden zijn. Het lijkt vaak het werk van een kind die met liniaal en potlood experimenteert. Nog niet zolang geleden waren veel wegen in Indonesië afgezoomd met asem- (tamarinde) en mahoniebomen, als schaduwbomen hebben deze plaats moeten maken voor het verkeer, auto’s hebben in tegenstelling tot paarden en voetgangers geen schaduw, maar ruimte nodig.

De weg via Muntilan naar Magelang stijgt voortdurend. Magelang ligt 500 meter boven de zeespiegel. De weg tussen deze twee plaatsen is smal, tweebaans en komt het verkeer slechts zeer langzaam vooruit. De bus ging via het centrum van de stad, maar ik liet me tot de terminal vervoeren. Ik heb geen zin om met mijn bagage lopend op zoek naar een hotel te gaan in een onbekende plaats. Op de terminal was er vast wel een ojeg te vinden die mij naar een hotel kon brengen. Dat was inderdaad zo gebeurd, een oudere man op een zware Honda. Hij was echter wat onzeker naar wat voor hotel hij de witte man zou moeten brengen. Het eerste hotel waar we aankwamen was volgeboekt. Dat was ook het geval bij de volgende twee, ik kon maar één avond overnachten Ik vroeg me af wat er aan de hand was en bij het vijfde hotel dat ook maar een kamer voor een nacht had vroeg ik naar de oorzaak. Er bleek de volgende dag een beëdiging van jonge soldaten plaats te gaan vinden op de militaire academie (Akmil) in die plaats. Een ceremonie waar ook de president van de R.I. aanwezig bij zou zijn. Ik nam tenslotte een kamer bij een klein hotel, Pringading in het centrum van Magelang. De kamer was behoorlijk “basic” een bed en een badkamer, maar zeer schoon. Het hotel was uit de Nederlandse tijd en zag er perfect onderhouden uit. Het meubilair was te laag om iets te gaan schrijven, dus deed ik het die dag maar zonder noodboek. Ik ging er daarom maar op uit om iets te gaan eten, dat werd bij Warung Pojok, Jalan Tentara Pelajar No 14, vlakbij de alun-alun. Daar was ik eerder geweest, deze zaak is beroemd om zijn kupat tahu, het enige dat ze verkopen. De drie tafels die ze daar hebben zijn voortdurend bezet, zoveel fans hebben ze. De ellende bij dit soort populaire zaken is dat er meteen hordes bedelaars voor de deur zitten, iets dat ik overigens nog wel kan begrijpen. Erger zijn de figuren die met een gitaar in de hand een vals lied aan je tafel komen zitten, waarbij je eetlust onmiddellijk bevriest. Moet je stoppen met eten en op zoek gaan naar een muntje om zwijggeld uit te delen. Kupat tahu bestaat uit licht gebakken tahu, ketupat, dat is rijst in klapperbladeren gekookt, vers gesneden rauwe kool, taugé en een saus van pinda’s. Er zijn in dit gerecht vele variaties, maar zo lekker als bij “Warung Pojok" vindt men het zelden. Om de warung heen zijn er diverse zaken die hetzelfde hapje verkopen, ook met bijna dezelfde namen, zoals warung kupat pojok, warung tahu kupat pojok. Dat is weer zo een Indonesische gewoonte, inspringen op het succes van een ander door bijna hetzelfde te doen.


kweekschool magelang
Boven en onder “Kweekschool voor Kaboepaten Magelang"

kweekschool magelang

magelang
Oud en modern




Hier het vervolg>>

Reacties

zodra er ergens zichtwerk met hout moet worden vervaardigd is het gesnerp van de schaafmachine constant aanwezig.
dit komt door het waardeloze hout.
het is krom, golft, draait om z'n as als een spiraal, zo ruw als maar kan met splinters van 5 cm en er is geen lengte te vinden die dezelfde afmetingen heeft als de vorige stok.
in veel gevallen is het hout zo vers dat het wel eens wortel zou kunnen schieten mocht je het in de grond steken.. en dat maakt het vrijwel onmogelijk om het met de hand door te zagen. om te huilen gewoon.
echter..hulde aan de power tools.

voor zover ik weet is het tegenwoordig het bedelen officieel verboden in indonesia..of misschien alleen in jakarta. maar ja, wie controleert daar op?
in het begin gebeurde dit nog wel in jakarta. de mensen die het geld gaven en betrapt werden konden rekenen op stevige boetes waar zelfs de bule "U" tegen zouden zeggen.
de bedelaars zelf kwamen er van af met wat flinke stokslagen. invaliden, kinderen, bejaarden.. werden niet ontzien.
je zag in deze periode (1 jaar geleden) dan ook geen bedelaars bij de stoplichten.. op een enkele koppige of simpele ziel na.
mocht deze op de auto aflopen dan werd er met veel paniek duidelijk gemaakt af te taaien. het is vrij schokkend om een aantal agenten met de stok te zien in hakken op en oud vrouwtje ofzo.
maar in deze zelfde periode wemelde het in bandung bijvoorbeeld nog van de bedelaars, verkopers en bencong bij de stoplichten.
ondertussen is het in jakarta weer terug bij af.
22 december 2008 22:49:35
echter..hulde aan de power tools

het zijn meestal powerless tools van het merk Black & Decker, die dingen die onhandige vaders voor Sinterklaas of Vaderdag krijgen en na 5 jaar 1x gebruikt verroest bij de Kringloopwinkel terecht komen.
23 december 2008 00:17:20

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.