25 december 2008: Een dagje naar… Wonosobo

wonosobo
Nadat ik het Musium Diponegoro had bezocht maakte ik nog een wandeling langs de brede en schone trottoirs van Magelang. Ik verwachte ieder moment iemand met een hond aan de lijn, of een persoon die

over de stoep langs kwam fietsen en mij “Opzij klootzak” toe zou bijten, doch die verschenen niet. Misschien was dat zo een zinsbegoocheling die Javanen op Jumat-Kliwon krijgen. Omdat ik geen twee dagen in Magelang kon verblijven besloot ik verder te trekken naar het Dieng plateau, staat al jaren op mijn lijstje, nu was de kans daar want ik was al verder dan halverwege vanuit Solo gerekend. Ik had bedacht om naar Wonosobo te gaan en vandaar uit een dagje naar Dieng. Terug in mijn hotel pakte ik mijn barang bij elkaar, rekende af en ging vooraan aan de weg die langs het hotel liep staan waar er bussen richting Wonosobo voorbij zouden komen. Binnen vijf minuten was dat het geval en was ik op weg. Ik zat voorin in een klein, vrij nieuw busje en kon ik van het uitzicht dat het grote voorruit mij bood genieten. Ik zag nog wat militaire complexen uit de Nederlandse tijd. Daar had ik graag foto’s van willen maken, maar toen ik het een en ander zag was het toch van een vrij sobere en degelijke architectuur. Ik legde mij neer bij mijn door president SBY verstoorde verkorte bezoek. Dat was overigens de tweede keer dit jaar, toen ik naar Pekalongan ging in april, was hij ook van de partij.

De weg naar Wonosobo was mooi met veel stijgen en dalen. Vlak bij Temanggung werd ik “dioper” naar een oude bus die uit Purwokerto kwam en op zijn route naar Semarang Wonosobo aandeed. Dioper komt van het Nederlandse woord “over’ en houdt in dat de passagiers van een bus die te leeg is om op een route iets te verdienen zijn passagiers als vee doorverkoopt aan een bus die wel verder gaat. Dat kan soms zeer hinderlijk zijn, omdat je zelf hierin niets te zeggen hebt. Je kan in een vreselijk slechte bus terecht komen. Dat kwam ik ook, maar de bus was vrij leeg en had ik een 3-zits bank voor mezelf, dus had ik geen bezwaar. Onderweg stapten er nog twee pengamen (straatmuzikanten) in van een soort die men zelden ziet. Misschien omdat het gebied afgelegen is. De eerste was een oudere man, minstens 60 die met schitterende stem zonder verdere begeleiding een liefdeslied zong, daarna nog iemand die niet tot de groep jongeren gerekend kon worden met een mandoline en die iets met een broze stem in het Javaans zong. Het leek wel een ouder en obscuur nummer van Bod Dylan, althans zo onderging ik het, ik was echt ontroerd en schonk beide malen een biljet, waar ik uitbundig voor werd bedankt. Het viel mij op dat anderen bijna niets gaven. Misschien omdat er van beide mannen niet zo een dreiging uitging als van de jongere pengamen, met hun piercings, tattoes en een glazige blik in de ogen. Die hebben ook nog de moed om hun teringherrie in de naam van Allah te brengen, ze begroeten de passagiers steevast met Assalamualaikum Wr. Wb, In de meeste gevallen beheersen ze het bespelen van hun instrument niet, dat bijna altijd vals is gestemd en hun zingen is al helemaal niet om aan te horen. Nou vind ik in het algemeen dat een Javaan niet “kan” zingen, hun iele stemmetjes, verruwd door het schreeuwen van Allah Akbhar op de malam Thakbir, klinken mij vaak niet aangenaam in de oren. De rit ging verder over de smalle maar goede weg, langs hoge bergen en diepe ravijnen. In een daarvan lag een bus op zijn rug, die was nog maar pas geleden vergeten de bocht op een behoorlijke manier te nemen, al mijn medepassagiers stonden recht overeind en vertelden hardop wat er gebeurd zou kunnen zijn. Er was nog net geen bloed te zien dat over de busvloer wegstroomde. De bus reed de stadsgrens van Wonosobo over, stopte en er werd langdurig naar de banden gekeken en commentaar in het Javaans gegeven, ban kempes (lekke band) dacht ik. Nee, er werd toch doorgereden. Maar een eind verderop was het toch afgelopen, er werd weer “dioper”, ik nam een ojeg, want ik bevond me al in de stad.

Ik vroeg de tukang ojeg mij naar een hotel te brengen wat hij deed. Ik keurde de beschikbare kamer echter af. Hij was aan de voorkant aan een drukke winkelstaat gelegen en er stonden twee 1-persoonsbedden in. Ik heb een hekel aan die 1-persoonbedden, ik moet een “double bed” hebben. Die 1-persoonbedden zijn te smal en vaak ook net iets te kort, in een twijfelaar kan je schuin gaan liggen en heb je ook 2x zoveel kussens, voor als er weer eens een te gierig gevuld kussen op het bed ligt. In het tweede hotel wilde de man achter de balie in het kantor-opis mij een kamer laten zien, toen er net een klein dik Indonesiertje type “boss” schreeuwend kwam vertellen dat hij zijn rekening wilde betalen, hij werd meteen geholpen en ik bleef enigszins verbouwereerd staan. Ik vroeg nog aan het mannetje hoe belangrijk hij was, maar kreeg een niet begrijpende en verzengende blik terug. De service van het hotel stond mij niet aan. Tegenover deze plek was een groot hotel dat in een oud Nederlands pakhuis was gevestigd, gezien de auto’s die ervoor stonden geparkeerd bevond zich binnen niet het soort mensen waar ik me graag mee ophoud. Het type boss zoals in het vorige hotel. Het volgende was een houten hotel uit de Nederlandse tijd, dat zag er schitterend uit, ik kreeg meteen zin. Helaas waren de badkamers buiten de kamers, daar heb ik nooit trek in. Met je kleren, handdoek en toilettasje gangen over. Staan te klooien met je kleding omdat je bang bent dat die nat wordt, dus op naar de vijfde. Daar vond ik een kamer die naar mijn zin was met een dubbel en een 1-persoonsbed, met TV waar ik niet naar kijk, of ik moet heel erg moe zijn en tot niets anders in staat, warm water en vriendelijk personeel. Ook was het pal tegenover de pasar gelegen, als je buiten kwam stond je midden in de actie van Wonosobo

Nadat ik informatie over Dieng bij het hotel had ingewonnen ging ik Wonosobo bekijken, een schoon stadje maar verder wat saai. De buurt van de pasar had wel iets aantrekkelijks en natuurlijk waren de uitzichten op de omliggende bergen mooi. Er reden delman, dat is een door een paard getrokken koetsje op twee wielen, een uitvinding van de Nederlander Deleman, die medelijden had met het zware werk dat de paarden moesten verrichten en daarom een paardvriendelijk wagentje verzon. Een Indonesisch kinderliedje:

pada hari minggu ku turut ayah ke kota
naik delman istimewa ku duduk di muka
di samping pak kusir yang sedang bekerja
mengendali kuda supaya baik jalannya
tuk-tik-tak-tik-tuk tik-tak-tik-tuk tik-tak-tik-tuk
tuk-tik-tak-tik-tuk tik-tak suara s'patu kuda

Als er delman in een plaats rondrijden geeft mij dat altijd een heerlijk wildwest gevoel, ik verwacht voortdurend dat zo een ding om de hoek komt scheuren met daarin schietende Javanen, Stetsons op het hoofd en Colts leegschietend op de polisi, alsof ze net de Bank Rakyat Indonesie hebben beroofd. Ik kocht 3 kilo rambutan die op de markt in grote overvloed aanwezig waren. Helaas bleken deze van het soort dat bijna niet van de pit af te happen zijn, erg zoet, maar vervelend om te eten. Ik zag ook nog een Indomaret winkel met een koelkast waarin koude blikjes Bintang, daar schafte ik de gehele vooraad van aan, dat waren er niet zoveel, bier is tenslotte haram. Het ging regenen en liep ik terug naar mijn hotel. Tijd om even te baden, maar hoe ik ook aan de kraanknoppen draaide er kwam geen warm water uit. Toen ik later mijn beklag ging doen, werd mij verteld dat er op de warme kraan een rode stip stond, dat had ik al gezien, zei ik. Toen kreeg ik een heel verhaal over de kosten om water te verwarmen en dat het vast al door “anderen” was opgemaakt. Aldus de oude eigenaresse die aan haar uiterlijk te beoordelen in tijden van grote zuinigheid leek te zijn opgeroeid. Het bleef die avond regenen en moest ik er toch op uit om iets te gaan eten. Op reis neem ik altijd een opvouwbaar parapluutje mee, dat komt zeker in deze tijd van het jaar altijd van pas. Zoekend naar een geschikte plaats om te eten stuitte ik weer op een overaanbod mie ayam en mie bakso, zoals eerder in Magelang, het leken mij de lokale favorieten, niet mijn pakean. Er was nog een groot patserig Chinees restaurant met de naam "Asia" en als specialiteit “seafood“, zoals vis in Indonesië bij bepaalde restaurants heet. Wonosobo ligt te ver van zee om vis te eten, die beessies hebben vast heel lang in de formaline gelegen. Het werd weer een Padanger, dit keer in een opgezette warung, deze verkopen ‘s avonds en is het eten meestal op een later tijdstip dan vroeg in de ochtend klaargemaakt. Er lagen vrij veel ingewanden op de display bordjes, het leek wel een anatomische les, dus zeker een echte Padanger want die zijn nogal liefhebbers van long, pens en darm. Het eten, ik hield het op rendang, was er eenvoudig maar OK, iets te weinig smaak naar mijn zin. Toen ik op mijn kamer terug was lonkten de deken en het laken, de temperatuur maakte de verleiding sterker, ik dook meteen in bed en viel in een diepe slaap.

De volgende ochtend was ik vroeg uit de veren, nog slaapdronken, Wonosobo had echt een ideaal klimaat om goed te slapen, met AC-alam, natuurlijke airconditioning. De ochtend temperatuur nodigde niet uit tot een bad en nam ik een mandi kebo aan de wastafel. Ik wilde buiten op zoek gaan naar koffie, maar een djongos van het hotel vroeg of ik ontbijt bliefde, ik antwoordde met “koffie” het enige woord dat ik ‘s morgens na het opstaan duidelijk kan uitspreken. Hij nodigde me aan een gedekte tafel, voor slechts één persoon. Ik vroeg me af waar al die anderen waren die gisteren het warme water hadden opgebruikt. Voor mij lag op een schoteltje een plakje in cellofaan verpakte Kraft processed cheddar, een gruwel voor wie echte kaas kent, een potje hagelslag, knalgele margarine en een schoteltje met gesneden watermeloen. Dat laatste eet ik alleen als ik dorst heb, maar zeker niet ‘s morgens want krijg ik oprispingen van. Er werd een thermoskan koffie gebracht, die door mij gulzig werd aangenomen. Ik keek uit op allerlei Nederlandse stickkers, het hotel scheen gebruikt te worden door kleine Nederlandse groepen. Er werd gevraagd of ik het brood geroosterd wilde, daar antwoordde ik met een gretig “Ya” op. Ook werd mij een ei aangeboden, welke ik graag in gekookte vorm op tafel zag verschijnen. Ik ben geen liefhebber van westerse ontbijtjes in Indonesië, het brood vind ik niet te vreten, het beleg lijkt ook nergens op. In Indonesië eet ik rijst, in dat opzicht ben ik zeer aangepast. Zelfs de gefilterde koffie smaakte niet zoals ik het graag heb, dat is de kopi tubruk, Het ei kostte minstens een kwartier om te koken, maar toen het werd opgediend was dat zeer de moeite waard, want echt een buitenmaatje. “Seperti telor angsa” merkte ik op, het lijkt wel een ganzenei. Waarop de djongos allerlei excuses stamelde en mij verzekerde dat ik toch echt met een kippenei van doen had. Ik liet het me goed smaken, ik had geen andere keus. Na het ontbijt pakte ik een camera en ging op weg naar de terminal om daar een bus naar Dieng te nemen.



wonosobo
De hoofdstraat van Wonosobo

wonosobo
Een monument aan het einde van de hoofdstraat
“Als eenheid staan we sterk”

wonosobo
De Mesjid Agung

wonosobo
In Wonosobo zijn ze sterk tegen narkoba en miras (dope en drank)

wonosobo
Wonosobo om 0600 u. ‘s morgens.

wonosobo
Delman

wonosobo
Kip, het meest veelzijdige stukje vlees.



Er staat in Wonosobo nog een oud station uit de Nederlandse tijd. Het maakte indertijd deel uit van de in 1874 opgerichte Serajoedal Stoomtrammaatschappij (SDS). Deze lijn liep van Purwokerto via Sokaraja naar Wonosobo en is in 1975 opgeheven. Op de locatie lopen nog wat sporen, maar over de meeste zijn huizen heen gebouwd. Overigens is Indonesië echt een paradijs voor spoorwegliefhebbers.


wonosobo
Het station, het loket zit nog in de muur, en staat er nog een gietijzeren hendel om een sein mee te bedienen.

wonosobo
Even verderop staat een oude locomotievenloods, die momenteel dienst doet als tijdelijke moskee.


Een aandeel in de eerder genoemde tramwegmij

.

Reacties

Geen reacties

Uw reactie



Toegelaten BBCode:
[b] [i] [u] [s] [color=] [size=] [quote] [code] [email] [img] [youtube]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.