Londoh » Een dagje naar… Dieng



27 december: Een dagje naar… Dieng

null
Om 0700 u ging ik vanaf de terminal in Wonosobo op weg naar Dieng. Ik had weer een plekje voorin de kleine bus. De weg die naar Dieng leidt is zeer steil, de afstand van 25 kilometer stijgt van 700 naar 2100 meter.

Dieng is het hoogst gelegen dorp op Java. Al stijgende komt men door wortel-, kool- en maïsvelden. Ook worden hier asperges gekweekt. De uitzichten zijn zeer spectaculair, ik heb ze zelden zo mooi gezien op Java. De weg kent veel haarspeldbochten dat maakt dat de reis zeer traag verloopt. Op een gegeven moment staan de velden vol met een voor iemand die de Noord-Hollandse polders kent zeer bekende plant, namelijk de pieper. Dieng is wereldberoemd op Java vanwege de aardappelen die gekweekt worden. Het soort heet Granola, men ziet deze knollen tot aan de hoogste toppen van de berghellingen geplant. Er waren zelfs op zeer steile berghellingen veldjes aangelegd die men met een bamboeladdertje moest bereiken. Ruim voor Dieng was de bus al leeg, ik was de enige passagier en kon even over niets praten met de sopir en zijn kernet (chauffeur en knecht). Ik liet me midden in het dorp Dieng afzetten, vlak voor een bord waarop stond “DIENG + 2093 M DPL“, dat betekent bijna 2100 meter boven de zeespiegel (Diatas Permukaan Laut). Ik stond daar in mijn overhempie met korte mouwen en vond de temperatuur heerlijk, dit in tegenstelling met de mensen om mij heen die waren ingepakt alsof het een winterse dag betrof, maar ze droegen wel van die sandal jepit (teenslippers) aan hun voeten. Mij werd altijd voorgehouden dat ik mijn pantoffels aan moest doen als ik het koud had, want de kou komt via je voeten naar binnen, in Indonesië geleden vast andere regels op dit gebied. Mijn grootste vrees was het weer, speciaal regen, maar de lucht zag er redelijk uit met lichte bewolking. Ik was uitgestapt vlak bij een pos ojeg en sprak een tukang aan. Hij wilde mij langs de attracties in de buurt rijden, waar hij een hele rits van noemde en vroeg daar 30.000 Rp voor, ik zei OK, want de prijs leek me heel redelijk voor hetgeen hij aanbood. Vaak heb ik geen zin om te tawarren, maar wil iemand rejeki, een gelukje, schenken. Hij was gekleed in een dik ski-jack en een bivakmuts, maar ook met van die rubber slippertjes aan zijn voeten. We gingen op weg naar de tempels van Dieng. Deze tempels zijn de eerste voorbeelden van Hindoeïstische bouwwerken op Java en in de 8ste - 9de eeuw na Chr. gebouwd tijdens de Saliendra dynastie en zijn alle gewijd aan Shiva. De eerste tempel die ik bezocht, Dwarawati, moest via aardappelvelden, die reikten tot zover mijn ogen konden zien, bereikt worden en verwachtte ik eigenlijk aan het eind van de mooie trap een Vlaamse friteskraam, er stond echter een tempeltje. Ik was er snel op uitgekeken, want er was nauwelijks iets van beeldhouwwerk te zien, dat leek allemaal verdwenen, ik zag alleen blokken steen, wel in een mooie vorm opeengestapeld, maar verder niets bijzonders. Er waren op de plekken waar restanten van beeldhouwwerken zaten wat restauraties verricht, maar met vlakke stenen, zonder enige versiering. Ik daalde weer tussen de aardappelvelden door af en zei de tukang ojeg dat hij naar de volgende attractie kon rijden. Dat was het Arjuna complex. De ojeg reed snel door het hoge toegangshek, maar we werden terug geschreeuwd door een man die schijnbaar lag te slapen, hij haalde een kaartje tevoorschijn en ik moest 20.000 Rp aftikken, voor het goede doel denk ik dan maar. De vier of waren het er vijf, tempeltjes van het Arjunacomplex maakten op mij al een even belabberde indruk als de eerste tempel die ik had gezien, alle beeldhouwwerk was min of meer verdwenen. Men had de locatie wat opgeleukt door er een soort park omheen aan te leggen, met tegels, boompjes en bloempjes, dat de tempels enigszins aan het oog ontrok, dat maakte het bezoek waarschijnlijk spannender, ik vond het maar een goedkope truc. Ook hier bestond het omringende uitzicht uit piepervelden. Ik verwachtte dat het mooie nog moest komen en gaf de tukang ojeg opdracht om naar de volgende pleisterplaats te rijden. Dat bleek het museum, waarvoor ook een tempel stond. Hier hadden ze een grote geasfalteerde parkeerplaats opgericht om de tempel heen, een soort “drive-in”, het uitzicht vanaf deze hoogte was mooi, maar de tempel was al even kaal als de andere die ik had gezien. Ik liep er niet eens omheen. Ik dacht aan de tempels die ik in Oost-Java bezocht had, veel eenvoudiger te bereiken,en nog vol met beeldhouwwerk, deze tempels hebben echter geen "naam", doch zijn toch heel wat mooier dan wat ik hier zag aan half gesloopte en leeggeroofde bouwwerken. In alle gevallen was er nauwelijks beeldhouwwerk te zien, volgens mijn begeleider allemaal gestolen en ten gelde gemaakt. Indonesië op zijn best.

Hoewel de klok inmiddels half negen aanwees, zat het museum nog potdicht. Dus zei ik laten we maar verder gaan. We zouden naar een krater gaan kijken, ter afwisseling, dat leek me een goed idee, want de tempels gaven mij een gevoel van eindeloze leegte. We kwamen bij een klein marktje, waar in het weekeinde souvenirs werden verkocht, nu was het er stil. Ik zag in de verte al iets stomen, we waren al onder wat grote pijpen doorgereden, die heet water naar een warmtecentrale, die in de verte lag, moesten leiden. De gids vertelde mij echter dat de centrale stil lag omdat deze defect scheen te zijn, er was al een lange geschiedenis van periodes dat de centrale niet operationeel was. Doodzonde eigenlijk dat Java, dat een tekort aan elektriciteitscentrales kent en ook vaak problemen heeft met de aanvoer van brandstoffen voor de bestaande centrales, heel weinig doet met de grote hoeveelheid aardwarmte waar ze over beschikken. Ze praten liever over een kerncentrale, waar ze alle technologie voor moeten importeren., zo een helse machine geeft echter status, althans dat denken ze in Indonesië. Het landschap was kaal met veel steengruis, in de wijde omtrek was er geen aardappelveld te zien. Als snel doemde de hevig stomende krater op, een gat waarin diep donkergrijze modder opborrelde die behoorlijk naar zwavel stonk. Ik liep zover ik kon langs de krater om zo intens mogelijk van dit natuurgeweld te genieten. Men kon tot aan de rand van de krater komen en zo in de grijze kokende brij kijken. De krater scheen zich regelmatig te verplaatsen en om de krater heen waren er ook kleine plekken waar stoom en warm water uit kwamen sissen en borrelen. Er was nog een krater in de buurt, maar die was volgens mijn gids gesloten vanwege de giftige gassen die eruit op stegen, te gevaarlijk. Achteraf bleek dit simpele natuurverschijnsel, dat men echter zelden van zo dichtbij aanschouwen kan, voor mij het hoogtepunt van deze dag.

We gingen terug naar het museum, een futuristisch rond gebouw dat pas onlangs, op 28 juli 2008, door de minister van cultuur en toerisme Ir. Jero Wacik SE was geopend. Er moest eerst wel een satpam (bewaker) opgetrommeld worden die de sleutels in bezit had. We kwamen eerst in het oude museum, waar de ramen door gordijnen gesloten waren en de meeste van de TL-lampen het werken opgegeven hadden. Ik liep snel langs alle beelden die daar waren opgesteld en ging weer naar buiten, kostte me twee minuten, was niet om aan te zien. Alle beeld- en steenhouwwerk stond in een cirkel opgesteld. De ruimte had iets weg van een leeg schoollokaal, waar wat opgeslagen was voor de handarbeidles. Hierrna gingen we naar het nieuwe museum, het ronde gebouw, de artefacten waren met uitleg langs een rondgaande en oplopende gang gesitueerd, langs die helling kon je de collectie bezichtigen, je liep echt rond, dat was een leuke vondst voor een museum. Alles was binnen met zwart, grijs en crème keramiek (tegels) afgewerkt, een perfecte plek voor moderne kunst, maar de oude beelden kwamen hier niet uit, men had net zo goed een aardappelveld als decor kunnen nemen. Naar mijn smaak was er weer een hoop geld over de balk gesmeten voor iets dat zijn doel volledig voorbij schoot, hier had simpelheid het meest op zijn plaats geweest, hier overdonderde het museum de tentoonstelling. Het is overigens treurig dat op deze plaats een museum gebouwd had moeten worden om de beeldhouwwerken tegen diefstal te beschermen. Na het museumbezoek liep ik nog even een aardappelveld in waarin net werd geoogst, ik zag dat de opgegraven knollen erg klein waren. Mijn gids had ook verstand van patatten en legde me uit dat de kleinste aardappelen na de oogst steeds weer opnieuw werden gepoot, met als gevolg dat deze degenereerden. Het was ook te zien aan de kleine planten met verschrompelde bladeren. Ik had echter ergens anders ook wel mooie volle planten gezien met paarse bloemen, dat waren de topproducten. Op mijn vraag “Jullie eten zeker elke dag aardappelen?”, antwoordde hij ontkennend, ze gebruikten de aardappelen als toespijs bij de rijst. Nou weet ik een goede perkadel kentang met wat groen blad, rijst en sambal ook wel te waarderen, echt een armeluismaaltijd, maar kan erg lekker wezen.

We gingen verder, naar nog een tempel, die van Bima ik geloofde het verder wel, want de tempel was even geruïneerd als alle anderen, de top van de tempel scheen in het museum te staan. Ik nam het voor kennisgeving aan en liet mij naar de volgende attractie rijden, dat was een meer waarvan de kleuren in het zonlicht veranderden, het Telaga Warna. De toegang was 7000 Rp. Het meer lag in een soort park waar zich ook diverse grotten bevonden. Door de bewolking wenste het meer zijn kleuren niet prijs te geven, ik zag alleen maar blauw, weliswaar een mooi blauw, maar een beetje meer kleur had mij welkom geweest. Er was nog een meer waar iemand aan het vissen was. Jammer dat het meer niet borrelde want dan had hij gekookte vis kunnen vangen, hè wat flauw. We liepen over de paadjes waar de grotten gelegen waren, die waren echter allemaal stevig afgesloten door een ijzeren hek. Ze schenen gebruikt te worden voor meditatie, waarschijnlijk kwam de sleutel alleen maar te voorschijn als je een paar biljetten met daarop een hoog getal te voorschijn toverde. Verder was er nog een batu tulis, een steen met inscripties. Ik kon de inscriptie niet vinden, mijn gids maakte duidelijk dat deze er af was gehakt en in het museum bij de Prambanan was te bezichtigen. Ik had er na deze opmerking wel genoeg van. Ik liet me nog even naar het schitterend gelegen kerkhof rijden waar er enige graven uit de Nederlandse tijd waren. Daarna liet ik me terug naar de pos ojeg brengen en gaf de tukang 40.000 Rp waar hij dolblij mee was. Hij had goed zijn best gedaan, wist waarover hij sprak en was een nette man. Ik ging nog even door het dorp lopen en stopte bij een plek waar er een paar restaurantjes te vinden waren. Ik dacht aan een maaltijd met aardappelen, maar ik zag niets van aardappel in de vitrine en stelde mij daarom maar tevreden met een nasi gudeg en een kopi manis. In het restaurantje raakte ik in gesprek met een maklar in transport, aardappelen natuurlijk, over heel Java. Eigenlijk een grote klaagzang over de economische situatie, Javanen klagen altijd en eeuwig over een tekort aan geld en wat ze zouden gaan doen als ze ooit eens geld bezaten Ik rekende af en ging naar buiten, ik voelde duidelijke verschijnselen van aardappelmoeheid. Er stopte een bus, ik stapte in en liet me terug naar Wonosobo vervoeren, nog even genietend van de prachtige vergezichten onderweg. Die panorama’s en de borrelende krater hadden voor mij het bezoek de moeite waard gemaakt, de archeologische puinhoop zou ik snel gaan vergeten.


dieng
Een tempel van het Arjuna complex

dieng
Hetzelfde complex

dieng
Aardappeloogst, de vrouwen draaiden zich snel om nadat ik verklaard had dat fotograferen voor wat mij betrof gratis was.

dieng
De toegang tot de Sikidang krater

dieng
Een kijkje in de krater.

dieng
Het ronde en pas geopende museum

dieng
De Bima tempel,
zoals alle andere tempels opgeleukt met een parkje, een gebouwtje en een lantarenpaal. Een groot bord waarop staat dat het hier erfgoed betreft, waar komende generaties ook profijt van willen hebben. Er had net zo goed kunnen staan "Hieronder ligt de put waarin het kalf verdronken is".


dieng
De Bima tempel, ontdaan van alle beeldhouwwerk

dieng
Zo gaat het Indonesische volk met haar erfgoed om

dieng
De Batu Tulis, waarvan het geschreven gedeelte in een ver museum te Klaten is beland.











Reacties

Het is al bijna 11 jaar geleden dat we met 2 auto's java en nog wat eilandjes meer oostwaards doorkruisten.
op de terugweg deden we ook Dieng aan. Dieng plateau moest gezien worden..helaas konden we het niet vinden.
op aanwijzingen van iemand hebben we toch nog een poging gedaan. op een gegeven moment konden we met de auto niet verder en moest er gelopen worden. en het was ook een best eind over zo een smal wandelpad. geen aardappelen voor zover ik mij herinneren kan. we kwamen echter niet bij een plateau uit maar bij een tempeltje. ik zie het tempeltje niet bij jouw foto's staan. ik zelf heb naar foto's gezocht maar die schijnen toen niet gemaakt te zijn. wel een video en op de video is ook een opening in de aarde te zien waar veel stoom uit komt en borrelend modder. echter ook deze niet die op jouw foto staat. er waren daar geen borden en hekken. bovendien was het iets kleiner en gelegen in een diepe rotsspleet.
ik had gehoopt in dit verhaal van je hier wat van te zien/lezen..want tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds erg benieuwd waar we toen eigenlijk geweest zijn.
02 januari 08:53:03

Uw reactie


Toegelaten BBCode:[b] [i] [u] [quote]
[img]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.