Londoh » Musium Angkasa - Yogya (I)



28 december: Musium Angkasa - Yogya (I)

Hidung Albatros
Het was weer eens zo een dag dat ik veel zin had om er weer eens op uit te gaan, iets dat niet te ver lag en gemakkelijk per OV te bereiken was.

Ik koos voor het Musium Angkasa te Yogyakarta, ik kan vanaf mijn huis zo op de bus richting Kartosuro stappen (3000 Rp) en op de Jalan Raya overstappen op een "bis bumel" naar Yogya (10000 Rp). Het Musium Angkasa ligt aan de ringroad die naar de busterminal van Yogya loopt en kan voor de deur van het Musium Angkasa stoppen als je waarschuwt. Het museum ligt op het grote luchtmachtcomplex Adisutjipto, dat officieel “ Pangkalan Udara TNI-AU Adisucipto “ heet, waar allerlei luchtvaartopleidingen worden gegeven, de “Markas Komando Udara V “ en ook de burgerluchthaven van Yogyakarta zijn gevestigd.

Voordat ik op pad ging vulde ik mijn zakken met 100 en 200 Rp muntjes, die haal ik er altijd uit want die dingen zijn niets waard maar nemen wel veel ruimte in beslag, ze zijn ook smerig. Ik nam deze mee om ze aan de pengamen (straatmuzikanten) te schenken, die in grote getale de ‘ekonomi’ bussen op de lijn Solo - Yogya van herrie voorzien. Ik had ook nog wat 500 Rp muntjes meegenomen voor degenen die er blijk van zouden geven over een minimum aan talent te beschikken. De eerste kwam al vlug binnen op de lokale bus, ik was pas 1 van de 70 kilometers die mij van mijn bestemming scheidden, onderweg. Op de hoofdweg stapte ik over op de bus naar Yogya die al met draaiende motor gereed stond en snel op weg ging. Het voertuig was niet bepaald vol. Er is een momenteel overaanbod aan vervoer op Java, dat komt door de vele brommertjes die mensen (op krediet) kopen om zodoende over goedkoop vervoer te beschikken. Dat is te merken in het openbaar vervoer. Vele busondernemers proberen nog het hoofd boven water te houden, maar het moment van een koude sanering is nabij en zullen er vele van deze bussen gaan verdwijnen. Is ook wel toe te juichen want vaak verkeren deze vervoermiddelen in deplorabele staat, in de huidige omstandigheden is er geen geld voor onderhoud. Dat is er normaal gesproken ook niet, alleen het aller-noodzakelijkste wordt gedaan om de bussen rijdende te houden, het liefst met ijzerdraad en plakband en in het geval van nood met tweedehands onderdelen. Kijk niet naar de staat van de banden, want je vraagt je onmiddellijk af of je levensverzekeringpremie al betaald is. Ter geruststelling: het gaat meestal goed.

Naast mij zaten een paar erg oude Javaantjes, de vrouw gekleed in sarong en kebaya met uitzicht op haar oude hangtietjes, waaraan zij waarschijnlijk een respectabel aantal kinderen had grootgebracht, haar echtgenoot in een batikoverhemd en een peci op. Tassen vol eten bij zich, waarschijnlijk op weg naar de kinderen en kleinkinderen. Oude mensen op Java doen niets anders. Ik vind deze oudjes altijd mooi om te zien, nog niet aangetast door de Arabische mode, doch traditioneel in Javaanse dracht, die tevens de nationale dracht van Indonesië is, gekleed. Deze klederdracht is gedoemd om te verdwijnen. Men ziet deze dracht alleen nog maar op de pasar en in de desa en dusun. De jeugd draagt spijkerbroeken en T-shirts, experimenteert voorzichtig met tatoeages en piercings, draagt alleen batik , sarong en peci wanneer dit verplicht is bij ceremonies zoals bruiloften, besnijdenissen en dergelijke. De Javanen geven zeer hoog op over hun eigen tradities maar die tevens negeren zij deze, wat overblijft is een aftreksel van wat ze op tv zien. Het aantal straatmuzikanten viel vandaag mee, ik deed mijn muntjes in de zakjes die ze mij voorhielden, nadat zij hun geblèr ten gehore hadden gebracht. Op een gegeven moment verscheen er een poeet in de bus, hij droeg zijn gedichten met luide stem voor, was eigenlijk zeer grappig. Ik gaf hem een biljetje vanwege zijn originaliteit. Toen de bus voorbij de luchthaven van Yogya afsloeg liep ik naar voren en waarschuwde de chauffeur en vroeg of hij mij voor het Musium Angkasa wilde afzetten, dat gebeurde bijna voor de ingang. Ik liep de weg naar de poort af, die werd bewaakt door de PM, polisi militer. In een kantoortje werden er toegangskaartjes ad 5000 Rp verkocht, maar dat werd mij geweigerd, ik werd verzocht te wachten. Er werden diverse telefoontjes gepleegd en vroeg men mij om mijn paspoort. Dat had ik bij me, want had iets gelezen waarin stond dat buitenlanders daarom werd gevraagd. Ik heb er altijd een hekel aan om mijn paspoort te overhandigen aan politie en soortgelijke autoriteiten, in mijn paspoort staan vele stempels met datums waar ze niets van begrijpen. Ze weten niet dat ze rechtstreeks naar de laatste gestempelde pagina moeten gaan, waar meestal de laatste stempel staat die het huidige verblijf legaliseert. Na dit onderzoek kwam er een motortje aangefietst met daarop twee heren in burgerkleding gezeten. Een hoge in “stelan safari“, dat is een soort burgerpak waaraan je ambtenaren al van verre herkend, hij had een jongere bij zich, die duidelijk het vak nog moest leren. Het waren twee leden van de Intel, de veiligheidsdienst. De baas onderwierp mij aan een soort verhoor, op de typerende Indonesische toon, alsof iemand iets opleest, maar met een ondertoon waarbij je je afvraagt of je echt iets hebt misdaan dat je “per ongeluk” vergeten bent. Van binnen lachte ik me rot, stel je voor je gaat als toerist een museum bezoeken maar aan de ingang wordt je als een potentiële crimineel beschouwd. Ik dacht natuurlijk ook aan die blijde promotiefilms die het totaal mislukte “Visit Indonesia Year 2008” moeten begeleiden. Ik werd gevraagd of ik nog meer papieren bij me had, hoe ik was gekomen. Ik antwoordde “Per bus”. Volgende vraag: "Hoe ik wel dacht mij zelf over het terrein te verplaatsen", want dat was zeer groot, niet te belopen. Verder natuurlijk adres, bezigheden, hoe lang in Indonesie, want er kwam toch behoorlijk bahasa Indonesia uit mijn mond. De baas was zeer correct in zijn optreden, dus onderging ik het verhoor zonder al teveel protest. Na een lang gesprek werd ik door de jongste uitgenodigd op de motor plaats te nemen en werd het terrein opgebracht. Dat was niet zo maar een motortje, maar een snelle zwarte Honda Tiger. Ik kwam langs een oprijlaan met huizen uit de Nederlandse tijd. Het militaire luchtvaartcomplex is door de Nederlanders in 1936 gebouwd onder de naam “Maguwo”

vliegveld mugowo
De luchthaven Mugowo einde 40’er jaren.


We sloegen af en kwamen terecht op een zeer grote parkeerplaats die vol met bussen stond en daarom heen horden schoolkinderen in hun uniformpjes waaraan ik kon zien dat de meesten op de SD (lagere school) en SMP (voortgezet onderwijs) zaten. Ik was helemaal vergeten dat het schoolvakantie was en Yogyakarta een ideale plek is voor schoolreisjes. Ik dacht er verder niet over na, want ik had nog steeds niet geen “officiële” toestemming verkregen om het museum te bezichtigen. Ik werd overgedragen aan een soort sergeant van de wacht in “loreng” (camouflagepak) en deze verzocht mij in een gebouw aan een zithoek plaats te nemen en af te wachten op de beslissingen die hogerhand zou gaan nemen. Na een paar minuten wachten had ik al geen zin meer om te niksen en vroeg de sergeant toestemming om de zaal vol portretten van luchtmachtcommandeurs te bekijken waar de zithoek deel van uitmaakte. Er hingen er tientallen, ook nog vitrines met onderscheidingen. Uiterst saai als je komt om oude vliegtuigen te zien. Ik geloof dat ik inmiddels al een half uur in een procedure verkeerde toen de man van de Intel mij mededeelde dat ik het museum kon gaan bezichtigen, op de voorwaarde dat ik in en om het museum bleef, het was ten strengste verboden zich buiten deze omgeving te wagen. Ik vroeg of ik foto’s mocht maken, dat was geen enkel probleem. Ik kon het niet nalaten om te vragen waarom de procedure voor museumbezoek van een buitenlander zo moeilijk was, zelfs een beetje onvriendelijk naar mijn gevoel. De baas gaf mij met een grote glimlach als antwoord dat er zich in het museum misschien zaken konden bevinden die ik op een voor Indonesia minder mooie manier naar buiten zou kunnen brengen. Ik zei dat het me sterk leek dat zoiets het geval zou zijn, echter de behandeling die ik onderging vond ik wel zwaar overdreven en daar zou ik zeker mijn zegje over gaan doen. De baas zei “Ga je gang je mag overal kijken zolang je op het museumterrein blijft“. Ik werd nog verzocht mijn naam en dergelijke in een boek in te vullen en er werd gevraagd of ik eventueel een donatie voor het museum overhad. Ik gaf 10.000 Rp en ging naar buiten, daar stonden enkele vliegtuigen opgesteld, omringd door schoolkinderen, niet alleen om de vliegtuigen, maar ook erop en erin. Ik genoot er eigenlijk wel van. Ik stelde me voor dat ik als klein jongetje ook helemaal uit mijn bol zou zijn gegaan. Als je nog nooit eerder een vliegtuig van dichtbij gezien, dan imponeert het moment waarop dat gebeurd hevig. Ik liep wat onbestemd rond, wat moest ik met mijn nieuw verkregen vrijheid doen, ik had ook geen trek om foto’s van vliegtuigen te gaan maken met tientallen baldadige kinderen er omheen dus drentelde ik rustig in afwachting rond tot het de kinderen zou gaan vervelen en dat is meestal erg snel. Opeens kwamen de twee heren op me af en vroegen wat ik deed. Ik zei “wachten tot die kinderen weg zijn”. Ze vertrouwden het niet helemaal en werden er nog meer vragen gesteld. Ik zei hun dat ik ooit in militaire dienst had gezeten en dat ik de bepalingen die op militaire terreinen gelden van buiten kende, die zouden in Nederland niet anders zijn dan in Indonesië. De houding van de baas veranderde enigszins. Hij zei weer dat ik me gang kon gaan. Rustig fotografeerde ik de vliegtuigen die buiten stonden opgesteld, ik moest steeds wachten tot er bezoekers waren uitgekeken. Hoewel kijken, men zat overal aan en een vliegtuig werd vaak beklopt, zeker om te kijken of het wel echt was. Ook vonden sommige kinderen het leuk om twee of drie woorden Engels op mij los te laten, omdaarna snel en veregen weg te lopen. Ik liep over het parkeerterrein om een oude vrachtwagen te bekijken die daar tot de assen in de grond stond. Toen ik daarna terug liep over het terrein werd mijn aandacht getrokken door iets roods dat op de grassprieten tussen het asfalt lag, ik geloofde niet wat ik zag, het leek wel een biljet. Ik keek goed om me heen alsof ik vermoedde slachtoffer van een practical joke te worden er zijn in Indonesië genoeg TV stations die dat soort programma’s brengen en het zou natuurlijk een fantastisch item zijn als een bule hier in trapte. Ik kon mijn hebberigheid niet bedwingen en omdat er niemand in de directe omgeving te bekennen was griste ik het biljet van de grond, er gebeurde niets. Ik bekeek het biljet en het was werkelijk een biljet van 100.000 Rp. Ik kon het niet geloven, temeer daar ik een maand geleden een biljet van 20.000 Rp op Flores vond.

100.000 rp

Hierboven het biljet zoals ik het vond, het wordt zorgvuldig bewaard bij de 20.000 die ik reeds bezit want dit is voor mij een gelukbrenger, mag niet uitgegeven worden. Ik kon er maar niet bij komen dat ik dit geld vond, ik die het eigenlijk niet nodig had. Ik hoorde dat dit op Java “rezeki nomplok” wordt genoemd en dat je in zo een geval eigenlijk een klein biljet van 1000 Rp of zo op de vindplaats moet terug leggen.

Ik liep terug naar de ingang van het museum, waar rijen schoolkinderen dringend stonden te wachten. Ik ging op een stenen rand zitten om af te wachten tot de drukte opgelost was. Daar kwamen ook de heren van de Intel, ze stelden wat onschuldige vragen en vertelde mij dat ik wel voor mocht gaan het museum in.

musium angkasa
Catalina

musium angkasa
UF- T Albatros

musium angkasa
Tupulev TU - 16 B/KS

musium angkasa
Tupulev TU - 16 B/KS detail


"Door Indonesische ogen” een Pdf file over ervaringen met de Tupolev TU16 en nog veel meer contemporaine Indonesische luchtvaartgeschiedenis.

musium angkasa
A4-E Skihawk (ex Israel !!maar dat wordt er niet bij verteld, is geheim.) met meisjes van een SMP die allemaal een HP’tje hebben waar mee wordt gefotografeerd

musium angkasa
De ingang van het museum




Wordt vervolgd>>


Reacties

Toen ik een paar jaar geleden een taalcursus volgde in Yogya nam ik zo'n twee maanden lang vrijwel dagelijks de stadsbus. Het verbaasde mij toen dat ik vaak de enige passagier in de bus was terwijl de bus werd omringd door soms wel honderden bromfietsen. Volgens mijn Indonesische leraren zou de verklaring hiervoor zijn dat Indonesiërs niet van lopen houden en dat als je met de bus gaat je toch altijd nog een klein stukje moet lopen. Maar je zou toch verwachten dat ze, zeker in tijden van economische crisis, zouden kiezen voor de goedkoopste optie nl. de bus.

Als ik Indonesië ben ga ik graag naar een museum. Het is echter triest om te zien dat veel van deze musea (vooral de kleinere en minder bekende) in een deplorabele staat verkeren. Vaak is het zelfs een lachwekkende rotzooi. Het Musium Angkasa ziet er op de foto's echter erg netjes uit.
28 december 10:16:27
Inderdaad veel musea zijn een ramp om te bezoeken. Hier in Solo heeft de directeur van het museum Radja Poestaka veel verkocht en door replica's vervangen.

Wat betreft het luchtvaartmuseum van hierboven, dat ziet er goed verzorgd uit, zoals een museum behoort te zijn. De eigenaar is de T.N.I., het leger, en die hebben hun zaakjes vaak wel goed voor elkaar. Het is de best georganiseerde organisatie in Indonesie en er heerst discipline. daarom willen veel Indonesiers graag een gepesioneerde generaal als president.
28 december 10:23:47

Uw reactie


Toegelaten BBCode:[b] [i] [u] [quote]
[img]

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.