14 februari 2009

Naar Kambelo (II)

Naar Kambelo
Na de ronding van Tanjung Sial werd het rustig, een spannend moment was voorbij. Ik keek naar de kust en zag schitterende rotspartijen, echt spectaculair, en glinsterend zachtblauw water. In de verte dreigde er donkere bewolking.

De bemanning scheen uitermate in hun sas met mij als passagier die natuurlijk goed betaalde. We zaten boven op het dak van de speed te kletsen, de bekende vragen werden gesteld, over Nederland. natuurlijk wisten ze van voetbal en 350 jaar overheersing, maar verder niets. De meeste Indonesiërs hebben ook geen voorstelling ervan waar het buitenland ligt, hun wereld gaat bijna nooit verder dan hun directe omgeving. De contacten met het buitenland worden via de TV afgewerkt. Ik zag al gauw enige kustkampungs aan me voorbij trekken, dat verbaasde me, ik dacht dat het schiereiland Hoamoal erg leeg was. De bergrug die het schiereiland vormt is echter zeer steil, de mensen hebben echt maar een klein randje om aan te wonen. Ook zijn de kampung onderling niet verbonden door wegen, maar slechts paden die door het bos lopen. De jongeman waar ik mee sprak verteld me dat hij uit Lesidi kwam. Ik dacht meteen "fort" en vroeg hem daar naar. Hij verteld dat er wel een fort had gestaan, maar dat dat gesloopt was en er nu een moskee op de funderingen was gebouwd, maar er was nog wel iets te zien. Er was ook een oude begraafplaats vertelde hij. Ik wist niet wat ik van deze informatie denken moest. Ik had laten uitvinden dat er te Lesidi slechts een houten pagger als verdedigingswerk had gestaan, die natuurlijk allang vergaan was. Ik sloeg de info op, want je wist maar nooit of ik daar terecht zou komen, het ligt heel dicht bij Serikambelo.

kambelo
Zachtblauw water

kambelo
Kampung aan de kust, met daar achter steil oplopende bergen.


Het begon te regenen en maakte ik dat ik naar binnen kwam, want een tropische regenbui kan er binnen 5 minuten voor zorgen dat je door- en doornat bent, op een of andere manier lijkt regen in de tropen natter dan in het lage landje bij de Noordzee. Binnen in de speed zaten mijn twee medepassagiers, ze zeiden weinig, de man lachte even het meisje leek me verlegen. Zo vaak ziet men geen westerling in deze contreien. De man maakte een zak sagoballen open, dat zijn keiharde balletjes. Hij bood me er een aan, maar ik weigerde, ik zag me al in gedachten wat van mijn kronen uitspuwen op de bodem van de speed. Hij bleef echter aandringen en nam ik er eentje, ik probeerde te bijten maar ik vreesde het ergste en zei daarom maar dat dit echt niet ging, hard als steen. Een van de bemanningsleden kwam op me toe en zei "Dat doe je zo mister" en sloeg met een harde klap het balletje tegen de wand van de speed, het bleef heel, ook bij de tweede poging. De derde keer sprong het in stukjes en at ik er de helft van op. Het smaakt niet smerig of zo, maar die rotzooi is keihard. Ik ben inmiddels diverse malen op de Molukken geweest, maar sago heb ik nog niet gegeten, hoewel dat het traditionele voedsel van de Molukkers is. Ze eten het zelf ook niet veel meer, de sago is vervangen door rijst. Dat is gebeurd onder de invloed van de Javanen met hun "Indonesische cultuur", Het eten van rijst duidt op beschaving, als men sago of knollen consumeert dan is dat primitief, althans in de Javaanse zienswijze. Op deze manier is de Molukker een belangrijk onderdeel van zijn cultuur aan het verliezen, aan het Javaniseren, dat in Jakarta Indonesianiseren wordt genoemd. Van een oudere man hoorde ik ooit dat er voorheen alleen op zondag rijst werd gegeten, de andere zes dagen van de week stond er sago op tafel. Ik heb ooit eens papeda, sagopap geprobeerd, dat was verleden jaar in Luhu. Ik logeerde toen bij mensen waar ik was gekomen met een familielid van hun. Wij kregen rijst te eten, wat mij daarbij opviel dat deze begeleid werd door gedroogde vis, dat terwijl Luhu aan zee ligt. Het scheen dat te golven te hoog waren, hoewel ik in de namiddag als de golven vaak hoog zijn was gearriveerd en er niets van had gemerkt. Als wij klaar met eten waren dan gingen er andere familieleden aan tafel. Ik moest eens naar "achteren" en liep daartoe door de eetkamer en zag de vrouw des huizes iets dat in de verste verte niet op rijst leek eten. Ik vroeg wat dat was en zij antwoordde "papeda". Ik vroeg of ik dat eens mocht proberen, zij bulderde van de lach. Ze pakte een bordje deed daar wat van het op lijm lijkende spul op en mengde dat met citroensap en nog wat. Daarna overhandigde zij mij het bord met dat mengsel vergezeld van een lepel. Wat ik ook probeerde ik kon niets van die papeda met de lepel opscheppen, het bleef rond glibberen in het bordje. natuurlijk moest iedereen lachen, ik dus ook. Mijn oplossing was om dan maar het bord aan de mond te zetten en wat van die papeda met de lepel naar binnen te schuiven. Dat was een verkeerde gedachte, de gehele inhoud van het bord kwam op mijn mond af en ik nam een grote slurp. De inhoud van het bord verdween in mijn mond en toen nog een slurp en het geheel daalde af naar mijn maag. Het gaf mij enigszins een sensationeel gevoel, maar van de papeda heb ik nauwelijks iets geproefd. Natuurlijk werd er over dit voorval vreselijk gelachen en nagepraat. Zij eten papeda met een soort tangetje van hout, waarschijnlijk zoiets als de chinezen met stokjes eten, een techniek die ik feilloos in de vingers heb gekregen na veel oefening. Er is dus ook hoop voor papeda, maar of ik het lekker ga vinden is nog maar zeer de vraag. De gelijkenis met behanglijm was heel sterk, nou niet bepaald een eetlust opwekkende gedachte.

De regen was gaan minderen, de speed ging richting wal, ik vroeg "Kambelo?", dat bleek nog niet het geval te zijn "Telaga" heette de kampung, de man van de sagoballen stapte hier uit, nam afscheid en liep door het water naar het strand. De boot voer achteruit, maakte een grote draai en toen werd er ineens "Kambelo" geroepen. Een zeer tevreden gevoel maakte zich van mij meester, een heel lange omweg had mij hier dan eindelijk gebracht. Ik bedacht me dat ik een jaar geleden precies aan de andere kant van de bergrug in Luhu was, een afstand van slechts 5 kilometer. Maar om de plaats Kambelo te bereiken had ik een paar honderd kilometer moeten omreizen met werkelijk allerlei soorten van vervoer. Ik was ook wel trots dat ik het mezelf niet gemakkelijk had gemaakt, want af en toe speelde de lieftallige Elsa in Natsepa door mijn hoofd. Hoe zou ik me gevoeld hebben in haar nabijheid, al mijn schone plannen vergetend, druk doende haar een schitterend huwelijk voor te spiegelen. In de hoop alvast een klein voorschotje te veroveren op de geneugten die dat huwelijk, afgezien van de zalige ikan bakar, ons brengen zou. Stel je toch eens voor die mooie kindertjes die ongetwijfeld grote sterren zouden worden in de Indonesische wereld van de sinetron en ander sterrendom. Toch was op dit moment Kambello een grotere sensatie voor mij.

Op het strand stonden er diverse mensen en vooral kinderen te kijken. De aankomst van een speed is een bijzondere gebeurtenis in een kampung zonder auto's, motorfietsen of zelfs maar gewone fietsen. Sommige kinderen renden angstig weg bij het zien van de witte kop die uit de boot stapte. Mijn bagage werd gedragen door de bootbemanning die mij naar de kepala dusun zouden brengen. Wat was dat dorp klein, een heuveltje op langs de moskee en dan kwam de hoofdstraat, tevens de enige straat van Kambelo. We kwamen bij het huis van het dorpshoofd aan. De jongens gingen naar binnen om mijn bezoek aan te kondigen, de kepala desa kwam van zijn zitplaats en begroette mij in een snel in zijn hersens opgezocht "Good morning sir" ik antwoordde met "Selamat siang" en ging mijn schoenen en sokken uittrekken, dat kostte enige tijd. Intussen gonsde het in het huis van Engelse woorden waarmee men zinnen probeerde te maken. Ik vroeg "permisi'" en liep naar binnen, gaf de kepala dusun een hand en sprak ik Indonesisch met hem. Hij ging rustig door met zijn zoektocht naar de verborgen Engelse lessen in zijn achterhoofd. Op het moment dat hij door had dat ik gewoon Indonesisch met hem stond te praten barstte hij in lachen uit en met hem alle aanwezigen in de kamer. Hij schudde mijn hand en zei "My name is John".

kambelo
De moskee die volgens het bord in Srikambelo staat

kambelo
De hoofdstraat, de enige straat in Kambelo.
Op de achtergrond de Gunung Garuda



Vervolg >>

Reacties

Geen reacties

Uw reactie

: :

Reacties worden eerst beoordeeld alvorens te verschijnen.